Dag van Jahweh

Uit Christipedia
(Doorverwezen vanaf Dag van Jhwh)

De Dag van Jahweh, in het Nederlands meestal geschreven Dag van de HEER(E), is een kernonderwerp in de Bijbelse voorzeggingen over de toekomst van deze wereld.

Synoniemen

Een synonieme uitdrukking is 'de grote dag van God de Almachtige'.
Opb 16:14  want het zijn geesten van demonen die tekenen doen en die uitgaan naar de koningen van het hele aardrijk, om hen te verzamelen tot de oorlog van de grote dag van God de Almachtige. (Telos)
Een ander synoniem is 'de dag van het slachtoffer van Jahweh'.
Sef 1:7 Zwijgt voor het aangezicht des Heeren HEEREN; want de dag des HEEREN is nabij; want de HEERE heeft een slachtoffer bereid, Hij heeft Zijn genoden geheiligd. Sef 1:8  En het zal geschieden in den dag van het slachtoffer des HEEREN, dat Ik bezoeking zal doen over de vorsten, en over de kinderen des konings, en over allen, die

Opvattingen

Er bestaan verschillende opvattingen over de dag van Jahweh:

  1. De dag van Jahweh is de periode van zeven jaar, de laatste jaarweek van Daniel, waarin Gods oordelen over het aardrijk gaan.[1]
  2. De dag van Jahweh is de tweede helft van de laatste jaarweek, die begint met het staken van de herstelde Levitische offerdienst en de neerwerping van de satan (Opb.12).[2]
  3. De dag van Jahweh begint met de grote verdrukking (2e helft van Daniëls 70e jaarweek) en omvat de dag van Jezus wederkomst op aarde en het duizendjarige rijk.[3]
  4. De dag van Jahweh is de dag waarop God in Jezus Christus aan de wereld geopenbaard wordt in heerlijkheid[4][5], ná de grote verdrukking (Matth. 24:29), ná de vergadering van volken in het dal van Josafat (Joël 3:12-15; vgl. Zef. 1:7), ná de verduistering van de zon en de maan (Hand. 2:20), terwijl de laatste hemelverschijnselen ook duidelijk met de dag van Jahweh verbonden zijn (Joël 2:10-11; Matth. 24:29) en met de slachting te Armageddon (vgl. Eze. 32:3-9)[5]. Tegen de meningen 1 t/m 3 stelt de derde mening dat 'de dag van Jahweh' in strikte zin een enkele dag is (vgl. Zach. 14:7), waarop Christus verschijnt. De oordelen die daaraan voorafgaan zijn als de toenemende hitte van de rijzende zon.

Eerste vermelding

De dag van Jahweh vinden wij in de Bijbel de eerste maal in het boek Jesaja:
Jes 2:11  De hoge ogen der mensen zullen vernederd worden, en de hoogheid der mannen zal nedergebogen worden; en de HEERE alleen zal in dien dag verheven zijn. Jes 2:12  Want de dag des HEEREN der heirscharen zal zijn tegen allen hovaardige en hoge, en tegen allen verhevene, opdat hij vernederd worde; (SV)
Vóór deze vernedering zal de mens zich verheven hebben tegen God en een godslasterlijk enkeling en diens beeld aanbidden. Die enkeling is het Beest, die zich tot een god verheft. De wereld heeft dan de ware messias, die zijn bloed voor mensen vergoten heeft, verworpen en de valse messias, die het bloed van mensen vergieten zal, aangenomen[4]. Men aanbidt het schepsel in plaats van de Schepper. Maar op de dag van Jahweh zal Jahweh alleen verheven zijn.

Fasen in het komen van de dag

De passages over de dag van Jahweh kunnen wij het best begrijpen onder het beeld van de komst van een natuurlijke dag. Een natuurlijke dag breekt geleidelijk aan, de zon gaat geleidelijk op. De dag wordt aangekondigd, dient zich aan met de komst van de morgenster. Dan komt de dageraad en vervolgens rijst de zon op. Haar hitte neemt toe. En het hoogtepunt van haar loop wordt bereikt in het middaguur, wanneer de zon op haar hoogst staat.[6]

Zo wordt de dag van Jahweh aangekondigd door de morgenster, waarbij de Gemeente van Christus wordt weggenomen tot behoudenis en veiligstelling. Hierna volgen zware Godsgerichten en de verschijning van de Zoon des mensen als 'de Zon der gerechtigheid' (Mal. 4:2). Deze verschijning gebeurt op één enkele dag, dit is de dag van Jahweh in eigenlijke, strikte zin. Al die fasen hebben te maken met de dag van Jahweh. Zelfs het vrederijk heeft ermee te maken, want op de dag van Jahweh wordt, met de komst van de Koning der koningen, het koninkrijk van God, het koninkrijk der hemelen op aarde gevestigd.

Aankondiging door de morgenster

De dag van de Heer wordt aangekondigd door de komst van de morgenster (= Jezus Christus, zie Opb. 22:16) om Zijn gemeente tot Zich te nemen (→ Opneming van de gemeente). "Wie overwint en mijn werken tot het einde toe bewaart ... Ik zal hem de morgenster geven" (Opb. 2:26). Gelovigen zullen de dag van de Heer niet zien, niet op aarde meemaken, omdat zij worden opgenomen in wolken, de Heer tegemoet in de lucht (1 Thess. 4). Zodoende stelt Hij, de Behouder van het Lichaam (Ef. 5:23), de Gemeente, Zijn Verloofde, veilig.

De gelovigen zullen daarbij iets ervaren in hun hart, dat Petrus omschrijft als het opgaan van de morgenster hun harten en dat gebeurt wanneer "de dag aanbreekt" (2 Petr. 1:19).
2Pe 1:19  En zo hebben wij het profetische woord des te vaster, en u doet er goed aan daarop acht te geven als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw harten. (Telos)
De opneming van de gemeente is voor de wereld de plotselinge verdwijning van miljoenen mensen. Deze gebeurtenis is voor de wereld het teken dat de dag van Jahweh nadert, nabij is.

Dageraad

De periode na de opname van de gemeente tot de aanvang van Daniëls zeventigste jaarweek is als de ochtendschemering, het aanbreken van de dag.

Rijzen van de zon

De zon gaat op en rijst, terwijl haar hitte toeneemt.
Jak 1:11  Want de zon gaat op met haar hitte en doet het gras verdorren, en zijn bloem valt af en de schoonheid van haar uiterlijk gaat verloren; zo zal ook de rijke in zijn wegen verwelken. (Telos)
Sommige gelovigen te Thessalonica meenden dat de zon al rijzend was.
2Th 2:2  dat u niet zo snel in uw denken geschokt of verschrikt wordt, noch door geest, noch door woord, noch door brief als van ons, alsof de dag van de Heer al aangebroken zou zijn. (Telos)
De toenemende hitte kan men vergelijken met de rijzende wateren van de zondvloed; ze rezen en bedekten tenslotte heel het aardrijk. Over het aardrijk worden, met de opening van de zegels, Gods oordelen uitgevoerd, die in zwaarte toenemen. Bovendien kunnen de gevolgen van een crisis of ramp komen bij die van een volgende crisis of ramp. Over het rijzen, het opgaan van de zon, namelijk van "de Zon der gerechtigheid" spreekt Mal. 4:2.
Mal 4:1  Want ziet, die dag komt, brandende als een oven, dan zullen alle hoogmoedigen, en al wie goddeloosheid doet, een stoppel zijn, en de toekomstige dag zal ze in vlam zetten, zegt de HEERE der heirscharen, Die hun noch wortel, noch tak laten zal. Mal 4:2  Ulieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen; en gij zult uitgaan, en toenemen, als mestkalveren. Mal 4:3  En gij zult de goddelozen vertreden; want zij zullen as worden onder de zolen uwer voeten, te dien dage, dien Ik maken zal, zegt de HEERE der heirscharen. (SV)
De opgaande zon maakt duidelijk wie God toebehoren en wie niet, wie rechtvaardig is en wie goddeloos (Mal. 3:18). De Godvrezenden zullen genezing ontvangen. De goddelozen echter zullen vergaan. Dezelfde zon die de was zacht maakt, maakt de klei hard.

