Wereldbeeld van de Bijbel

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het wereldbeeld van de Bijbel is de voorstelling die de Bijbel van de wereld geeft.

Drieërlei wereldvoorstellingen. Een voorstelling van de wereld kan van drieërlei aard zijn:

  1. Een voorstelling op grond van de alledaagse waarneming. Het schijnt ons en het scheen ook de ouden toe dat de zon om de aarde draait. Daarom spreken wij nog altijd van “de ondergaande zon”,  “zonsondergang”, “zonsopgang”, "de zon komt op in het oosten", "een lekker zonnetje", "een vallende ster", "halve maan", "nieuwe maan". Dergelijk woordgebruik is fenomenaal, het verwijst naar de verschijnselen die zich aan ons, die op aarde wonen, voordoen. Het is de taal van het verschijnsel of van de indruk, de taal van de alledaagse waarneming.
  2. Een voorstelling door vergelijking. Het is ons soms, in de Nederlandse taal, alsof de regen “in bakken” van de hemel stort. Of dat het “pijpenstelen” regent. Bepaalde verschijnselen doen ons denken aan iets anders (het leegstorten van bakken) en woorden voor dat andere gebruiken we om de verschijnselen te beschrijven. Zo wordt in het Oude Testament gezegd dat God 'sluizen' of 'vensters' in de hemel heeft, waardoor water wordt neergestort. Het Hebreeuwse woord is, in het enkelvoud, ארבה, aroebbah, dat de betekenis heeft van 'sluis, 'venster' of 'schoorsteen'. Het is de taal van de gelijkenis, van de beeldspraak.
  3. Een oudwetenschappelijke ('primitieve', 'verouderde') of eigentijdse wetenschappelijke voorstelling.

Degenen die de taal van de indruk of gelijkenis spreken, kunnen de mening zijn toegedaan dat het letterlijk toegaat zoals zij zeggen, dus bijvoorbeeld dat de zon werkelijk, dat is astronomisch gezien, om de aarde draait, maar evengoed kunnen zij die mening niet zijn toegedaan of geen bepaalde (astronomische) mening hebben. Iemand die bijvoorbeeld tijdens een strandwandeling tegen zijn geliefde zegt: "mooie zonsondergang, hè schat?", verkondigt daarmee geen geocentrisch model[1] van ons zonnestelsel, waarin de zon en de andere hemellichamen om de aarde draaien. Het zou dan ook vreemd zijn als de geliefde zou antwoorden: "Je vergist je, de zon gaat niet onder; de aarde cirkelt om de zon en om haar eigen as!'

Verouderd wereldbeeld?

Wijd verspreid is het idee dat de Bijbel een verouderd wereldbeeld geeft. Dat komt tot uitdrukking in uitspraken als “de Bijbel leert dat het uitspansel een metalen koepel is.” “De Bijbel leert een antieke wereldvoorstelling.”

Inhoud. Wat is de inhoud van dat wereldbeeld? Zij die in de Bijbel een verouderd wereldbeeld, een primitieve voorstelling van de kosmos lezen, zeggen dat de Bijbel ons een driedelige wereld laat zien, met de hemelen erboven, de aarde in het midden en de onderwereld hieronder.

De aarde wordt ons voorgesteld als plat en rustend op pilaren in het water. In de Bijbel staat niets vermeld over de aarde als planeet of als bol[2]. Het idee dat de aarde een bol was, werd ontwikkeld door de Grieken in de 6e eeuw voor onze jaartelling[3]. In de 3e eeuw voor Christus werd dit algemeen aanvaard door ontwikkelde Romeinen en Grieken en zelfs door sommige joden[4]. De auteur van het boek Openbaring nam echter, zo wordt gesteld, een platte aarde aan (Opb. 1:7).[5]

Boven de aarde is een harde koepel met hemellichamen. Aan de hemelkoepel, het firmament, zijn de sterren bevestigd. Boven het firmament is de hemel der Hemelen.

De aarde was voor de schepping woest en leeg en de duisternis lag over de watervloed (Gen. 1:2). De driedelige wereld van hemel, aarde en onderwereld dreef in de oervloed (Hebr. tehom). Deze mythologische kosmische oceaan bedekte de aarde bedekte totdat God het uitspansel op de tweede dag schiep om het water in hogere en lagere delen te verdelen. Op de derde scheppingsdag wordt het droge land onthult (Gen. 1:9). De wereld is sinds de schepping beschermd tegen de kosmische oceaan door de solide koepel van het uitspansel[6]. De aarde is als een landmassa omringd door de oceaan met als uiterste grenzen de einden van de aarde.[7]

Tekeningen. Vanaf het einde van de negentiende eeuw worden afbeeldingen, tekeningen gemaakt van 'het wereldbeeld van de Bijbel' of 'het wereldbeeld van de Israëlieten'. Enkele voorbeelden volgen hieronder.

In 1893 maakte de Amerikaan Orlando Ferguson (1846-1911)[8], mede op grond van de Bijbel, een kaart van een platte aarde. "Deze kaart is de Bijbelkaart van de wereld", staat bovenaan de kaart. Ferguson dreef een kruidenierszaak, later een hotel en nog weer later een badhuis. Op de kaart noemt hij zichzelf, vreemd genoeg, prof. (professor). Volgens hem veroordeelt de Bijbel de theorie dat de aarde de vorm van een bol heeft.
De Bijbelkaart van Orlando Ferguson (1893)
Zijn kaart toont een "vierkante en stationaire" aarde, gebaseerd op zijn letterlijke lezing van bepaalde Schriftplaatsen. Op de kaart heeft de aarde letterlijk vier hoeken, waar engelen staan, geinspireerd door Opb. 7:1.
Opb 7:1  Hierna zag ik vier engelen staan op de vier hoeken van de aarde, die de vier winden van de aarde vasthielden, opdat er geen wind zou waaien over de aarde, noch over de zee, noch over enige boom. (Telos)
Ferguson beweerde niet alleen dat de aarde plat was en hoeken had, maar ook dat de zon 30 mijl in diameter was en 3000 mijl verwijderd van de aarde. Hij gaf in 1896 een tijdschrift uit met de titel "Vierkante Wereld".
"Oud-Hebreeuwse voorstelling van het Universum". The White and Blue. Vol XIII # 11, Dec. 24 1909. pp. 84-88
Een andere voorbeeld van een hypothetisch wereldbeeld van de Bijbel is de voorstelling (1909) die hiernaast wordt weergegeven.

