Markus 3

Uit Christipedia

Markus 3 is een hoofdstuk van Evangelie naar Markus, een geschrift in de Bijbel, en telt 35 verzen.

Hoofdstukken van Evangelie naar Markus samengevat en/of becommentarieerd: · 1 · 2 · 3 · 4 · 5 · 6 · 7 · 8 · 9 · 10 · 13 · 14 · 15 · 16
Verzen van Markus 3 becommentarieerd: · 1 · 2 · 4 · 5 · 6 · 7 · 11 · 14 · 15 · 16 · 17 · 33 · 35

Samenvatting

1-6 Op sabbat, in de synagoge, geneest Jezus een verschrompelde hand. 7-12 Genezingen bij de zee; onreine geesten over Jezus. 13-19 Roeping van de twaalf. 20-30 Jezus buiten zichzelf en bezeten? 31-35 Lijfelijke en geestelijke verwanten van Jezus

1

1 En Hij kwam opnieuw in de synagoge; en daar was een mens met een verschrompelde hand. (Telos) 

Hij kwam opnieuw in de synagoge. Op sabbat, zie vs. 2.

2

2 En zij letten op Hem of Hij hem op de sabbat zou genezen, om Hem te kunnen aanklagen. (Telos)  

Zij. De farizeeën en misschien ook de Herodianen (vs. 6).

4

4 En Hij zei tot hen: Is het geoorloofd op de sabbat goed te doen of kwaad te doen, een leven te behouden of te doden? Maar zij zwegen. (Telos) 

Merk op dat hij de omstanders voor een keuze plaatst: behouden of doden. Hij wilde behouden, zijn tegenstanders zochten (na dit geval van genezing op de sabbat) Hem te doden.

5

5 En Hij keek hen rondom met toorn aan, bedroefd over de verharding van hun hart, en zei tot de mens: Strek uw hand uit. En hij strekte die uit en zijn hand werd hersteld. (Telos)  

Met toorn ..., bedroefd over de verharding van hun hart. Gemengde gevoelens. De droefheid bewijst dat de Heer de verharde mens niet haatte, maar liefhad. Natuurlijk haat Hij de verharding, maar niet de verharde mens.

6

6 En de farizeeën gingen terstond naar buiten met de herodianen en beraadslaagden tegen Hem, hoe zij Hem zouden ombrengen. (Telos) 

Hier zien we dat zijn tegenstanders (farizeeën, herodianen) zich niet alleen meer ergeren, maar dat ze aanleiding zoeken om Hem aan te klagen (vers 2), en, na deze genezing op sabbat, en zelfs om te brengen.

'De Farizeeën en de Herodianen zweren samen tegen Jezus'. Schilderij van James Tissot (1836-1902).

7

7 En Jezus trok Zich met zijn discipelen terug naar de zee; en een grote volksmassa van Galilea volgde Hem (Telos)  

De zee. D.i. het meer van Tiberias.

11

11 En als de onreine geesten Hem zagen, vielen zij voor Hem neer en schreeuwden de woorden: U bent de Zoon van God! (Telos) 

U bent de Zoon van God. Niet: "een zoon van God". Jehovah's Getuigen leren dat Jezus de aartsengel Michaël is. De onreine geesten, die Michaël kennen, zeggen niet: "U bent een engel", "U bent een aartsengel", "U bent Michaël".

7-12 Nabeschouwing

Alsof Hij de volkerenzee opzoekt, na verworpen te zijn door de Joden. Genezingen en demonische uitingen bij de zee.

14

14 En Hij stelde er twaalf aan, die Hij ook apostelen noemde, opdat zij bij Hem zouden zijn en opdat Hij hen zou uitzenden om te prediken (Telos) 

Uitzenden. Gr. ‘apostello’.

15

15 en om macht te hebben de demonen uit te drijven. (Telos) 

Merk op dat prediken de voornaamste opdracht is. Daarbij uitdrijven.

16

16 En Hij stelde de twaalf aan en gaf Simon de naam Petrus; (Telos) 

Simon de naam Petrus. Deze discipel wordt als eerste genoemd. De voornaamste apostel? En/of de voornaamste bron van de auteur Markus?

Naast Simon Petrus was er een tweede Simon, namelijk Simon de Kanaäniet (vs. 18).

17

17 en Jakobus, de zoon van Zebedeus, en Johannes, de broer van Jakobus, en Hij gaf hun de naam Boanerges, dat is zonen van de donder; (Telos) 

Jakobus. Naast hem was er een tweede Jakobus, namelijk Jakobus de zoon van Alfeüs (18).

Van Petrus en Johannes hebben we brieven in het Nieuwe Testament.

33

33 En Hij antwoordde hun en zei: Wie is mijn moeder en mijn broeders? (Telos) 

Broeders. Grieks: αδελφοι, adelphoi, zelfde woord als in vs. 32.

35

35 Want wie de wil van God doet, die is mijn broeder en zuster en moeder. (Telos)  

'Vader' ontbreekt, terwijl de Heer wel 'zuster' noemt en zijn zussen er niet waren, alleen zijn moeder en broers. Jezus' geestelijke Vader was in de hemel.