Hoogtepunt

In het middaguur bereikt de zon haar hoogste punt: Jezus Christus, de zon der gerechtigheid, wordt in heerlijkheid geopenbaard.
Sef 1:7 Zwijgt voor het aangezicht des Heeren HEEREN; want de dag des HEEREN is nabij; want de HEERE heeft een slachtoffer bereid, Hij heeft Zijn genoden geheiligd. (...) Sef 1:14  De grote dag des HEEREN is nabij; hij is nabij, en zeer haastende; de stem van den dag des HEEREN; de held zal aldaar bitterlijk schreeuwen.  Sef 1:15  Die dag zal een dag der verbolgenheid zijn; een dag der benauwdheid en des angstes, een dag der woestheid en verwoesting, een dag der duisternis en der donkerheid, een dag der wolk en der dikke donkerheid; (...) Sef 1:17  En Ik zal de mensen bang maken, dat zij zullen gaan als de blinden; want zij hebben tegen den HEERE gezondigd; en hun bloed zal vergoten worden als stof, en hun vlees zal worden als drek. Sef 1:18  Noch hun zilver, noch hun goud zal hen kunnen redden ten dage der verbolgenheid des HEEREN; maar door het vuur Zijns ijvers zal dit ganse land verteerd worden; want Hij zal een voleinding maken, gewisselijk, een haastige, met al de inwoners dezes lands. (SV)
Dit is 'de dag van Jahweh' in de eigenlijke of strikte zin.
"De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en luisterrijke dag van de Heer komt." (Hnd 2:20)
Dat hoogtepunt van de dag wordt voorafgegaan door 'de verdrukking' (Matth. 24:29)
Mt 24:29 Terstond nu na de verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten van de hemelen zullen wankelen. Mt 24:30 En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen in de hemel; en dan zullen alle stammen van het land weeklagen en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken van de hemel met kracht en grote heerlijkheid. (TELOS)

Afval

De dag van Jahweh in de zin van de wederkomst van Christus in deze wereld wordt voorafgegaan door de openbaring van de Mens van de zonde, de Wetteloze, de verpersoonlijking van de geloofsafval en rebellie tegen God.
2Th 2:1  Wij vragen u echter, broeders, in verband met de komst van onze Heer Jezus Christus en onze bijeenvergadering tot Hem, 2Th 2:2 dat u niet zo snel in uw denken geschokt of verschrikt wordt, noch door geest, noch door woord, noch door brief als van ons, alsof de dag van de Heer al aangebroken zou zijn. 2Th 2:3  Laat niemand u op enigerlei wijze bedriegen, want die komt niet als niet eerst de afval gekomen is en de mens van de zonde geopenbaard is, de zoon van het verderf, 2Th 2:4 die zich verzet en zich verheft tegen al wat God heet of een voorwerp van verering is, zodat hij in de tempel van God gaat zitten en zichzelf vertoont dat hij God is. (TELOS)

Zie 2 Thess. 2:3 voor een nadere bestudering.

Vrede en veiligheid

Aan de dag van de Heer gaan tijdelijke vrede en veiligheid vooraf, als het ware een stilte voor de storm.
1Th 5:2 Want u weet zelf nauwkeurig dat de dag van de Heer komt als een dief in de nacht. 1Th 5:3 Wanneer zij zullen zeggen: Vrede en veiligheid, dan zal een plotseling verderf over hen komen zoals de barensnood over een zwangere, en zij zullen geenszins ontkomen. (TELOS)

Elia

Voordat de dag van Jahweh komt, komt de profeet Elia terug.
Mal 4:5 Zie, Ik zend tot u de profeet Elia, voordat de dag van de HEERE komt, die grote en ontzagwekkende [dag]. Mal 4:6 Hij zal het hart van de vaders tot de kinderen terugbrengen, en het hart van de kinderen tot hun vaders, opdat Ik niet zal komen en de aarde met de ban zal slaan. (HSV)

Komst als een dief en een strik

De Dag van de Heer komt onverwachts, ‘als een dief in de nacht’ (1 Thess. 5:2), 'als een strik' (Luc. 21:34), en brengt ‘een plotseling verderf’ (1 Thess. 5:3).
1Th 5:2 Want u weet zelf nauwkeurig dat de dag van de Heer komt als een dief in de nacht. 1Th 5:3 Wanneer zij zullen zeggen: Vrede en veiligheid, dan zal een plotseling verderf over hen komen zoals de barensnood over een zwangere, en zij zullen geenszins ontkomen. (TELOS)
2Pe 3:10 Maar de dag van de Heer zal komen als een dief, waarop de hemelen met gedruis zullen voorbijgaan en de elementen brandend vergaan en de aarde en de werken daarop zullen gevonden worden. (TELOS)
Opb 3:3 Bedenk dan hoe u het ontvangen en gehoord hebt en bekeer u. Als u dan niet waakt, zal Ik komen als een dief, en u zult geenszins weten op wat voor uur Ik tot u zal komen. (TELOS)
Opb 16:15 Zie, Ik kom als een dief. Gelukkig hij die waakt en zijn kleren bewaart, opdat hij niet naakt wandelt en men zijn schaamte niet ziet. (TELOS)
Lu 21:34 Past echter op uzelf, dat uw harten niet misschien worden bezwaard door roes en dronkenschap en zorgen van het leven, en die dag u plotseling overvalt als een strik. Lu 21:35 Want hij zal komen over allen die gezeten zijn op het hele aardoppervlak. (TELOS)

Groot en vreselijk

Joe 2:11  En de HEERE verheft Zijn stem voor Zijn heir henen; want Zijn leger is zeer groot, want Hij is machtig, doende Zijn woord; want de dag des HEEREN is groot en zeer vreselijk, en wie zal hem verdragen? (SV)
Mal 3:17  En zij zullen, zegt de HEERE der heirscharen, te dien dage, dien Ik maken zal, Mij een eigendom zijn; en Ik zal hen verschonen, gelijk als een man zijn zoon verschoont, die hem dient. Mal 3:18  Dan zult gijlieden wederom zien, [het] [onderscheid] tussen den rechtvaardige en den goddeloze, tussen dien, die God dient, en dien, die Hem niet dient. Mal 4:1 Want ziet, die dag komt, brandende als een oven, dan zullen alle hoogmoedigen, en al wie goddeloosheid doet, een stoppel zijn, en de toekomstige dag zal ze in vlam zetten, zegt de HEERE der heirscharen, Die hun noch wortel, noch tak laten zal. Mal 4:2  Ulieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen; en gij zult uitgaan, en toenemen, als mestkalveren. Mal 4:3  En gij zult de goddelozen vertreden; want zij zullen as worden onder de zolen uwer voeten, te dien dage, dien Ik maken zal, zegt de HEERE der heirscharen. Mal 4:4  Gedenk der wet van Mozes, Mijn knecht, die Ik hem bevolen heb op Horeb aan gans Israël, der inzettingen en rechten. Mal 4:5  Ziet, Ik zende ulieden den profeet Elia, eer dat die grote en die vreselijke dag des HEEREN komen zal. Mal 4:6  En hij zal het hart der vaderen tot de kinderen wederbrengen, en het hart der kinderen tot hun vaderen; opdat Ik niet kome, en de aarde met den ban sla. (SV)