Weer een ander voorbeeld is de afbeelding van Alexandra Schrober (1960)[9], waarin zij een 'hemelse oceaan' met zes voorraadkamers heeft getekend, die respectievelijk bevatten: hagel, wolken, wind, regen, nevel, sneeuw. Daaronder is het firmament met de zon, de maan en de sterren. De winden bevinden zich boven de sterren. Aan weerzijden staan de pilaren waarop de hemelen rusten. De aarde zelf heeft ook pilaren. Onder de aarde is de onderwereld en daaronder bevindt zich de oervloed (Tehom). Waarop de zuilen van de aarde rusten is in deze afbeelding onduidelijk.

Een vierde voorbeeld is de afbeelding van Nahum Sarna (1966)[10]. In deze voorstelling en in de hiernaast afgebeelde valt de symmetrie op.

Gezagskwestie. Als de Bijbel zulke primitieve of verouderde voorstellingen geeft, wat blijft er dan over van het gezag en de boodschap van de Bijbel. Volgens vrijzinnige uitleggers is dit wereldbeeld de verpakking van boodschappen in de kern. De verpakking (het wereldbeeld) is onbetrouwbaar, de boodschap is betrouwbaar. Het gezag van Gods Woord is bijgevolg beperkt tot die van de kernboodschap. De Bijbelse beschrijvingen van de wereld en de geschiedenis zijn niet bedoeld om kennis te verstrekken die van belang is voor onze wetenschapsbeoefening. De verpakking heeft geen gezag, de boodschap wel.

Reconstructie. Hoe is men tot dat 'wereldbeeld van de Bijbel' gekomen? Hoe heeft men dat ge(re)construeerd? Door onderling losstaande teksten letterlijk te nemen, te verbinden en als puzzelstukjes samen te voegen. Van de reconstructie wordt dan een tekening, een afbeelding gemaakt. Daarbij speelden verschillende onderstellingen een rol. Aan het eind van die eeuw waren er veel kritische geleerden die onderstelden dat de Israëlieten allerlei denkbeelden van de Babyloniërs overgenomen hadden. Deze onderstelling houdt verband met een late datering van het boek Genesis: men stelde het ontstaan van dit boek in de tijd van de Babylonische ballingschap. Die overtuiging duurt voort in de twintigste eeuw.

Kritiek. Op de reconstructies van het wereldbeeld van de Bijbel is kritiek gekomen[11]:

1. De tekeningen berusten op uit hun verband gehaalde metaforen van Hebreeuwse dichters

2. De tekeningen berusten op onjuiste overtuigingen:

2a. de onderstelling dat een Babylonisch wereldbeeld de Bijbelschrijvers heeft beïnvloed.

Er zijn vele verschillen tussen de Bijbelse en de Babylonische geschriften. Het Babylonische scheppingsverhaal Enoema Elisj leert ons bijvoorbeeld dat de sterren woonplaatsen van de goden zijn[12]. In de Bijbel zijn de sterren slechts lichten aan de hemel. Volgens de vertaling uit 1980 van het Babylonische verhaal bestaat de hemel bestaat uit een harde koepel, maar vanaf 1975 is deze vertaling als onjuist losgelaten, omdat gebleken is dat de Babyloniërs allerlei verschillende opvattingen over de kosmos hadden[11].

2b. een late datering van het boek Genesis.

2c. de volken in de oudheid tot de middeleeuwen toe dachten dat de aarde plat was.

3. De gemaakte tekeningen strijden met alledaagse waarnemingen. Bij de reconstructie van een Bijbels wereldbeeld is geen rekening gehouden met alledaagse waarnemingen en indrukken.

4. De voorstellingen zijn te statisch

5. De voorstellingen doen geen recht aan beeldspraak, houden geen rekening met vergelijkenderwijs spreken. De beeldspraak wordt te letterlijk opgevat

Bijbelgetrouwe uitleggers stellen dat de Bijbel de taal van de indruk, van de alledaagse waarneming, en van de gelijkenis spreekt en ons niet een primitief, verouderd wereldbeeld geeft. De taal van de alledaagse waarneming en van de gelijkenis is geen wetenschappelijke taal, maar wat de Bijbel ons meedeelt over de natuur en de geschiedenis is wel van belang voor onze wetenschapsbeoefening.

Derde standpunt. Enkele uitleggers nemen een standpunt in tussen het gangbare Bijbelgetrouwe stand en het gangbare vrijzinnige standpunt. Zij nemen aan dat de Bijbel een betrouwbaar geologisch en astronomisch beeld van de aarde geeft, waarbij de aarde plat is en in het middelpunt van het heelal staat. Een dergelijk standpunt werd ingenomen door de bovengenoemde Orlando Fergusan.

Hemel

De hemel door Francesco Botticini

De hemel wordt in Deuteronomium beschreven als woonplaats van God.[13][14]Van waaruit God handelt en neerdaalt.[15]De hemel is God's troon, de aarde is de voetbank van Zijn voeten.[16]De hemel van God is boven de wateren. In Psalm 148 staat “Loof hem, zon en maan, Loof hem, alle lichtende sterren. Loof Hem, Allerhoogste hemel en water wat boven de hemel is. [17]In de hemel woont ook Gods hofhouding, de engelen; zij staan met duizenden voor Hem.[18][19]. Het Evangelie volgens Marcus en de apostel Paulus schrijven dat Jezus in de hemel zit aan de rechterhand van God.[20][21] Dat de hemel zich boven de aarde bevindt blijkt ook uit Jesaja 64:1 waarin staat "Och, dat u de hemel zou openscheuren, dat U zou neerdalen, dat de bergen voor Uw aangezicht zouden wegsmelten,...". De hemel wordt zo de sfeer of orde waar God onweersproken en zonder beperking regeert. In het gebed onze Vader wordt God aangesproken als onze Vader die in de hemelen zijt. Vanuit de hemel wordt de zoon en de Heilige geest over de mensen uitgestort. De hemel kan daarom functioneren als de plaats waar de gelovigen na zijn dood definitief in de nabijheid van God zijn. [22][23]In het visioen dat Ezechiël kreeg wordt God waargenomen boven het gewelf.[24]

Uitspansel

Het uitspansel is gemaakt op de tweede dag van de schepping (Gen. 1:6-8). Op de vierde dag zijn er hemellichamen in gezet (Gen. 1:14-18).
Genesis 1:6-7 En God zei: Laat er een gewelf zijn in het midden van het water, en laat dat scheiding maken tussen water en water! En God maakt dat gewelf en maakte scheiding tussen water dat onder het gewelf is, en water dat boven het gewelf is. En het was zo. (HSV)
'Gewelf' is de vertaling van het Hebreeuwse woord רָקִ֫יעַ, raqia. Andere vertalingen hebben 'uitspansel' (Statenvertaling, Canisiusvertaling, Leidse vertaling, Gereviseerde Lutherse vertaling, NBG51), 'gewelf' (Utrechtse vertaling, Naardense Bijbel, NBV2004), 'koepel' (Groot Nieuws Bijbel). De Latijnse Vulgaat en de Engelse King James vertaling hebben 'firmament'. Raqia komt 17x voor in het Oude Testament. In alle gevallen vertalen de Statenvertaling en de NBG51-vertaling door "uitspansel".
De zon, sterren en engelen binnen het firmament. Woodcut anno 1475.

