Hebreeën 11

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb
Hebreeënbrief, hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13
Hebreeënbrief, onderwerp: Allerlei Priester Tabernakel Verbond

Hoofdstuk Hebreeën 11 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

De schrijver handelt over geloven en geeft historische voorbeelden van geloven, van - kan men zeggen - 'geloofshelden'. De reden is het risico van geloofsafval in een vijandige omgeving. Zonder geloof is het onmogelijk God te behagen (Hebr. 11:6).

Hebr. 11:1

Heb 11:1  [Het] geloof nu is [de] zekerheid van wat men hoopt, [de] overtuiging van wat men niet ziet. (Telos)

Geloof nu. Dit vers sluit aan bij 10:39.

Zekerheid van wat men hoopt. In 10:23 vermaant de schrijver "de belijdenis van de hoop onwankelbaar" vast te houden, "want Hij die beloofd heeft, is getrouw".

Hopen zonder geloven is, naar het Nederlandse woordgebruik van 'hopen', slechts een wensen. "Ik hoop dat jullie een fijne vakantie zullen hebben".

Overtuiging van wat men niet ziet. Geloven en hopen richten zich op onzienlijke dingen, Wij geloven in een Heer die we niet met onze fysieke ogen gezien hebben, wij geloven aan een toekomst die ons is beloofd en die wij (uiteraard) nog niet zien, en wij geloven in een historische schepping van de wereld door het woord van God (vers 3).

Hebr. 11:2

Heb 11:2  Want in dit [geloof] hebben de ouden getuigenis verkregen. (Telos)

In. Dit is: in de kracht van[1].

Getuigenis verkregen. Van Godswege werd hun geloofd bevestigd, zoals bij Abraham. Hun geloof droeg Gods goedkeuring weg, behaagde Hem (vgl. vers 5). Zonder geloof is het onmogelijk Hem te behagen (vers 6). God gaf getuigenis over de gaven van de gelovige Abel (vers 4) en over de wandel van de gelovige Henoch (vers 5).

Hebr. 11:3

Heb 11:3  Door het geloof begrijpen wij dat de werelden door Gods woord bereid zijn, zodat wat men ziet, niet ontstaan is uit wat zichtbaar is. (Telos)

Het geloof heeft niet alleen toekomstige zaken tot voorwerp, maar ook gebeurtenissen in het verleden, zoals de schepping van de wereld.

Door Gods woord bereid. In Genesis, het boek van de wording van de wereld en de mensheid, spreekt God meermaals "Er zij ....". Zijn scheppen begint met een spreken.

Hebr. 11:4

Heb 11:4  Door [het] geloof offerde Abel aan God een beter slachtoffer dan Kain, waardoor hij getuigenis verkregen heeft dat hij rechtvaardig was, daar God over zijn gaven getuigenis gaf; en daardoor spreekt hij nog, nadat hij gestorven is. (Telos)

Abel.Abel.

Een beter slachtoffer dan Kaïn. Abel offerde een bloedig offer, Kaïn een onbloedige gave. Deze broer van Abel was "uit de boze", zijn werken waren boos (1 Joh. 3:12). Het beter-zijn van het slachtoffer kan in de aard van het offer gelegen zijn, maar ook of alleen in het geloof waarin het offer werd aangeboden.

Dan Kaïn. Kennelijk ontbrak het hem aan geloofsvertrouwen op God. → Kaïn.

Dat hij rechtvaardig was. Zijn werken waren rechtvaardig.

1Jo 3:11  Want dit is de boodschap die u van het begin af hebt gehoord, dat wij elkaar zouden liefhebben; 1Jo 3:12 niet zoals Kain uit de boze was en zijn broer doodsloeg. En waarom sloeg hij hem dood? Omdat zijn werken boos waren en die van zijn broer rechtvaardig. (Telos)

Heb 10:38  Maar mijn rechtvaardige zal op grond van geloof leven; en als iemand zich onttrekt, heeft mijn ziel in hem geen behagen’. (Telos)

Hebr. 11:5

Heb 11:5  Door het geloof werd Henoch weggenomen opdat hij de dood niet zag, en hij werd niet gevonden, omdat God hem had weggenomen; want voor zijn wegneming heeft hij getuigenis verkregen dat hij God behaagd had. (Telos)

Henoch. De zoon van Jered en de vader van Methusalem. → Henoch.

Weggenomen opdat hij de dood niet zag. Evenals vroeger Henoch zullen eens gelovigen worden weggenomen zonder de dood te zien. De poorten van het dodenrijk zullen de gemeente van Christus niet overweldigen (Matth. 16:18). → Opname van de gemeente.