Schrikbarend

De mensen zullen schrikken.
Jes 2:10 Ga in den rotssteen, en verberg u in het stof, vanwege den schrik des HEEREN, en om de heerlijkheid Zijner majesteit. Jes 2:11  De hoge ogen der mensen zullen vernederd worden, en de hoogheid der mannen zal nedergebogen worden; en de HEERE alleen zal in dien dag verheven zijn. Jes 2:12  Want de dag des HEEREN der heirscharen zal zijn tegen allen hovaardige en hoge, en tegen allen verhevene, opdat hij vernederd worde; Jes 2:13  En tegen alle hoge en verhevene cederen van Libanon, en tegen alle eiken van Basan;  Jes 2:14  En tegen alle hoge bergen, en tegen alle verhevene heuvelen;  Jes 2:15  En tegen allen hogen toren, en tegen allen vasten muur; Jes 2:16  En tegen alle schepen van Tarsis, en tegen alle gewenste schilderijen. Jes 2:17  En de hoogheid der mensen zal gebogen, en de hoogheid der mannen zal vernederd worden; en de HEERE alleen zal in die dag verheven zijn. Jes 2:18  En elkeen der afgoden zal ganselijk vergaan. Jes 2:19  Dan zullen zij in de spelonken der rotsstenen gaan, en in de holen der aarde, vanwege den schrik des HEEREN, en vanwege de heerlijkheid Zijner majesteit, wanneer Hij Zich opmaken zal, om de aarde te verschrikken. Jes 2:20  In dien dag zal de mens zijn zilveren afgoden, en zijn gouden afgoden, welke zij zich gemaakt hadden, om zich daarvoor neder te buigen, wegwerpen voor de mollen en de vledermuizen; Jes 2:21  Gaande in de reten der rotsen, en in de kloven der steenrotsen, vanwege den schrik des HEEREN, en vanwege de heerlijkheid Zijner majesteit, wanneer Hij Zich opmaken zal, om de aarde geweldiglijk te verschrikken. (SV)

Ondraaglijk

Joe 2:11  En de HEERE verheft Zijn stem voor Zijn heir henen; want Zijn leger is zeer groot, want Hij is machtig, doende Zijn woord; want de dag des HEEREN is groot en zeer vreselijk, en wie zal hem verdragen? (SV)
Mal 3:2  Maar wie zal den dag Zijner toekomst verdragen, en wie zal bestaan, als Hij verschijnt? Want Hij zal zijn als het vuur van een goudsmid, en als zeep der vollers. (SV)

Toorn

Jes 13:6  Huilt gijlieden, want de dag des HEEREN is nabij; hij komt als een verwoesting van den Almachtige.  Jes 13:7  Daarom zullen alle handen slap worden, en aller mensen hart zal versmelten;  Jes 13:8  En zij zullen verschrikt worden, smarten en weeën zullen hen aangrijpen, zij zullen bang zijn als een barende vrouw; een iegelijk zal over zijn naaste verbaasd zijn; hun aangezichten zullen vlammende aangezichten zijn. Jes 13:9  Ziet, de dag des HEEREN komt, gruwelijk, met verbolgenheid en hittigen toorn, om het land te stellen tot verwoesting, en deszelfs zondaars daaruit te verdelgen. Jes 13:10  Want de sterren des hemels en zijn gesternten zullen haar licht niet laten lichten; de zon zal verduisterd worden, wanneer zij zal opgaan, en de maan zal haar licht niet laten schijnen. Jes 13:11  Want Ik zal over de wereld de boosheid bezoeken, en over de goddelozen hun ongerechtigheid; en Ik zal den hoogmoed der stouten doen ophouden, en de hovaardij der tirannen zal Ik vernederen. Jes 13:12  Ik zal maken, dat een man dierbaarder zal zijn dan dicht goud, en een mens dan fijn goud van Ofir. Jes 13:13  Daarom zal Ik den hemel beroeren, en de aarde zal bewogen worden van haar plaats, vanwege de verbolgenheid des HEEREN der heirscharen, en vanwege den dag Zijns hittigen toorns. (SV)
Sef 1:15  Die dag zal een dag der verbolgenheid zijn; een dag der benauwdheid en des angstes, een dag der woestheid en verwoesting, een dag der duisternis en der donkerheid, een dag der wolk en der dikke donkerheid;  Sef 1:16  Een dag der bazuin en des geklanks tegen de vaste steden en tegen de hoge hoeken. Sef 1:17  En Ik zal de mensen bang maken, dat zij zullen gaan als de blinden; want zij hebben tegen den HEERE gezondigd; en hun bloed zal vergoten worden als stof, en hun vlees zal worden als drek. Sef 1:18  Noch hun zilver, noch hun goud zal hen kunnen redden ten dage der verbolgenheid des HEEREN; maar door het vuur Zijns ijvers zal dit ganse land verteerd worden; want Hij zal een voleinding maken, gewisselijk, een haastige, met al de inwoners dezes lands. (SV)
Ro 2:5  Maar naar uw hardheid en onbekeerlijk hart hoopt u voor uzelf toorn op in de dag van de toorn en van de openbaring van het rechtvaardig oordeel van God, (Telos)
Opb 6:17  want de grote dag van hun toorn is gekomen en wie kan bestaan? (Telos)
Opb 11:18  En de naties zijn toornig geworden, en uw toorn is gekomen en de tijd van de doden om geoordeeld te worden en om het loon te geven aan uw slaven de profeten, en aan de heiligen en aan hen die uw naam vrezen, de kleinen en de groten, en om te verderven hen die de aarde verderven. (Telos)
Sef 1:7 Zwijgt voor het aangezicht des Heeren HEEREN; want de dag des HEEREN is nabij; want de HEERE heeft een slachtoffer bereid, Hij heeft Zijn genoden geheiligd. (...) Sef 1:14  De grote dag des HEEREN is nabij; hij is nabij, en zeer haastende; de stem van den dag des HEEREN; de held zal aldaar bitterlijk schreeuwen.  Sef 1:15  Die dag zal een dag der verbolgenheid zijn; een dag der benauwdheid en des angstes, een dag der woestheid en verwoesting, een dag der duisternis en der donkerheid, een dag der wolk en der dikke donkerheid; (...) Sef 1:17  En Ik zal de mensen bang maken, dat zij zullen gaan als de blinden; want zij hebben tegen den HEERE gezondigd; en hun bloed zal vergoten worden als stof, en hun vlees zal worden als drek. Sef 1:18  Noch hun zilver, noch hun goud zal hen kunnen redden ten dage der verbolgenheid des HEEREN; maar door het vuur Zijns ijvers zal dit ganse land verteerd worden; want Hij zal een voleinding maken, gewisselijk, een haastige, met al de inwoners dezes lands. (SV)
Mal 4:1  Want ziet, die dag komt, brandende als een oven, dan zullen alle hoogmoedigen, en al wie goddeloosheid doet, een stoppel zijn, en de toekomstige dag zal ze in vlam zetten, zegt de HEERE der heirscharen, Die hun noch wortel, noch tak laten zal. Mal 4:2  Ulieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen; en gij zult uitgaan, en toenemen, als mestkalveren. Mal 4:3  En gij zult de goddelozen vertreden; want zij zullen as worden onder de zolen uwer voeten, te dien dage, dien Ik maken zal, zegt de HEERE der heirscharen. (SV)
Misschien dat ook Johannes de Doper in zijn prediking doelde op die dag:
Lu 3:7  Hij zei dan tot de menigten die uitliepen om door hem gedoopt te worden: Adderengebroed, wie heeft u een aanwijzing gegeven om de komende toorn te ontvluchten? (Telos)