Het Hebreeuwse woord raqia is afgeleid van het werkwoord רָקַע, raqqə', dat "uitspannen", "uitbreiden", "uitspreiden", "pletten", "dun slaan", "(uit)rekken", "overtrekken" of "stampen" betekent. Bij "pletten" of "dun slaan" kan men denken aan het maken van een metalen plaat door een brok metaal met een hamer dun te slaan.[25]

God noemde het uitspansel 'hemelen' (Gen. 1:8) (een meervoud in het Hebreeuws; in Nederlandse vertaling met het enkelvoud 'hemel' vertaald. Hoe moeten we dat uitspansel, dat gewelf, die hemel(en) begrijpen? Als een vaste (metalen) koepel? Elihu, de vriend van Job, zei tegen hem:
Job 37:18  Heb je [samen] met Hem de hemel uitgespannen, die vast is als een gegoten spiegel?  (HSV)
In de gehele oudheid had men slechts spiegels van gepolijst metaal[26]. Mogelijk dacht Elihu zich het uitspansel als een metalen koepel. Het gaat Elihu echter om de vastheid, niet om de stof van het uitspansel. De vastheid vergelijkt hij met die van een gegoten (metalen) spiegel. Trouwens, de woorden van Elihu zijn niet alle de woorden van God, want later zegt God dat de vrienden van Job niet recht van Hem gesproken hebben. In Ps. 104 wordt beelsprakig gezegd dat God de hemel als een tentkleed uitspant.
Ps 104:2  Hij hult Zich in het licht als in een mantel, Hij spant de hemel uit als een tentkleed. Ps 104:3  Hij maakt de zoldering van Zijn hemelzalen op de wateren, maakt van de wolken Zijn wagen, wandelt op de vleugels van de wind.(HSV)
De profeet Jesaja zegt dat God de 'hemelen' (Statenvertaling) uitspant als een dunne doek en uitspreidt als een tent.
Jes 40:22  Hij die hoogboven de aardschijf troont, voor wie de bewoners sprinkhanen zijn. Die de hemel uitvouwt als een doek, haar spant als een tent om in de wonen.; (GNB84)
De vorm van een tent van nomaden.
Jes 50:3  Ik kleed de hemelen in het zwart, - een rouwzak geef ik hun als bedekking! (NaB)
'Rouwgewaad' hebben de vertalingen HSV, NBG51 en WV95. De Heer Jezus spreekt in Mt. 24:31 van 'de uitersten van de hemelen', vanwaar de uitverkorenen bij zijn wederkomst verzameld zullen worden.
Mt 24:31  En Hij zal Zijn engelen uitzenden onder luid bazuingeschal, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenbrengen uit de vier windstreken, van het [ene] uiterste van de hemelen tot het [andere] uiterste ervan. (HSV)
Merk op dat hier het meervoud 'hemelen' staat. Sommigen denken dat Jezus spreekt over een 'hemelkoepel'. Dat is echter niet duidelijk. Jesaja spreekt van 'het einde der hemelen', vanwaar God de heidenen zal verzamelen en doen komen.
Jes 13:5  Zij komen eraan, uit een ver land, van het einde van de hemel: de HEERE en de instrumenten van Zijn gramschap, om heel het land te gronde te richten. (HSV).
Ons woord 'hemelstreken' is synoniem van 'windstreken'.

Sommigen vatten het Bijbelse uitspansel op als een enorme stevige koepel, door God uitgehamerd als een metaalbewerker. De solide koepel staat boven de atmosfeer van de aarde[27] en scheidt de aarde beneden van de hemelen en hun wateren daarboven. Deze voorstelling van de hemelkoepel is te vinden in oude Egyptische en Mesopotamische geschriften[28]. Bij het uitspansel boven ons is het niet nodig om aan een vaste metalen koepel te denken[11]. Het uitspansel dient om de wateren te scheiden. Door deze scheiding is er water op aarde en water boven de aarde in de wolken. Het uitspansel is de ruimte, de plaats waar de hemellichamen zijn en de vogels vliegen, die 'boven de aarde' vliegen 'in het uitspansel van de hemel' (Gen. 1:20). De beschrijving is vanuit het gezichtspunt van de waarnemer op aarde.

In de Babylonische mythe werden de hemelen gemaakt van verschillende edelstenen. Vergelijk hiermee bijvoorbeeld Exodus 24:10, waar volgens sommigen de oudsten van Israël God op de saffiervloer van de hemel zien, met de sterren in hun oppervlak gegraveerd[29].
Ex 24:10  En zij zagen de God van Israël. Onder Zijn voeten was [er iets] als plaveisel van saffier, zo helder als de hemel zelf. (HSV)
God was op de berg. Er staat echter niet dat het plaveisel dat van de hemel was. Er staat dat het zo helder als de hemel zelf was. Bij Ezechiël (1:26) heeft de troon van God het aanzien van saffiersteen. De bedoeling is hier de heerlijkheid en reinheid en zuiverheid van de hemel te schilderen, de plaats waar God Zijn heerlijkheid het luisterrijkst openbaart. De voetbank was als het ware van zuivere, heldere saffieren en zo zuiver als de gestalte van de hemel, wanneer de lucht doorschijnend blauw is.[30]
Wolken in de atmosfeer


Het uitspansel, firmament, is als een onmetelijk groot koepeldak, als een enorme tent uitgespannen[31]. Zoals bedoeïnen een doek uitspannen als een tentzijl, spant God het hemelgewelf (Hebr. 'hemelen') uit over de aarde (Jes. 40:22, Jer. 10:12).[32]
Jer 10:12  Hij maakte de aarde door Zijn kracht, grondvestte de wereld door Zijn wijsheid, Hij heeft de hemel door Zijn inzicht uitgespannen. (HSV)
De hoogte van de hemel (Hebr. 'hemelen') is niet te doorgronden.
Spr 25:3  De hoogte van de hemel, de diepte van de aarde en het hart van de koningen zijn niet te doorgronden. (HSV)