Getuigenis verkregen. Zie verzen 2 en 4.

Hebr. 11:10

Heb 11:10 want hij verwachtte de stad die de fundamenten heeft, waarvan God ontwerper en bouwmeester is. (Telos)

Vergelijk:

Heb 11:16 maar nu verlangen zij naar een beter, dat is een hemels vaderland. Daarom schaamt God Zich niet voor hen hun God genoemd te worden, want Hij heeft voor hen een stad bereid. (Telos)

Hebr. 11:23

Heb 11:23 Door het geloof werd Mozes, toen hij geboren was, drie maanden lang door zijn ouders verborgen, omdat zij zagen dat het kind mooi was; en zij vreesden het gebod van de koning niet. (Telos)

Door zijn ouders verborgen. Geloof sluit handelen niet uit.

Zij vreesden het gebod van de koning niet. Geloof kan vrees verminderen of wegnemen. En zelfs leiden tot burgerlijke ongehoorzaamheid aan een overheid die God ongehoorzaam is.

Hebr. 11:26

Heb 11:26 en de smaad van Christus groter rijkdom achtte dan de schatten van Egypte, want hij zag op de beloning. (Telos)

Smaad van Christus. Mozes ijverde voor zijn volk en deszelfs belangen, zoals de Heer Jezus later zou doen. Beiden ontmoetten onbegrip en afwijzing. Mozes werd gesmaad door de Egyptenaren. Of door zijn broeders? Of door beiden?

Hebr. 11:27

Heb 11:27 Door het geloof verliet hij Egypte, zonder de toorn van de koning te vrezen; want hij bleef standvastig, als zag hij de Onzichtbare. (Telos)

Zonder te vrezen. Vgl. vers 23.

Heb 11:23 Door het geloof werd Mozes, toen hij geboren was, drie maanden lang door zijn ouders verborgen, omdat zij zagen dat het kind mooi was; en zij vreesden het gebod van de koning niet.

Als zag hij. Vgl. ‘Wij zien Jezus’, 12:1 ‘terwijl wij zien op Jezus’.

Hebr. 11:28

Heb 11:28 Door het geloof heeft hij het pascha gevierd en het sprenkelen van het bloed, opdat de verderver van de eerstgeborenen hen niet aanraakte. (Telos)

Sprenkelen van het bloed: het bloed doen aanbrengen, zoals hem bevolen was, aan de posten van de deuren (Exod.12:7, 22v.)

Hebr. 11:30

Heb 11:30 Door het geloof vielen de muren van Jericho, nadat men er zeven dagen omheen getrokken was. (Telos)

Ze handelden in gehoorzaamheid aan God, ze hadden hun verwachting op Hem gesteld. Hoewel God de muren deed omvallen, wordt de instorting toegeschreven aan het geloof van de Israëlieten.

Hebr. 11:32

Heb 11:32 En wat zal ik nog meer zeggen? Want de tijd zal mij ontbreken als ik vertel van Gideon, Barak, Simson, Jefta, David, Samuel en de profeten, (Telos)

Gideon versloeg de Midianieten, Barak de Kanaänieten, Simson de filistijnen, Jefta de Ammonieten.

Hebr. 11:33

Heb 11:33 die door middel van het geloof koninkrijken onderwierpen, gerechtigheid oefenden, de beloften ontvingen, leeuwemuilen toestopten, (Telos)

Leeuwemuilen toestopten. Dan 6:16.

Hebr. 11:34

Heb 11:34 de kracht van het vuur blusten, de scherpte van het zwaard ontvluchtten, uit zwakheid krachten verkregen, in de oorlog sterk werden, legers van vreemden op de vlucht dreven. (Telos)

De kracht van het vuur blusten. Daniels drie vrienden, Dan. 3:23

Ontvluchten: niet altijd standhouden dus.

Uit zwakheid kracht verkregen: Simson.

In de oorlog sterk werden: Barak (?).

Hebr. 11:35

Heb 11:35 Vrouwen kregen hun doden door opstanding terug; anderen echter werden gefolterd zonder de verlossing aan te nemen, opdat zij een betere opstanding verkregen. (Telos)

Vrouwen kregen hun doden door opstanding terug: die van Zarfath en de Sunamitische, door het geloof in Gods macht die met de profeten Elia en Eliza was

Anderen echter werden gefolterd. Wellicht een verwijzing naar de geschiedenis van de Makkabeeëen.