Gericht

De Dag van Jahweh wordt in de Heilige Schrift vaak gekenmerkt door gericht voor de goddelozen. De Dag van Jahweh wordt aangeduid als 'groot en vreselijk' (Joel 2:11, 31; Mal. 4:5). Ontzagwekkend en geducht is deze dag.
Ro 2:5  Maar naar uw hardheid en onbekeerlijk hart hoopt u voor uzelf toorn op in de dag van de toorn en van de openbaring van het rechtvaardig oordeel van God, (Telos)
Jds 1:6  En engelen die hun oorsprong niet bewaard, maar hun eigen woonplaats verlaten hebben, heeft Hij tot het oordeel van de grote dag met eeuwige boeien onder duisternis bewaard. (Telos)
De hoogmoedigen zullen worden vernederd.
Jes 2:10 Ga in den rotssteen, en verberg u in het stof, vanwege den schrik des HEEREN, en om de heerlijkheid Zijner majesteit. Jes 2:11  De hoge ogen der mensen zullen vernederd worden, en de hoogheid der mannen zal nedergebogen worden; en de HEERE alleen zal in dien dag verheven zijn. Jes 2:12  Want de dag des HEEREN der heirscharen zal zijn tegen allen hovaardige en hoge, en tegen allen verhevene, opdat hij vernederd worde; Jes 2:13  En tegen alle hoge en verhevene cederen van Libanon, en tegen alle eiken van Basan;  Jes 2:14  En tegen alle hoge bergen, en tegen alle verhevene heuvelen;  Jes 2:15  En tegen allen hogen toren, en tegen allen vasten muur; Jes 2:16  En tegen alle schepen van Tarsis, en tegen alle gewenste schilderijen. Jes 2:17  En de hoogheid der mensen zal gebogen, en de hoogheid der mannen zal vernederd worden; en de HEERE alleen zal in die dag verheven zijn. Jes 2:18  En elkeen der afgoden zal ganselijk vergaan. Jes 2:19  Dan zullen zij in de spelonken der rotsstenen gaan, en in de holen der aarde, vanwege den schrik des HEEREN, en vanwege de heerlijkheid Zijner majesteit, wanneer Hij Zich opmaken zal, om de aarde te verschrikken. Jes 2:20  In dien dag zal de mens zijn zilveren afgoden, en zijn gouden afgoden, welke zij zich gemaakt hadden, om zich daarvoor neder te buigen, wegwerpen voor de mollen en de vledermuizen; Jes 2:21  Gaande in de reten der rotsen, en in de kloven der steenrotsen, vanwege den schrik des HEEREN, en vanwege de heerlijkheid Zijner majesteit, wanneer Hij Zich opmaken zal, om de aarde geweldiglijk te verschrikken. (SV)
Hij brengt verderf en verdelging van de goddelozen. De Heer Jezus vergelijkt dat met de tijd van Noach en die van Lot.
Lu 17:27 zij aten, zij dronken, zij trouwden, zij huwelijkten uit, tot op de dag dat Noach in de ark ging en de zondvloed kwam en hen allen verdelgde. Lu 17:28 Evenzo, zoals het gebeurde in de dagen van Lot: zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij plantten, zij bouwden; Lu 17:29 op de dag echter dat Lot uit Sodom ging, regende het vuur en zwavel van de hemel en verdelgde hen allen. (TELOS)
1Th 5:2 Want u weet zelf nauwkeurig dat de dag van de Heer komt als een dief in de nacht. 1Th 5:3 Wanneer zij zullen zeggen: Vrede en veiligheid, dan zal een plotseling verderf over hen komen zoals de barensnood over een zwangere, en zij zullen geenszins ontkomen. (TELOS)
Joe 2:1 Blaast de bazuin te Sion, en roept luide op den berg Mijner heiligheid; laat alle inwoners des lands beroerd zijn, want de dag des HEEREN komt, want hij is nabij. Joe 2:2 Een dag van duisternis en donkerheid, een dag van wolken en dikke duisterheid, … (…) Joe 2:11 En de HEERE verheft Zijn stem voor Zijn heir henen; want Zijn leger is zeer groot, want Hij is machtig, doende Zijn woord; want de dag des HEEREN is groot en zeer vreselijk, en wie zal hem verdragen? (...) Joe 2:30 En Ik zal wondertekenen geven in den hemel en op de aarde: bloed, en vuur, en rookpilaren. Joe 2:31 De zon zal veranderd worden in duisternis, en de maan in bloed, eer dat die grote en vreselijke dag des HEEREN komt. Joe 2:32 En het zal geschieden, al wie den Naam des HEEREN zal aanroepen, zal behouden worden; want op den berg Sions en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, gelijk als de HEERE gezegd heeft; en dat, bij de overgeblevenen, die de HEERE zal roepen. Joe 3:1  Want ziet, in die dagen en te dier tijd, als Ik de gevangenis van Juda en Jeruzalem zal wenden; Joe 3:2 Dan zal Ik alle heidenen vergaderen, en zal hen afvoeren in het dal van Josafat; en Ik zal met hen aldaar richten, vanwege Mijn volk en Mijn erfdeel Israël, dat zij onder de heidenen hebben verstrooid, en Mijn land gedeeld;
Mal 4:1 Want ziet, die dag komt, brandende als een oven, dan zullen alle hoogmoedigen, en al wie goddeloosheid doet, een stoppel zijn, en de toekomstige dag zal ze in vlam zetten, zegt de HEERE der heirscharen, Die hun noch wortel, noch tak laten zal. (SV)
De Zoon des mensen, de beloofde 'Leraar der gerechtigheid' (Joël 2:23) en 'de Koning der koningen' (1 Tim. 6:15), komt dan in heerlijkheid, op de wolken van de hemel. Het is alsof eindelijk de zon opgaat en in zijn volle heerlijkheid gezien wordt, de 'Zon der gerechtigheid' (Mal. 4:2). De Verlosser van Israël zal zijn voeten planten op de Olijfberg, die voor (de oude stad van) Jeruzalem ligt. Deze dag van de komst van de Almachtige wordt impliciet aangeduid door de woorden 'die komt' in de omschrijving 'die is en die was en die komt, de Almachtige' (Opb. 1:4, 8; 4:8).
Zac 14:3 En de HEERE zal uittrekken, en Hij zal strijden tegen die heidenen, gelijk ten dage als Hij gestreden heeft, ten dage des strijds.  Zac 14:4 En Zijn voeten zullen te dien dage staan op den Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, tegen het oosten; en de Olijfberg zal in tweeën gespleten worden naar het oosten, en naar het westen, [zodat] er een zeer grote vallei zal zijn; en de ene helft des bergs zal wijken naar het noorden, en de helft deszelven naar het zuiden. Zac 14:5 Dan zult gijlieden vlieden [door] de vallei Mijner bergen (want deze vallei der bergen zal reiken tot Azal), en gij zult vlieden, gelijk als gij vloodt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, den koning van Juda; dan zal de HEERE, mijn God, komen, [en] al de heiligen met U, [o HEERE]! Zac 14:6 En het zal te dien dage geschieden, dat er niet zal zijn het kostelijk licht, en de dikke duisternis. Zac 14:7 Maar het zal een enige dag zijn, die den HEERE bekend zal zijn; het zal noch dag, noch nacht zijn; en het zal geschieden, ten tijde des avonds, dat het licht zal wezen. (SV)
Mal 4:2 Ulieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen; en gij zult uitgaan, en toenemen, als mestkalveren. (SV)
Opb 1:8 Ik ben de alfa en de omega, zegt de Heer, God, Hij die is en die was en die komt, de Almachtige. (TELOS)