Hemellichamen

De poolster blijft nagenoeg op dezelfde plek aan de hemel te bewonderen, terwijl de andere sterren er omheen cirkelen.
Op dag vier van de schepping wordt de taal van "heersen" geïntroduceerd: de hemellichamen zullen dag en nacht "regeren" en seizoenen en jaren en dagen markeren (dit is van cruciaal belang voor de priesters, aangezien religieuze feesten werden georganiseerd rond de cycli van de zon en maan)[33]. God schiep de zon, de maan en de sterren. Later op dag zes van de schepping zal de mens geschapen worden om te heersen over de hele schepping als Gods regent. God plaatst "lichten" in het uitspansel om "te heersen" over de dag en de nacht.[34] In het bijzonder creëert God het 'grotere licht', het 'kleinere licht' en de sterren.[35] De glans van hemellichamen zijn verschillend van elkaar.
De glans van de zon is verschillend, en de glans van de maan is verschillend en de glans van de sterren is verschillend, want de ene ster verschilt in glans van de andere ster (1 Cor. 15:41).

God's inzicht is onmetelijk, hij kent elke ster bij naam. Psalm 93:1 geeft aan dat de aarde vast staat en niet beweegt. De ster Polaris staat gedurende de nacht ook beweegloos op de zelfde plek aan de hemel. Deze ster gaat niet op en gaat niet onder.

Hij telt het aantal sterren, Hij noemt ze alle bij hun naam(Psalm 147:4).

Water boven en onder het gewelf

Het uitspansel, het hemelgewelf scheidde de watervoorraden van de hemel en van het water beneden op de aarde. God stelde perken aan het water, zodat het droog geworden land planten en bomen voortbrengen[36]. God bouwde volgens de profeet Amos daarbij zijn opperzalen in de hemel en hij heeft zijn gewelf op de aarde gegrondvest.[37]

Het water 'onder de aarde'

De wateren strekten zich uit, zo schijnt het, tot beneden de aarde. Onder andere Ex. 20:4 en Deut. 4:18 spreken van 'het water onder de aarde'.
Ex 20:4  U zult voor uzelf geen beeld maken, [geen] enkele afbeelding [van] wat boven in de hemel, of beneden op de aarde of in het water onder de aarde is. (HSV)
De 4:15  U moet, omwille van uw leven, zeer op uw hoede zijn - u hebt immers geen enkele gestalte gezien op de dag dat de HEERE bij de Horeb tot u sprak vanuit het midden van het vuur - De 4:16  dat u niet verderfelijk handelt en voor u een beeld maakt, de afbeelding van enig afgodsbeeld, de vorm van een man of vrouw, De 4:17  de vorm van enig dier dat op het land [leeft], de vorm van enige gevleugelde vogel die door de lucht vliegt, De 4:18  de vorm van iets wat op de aardbodem kruipt, [of] de vorm van enige vis die in het water onder de aarde [leeft]. (HSV)
God waarschuwt zijn volk tegen het maken van beelden van schepselen, beelden die licht afgodsbeelden zouden worden. De uitdrukking ”onder de aarde” kan opgevat worden als een verwijzing naar een zee of watermassa onder de aarde. Nu kennen wij het verschijnsel van 'grondwater' en uit de aarde opwellend water, waterbronnen. Ex. 20 vers 4 onderstelt echter dat de Israëlieten de schepselen of voorwerpen in het water (en op de aarde en in de hemel) kunnen zien en daarvan een beeltenis kunnen maken[11]. Welnu, het is de Israëlieten verboden geen afbeeldingen te maken van vogels in de lucht, of van een dier of voorwerp op de aarde, of van een dier of voorwerp in het water. De Israëlieten konden geen vis zien die onder de aarde zwom, maar wel vissen in de zee, meren en rivieren. Bij 'water onder de aarde' kan men daarom beter denken aan water dat zich lager bevindt dan het niveau van het landoppervlak.[11] Dat kan leiden tot een vertaling als ”de wateren onder aan het land” of ”de wateren die lager liggen dan het land”. Iets eerder wordt hetzelfde voorzetsel gebruikt voor de Israëlieten bij de berg. Daar past alleen de vertaling ”onder aan de berg” en niet ”onder de berg” (Deut. 4:11).

Hetzelfde Hebreeuwse voorzetsel, tachath, 'onder', wordt gebezigd in Deut. 4:11, waar de Herziene Statenvertaling vertaalt met 'onder aan'.

De 4:11  Toen kwam u naar voren en stond onder aan de berg, terwijl de berg brandde van vuur, tot in het hart van de hemel. Er was duisternis en [er waren] wolken en donkerheid. (HSV)

De Israëlieten stonden niet onder de berg, maar onder aan de berg, aan de voet van de berg. Zo kan men ook verstaan de uitdrukking 'onder het water': 'onder aan het water'. De uitdrukking noopt ons dus niet aan een oervloed onder het aardoppervlak te denken.

Sommigen denken dat de Bijbel een voorstelling geeft van een aarde die rust op pilaren die in de wateren 'onder de aarde' waren verzonken. Onder de aarde zou tevens de onderwereld zijn, waar de Sheool is, de verblijfplaats van de doden[38]. Ook hier moeten we oppassen een mythische voorstelling aan de Bijbel toe te schrijven.

Sluizen in de hemel en bronnen van de grote watervloed

Onder het uitspansel noemde God de schepping "goed"; erboven liggen de wateren van de chaos die door de sluizen van de hemel kunnen stromen om de schepping te vernietigen.[39] Tijdens de Zondvloed, in Noach zeshonderdste levensjaar, werden alle bronnen van de grote watervloed geopend en de sluizen van de hemel werden opengezet. Water stroomde via de sluizen van de hemel en via de bronnen van de grote watervloed op de aarde. Het water steeg meer en meer op de aarde, zodat alle hoge bergen die onder de hemel zijn, bedekt werden. [40] In Genesis 8:2 schrijft de auteur van Genesis dat de "...bronnen van de watervloed en de sluizen van de hemel werden gesloten." Een Officier van de koning in het boek Koningen maakte eveneens een opmerking tegen Elisa: "Zie , al maakt de HEERE sluizen in de hemel,...". [41][42]

Zo wordt in het Oude Testament gezegd dat God 'sluizen' of 'vensters' in de hemel heeft, waardoor water wordt neergestort. Het Hebreeuwse woord is, in het enkelvoud, ארבה, aroebbah, dat de betekenis heeft van 'sluis, 'venster' of 'schoorsteen'. Het is de taal van de gelijkenis, van de beeldspraak.

