Hebreeën 3

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb
Hebreeënbrief, hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13
Hebreeënbrief, onderwerp: Allerlei Priester Tabernakel Verbond

Hoofdstuk Hebreeën 3 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

1

Heb 3:1 Daarom, heilige broeders, deelgenoten van de hemelse roeping, beschouwt de apostel en hogepriester van onze belijdenis, (TELOS)

Heilige broeders. Wij zijn heilig. De uitwerking van deze heiligheid in ons doen en laten is heiliging.

Heb 2:11  Want en Hij die heiligt en zij die geheiligd worden, zijn allen uit een; daarom schaamt Hij Zich niet hen broeders te noemen... (Telos)

Hemelse roeping. De hemelse roeping is een roeping die van de hemel uitgaat en tot de hemel leidt.

Heb 12:25 Kijkt u uit dat u Hem die spreekt, niet afwijst. Want als zij niet ontkomen zijn, die Hem afwezen die op aarde Goddelijke aanwijzingen gaf, hoeveel te minder wij, als wij ons afwenden van Hem die van de hemelen spreekt. (TELOS)

De Heer leidt ons tot heerlijkheid, Hebr. 2.

Heb 2:10  Want het paste Hem, om Wie alle dingen zijn en door Wie alle dingen zijn, dat Hij, om vele zonen tot heerlijkheid te leiden, de overste leidsman van hun behoudenis door lijden volmaakte. (Telos)

Wij, geroepenen, ontvangen een eeuwige erfenis.

Heb 9:15 En daarom is Hij middelaar van een nieuw verbond, zodat, nu de dood heeft plaatsgevonden tot verlossing van de overtredingen onder het eerste verbond, de geroepenen de belofte van de eeuwige erfenis ontvangen. (TELOS)

We hebben een "grote behoudenis" (Hebr. 2:3) ontvangen en ons wacht "een sabbatsrust ... voor het volk van God" (Hebr. 4:9).

Heb 2:3 hoe zullen wij ontkomen als wij zo’n grote behoudenis veronachtzamen, waarover aanvankelijk gesproken is door de Heer en die aan ons bevestigd is door hen die het gehoord hebben, (TELOS)

Wij zullen vanuit de hemel met Christus regeren over de aarde, Hebr. 3.

Apostel en hogepriester van onze belijdenis. Hij was de Godsgezant (apostel = gezant) die Gods heil verkondigde, de boodschap die wij hebben aangenomen en belijden. De Heer Jezus is de hogepriester, die de belijders ondersteunt op hun weg naar de hemel.

Onze belijdenis. Over belijden, zie Belijden. Vergelijk 2:3-4; 4:14: 10:23. Belijden is openlijk uitspreken. Rom. 10 "met uw mond belijden". Hebr. 3:6 "roemen in de hoop".

2

Heb 3:2  Jezus, die trouw is aan Hem die Hem heeft aangesteld, zoals ook Mozes was in heel zijn huis. (Telos)

Aangesteld. Tot apostel en hogepriester.

In heel zijn huis. Zie ook vers 5. Niet in zijn eigen huisgezin, maar in het huis van God, in alles wat tot het huis van God behoorde[1].

Nu 12:6  En Hij zeide: Hoort nu Mijn woorden! Zo er een profeet [onder] u is, Ik, de HEERE, zal door een gezicht Mij aan hem bekend maken, door een droom zal Ik met hem spreken.  Nu 12:7  Alzo is Mijn knecht Mozes niet, die in Mijn ganse huis getrouw is.  Nu 12:8  [Van] mond tot mond spreek Ik met hem, en [door] aanzien, en niet door duistere woorden; en de gelijkenis des HEEREN aanschouwt hij; waarom dan hebt gijlieden niet gevreesd tegen Mijn knecht, tegen Mozes, te spreken? (SV)

3

Heb 3:3  Want Deze is zoveel groter heerlijkheid waard geacht dan Mozes, als hij die het huis gebouwd heeft, groter eer heeft dan het huis. (Telos)

Deze. Uit het zinsverband leiden we af: Deze, dat is Jezus (vers 2).

Dan Mozes. Door wie God het volk Israël uit Egypte had geleid, een van de groten uit de geschiedenis van de Israëlieten.

Hij die het huis gebouwd heeft. "Die alles heeft gebouwd is God" (4). Dit en het volgende vers wijzen wederom op de Godheid van Christus.

Dan het huis. Waartoe ook Mozes als dienaar (vers 5) behoorde.

4

Heb 3:4 Want elk huis wordt door iemand gebouwd, maar die alles heeft gebouwd is God.

Alles. Het huis van Israël als Gods volk, de gemeente van Christus als Gods volk. Mogelijk (ook): de stoffelijke wereld, het heelal.

5

Heb 3:5  En Mozes was wel trouw in heel zijn huis als dienaar tot getuigenis van wat gesproken zou worden, (Telos)

Zijn huis. Gods huis. Zie vers 2.

Als dienaar. Maar Jezus is geen dienaar in Gods huis, maar de Zoon over Gods huis.

6

Heb 3:6 maar Christus als Zoon over zijn huis, Wiens huis wij zijn, als wij de vrijmoedigheid en het roemen in de hoop tot het einde toe onwrikbaar vasthouden.

Huis. "Huis" in de Bijbel slaat op (1) gebouw of (2) familie.

Wiens huis wij zijn. Wij zijn het huis van God of van Gods Zoon.

Als wij. Vergelijk Mt. 13 "wie volharden zal tot het einde, zal behouden worden".

Vrijmoedigheid. Op grond van Jezus' vergoten bloed. Vgl. Num. 13:30.

Nu 13:30 Toen stilde Kaleb het volk voor Mozes, en zeide: Laat ons vrijmoedig optrekken, en dat erfelijk bezitten; want wij zullen dat voorzeker overweldigen!

De hoop. Op het heil (2:10), hemelse vaderland, de heerlijkheid (2:10), de hemelse rust.

Onwrikbaar. Zie 3:14.

7

Heb 3:7  Daarom, zoals de Heilige Geest zegt: ‘Heden, als u zijn stem hoort, (Telos)

Als u zijn stem hoort. Want God heeft tot ons gesproken in Zoon (1:1).

8

Heb 3:8 verhardt uw harten niet zoals bij de verbittering, in de dag van de verzoeking in de woestijn,

Verbittering ... verzoeking. Verbittering en verzoeking zijn vertalingen van de plaatsnamen Meriba en Massa (vgl. Num. 20:1-13; Ex. 17:1-7) en die vertalingen zijn reeds te vinden in de Septuaginta, de oude Griekse vertaling van het Oude Testament[2].

De dag van de verzoeking in de woestijn. Zie Ex. 17:7, Num. 20:13. De dag waarop God verzocht werd door het volk (9).

9

Heb 3:9 waar uw vaderen Mij verzochten door Mij op de proef te stellen, en zij zagen toch mijn werken veertig jaar lang.

Mij op de proef te stellen. Ps. 95:9 God beproef door het volk. In Ps. 81:8 God stelde op de proef.

En zij zagen toch mijn werken veertig jaren lang. De genoemde verzoeking van God vond plaats in het 40e jaar na de uittocht uit Egypte.

Voetnoten

  1. Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901).
  2. Dr. ir. J. de Graaf e.a. (red.), Tekst voor Tekst; de Heilige Schrift kort verklaard en toegelicht (Boekencentrum, 1987).