Tekenen aan de hemel

Vóór de dag van Jahweh wordt de zon veranderd in duisternis en de maan in bloed (Joël 2:31).
Joe 2:31 De zon zal veranderd worden in duisternis, en de maan in bloed, eer dat die grote en vreselijke dag des HEEREN komt. (SV)
Hnd 2:20  De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en luisterrijke dag van de Heer komt. (Telos)
Deze verandering aan zon en maan kondigen de dag van Jahweh aan. De dag van Jahweh is "een dag van wolken en dikke duisternis" (Joël 2:2). "De zon en maan worden zwart, en de sterren trekken hun glans in" (2:10).
Joe 2:1 Blaast de bazuin te Sion, en roept luide op den berg Mijner heiligheid; laat alle inwoners des lands beroerd zijn, want de dag des HEEREN komt, want hij is nabij. Joe 2:2  Een dag van duisternis en donkerheid, een dag van wolken en dikke duisterheid, als de dageraad uitgespreid over de bergen; een groot en machtig volk, desgelijks van ouds niet geweest is, en na hetzelve niet meer zal zijn tot in jaren van vele geslachten. Joe 2:3  Voor hetzelve verteert een vuur, en achter hetzelve brandt een vlam; het land is voor hetzelve als een lusthof, maar achter hetzelve een woeste wildernis, en ook is er geen ontkomen van hetzelve. Joe 2:4  De gedaante deszelven is als de gedaante van paarden, en als ruiters zo zullen zij lopen. Joe 2:5  Zij zullen daarhenen springen als een gedruis van wagenen, op de hoogten der bergen; als het gedruis ener vuurvlam, die stoppelen verteert; als een machtig volk, dat in slagorde gesteld is. Joe 2:6  Van deszelfs aangezicht zullen de volken in pijn zijn; alle aangezichten zullen betrekken [als] een pot.  Joe 2:7  Als helden zullen zij lopen, als krijgslieden zullen zij de muren beklimmen; en zij zullen daarhenen trekken, een iegelijk in zijn wegen, en zullen hun paden niet verdraaien. Joe 2:8  Ook zullen zij de een den ander niet dringen; zij zullen daarhenen trekken elk in zijn baan; en al vielen zij op een geweer, zij zouden niet verwond worden. Joe 2:9  Zij zullen in de stad omlopen, zij zullen lopen op de muren, zij zullen klimmen in de huizen; zij zullen door de vensteren inkomen als een dief. Joe 2:10  De aarde is beroerd voor deszelfs aangezicht, de hemel beeft; de zon en maan worden zwart, en de sterren trekken haar glans in. Joe 2:11  En de HEERE verheft Zijn stem voor Zijn heir henen; want Zijn leger is zeer groot, want Hij is machtig, doende Zijn woord; want de dag des HEEREN is groot en zeer vreselijk, en wie zal hem verdragen? (SV)
Als Christus geopenbaard gaat worden "met kracht en grote heerlijkheid" (Matth. 24:30), "met de engelen van zijn kracht, in vlammend vuur" (2 Thess. 1:7,8), maken zon, maan en sterren als het ware plaats voor het ware Licht der wereld.
Joe 3:12  De heidenen zullen zich opmaken, en optrekken naar het dal van Josafat; maar aldaar zal Ik zitten, om te richten alle heidenen van rondom.  Joe 3:13  Slaat de sikkel aan, want de oogst is rijp geworden; komt aan, daalt henen af, want de pers is vol, en de perskuipen lopen over; want hunlieder boosheid is groot.  Joe 3:14  Menigten, menigten in het dal des dorswagens; want de dag des HEEREN is nabij, in het dal des dorswagens.  Joe 3:15  De zon en maan zijn zwart geworden, en de sterren hebben haar glans ingetrokken. Joe 3:16  En de HEERE zal uit Sion brullen, en uit Jeruzalem Zijn stem geven, dat hemel en aarde beven zullen; maar de HEERE zal de Toevlucht Zijns volks, en de Sterkte der kinderen Israëls zijn. (SV)
Jes 13:3  Ik heb aan Mijn geheiligden bevel gegeven; ook heb Ik tot Mijn toorn geroepen Mijn helden, de vrolijken Mijner hoogheid. Jes 13:4  Er is een ruisende stem op de bergen, gelijk eens groten volks; een stem van gedruis der koninkrijken, der verzamelde heidenen; de HEERE der heirscharen monstert het krijgsheir.  Jes 13:5  Zij komen uit verren lande, van het einde des hemels; de HEERE en de instrumenten Zijner gramschap, om dat ganse land te verderven. Jes 13:6  Huilt gijlieden, want de dag des HEEREN is nabij; hij komt als een verwoesting van den Almachtige.  Jes 13:7  Daarom zullen alle handen slap worden, en aller mensen hart zal versmelten;  Jes 13:8  En zij zullen verschrikt worden, smarten en weeën zullen hen aangrijpen, zij zullen bang zijn als een barende vrouw; een iegelijk zal over zijn naaste verbaasd zijn; hun aangezichten zullen vlammende aangezichten zijn. Jes 13:9  Ziet, de dag des HEEREN komt, gruwelijk, met verbolgenheid en hittigen toorn, om het land te stellen tot verwoesting, en deszelfs zondaars daaruit te verdelgen. Jes 13:10  Want de sterren des hemels en zijn gesternten zullen haar licht niet laten lichten; de zon zal verduisterd worden, wanneer zij zal opgaan, en de maan zal haar licht niet laten schijnen. Jes 13:11  Want Ik zal over de wereld de boosheid bezoeken, en over de goddelozen hun ongerechtigheid; en Ik zal den hoogmoed der stouten doen ophouden, en de hovaardij der tirannen zal Ik vernederen. Jes 13:12  Ik zal maken, dat een man dierbaarder zal zijn dan dicht goud, en een mens dan fijn goud van Ofir. Jes 13:13  Daarom zal Ik den hemel beroeren, en de aarde zal bewogen worden van haar plaats, vanwege de verbolgenheid des HEEREN der heirscharen, en vanwege den dag Zijns hittigen toorns. (SV)
Jes 24:23  En de maan zal schaamrood worden, en de zon zal beschaamd worden, als de HEERE der heirscharen regeren zal op den berg Sion en te Jeruzalem, en voor zijn oudsten zal heerlijkheid zijn. (SV)
Jes 34:2  Want de verbolgenheid des HEEREN is over al de heidenen, en grimmigheid over al hun heir; Hij heeft hen verbannen, Hij heeft ze ter slachting overgegeven. (...) Jes 34:3  En hun verslagenen zullen weggeworpen worden, en van hun dode lichamen zal hun stank opgaan; en de bergen zullen smelten van hun bloed.  Jes 34:4  En al het heir der hemelen zal uitteren, en de hemelen zullen toegerold worden, gelijk een boek, en al hun heir zal afvallen, gelijk een blad van den wijnstok afvalt, en gelijk [een] [vijg] afvalt van den vijgeboom. Jes 34:5  Want Mijn zwaard is dronken geworden in den hemel; ziet, het zal ten oordeel nederdalen op Edom, en op het volk, hetwelk Ik verbannen heb. (...) Jes 34:8  Want het zal zijn de dag der wraak des HEEREN, een jaar der vergeldingen, om Sions twistzaak. (SV)