Dat de regen door wolken wordt aangevoerd en uitgelaten wist men wel.
Lu 12:54 Hij nu zei ook tot de menigten: Wanneer u de wolk ziet opkomen in het westen, zegt u terstond: Er komt regen; en zo gebeurt het. (Telos)
1Kon 18:41 Daarna zei Elia tegen Achab: Ga [op weg], eet en drink, want er is een gedruis van een overvloedige regen. (...) 1Kon 18:44  En het gebeurde bij de zevende maal dat hij zei: Zie, een kleine wolk, als de hand van een man, opkomend uit de zee. En hij zei: Ga tegen Achab zeggen: Span in, daal af en laat de regen u niet ophouden. (HSV)
Jes 45:8  Drupt, gij hemelen! van boven af, en dat de wolken vloeien van gerechtigheid; en de aarde opene zich, en dat allerlei heil uitwasse, en gerechtigheid te zamen uitspruiten; Ik, de HEERE, heb ze geschapen. (SV)

Het boek Jubileeën, omschrijft dat er 7 sluisdeuren in de hemel open gingen tijdens de zonvloed.[43][44] Het boek behoort niet tot de bijbel maar werd door de joden wel als belangrijk boek gewaardeerd, dit blijkt onder andere uit de ontdekkingen van de Dode Zee-rollen. Het boek behoort tot de Ethiopische canon van de bijbel.[45] Naast de sluizen in de hemel werden ook 7 monden van de fonteinen in de grote diepten geopend. Deze fonteinen stuurden het water omhoog.[46]

Aarde

Een illustratie van een platte aarde, Gleason's new standard map of the world (1892).

Aarde een bol of schijf?

In het Bijbelboek Jesaja spreekt de profeet in Jesaja 40:22 van de 'de omtrek' (HSV) van de aarde.
Jes 40:21  Weet gij het niet? Hebt gij het niet gehoord? Is het u van de aanvang niet verkondigd? Hebt gij geen begrip van de grondvesten der aarde? Jes 40:22  Hij is het Die zetelt boven de omtrek van de aarde, waarvan de bewoners als sprinkhanen zijn. Hij is het Die de hemel uitspant als een dunne doek en uitspreidt als een tent om in te wonen. (HSV)
Andere vertalingen hebben 'de kloot' (Statenvertaling, Nederlandse Luthervertaling; Luther vertaalde met 'der Kreis', de kring), 'het rond' (NBG51), 'de kreits' (Leidse vertaling), 'de aardschijf' (Groot Nieuws vertaling), 'de schijf' (NBV2004), 'de boog' (NaB), 'het gewelf' (Canisius-vertaling, Willibrord-vertaling).

Het Hebreeuwse woord vertaald door 'omtrek' is חוג, choeg. Het kan ook 'rond', 'cirkel' of iets dergelijks betekenen. Moderne vertalingen zijn daarom weer goed vertaald met 'het rond' van de aarde. Hetzelfde woord choeg wordt gebruikt in Spreuken 8:27. "Toen Hij de hemel gereedmaakte, was Ik daar,toen Hij een cirkel trok over het oppervlak van de watervloed". De Statenvertaling gebruikt het woord ‘kloot’ oftewel een bal.

Het is duidelijk dat de vertalers verschillende denkbeelden hebben gehad. Spreekt Jesaja van een bol, een platte schijf of een gewelf (boog)? Bij al deze drie denkbeelden is in elk geval de gedachte van iets ronds aanwezig.

In Jesaja 22:18 spreekt de profeet van een bal in Jesaja 22:18.
Jes 22:18  Hij zal u helemaal ineenrollen tot een kluwen, als een bal naar een wijd uitgestrekt land werpen. Daar zult u sterven en daar zullen uw praalwagens zijn, [u], schandvlek van het huis van uw heer! (HSV)
'Bal' is hier de vertaling van het Hebreeuwse woord דּוּר, doer , dat betekent bal of cirkel. In 40:22 gebruikt Jesaja, als gezegd, een ander woord.

Grondvesten van de aarde

Hanna zegt in haar gebed:
1Sa 2:8  Hij verheft de geringe uit het stof; uit het vuil verhoogt Hij de arme om [hen] bij edelen te doen zitten, om hen een erezetel te laten verkrijgen. Want de grondvesten van de aarde zijn van de HEERE en Hij heeft de wereld daarop geplaatst. (HSV)
In Psalm 104 lezen wij de aarde gegrondvest is op haar fundamenten en niet zal wankelen. Het verband is poëtisch-beeldsprakig.
Ps 104:3  Hij maakt de zoldering van Zijn hemelzalen op de wateren, maakt van de wolken Zijn wagen, wandelt op de vleugels van de wind. Ps 104:4  Hij maakt Zijn engelen [tot hulpvaardige] geesten, Zijn dienaren [tot] vlammend vuur. Ps 104:5  Hij heeft de aarde gegrondvest op zijn fundamenten, die zal voor eeuwig en altijd niet wankelen. (HSV)

Pijlers, hoeksteen

In Job. 38 vinden we het beeld van verzonken pijlers en een hoeksteen waarop de aarde rust.
Job 38:4 Waar was u toen Ik de aarde grondvestte? Maak het bekend, als u echt inzicht hebt. Job 38:5  Wie heeft haar afmetingen bepaald? U weet het immers [wel]. Of wie heeft het meetlint over haar uitgespannen? Job 38:6  Waarop zijn haar pijlers neergezonken? Of wie heeft haar hoeksteen gelegd, (HSV)
De aarde is geschapen als een woonplaats voor de mens. In de aangehaalde verzen wordt de aarde zinnebeeldig als een huis voorgesteld, met pijlers en een hoeksteen, terwijl God de bouwmeester is. De uitdrukking 'pijlers' is beeldspraak, evenals de 'hoeksteen' van de aarde. En het meetlint dat God genomen zou hebben om de aarde te meten. Ook de gemeente van Christus wordt als een bouwwerk voorgesteld, waarvan Jezus zelf als de hoeksteen is en de gelovigen levende stenen zijn (1 Petr. 2:5).

Zuilen van de aarde

In Job vinden we ook het beeld van een huis dat op pilaren staat, steunpilaren die kunnen schudden of wankelen.

God kan de aarde zodanig bewegen, schudden, dat haar 'zuilen' (of 'pilaren') schudden, wankelen.
Job 9:6  Die de aarde beweegt uit haar plaats, dat haar pilaren schudden; (SV)
Job 9:6  Hij schudt de aarde van haar plaats, zodat haar pilaren wankelen. (HSV)
Merk op dat God de aarde schudt, en dat de zuilen bijgevolg schudden. De uitdrukking 'pilaren' is beeldspraak.

