Andreas (apostel)

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Andreas was één van de twaalf apostelen van Jezus Christus. De Griekse eigennaam betekent “mannelijk, manhaftig, dapper”.

De uitspraak van de naam is: Andréas (klemtoon op de tweede lettergreep).

Hij was afkomstig uit Bethsaïda in Galilea, de broer van Simon Petrus (Joh. 6:8) en visser van beroep. Later woonde hij met zijn broer en hun moeder in een huis te Kapernaüm (Marc. 1:29).

Hij was eerst een discipel van Johannes de Doper, later een leerling en apostel van Christus. Andreas wordt genoemd in onder andere Mt 4:18-20; Joh 1:35-43; 6:1-15; 12:22; Hnd 1:13.

Andreas, een leerling van Johannes de Doper, hoorde dat Johannes op Jezus opmerkzaam maakte met de woorden “Zie, het Lam van God.” (Joh. 1:36). Daarop volgt Andreas Jezus en blijft die dag bij hem. Daarna leidt hij zijn broer Simon tot Jezus.

Joh 1:35 De volgende dag stond Johannes daar weer, en twee van zijn discipelen. Joh 1:36 En toen hij op Jezus zag, die daar wandelde, zei hij: Zie, het Lam van God. Joh 1:37  En de twee discipelen hoorden hem spreken en volgden Jezus. Joh 1:38 En Jezus keerde Zich om en zag dat zij Hem volgden, en zei tot hen: (1-39) Wat zoekt u? En zij zeiden tot Hem: Rabbi (wat vertaald wil zeggen: Meester), waar verblijft U? Joh 1:39 (1-40) Hij zei tot hen: Komt en u zult het zien. Zij kwamen dan en zagen waar Hij verbleef, en zij verbleven die dag bij Hem. Het was ongeveer het tiende uur. Joh 1:40 (1-41) Andreas, de broer van Simon Petrus, was een van de twee die het van Johannes gehoord hadden en Hem gevolgd waren. Joh 1:41 (1-42) Deze vond eerst zijn eigen broer Simon en zei tot hem: Wij hebben de Messias gevonden-wat vertaald is: Christus. Joh 1:42 (1-43) Hij leidde hem tot Jezus. … (TELOS)

Mt 4:18 En toen Hij langs de zee van Galilea wandelde, zag Hij twee broers, Simon, die Petrus wordt genoemd, en zijn broer Andreas, een werpnet in de zee werpen, want zij waren vissers; Mt 4:19 en Hij zei tot hen: Komt achter Mij en Ik zal u vissers van mensen maken. Mt 4:20 Zij nu lieten terstond hun netten achter en volgden Hem. (TELOS)

Andreas wees op de aanwezigheid van een jongen met enige levensmiddelen, toen Jezus een grote menigte te eten wilde geven.

Joh 6:8 Een van zijn discipelen, Andreas, de broer van Simon Petrus, zei tot Hem: Joh 6:9 Hier is een jongen die vijf gerstebroden en twee vissen heeft, maar wat is dat op zovelen? (TELOS)

Volgens de overlevering is hij te Patrae in Achaje gekruisigd.