Sef 1:14  De grote dag des HEEREN is nabij; hij is nabij, en zeer haastende; de stem van den dag des HEEREN; de held zal aldaar bitterlijk schreeuwen.  Sef 1:15  Die dag zal een dag der verbolgenheid zijn; een dag der benauwdheid en des angstes, een dag der woestheid en verwoesting, een dag der duisternis en der donkerheid, een dag der wolk en der dikke donkerheid;
Am 8:9  En het zal te dien dage geschieden, spreekt de Heere HEERE, dat Ik de zon op den middag zal doen ondergaan, en het land bij lichten dage verduisteren. (SV)
Zac 14:6  En het zal te dien dage geschieden, dat er niet zal zijn het kostelijk licht, en de dikke duisternis.  Zac 14:7  Maar het zal een enige dag zijn, die den HEERE bekend zal zijn; het zal noch dag, noch nacht zijn; en het zal geschieden, ten tijde des avonds, dat het licht zal wezen. (SV)
Vergelijk:
Mt 24:29 Terstond nu na de verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten van de hemelen zullen wankelen. Mt 24:30 En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen in de hemel; en dan zullen alle stammen van het land weeklagen en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken van de hemel met kracht en grote heerlijkheid. (TELOS)
Lu 21:25  En er zullen tekenen zijn aan zon, maan en sterren, en op de aarde benauwdheid onder de volken, in radeloosheid door het bruisen van zee en watergolven, Lu 21:26  terwijl mensen het besterven van bangheid en verwachting van de dingen die over het aardrijk komen; want de krachten van de hemelen zullen wankelen. Lu 21:27  En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen in een wolk, met kracht en grote heerlijkheid. (Telos)
Mr 13:24 Maar in die dagen, na die verdrukking, zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar schijnsel niet geven, Mr 13:25  en de sterren zullen uit de hemel vallen en de krachten die in de hemelen zijn, zullen wankelen.  Mr 13:26  En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen in wolken, met grote kracht en heerlijkheid. (Telos)
Opb 6:12  En ik zag, toen het Lam het zesde zegel opende, en er kwam een grote aardbeving, en de zon werd zwart als een haren zak en de hele maan werd als bloed,  Opb 6:13  en de sterren van de hemel vielen op de aarde, zoals een vijgeboom zijn onrijpe vijgen afwerpt als hij door een harde wind geschud wordt. Opb 6:14  En de hemel week terug als een boek dat wordt opgerold, en elke berg en elk eiland werden van hun plaatsen gerukt. (Telos)
Heb 12:25  Kijkt u uit dat u Hem die spreekt, niet afwijst. Want als zij niet ontkomen zijn, die Hem afwezen die op aarde Goddelijke aanwijzingen gaf, hoeveel te minder wij, als wij ons afwenden van Hem die van de hemelen spreekt. Heb 12:26  Toen deed zijn stem de aarde wankelen; maar nu heeft Hij beloofd en gezegd: ‘Nog eenmaal zal Ik niet alleen de aarde doen beven maar ook de hemel’.  Heb 12:27  Dit ‘nog eenmaal’ nu duidt de verandering van de wankelbare-als gemaakte-dingen aan, opdat de dingen blijven die niet wankelbaar zijn.  Heb 12:28  Laten wij dus, daar wij een onwankelbaar koninkrijk ontvangen, de genade vasthouden, en laten wij daardoor God dienen op een Hem welbehaaglijke wijze met eerbied en ontzag. Heb 12:29  Immers onze God is een verterend vuur. (Telos)
De duisternis zal opeens doorbroken worden door Licht uit de hemel, wanneer Jahweh als de zon der gerechtigheid opgaat over Israël. De duisternis vormt de achtergrond voor het Licht. De hemellichten worden als het ware uitgeschakeld, zodat wij Gods heerlijkheid zien.
Jes 60:1  Maak u op, word verlicht, want uw Licht komt, en de heerlijkheid des HEEREN gaat over u op. Jes 60:2  Want zie, de duisternis zal de aarde bedekken, en donkerheid de volken; doch over u zal de HEERE opgaan, en Zijn heerlijkheid zal over u gezien worden.  Jes 60:3  En de heidenen zullen tot uw licht gaan, en koningen tot den glans, die u is opgegaan. (SV)
Mt 16:28  Voorwaar, Ik zeg u, dat er sommigen zijn van hen die hier staan, die de dood geenszins zullen smaken voordat zij de Zoon des mensen hebben zien komen in zijn koninkrijk.  Mt 17:1  En na zes dagen nam Jezus Petrus, Jakobus en zijn broer Johannes mee en bracht hen afzonderlijk op een hoge berg. Mt 17:2  En Hij werd in hun bijzijn van gedaante veranderd; en zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren werden wit als het licht. (Telos)
De komst in de wereld van de Heer Jezus zal zijn als de bliksem, die plotseling de hemel verlicht en door ieder gezien wordt.
Mt 24:26 Als zij dan tot u zeggen: Zie, Hij is in de woestijn, gaat er niet heen. Zie, Hij is in de binnenkamers, gelooft het niet. Mt 24:27 Want zoals de bliksem uitgaat van het oosten en schijnt tot het westen, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn. (TELOS)
De tekenen aan de hemel staan ook in verband met de slachting te Harmageddon, waarvan in type de volgende passage spreekt:
Eze 32:3  Alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal daarom Mijn net over u uitspreiden door een vergadering van vele volken; die zullen u optrekken in Mijn garen. Eze 32:4  Dan zal Ik u laten op het land, Ik zal u henenwerpen op het open veld; en Ik zal al het gevogelte des hemels op u doen wonen, en het gedierte der ganse aarde van u verzadigen. Eze 32:5  En Ik zal uw vlees henengeven op de bergen, en de dalen met uw hoogheid vervullen. Eze 32:6  En Ik zal het land, waarin gij zwemt, van uw bloed drenken tot aan de bergen; en de stromen zullen van u vervuld worden.  Eze 32:7  En als Ik u zal uitblussen, zal Ik den hemel bedekken, en zijn sterren zwart maken; Ik zal de zon met wolken bedekken, en de maan zal haar licht niet laten lichten. Eze 32:8  Alle lichtende lichten aan den hemel, die zal Ik om uwentwil zwart maken; en Ik zal een duisternis over uw land maken, spreekt de Heere HEERE. Eze 32:9  Daartoe zal Ik het hart van vele volken verdrietig maken, als Ik uw verbreking onder de heidenen zal brengen in de landen, die gij niet gekend hebt. (SV)