Vast staat de aarde

In zowel het boek Psalmen als Kronieken staat dat de aarde vaststaat vast en niet zal wankelen.
Ps 93:1 De HEERE regeert, Hij is met hoogheid bekleed; de HEERE is bekleed met sterkte, Hij heeft Zich omgord. Ook is de wereld bevestigd, zij zal niet wankelen. (HSV)
Ps 96:10  Zeg onder de heidenvolken: De HEERE regeert; ja, vast staat de wereld, ze zal niet wankelen; ... (HSV)
David zegt in een psalm:
Kronieken 16:30 beef voor Zijn aangezicht, heel de aard. Ja, vast staat de wereld, zij zal niet wankelen. (HSV)
In Psalm 104 lezen wij:
Ps 104:5  Hij heeft de aarde gegrondvest op zijn fundamenten, die zal voor eeuwig en altijd niet wankelen. (HSV)
Sommigen verstaan dit 'vaststaan' als poëzie. De vraag is dan wel: wat zegt deze poëzie, naar welk verschijnsel of feiten wordt verwezen? De fundamenten van de aarde kunnen echter wankelen, als gevolg van de goddeloosheid van mensen:
Ps 82:5  Zij weten niets en begrijpen niets, zij wandelen steeds in de duisternis rond; [daarom] wankelen alle fundamenten van de aarde. (HSV)
In de toekomstige oordeelstijd zal de aarde flink geschud worden door een geweldige aardbeving.
Jes 24:18  En het zal gebeuren dat wie vlucht voor het beangstigende geluid, neervallen zal in de valkuil; en wie opklimt uit het midden van de valkuil, gevangen zal worden in de strik. Want de sluizen in de hoogte worden geopend en de fundamenten van de aarde zullen beven. Jes 24:19  Scheuren, openscheuren zal de aarde, splijten, opensplijten zal de aarde, vervaarlijk wankelen zal de aarde, Jes 24:20  hevig waggelen zal de aarde, als een dronkaard. Zij zal heen en weer slingeren als een nachthutje, haar overtreding zal zwaar op haar drukken, zij zal neervallen en niet meer opstaan. (HSV)
Daarna staat de aarde vast totdat er een nieuwe aarde geschapen wordt.
Jozua commandeert de zon stil te laten staan in Gideon. (Schilderij van John Martin, 1816).

De stilstaande zon

De zon en de maan draaien boven de aarde. Jozua sprak in het boek Jozua tot de HEERE om de zon en de maan stil te laten staan in de strijd met de Amorieten.
Joz 10:12  Toen sprak Jozua tot de HEERE op de dag dat de HEERE de Amorieten aan de Israëlieten overgaf, en hij zei voor [de ogen van] Israël: Zon, sta stil in Gibeon, en maan, in het dal van Ajalon! Joz 10:13  En de zon stond stil en de maan bleef staan, totdat het volk zich aan zijn vijanden had gewroken. Is dit niet geschreven in het Boek van de Oprechte? De zon stond stil in het midden van de hemel en haastte zich niet om onder te gaan, ongeveer een volle dag. Joz 10:14  En er is geen dag geweest als deze, daarvoor niet en ook daarna niet, waarop de HEERE de stem van een mens [zó] verhoorde. De HEERE streed immers voor Israël. (HSV)
We kunnen ons goed voorstellen wat er gebeurde. Wij zouden vandaag dezelfde woorden kunnen gebruiken om te beschrijven wat er gebeurde. Daarvoor is het niet nodig om Jozua een bepaald wereldbeeld toe te schrijven. Wat er astronomisch gezien gebeurde is een interessante vraag die men bij de beschrijving kan stellen. een vraag en antwoord die boven de beschrijving uitstijgen.

Water onder de aarde

De aarde staat vast in het water. Tijdens de tweede scheppingsdag maakte God scheiding tussen water boven het gewelf en water onder het gewelf. De aarde staat vast in het water onder het gewelf. De aardoppervlak bestaat voor 71% uit water.

Exodus 20:4 U zult voor uzelf geen beeld maken, geen enkele afbeelding van wat boven in de hemel, of beneden op de aarde of in het water onder de de aarde is
2 Petrus 3-5 Want willens en wetens is het hun onbekend dat door het Woord van God de hemelen er rees lang geweest zijn, evenals de aarde die oprijst en in water vaststaat.

Einde(n) van de aarde

In de Bijbel is sprake van de 'einden der aarde' (meervoud), 'vier einden der aarde' en 'einde der aarde' (enkelvoud). God Schepper is van de einden van der aarde.
Jes 40:28  Weet u het niet? Hebt u het niet gehoord? De eeuwige God, de HEERE, de Schepper van de einden der aarde, wordt niet moe en niet afgemat. Er is geen doorgronding van Zijn inzicht. (HSV)
Elihu zegt tegen Job dat God zijn (weer)licht loslaat "tot over de einden der aarde" (Job. 37:3)


