Markus 8

Uit Christipedia

Markus 8 is een hoofdstuk van Evangelie naar Markus, een geschrift in de Bijbel, en telt 38 verzen.

Hoofdstukken van Evangelie naar Markus samengevat en/of becommentarieerd: · 1 · 2 · 3 · 4 · 5 · 6 · 7 · 8 · 9 · 10 · 13 · 14 · 15 · 16
Verzen van Markus 8 becommentarieerd: · 1 · 8 · 9 · 23 · 25 · 26 · 31 · 34 · 36

Samenvatting

1-10 De spijziging van 4000 mensen (de tweede wonderbare spijziging). 11-13 De farizeeën vragen Jezus om een teken uit de hemel. 14-21 Jezus waarschuwt zijn leerlingen voor het zuurdesem van de Farizeeën en van Herodes. 22-26 De genezing van een blinde te Bethsaïda. 27-30 Wat de mensen zeggen over wie Jezus is, en de belijdenis van Petrus. 31-33 Jezus kondigt de eerste maal zijn lijden, dood en opstanding aan, waarop Petrus Hem bestraft. 34-38 Jezus over het navolgen van hem.

1

1 In die dagen, toen er opnieuw een grote menigte was en zij niets te eten hadden, riep Hij zijn discipelen bij Zich en zei tot hen: (Telos) 

Een grote menigte. Van 4000 mensen of meer (9).

8

8 En zij aten en werden verzadigd; en zij namen de overgeschoten brokken op, zeven manden. (Telos) 

Zeven manden. Jezus was begonnen met zeven broden... (5).

9

9  Het waren er nu ongeveer vierduizend; en Hij stuurde hen weg. (Telos) 
Ongeveer vierduizend. Mannen, behalve vrouwen en kinderen. Dat is "een grote menigte" (1). Het parallelvers in Mattheüs zegt:
Mt 15:38  Zij nu die hadden gegeten, waren vierduizend mannen, behalve vrouwen en kinderen. (Telos)

14-21 Waarschuwing voor het zuurdeeg van de farizeeën en van Herodes

Welk brood (= geestelijk voedsel, onderwijs) zetten wij de discipelen voor? Zit daar zuurdeeg van verkeerde leer in? Zuiverheid in de leer die wij brengen is belangrijk.

De wonderbare spijziging is een teken van de hemelse voedselvooziening door de Heer. Het voedsel dat wij al hebben verzameld kan Hij gebruiken om een menigte te spijzigen.

Bij gebrek aan brood is de kans aanwezig dat we vreemd brood, valse leer, aannemen en daarvan iets bakken om anderen voor te zetten.  

23

23 En Hij nam de blinde bij de hand en bracht hem buiten het dorp; en Hij spuwde op zijn ogen, legde zijn handen op hem en vroeg hem: Ziet u iets? (Telos)  

Bracht hem buiten het dorp. Zie vs. 26. Gezien ook de eerdere 'zwijggeboden' van Jezus aan genezenen is het waarschijnlijk dat de Heer de blinde buiten het gezicht van de dorpsbewoners wilde houden, om een toestroom van mensen te voorkomen.

Hij spuwde op zijn ogen. Symbolische handeling die spreekt van verachting van het gebrek.

25

25 Daarna legde Hij opnieuw zijn handen op zijn ogen en hij zag scherp. En hij was hersteld en zag alles duidelijk. (Telos) 

Hij zag scherp ... en zag alles duidelijk. Het treft dat de behandeling van de blinde volgt op de geestelijke blindheid die de Heer bij zijn leerlingen aanwijst. De blinde zag 'scherp' en 'duidelijk'. Bij de leerlingen ontbrak de scherpheid en duidelijkheid van het (geestelijk) zien, het begrijpen.

26

26 En Hij zond hem naar zijn huis en zei: Ga het dorp zelfs niet in. (Telos) 

Ga het dorp zelfs niet in. Zie ook vs. 23. Het schijnt dat de Heer een toestroom van volk wilde voorkomen.

31

31 En Hij begon hun te leren dat de Zoon des mensen veel moest lijden en verworpen worden door de oudsten, de overpriesters en de schriftgeleerden en gedood worden en na drie dagen opstaan. (Telos) 

De Zoon des mensen. Als mens moest hij veel lijden.

Verworpen worden.
Joh 19:15  Zij dan riepen: Weg met Hem! Weg met Hem! Kruisig Hem! Pilatus zei tot hen: Moet ik uw koning kruisigen? De overpriesters antwoordden: Wij hebben geen koning dan de keizer. Toen leverde hij Hem aan hen over om gekruisigd te worden. (Telos)
Door de oudsten, de overpriesters en de schriftgeleerden. De leiders en geleerden.

34

34 En Hij riep de menigte met zijn discipelen bij Zich en zei tot hen: Als iemand Mij wil navolgen, laat hij zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen en Mij volgen. (Telos) 

Zijn kruis opnemen. Zie ook vs. 38: zich schamen voor Hem. Zijn kruis opnemen is accepteren dat men verworpen, verstoten, veroordeeld zal worden; verwerping enz. dulden en verdragen.

36

36 Want wat baat het een mens de hele wereld te winnen en zijn ziel erbij in te boeten? (Telos) 

De hele wereld te winnen. Dat zal het Beest uit de zee gelukken. Christus, het Lam, werd verworpen, maar het Beest zal de gunst van de wereld verkrijgen. Doch het zal hem niet baten, hij zal zijn ziel erbij in boeten.