Oorlog

De schrikbarende tekenen aan de hemel doen zich voor als de legers van de wereld verzameld zijn in Armageddon. Op 'de grote dag van God de Almachtige' (Opb. 16:14) vindt een oorlog plaats.
Opb 16:12  En de zesde goot zijn schaal uit op de grote rivier de Eufraat, en zijn water droogde op, opdat de weg van de koningen die van de zonsopgang komen, bereid zou worden. Opb 16:13  En ik zag uit de mond van de draak en uit de mond van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten komen als kikkers; Opb 16:14  want het zijn geesten van demonen die tekenen doen en die uitgaan naar de koningen van het hele aardrijk, om hen te verzamelen tot de oorlog van de grote dag van God de Almachtige. (Telos)
Wanneer de Heer als aanvoerder met zijn leger uit de hemel komt, voert Hij oorlog in gerechtigheid.

Verterend vuur

Door het vuur van Zijn ijver zal God het land verteren.
Sef 1:17  En Ik zal de mensen bang maken, dat zij zullen gaan als de blinden; want zij hebben tegen den HEERE gezondigd; en hun bloed zal vergoten worden als stof, en hun vlees zal worden als drek. Sef 1:18  Noch hun zilver, noch hun goud zal hen kunnen redden ten dage der verbolgenheid des HEEREN; maar door het vuur Zijns ijvers zal dit ganse land verteerd worden; want Hij zal een voleinding maken, gewisselijk, een haastige, met al de inwoners dezes lands. (SV)
Als God/Christus verschijnt, zal Hij zijn "als het vuur van een goudsmid".
Mal 3:2  Maar wie zal den dag Zijner toekomst verdragen, en wie zal bestaan, als Hij verschijnt? Want Hij zal zijn als het vuur van een goudsmid, en als zeep der vollers. (SV)
De dag van Jahweh komt "brandend als een oven". De goddelozen zullen in vlam worden gezet en verteerd worden als een stoppel.
Mal 4:1  Want ziet, die dag komt, brandende als een oven, dan zullen alle hoogmoedigen, en al wie goddeloosheid doet, een stoppel zijn, en de toekomstige dag zal ze in vlam zetten, zegt de HEERE der heirscharen, Die hun noch wortel, noch tak laten zal. Mal 4:2  Ulieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen; en gij zult uitgaan, en toenemen, als mestkalveren. Mal 4:3  En gij zult de goddelozen vertreden; want zij zullen as worden onder de zolen uwer voeten, te dien dage, dien Ik maken zal, zegt de HEERE der heirscharen. (SV)
Op de dag van Jahweh komt "een groot en machtig volk", zonder weerga, aan. Voor en achter dit volk verteert een vuur. Hun geluid is als het gedruis van een vuurvlam, die stoppels verteert.
Joe 2:1 Blaast de bazuin te Sion, en roept luide op den berg Mijner heiligheid; laat alle inwoners des lands beroerd zijn, want de dag des HEEREN komt, want hij is nabij. Joe 2:2  Een dag van duisternis en donkerheid, een dag van wolken en dikke duisterheid, als de dageraad uitgespreid over de bergen; een groot en machtig volk, desgelijks van ouds niet geweest is, en na hetzelve niet meer zal zijn tot in jaren van vele geslachten. Joe 2:3  Voor hetzelve verteert een vuur, en achter hetzelve brandt een vlam; het land is voor hetzelve als een lusthof, maar achter hetzelve een woeste wildernis, en ook is er geen ontkomen van hetzelve. Joe 2:4  De gedaante deszelven is als de gedaante van paarden, en als ruiters zo zullen zij lopen. Joe 2:5  Zij zullen daarhenen springen als een gedruis van wagenen, op de hoogten der bergen; als het gedruis ener vuurvlam, die stoppelen verteert; als een machtig volk, dat in slagorde gesteld is. (SV)
De Heer Jezus verschijnt "met de engelen van zijn kracht, in vlammend vuur" (2 Thess. 1:7,8)
2Th 1:6  daar het rechtvaardig is bij God, aan hen die u verdrukken, verdrukking te vergelden, 2Th 1:7  en aan u die verdrukt wordt, rust met ons bij de openbaring van de Heer Jezus van de hemel met de engelen van zijn kracht, 2Th 1:8  in vlammend vuur, als Hij wraak brengt over hen die God niet kennen en over hen die het evangelie van onze Heer Jezus niet gehoorzamen. 2Th 1:9  Zij zullen als straf lijden het eeuwig verderf, verwijderd van het aangezicht van de Heer en van de heerlijkheid van zijn sterkte, 2Th 1:10  wanneer Hij komt om op die dag verheerlijkt te worden in zijn heiligen en bewonderd te worden in allen die hebben geloofd; want ons getuigenis aan u is geloofd geworden. (Telos)

Dag van het slachtoffer van Jahweh

Op de dag dat Christus verschijnt wordt 'de grote maaltijd van God' aangericht (Opb. 19:17). Het is 'de dag van het slachtoffer van Jahweh'.
Sef 1:7 Zwijgt voor het aangezicht des Heeren HEEREN; want de dag des HEEREN is nabij; want de HEERE heeft een slachtoffer bereid, Hij heeft Zijn genoden geheiligd. Sef 1:8  En het zal geschieden in den dag van het slachtoffer des HEEREN, dat Ik bezoeking zal doen over de vorsten, en over de kinderen des konings, en over allen, die zich kleden met vreemde kleding. (SV)
Opb 19:17  En ik zag een engel staan in de zon, en hij riep met luider stem en zei tot alle vogels die in het midden van de hemel vlogen: Komt, verzamelt u tot de grote maaltijd van God; (Telos)

Heil

De dag van de HEER zal, naast gericht, ook verandering ten goede en genezing brengen. Israël komt tot bekering en wedergeboorte. De Godvrezenden zullen genezing en geborgenheid vinden en goed gevoed worden.
Joe 3:16  En de HEERE zal uit Sion brullen, en uit Jeruzalem Zijn stem geven, dat hemel en aarde beven zullen; maar de HEERE zal de Toevlucht Zijns volks, en de Sterkte der kinderen Israëls zijn. (SV)
Mal 3:17  En zij zullen, zegt de HEERE der heirscharen, te dien dage, dien Ik maken zal, Mij een eigendom zijn; en Ik zal hen verschonen, gelijk als een man zijn zoon verschoont, die hem dient. Mal 3:18  Dan zult gijlieden wederom zien, [het] [onderscheid] tussen den rechtvaardige en den goddeloze, tussen dien, die God dient, en dien, die Hem niet dient. Mal 4:1 Want ziet, die dag komt, brandende als een oven, dan zullen alle hoogmoedigen, en al wie goddeloosheid doet, een stoppel zijn, en de toekomstige dag zal ze in vlam zetten, zegt de HEERE der heirscharen, Die hun noch wortel, noch tak laten zal. Mal 4:2  Ulieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen; en gij zult uitgaan, en toenemen, als mestkalveren. Mal 4:3  En gij zult de goddelozen vertreden; want zij zullen as worden onder de zolen uwer voeten, te dien dage, dien Ik maken zal, zegt de HEERE der heirscharen. Mal 4:4  Gedenk der wet van Mozes, Mijn knecht, die Ik hem bevolen heb op Horeb aan gans Israël, der inzettingen en rechten. Mal 4:5  Ziet, Ik zende ulieden den profeet Elia, eer dat die grote en die vreselijke dag des HEEREN komen zal. Mal 4:6  En hij zal het hart der vaderen tot de kinderen wederbrengen, en het hart der kinderen tot hun vaderen; opdat Ik niet kome, en de aarde met den ban sla. (SV)

Gewone dag

Er zijn aanwijzingen dat de dag van de Heer, waarop de Zoon des mensen terugkomt op aarde, een gewone enkele dag is, niet in figuurlijke zin een periode van dagen of weken of jaren[7].
Am 8:9  En het zal te dien dage geschieden, spreekt de Heere HEERE, dat Ik de zon op den middag zal doen ondergaan, en het land bij lichten dage verduisteren. (SV)
Zac 14:6  En het zal te dien dage geschieden, dat er niet zal zijn het kostelijk licht, en de dikke duisternis.  Zac 14:7  Maar het zal een enige dag zijn, die den HEERE bekend zal zijn; het zal noch dag, noch nacht zijn; en het zal geschieden, ten tijde des avonds, dat het licht zal wezen. (SV)
Het zal één dag zijn. Vergelijk:
Jes 10:17  Want het Licht van Israël zal tot een vuur zijn, en zijn Heilige tot een vlam, welke in brand steken en verteren zal zijn doornen en zijn distelen, op een dag. (SV)
Eén dag, gelijk ook het apocalyptische Babylon in één dag getroffen wordt door plagen (Opb. 18:8).

Vrederijk

Het duizendjarige vrederijk is de dag van de Heer in de figuurlijke zin van 'dag'. Het zal de 'dag van de Heer' zijn in tegenstelling tot 'dag van de mens'. Gód heeft het voor het zeggen.

De dag van de Heer is volgens sommigen de periode van de Grote Verdrukking (= de tweede helft, de tweede 3,5 jaar, van de laatste jaarweek van Daniël) en het daaropvolgende duizendjarige Vrederijk[2].

Einde

De dag van de Heer begint en eindigt met vuur (Mal. 4:1; 2 Pe 3:10). De dag eindigt met de ondergang van de huidige hemelen en aarde, de vernietiging van de kosmos (2 Petr. 3:10). ‘Dit alles vergaat’ (2 Petr. 3:11). 