In Ps. 65:5 verwijst 'einden der aarde' naar de bewoners daarvan.
Ps 65:5 (6) [Met] ontzagwekkende daden antwoordt U ons in gerechtigheid, o God van ons heil, o vertrouwen van alle einden der aarde en van de verre zeeën, (...) Ps 65:8  (9) [Daarom] vrezen de bewoners van de einden [der aarde] voor Uw tekenen; waar de morgen gloort en de avond [daalt], doet U juichen. (HSV)
Dit betekent niet zonder meer dat de aarde een fysieke rand heeft en dat op of aan die rand mensen wonen. De uitdrukking 'einden van de aarde' verwijst naar de verste streken gezien vanuit het land van Israël. In Jes. 24:16 is sprake van 'het uiterste einde der aarde'.
Jes 24:16  Vanaf het uiterste einde der aarde horen wij psalmen [tot] verheerlijking van de Rechtvaardige. Maar ik zeg: Ik kwijn weg, ik kwijn weg, wee mij! De trouwelozen handelen trouweloos, in ontrouw handelen de trouwelozen trouweloos. (HSV)
In Nederland is (anno 2020) een tv-programma getiteld "Floortje Naar Het Einde Van De Wereld", waarin Floortje Dessing reist "naar de verste uithoeken op aarde". Dat betekent niet dat de aarde letterlijke hoeken heeft. Het is figuurlijke taal, gesproken uit het gezichtspunt van Nederland. In het boek getiteld "Reis naar de einden der aarde" gaat de schrijver Robert D. Kaplan op journalistiek avontuur door Afrika, het Midden-Oosten en de voormalige Sovjetrepublieken, die gezien vanuit de Verenigde Staten, aan de einden der aarde liggen. God zal de bewoners van de einden der aarde (gezien van Israël) richten.
1Sa 2:10  Zij die de HEERE ter verantwoording roepen, zullen verpletterd worden; Hij zal in de hemel over hen donderen. De HEERE zal rechtspreken over de einden der aarde; Hij zal Zijn Koning kracht geven, en de hoorn van Zijn Gezalfde opheffen. (HSV)
De zon stijgt op boven de horizon, boven het einde der aarde. In Job. 38 stelt God de dageraad voorgesteld als iemand die de einden van de aarde als een kleed vast kan grijpen ten einde de goddelozen af te schudden.
Job 38:12  Hebt u in uw dagen de morgen ontboden? Hebt u de dageraad zijn plaats gewezen, Job 38:13  om de einden van de aarde vast te grijpen, zodat de goddelozen van haar afgeschud worden? (HSV)
Dit is beeldspraak. Het is nodig dit te verstaan alsof de aarde een rand heeft waar de goddelozen vanaf geduwd worden. Christenen zullen getuigen tot aan het einde van de aarde.
Hnd 1:8  Maar u zult kracht ontvangen wanneer de Heilige Geest over u komt, en u zult mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het einde van de aarde. (Telos)
De einden van de hemel zijn de uiterste zichtbare plekken aan de horizon, bijvoorbeeld waar de zon opkomt en waar zij ondergaat.
Lu 17:24  Want zoals de bliksem bliksemt, die van het ene einde onder de hemel tot het andere einde onder de hemel weerlicht, zo zal de Zoon des mensen zijn in zijn dag. (Telos)
Het einde van de aarde en het einde van de hemel komen samen, raken elkaar, aan de horizon. Vandaar zullen de gelovigen bij de wederkomst van de Heer Jezus worden verzameld.
Mr 13:27  En dan zal Hij zijn engelen uitzenden en zijn uitverkorenen bijeenverzamelen uit de vier windstreken van het einde van de aarde tot het einde van de hemel. (Telos)
In Jes. 11:12 is sprake van 'de vier einden der aarde' (NBG51-vertaling)
Jes 11:12 En Hij zal een banier opheffen voor de volken, en de verdrevenen van Israel verzamelen en de verstrooide dochters van Juda vergaderen van de vier einden der aarde. (NBG51)
We hebben hier te denken aan de vier windstreken.

Hoeken van de aarde

Jesaja schrijft dat God verdrevenen zal bijeenbrengen van 'de vier hoeken van de aarde':
Jes 11:12  Hij zal een banier omhoogheffen onder de heidenvolken en Hij zal de verdrevenen van Israël verzamelen en hen die vanuit Juda overal verspreid zijn, bijeenbrengen van de vier hoeken van de aarde. (HSV)
In Opb. 7:1 ziet Johannes vier engelen staan "op de vier hoeken van de aarde".
Opb 7:1  Hierna zag ik vier engelen staan op de vier hoeken van de aarde, die de vier winden van de aarde vasthielden, opdat er geen wind zou waaien over de aarde, noch over de zee, noch over enige boom. (Telos)
Orlando Ferguson (zie boven) verstond dit letterlijk, zoals blijkt uit zijn "Bijbelkaart" van de aarde uit 1893. Op zijn kaart staan vier engelen op de vier hoeken van de aarde gepositioneerd. In Jes. 11:12 is ook sprake van "de vier hoeken van de aarde" (HSV).
Jes 11:12  Hij zal een banier omhoogheffen onder de heidenvolken en Hij zal de verdrevenen van Israël verzamelen en hen die vanuit Juda overal verspreid zijn, bijeenbrengen van de vier hoeken van de aarde. (HSV)
Behalve 'hoeken' (HSV, Utrechtse vertaling) zijn er ook andere vertalingen: 'eilanden' (Statenvertaling), 'uiteinden' (Canisius-vertaling, Leidse vertaling), 'streken' (Lutherse vertaling), 'einden' (NBG51), 'uithoeken' (Willibrord-vertaling), 'windstreken' (Groot Nieuws Bijbel), 'uiteinden' (NBV2004), 'vleugels' (Naardse Bijbelvertaling). Na het duizendjarig rijk van Christus zal de vrijgelaten satan de naties misleiden "die aan de vier hoeken van de aarde zijn".
Opb 20:8 en hij zal uitgaan om de naties te misleiden die aan de vier hoeken van de aarde zijn, Gog en Magog, om hen tot de oorlog te verzamelen, en hun getal is als het zand van de zee. (Telos)
Is 'de vier hoeken van de aarde' uiting van een verouderde aardrijkskundige voorstelling? Immers, de aarde heeft geen vier hoeken. De aarde is toch niet in vorm gelijk aan een rechthoekig laken? Van Petrus wordt verhaald:
Hnd 10:11  En hij zag de hemel geopend en een voorwerp neerdalen als een groot laken, dat aan de vier hoeken op de aarde werd neergelaten;  Hnd 10:12  daarin waren alle viervoetige en kruipende dieren van de aarde en vogels van de hemel. (Telos)
Petrus verhaalde zelf:
Hnd 11:5 Ik was in de stad Joppe in gebed en zag in geestvervoering een gezicht: een voorwerp als een groot laken, dat neerdaalde, aan de vier hoeken neergelaten uit de hemel, en het kwam tot bij mij;
Is de aarde volgens de Bijbel een rechthoek, gelijk een rechthoekig laken? Neen. Uit de woorden 'de vier hoeken der aarde' besluiten tot 'de Bijbel ziet de aarde als een rechthoek' gaat te ver. Waarschijnlijk bedoelde Johannes dat hij engelen zag staan in het Noorden, Oosten, Zuiden en Westen. Ze hielden immers de vier winden vast, de winden uit de vier wind-streken. Vergelijk:
Da 8:8  De geitenbok maakte zich uitermate groot. Maar toen hij machtig geworden was, brak de grote hoorn af en in plaats daarvan kwamen er vier opvallende op, overeenkomstig de vier wind[streken] van de hemel. (HSV).
En vergelijk 'de vier einden der aarde':
Jes 11:12 En Hij zal een banier opheffen voor de volken, en de verdrevenen van Israel verzamelen en de verstrooide dochters van Juda vergaderen van de vier einden der aarde. (NBG51)
Johannes gebruikte uitdrukkingen uit de alledaagse taal, die gebaseerd zijn op de alledaagse waarneming en onderscheidingen zoals "de vier windstreken".

