Zerah

Uit Christipedia
(Doorverwezen vanaf Zera)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Zerah, ook geschreven Zera en Zerach, is de naam van verschillende mannen in de Bijbel.

Naam. De Hebreeuwse eigennaam is זרח, Zerach. De naam betekent "Opgang"[1], "Opgaan"[2] of "Schijn"[1], van het werkwoord zaroach = opgaan. Bij opgaan kan men ook denken aan het opgaan van het licht of de dageraad. Het Strongnummer is H2226. De naam komt 21x voor het Oude Testament. De naam verwijst naar:

1. kleinzoon van Ezau;

2. de vader van Jobab;

3. oudste zoon van Tamar en haar schoonvader Juda, Gen. 38:30, Num. 26:20. Van hem stammen af de Zarchieten of Zerahieten;

Familie van Juda
 
 
 
 
Jakob
 
Lea
 
Sua
(Kanaäniet)
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Tamar
 
 
 
Juda
 
 
 
onbekend
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Perez
 
 
 
Er
 
Tamar
 
 
 
 
Zerah
 
 
 
Onan
 
Tamar
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Sela
 

4: zoon van Simeon, ook Zohar geheten;

5. een Leviet;

6. opperbevelhebber van het leger der Ethiopiërs (Nubiërs, Kusieten of Koesjieten) door koning Asa van Juda verslagen (10e eeuw v.C.). In de Statenvertaling van 2 Kron. 14:9 heet hij 'Zera de Moor' of 'Zerah, de Moor'. Met een zeer groot leger van 1 miljoen soldaten trok hij tegen Asa op, 2 Kron. 14:9. Hij kwam tot Maresa toe, in de laagte van Juda. Hij leed de nederlaag doordat God de Judeeërs te hulp kwam.

2Kr 14:9 En Zerah, de Moor, kwam tegen hen uit, met een heir van duizend maal duizend, en driehonderd wagenen; en hij kwam tot Maresa toe. 2Kr 14:10 Toen toog Asa tegen hem uit; en zij stelden de slagorde in het dal Zefatha bij Maresa. 2Kr 14:11 En Asa riep tot den HEERE, zijn God, en zeide: HEERE, het is niets bij U, te helpen hetzij den machtige, hetzij den krachteloze; help ons, o HEERE, onze God! Want wij steunen op U, en in Uw Naam zijn wij gekomen tegen deze menigte; o HEERE! Gij zijt onze God; laat den sterfelijken mens tegen U niets vermogen. 2Kr 14:12 En de HEERE plaagde de Moren voor Asa en voor Juda; en de Moren vloden. 2Kr 14:13 Asa nu en het volk, dat met hem was, jaagden hen na tot Gerar toe; en [zo] [velen] vielen er van de Moren, dat er voor hen geen hervatting was; want zij waren verbroken voor den HEERE en voor Zijn leger; en zij droegen zeer veel roofs daarvan. 2Kr 14:14 En zij sloegen alle steden rondom Gerar; want de verschrikking des HEEREN was over hen; en zij beroofden al de steden, omdat veel roofs in dezelve was. 2Kr 14:15 En zij sloegen ook de tenten van het vee, en voerden weg schapen in menigte, en kemelen; en kwamen weder te Jeruzalem. (SV)

Zerach is waarschijnlijk dezelfde als de Egyptische koning Usarkon II, de opvolger van Sisak.

Bron

P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. Haarlem: De erven F. Bohn, 1866. Tekst van het lemma 'Zerah' is op 8 aug. 2018 onder wijziging verwerkt.

Voetnoten

  1. 1,0 1,1 S.J. van Ronkel, Woordenboek der eigennamen, naar hunne eerste spelling en oorspronkelijke uitspraak met eene korte beschrijving de personen, landen en plaatsen, in het Oude Testament voorkomende, en voor het grootste gedeelte ook etymologisch behandeld. (Groningen: M. Smit, 1835) s.v. Zerach. Van Ronkel was hoofdonderwijzer aan een Joodse school en beëdigd vertaler.
  2. Hebreeuws-Nederlands Lexicon; op basis van Strong-coderingen. Onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia. Het is gebaseerd op het Engelstalige Online Bible Hebrew-Englisch Lexicon van Larry Pierce.