Op dit einde van de ‘dag van de Heer’ volgt ‘de dag van God’ (2 Petr. 3:12), die begint met de schepping van nieuwe hemelen en een nieuwe aarde (2 Petr. 3:13), een nieuwe wereld ‘waarin gerechtigheid woont (2 Petr. 3:13).
2Pe 3:10 Maar de dag van de Heer zal komen als een dief, waarop de hemelen met gedruis zullen voorbijgaan en de elementen brandend vergaan en de aarde en de werken daarop zullen gevonden worden. 2Pe 3:11 Daar dit alles dus vergaat, hoe behoort u te zijn in heilige wandel en godsvrucht, 2Pe 3:12 terwijl u de komst van de dag van God verwacht en verhaast, ter wille waarvan de hemelen in vuur gezet zullen vergaan en de elementen brandend zullen wegsmelten. 2Pe 3:13 Wij echter verwachten naar zijn belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde waar gerechtigheid woont. 2Pe 3:14 Daarom, geliefden, daar u deze dingen verwacht, beijvert u onbesmet en onberispelijk voor Hem te worden gevonden in vrede. 2Pe 3:15 En houdt de lankmoedigheid van onze Heer voor behoudenis, zoals ook onze geliefde broeder Paulus naar de hem gegeven wijsheid u heeft geschreven; (TELOS)

Dag van Jahweh en de dag van Christus Jezus

Het is belangrijk om de grote en vreselijke Dag van Jahweh te onderscheiden van de Dag van Christus Jezus, die begint met de (weder)komst van de Heer Jezus om zijn heiligen op te halen. Velen hebben de uitdrukking verkeerd toegepast, en dikwijls is beweerd dat de tweede brief aan de Thessalonicenzen is geschreven om de heiligen te kennen te geven dat het verkeerd is om de wederkomst van de Heer te verwachten. In feite echter meenden zij dat de Dag van Jahweh was gekomen, hoewel de eerste brief de twee zaken duidelijk uit elkaar houdt, vergelijk 1 Thess. 4:13-18 met 1 Thess. 5:1-4, vergelijk ook het onderscheid tussen de Heer Jezus als de Morgenster (die aan de Zon voorafgaat) en Hem als de Zon der gerechtigheid. De grote Dag van Jahweh kan pas na de openbaring van de ‘zoon van het verderf’ komen. Op de Dag van Jahweh wordt de Heer Jezus geopenbaard en wij, de eerder opgenomen en verheerlijkte heiligen, met Hem.
Col 3:4 Wanneer Christus, uw leven, geopenbaard wordt, dan zult ook u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid. (TELOS)

De 'dag van de Heer' in Opb. 1:10

In Openb. 1: 10 lezen wij: "Ik was in de Geest op de dag van de Heer." Deze 'dag van de Heer' is een andere dan de toekomstige 'dag van de Heer', die gekenmerkt wordt door oordeel en de openbaring van Christus. Letterlijk staat in genoemd vers "heer-lijke dag", waarbij 'heerlijke" een bijvoeglijk naamwoord afgeleid van "heer" is. De betekenis is: de dag toebehorend aan de Heer. Men kan bij benadering zeggen "op 's Heren dag," evenals in 1 Kor. 11 : 20 "'s Heren avondmaal," lett. "heer-lijke avondmaal". De Engelsen zeggen dan ook altijd, als het over de zondag gaat "the Lord's day" ("des Heren dag") in plaats van "the day of the Lord" ("de dag van de Heer"). Evenzo spreken zij van 'the Lord's supper' ('des Heren avondmaal').

Het oorspronkelijk voor "dag van de Heer" in Openb. 1 : 10 is dus heel anders dan het elders in het Nieuwe Testament voorkomende "dag van de Heer." In 't laatste geval is het "een dag van het gericht", in het eerste geval is het "des Heren dag," een uitdrukking ontleend aan de naam van onze Heer Jezus Christus en door de apostel Johannes, de schrijver van het laatste bijbelboek, gebruikt als een bij allen bekende uitdrukking.

Opb. 6

Hemeltekenen na het zesde zegel (Opb. 6:12-14)

Na de opening van het 6e oordeelszegel wordt de zon zwart en de maan als bloed en de sterren vallen op de aarde en de hemel wijkt terug als een boek dat wordt opgerold.
Opb 6:12  En ik zag, toen het Lam het zesde zegel opende, en er kwam een grote aardbeving, en de zon werd zwart als een haren zak en de hele maan werd als bloed,  Opb 6:13  en de sterren van de hemel vielen op de aarde, zoals een vijgeboom zijn onrijpe vijgen afwerpt als hij door een harde wind geschud wordt. Opb 6:14  En de hemel week terug als een boek dat wordt opgerold, en elke berg en elk eiland werden van hun plaatsen gerukt. (Telos)
Dat doet denken aan de enkele dag van Jahweh, die later plaatsvindt. Hoe valt dat te rijmen. Een verklaring is dat de gevolgen van het 6e zegel doorwerken tot op de dag van de Heer.[8]

'De grote dag van hun toorn is gekomen' (Opb. 6:17)

Bij de opening van het zesde zegel gebeuren er zulke vreselijke dingen, in de hemel en op de aarde, dat mensen erkennen dat de grote dag van de toorn van God en van het Lam is gekomen.
Opb 6:15  En de koningen van de aarde en de groten en de oversten over duizend en de rijken en de sterken en elke slaaf en vrije verborgen zich in de holen en in de rotsen van de bergen; Opb 6:16  en zij zeiden tot de bergen en tot de rotsen: Valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht van Hem die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam; Opb 6:17  want de grote dag van hun toorn is gekomen en wie kan bestaan? (Telos)
Sommige uitleggers denken dat dan de dag van Jahweh is aangebroken. Maar de eigenlijke dag van Jahweh is de dag dat de Heer Jezus als Rechter van hemel en aarde verschijnt en een gericht voltrekt. Zijn komst is "na de verdrukking van die dagen" (Matt. 24:29), dus niet tijdens die periode van verdrukking. Wel is het zo, dat de mensen in Opb. 6:15-16 dan terdege beseffen dat de rampen een uiting van Gods toorn zijn. Ze bemerken en zien in dat God Zijn toorn uitgiet. Sommige uitleggers stellen dat het zesde zegel gevolgen heeft die doorlopen tot de dag van Jahweh en dat 'de grote dag van hun toorn' wel betrekking heeft de enkele dag waarop Jezus verschijnt als een bliksem.[8]

Meer informatie

Demolishing the Pre Wrath Rapture | Lee Brainard. Youtube.com: Prophecy Watchers, 31 mei 2022. Duur: 58 min. 33 sec. Lee Brainard gaat in de 2e helft van de video in op de Dag van Jahweh.

Bronnen

A New and Concise Bible Dictionary (George Morris, 1899) s.v. Day of the Lord. Tekst hiervan is op 21 febr. 2014 vertaald en verwerkt.

The Day of the Lord. Youtube.com: Soothkeep, 27 juli 2022. Duur: 55 min. 39 sec. Voordracht van Lee Brainard over de dag van Jahweh.

Voetnoten

  1. Volgens Gary Stearman is de dag van Jahweh gelijk aan de zeven jaar durende laatste jaarweek van Daniël. Zie Gary Stearman: Elijah is coming. Youtube.com: Prophecy Watchers, 20 april 2016.
  2. 2,0 2,1 Wim Zwitser, De komst van Christus en de opname van de Gemeente. Lezing in Veenendaal (NL), 10 juni 2017.
  3. Einführung in den 2. Petrusbrief Teil 2 Dr. Roger Liebi. Youtube.com: Thomas Fuchs, 26 okt. 2016. Vanaf 42 min en ook vanaf 56 min. Geluidsopname van een voordracht door Roger Liebi over de tweede brief van Petrus.
  4. 4,0 4,1 The Day of the Lord. Youtube.com: Soothkeep, 27 juli 2022. Duur: 55 min. 39 sec. Voordracht van Lee Brainard over de dag van Jahweh.
  5. 5,0 5,1 The Day of The Lord: Seven Facts Many Have Missed. Youtube.com: Soothkeep, 3 juli 2022. Duur: 22min. 7 sec. Voordracht door Lee Brainard.
  6. Demolishing the Pre Wrath Rapture | Lee Brainard. Youtube.com: Prophecy Watchers, 31 mei 2022. Duur: 58 min. 33 sec. Lee Brainard gaat in de 2e helft van de video in op de Dag van Jahweh.
  7. Ook de plagen die Babylon zullen treffen, grijpen naar 't schijnt op één enkele dag plaats: Opb 18:8  Daarom zullen haar plagen op een dag komen: dood en rouw en honger, en met vuur zal zij verbrand worden; want sterk is de Heer, God, die haar geoordeeld heeft.
  8. 8,0 8,1 The Day of The Lord: Seven Facts Many Have Missed. Youtube.com: Soothkeep, 3 juli 2022. Vanaf 13 min. Voordracht door Lee Brainard.