Onderwereld

In de brief van Paulus aan de Efeziërs staat dat Jezus voordat hij opvoer naar de Hemel ook eerst is neergedaald in de diepten, namelijk de aarde. [47]. Het is een land van duisternis en schaduw van de dood, een stikdonker land, als de duisternis zelf. [48]Een plaats van pijn,[49] eeuwige en onuitblusbaar vuur, een vurige oven, waar gejammer is en tandengeknars.[50][51][52] Deze plaats is bestemd voor de duivel en zijn engelen.

De profeet Ezechiël schrijft dat zij die aan de dood zijn overgegeven gaan naar de onderste plaatsen van de aarde, te midden van de mensenkinderen. [53]In de Griekse Septuagint werd het Hebreeuwse woord Sheol vertaald als Hades, de naam voor de onderwereld en de verblijfplaats van de doden in de Griekse mythologie. De bijbel spreekt over verschillende delen van de onderwereld. Het dodenrijk is bijvoorbeeld niet hetzelfde als de hel(de poel van vuur) zoals de statenvertaling vertaalt, de Abysses(afgrond) is een soort gevangenis voor de gevallen engelen, daarin zal de de satan ook zelf worden opgesloten.[54] [55]. In het later jodendom en in het nieuwe testament wordt dit dodenrijk tot de strafplaats en verdoemden en wel onder de de naam van Gehenna, dat is dal van Hinnow, welke plaats werd gezien als ingang tot de de hel.[56]

Voetnoten

  1. Zie Geocentrisme op nl.wikipedia.org
  2. One Hundred Proofs that the Earth is Not a Globe William Carpenter (1885) P 17
  3. Christelijke encylopadie, tweede deel EBAL-HYZOP, Samengesteld door Prof. DR F. W. Frosheide. uitgave J. H. Kok te Kampen. Blz:496 uitgave:najaar 1925
  4. Dahl|Gauvin|2000|p=17
  5. Farmer, Ronald L. (2005). Revelation. Chalice Press
  6. Ryken, Leland; Wilhoit, Jim; Longman, Tremper; Duriez, Colin; Penney, Douglas; Reid, Daniel G., eds. (1998). "Cosmology". Dictionary of Biblical Imagery. InterVarsity Press.
  7. Bijbelse Ecyclopedie, twaalfde druk september 2014 Redactie:drs.H.C. Endedijk, drs S.D. Heij ISBN97890 435 2293 Uitgeverij Kok p13
  8. Over hem zie, https://en.wikipedia.org/wiki/Orlando_Ferguson
  9. J. Edward Wright, The Early History of Heaven (2002), blz. 91. De tekening is uit 1960.
  10. J. Edward Wright, The Early History of Heaven (2002), blz. 91. De tekening is uit 1966.
  11. 11,0 11,1 11,2 11,3 11,4 M.J. Paul, De aarde is niet plat in de Bijbel, in: Reformatorisch Dagblad, 13 feb. 2016. De schrijver is oudtestamenticus.
  12. Enoema Elisj, nl.wikipedia.org. Geraadpleegd op 30 nov. 2020.
  13. Deuteronomium 26:15
  14. Psalm 2:4
  15. Psalm 14:2
  16. Jesaja 66:1
  17. Psalm 148:4 HSV
  18. Daniel 7:10
  19. Bij de Bron, oude testament, J. Ten Have, 11e druk, P 409, ISBN 90 297 0080 7
  20. Marcus 16:19
  21. Romeinen 8:34
  22. C. Houtman. De hemel in het Oude testament (Franeker 1974)
  23. Christelijke Encyclopedie 11 - Goll - ExFo, redactie dr. George Harinck ISBN 9043503359 P 776
  24. Ezechiël 1:26-28 HSV
  25. https://www.etymonline.com/word/firmament
  26. Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Job. 37:18.
  27. Herbermann, Charles, ed. (1913). "Firmament". Catholic Encyclopedia. New York: Robert Appleton Company
  28. Seeley 1991, p. 227 Seeley, Paul H. (1991) "The Firmament and the Water Above: The Meaning of Raqia in Genesis 1:6–8" (. Westminster Theological Journal. Westminster Theological Seminary. 53: 227–40.
  29. Walton 2003, pp. 158–59. Walton, John H. (2003). "Creation" In T. Desmond Alexander, David Weston Baker. Dictionary of the Old Testament: Pentateuch. InterVarsity Press. ISBN 9780830817818
  30. Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Ex. 24:10. Enige tekst van het commentaar is onder wijziging verwerkt.
  31. Bij de Bron, oude testament, J. Ten Have, 11e druk, P 29, ISBN 90 297 0080 7
  32. Bijbel in de nieuwe vertaling van het nederlandse bijbelsgenootschap met verklarende kanttekeningen Jesaja, Jeremia, klaagliederen, ds Wiersinga, P100, 1959 Bosch en Keuningen NV , Baarn
  33. Bandstra 2008, pp. 41–42.Bandstra, Barry L. (2008). Reading the Old Testament: An Introduction to the Hebrew Bible. Wadsworth Publishing Company. p. 576. ISBN 0-495-39105-0.
  34. Walsh 2001, p. 37 (fn.5)|Walsh, Jerome T. (2001). Style and Structure in Biblical Hebrew Narrative. Liturgical Press. ISBN 9780814658970.
  35. Genesis1:14-5
  36. Bijbelse Geschiedenis, geschreven door MGR Dr. Jos. Keulers, en bijgewerkt door MGR Dr Jan. O. Smit. Uitgegeven door J. J. Romen en Zonen. Roermond en Maaseik in 1955 P 23
  37. Amos 9:6
  38. Knight 1990, pp. 175–76. Knight, Douglas A (1990). "Cosmology". In Watson E. Mills (General Editor). Mercer Dictionary of the Bible. Mercer University Press. ISBN 9780865543737.
  39. Mysteries van de bijbel - P 18 ISBN 90 6407 199 3
  40. Genesis 7:12-20 HSV
  41. 2 koningen 7:2
  42. 2 koningen 7:19
  43. Jubileeën 5:24
  44. www.pseudepigrapha.com/jubilees/5.htm
  45. www.ethiopianorthodox.org/english/canonical/books.html
  46. Jubileeën5:25-27
  47. Efeze 4:9
  48. Job 10:21
  49. Lukas 16:23
  50. Mattheus 25:41
  51. Markus 9:43
  52. Mattheus 13:41
  53. Ezechiel 31:14
  54. Openbaring 20:3
  55. Jezus Komt, Arie Kleijne, 10e herziene herdruk: 2014, P37-39 ISBN 978-9-08129-071-5
  56. WP Encyclopedie,Gros Pent, P = 918, ISBN 910 02152 (deel 2)