2Ma 6:18 Een zekere Eleazar, een van de voornaamste schriftgeleerden, een man die verre op zijn dagen gekomen was, en zeer schoon was van aangezicht, werd genoodzaakt zijn mond open te doen, en varkensvlees te eten. 2Ma 6:19 Deze, liever hebbende een dood met ere, dan het leven met haat, kwam zelf tot de pijnigingsplaats, (...) 2Ma 6:30 En als hij nu door de slagen sterven zou, zeide hij al zuchtende: Aan de Here, die een heilige wetenschap heeft, is bekend dat ik, kunnende van de dood bevrijd worden, zware pijnen in mijn lichaam verdrage, gegeseld zijnde, en dat ik naar de ziel dit gewillig lijde, om zijner vreze wil. (SV)

2Ma 7:1 Het gebeurde ook dat zeven broeders, met de moeder gegrepen zijnde, door de koning gedwongen werden varkensvlees, hetwelk ongeoorloofd is, te proeven; en werden met geselen en pezen geslagen. (...) 2Ma 7:41 En de moeder is ook ten laatste na de zonen gestorven. (SV)

Hebr. 11:36

Heb 11:36 En anderen ondergingen de beproeving van bespottingen en geselingen; ja zelfs van boeien en gevangenschap. (Telos)

Bespottingen. De Heer Jezus werd bespot. In de geschiedenis van de Makkabeeën valt te lezen:

1Ma 9:26 En zij zochten de vrienden van Judas, en spoorden hen op, en brachten hen tot Bacchides, die hen strafte en bespotte. (SV)

Boeien en gevangenschap. De Heer Jezus werd gebonden en kort gevangen gehouden. De profeet Jeremia werd in gevangenis gezet:

Jer 20:2 Zo sloeg Pashur den profeet Jeremia, en hij stelde hem in de gevangenis, dewelke is in de bovenste poort van Benjamin, die aan het huis des HEEREN is. (SV)

Jer 37:15 En de vorsten werden zeer toornig op Jeremia en sloegen hem; en zij stelden hem in het gevangenhuis, ten huize van Jonathan, den schrijver; want zij hadden dat tot een gevangenhuis gemaakt. (SV)

Jer 38:6 Toen namen zij Jeremia en wierpen hem in den kuil van Malchia, den zoon van Hammelech, die in het voorhof der bewaring was, en zij lieten Jeremia af met zelen; in den kuil nu was geen water, maar slijk; en Jeremia zonk in het slijk. (SV)

Hebr. 11:37

Heb 11:37 Zij werden gestenigd, in stukken gezaagd, verzocht, met het zwaard vermoord, zij liepen rond in schapevachten, in geitevellen, leden gebrek, werden verdrukt, mishandeld- (Telos)

Gestenigd. Stefanus werd gestenigd. Zacharia, de zoon van Jojada, werd gestenigd.

2Kr 24:20 En de Geest Gods toog Zacharia aan, den zoon van Jojada, den priester, die boven het volk stond, en hij zeide tot hen: Zo zegt God: Waarom overtreedt gij de geboden des HEEREN? Daarom zult gij niet voorspoedig zijn; dewijl gij den HEERE verlaten hebt, zo zal Hij u verlaten. 2Kr 24:21 En zij maakten een verbintenis tegen hem, en stenigden hem met stenen door het gebod des konings, in het voorhof van het huis des HEEREN. (SV)

In stukken gezaagd. Volgens een Joodse overlevering werd de profeet Jesaja, die zich in een boom had verstop, op bevel van Manasse met de boom in stukken gezaagd. Deze overlevering en gedachte vinden wij ook bij oude christelijke schrijvers, zoals Justinus Martelaar, Origenes, Tertullianus, Lactantius, Athanasius, Hieronymus en anderen.

Met het zwaard vermoord. Elia klaagde daarover:

1 Kon 19:10 En hij zeide: Ik heb zeer geijverd voor den HEERE, den God der heirscharen; want de kinderen Israëls hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik alleen ben overgebleven, en zij zoeken mijn ziel, om die weg te nemen. (SV)

Jer 26:23 Die voerden Uria uit Egypte, en brachten hem tot den koning Jojakim, en hij sloeg hem met het zwaard, en hij wierp zijn dood lichaam in de graven van de kinderen des volks. (SV)

In schapevachten, in geitevellen. Elia was "een man met een harig kleed".

2Kon 1:8 En zij zeiden tot hem: Hij was een man met een harig [kleed], en met een lederen gordel gegord om zijn lenden. Toen zeide hij: Het is Elia, de Thisbiet. (SV)

Johannes de Doper droeg een kleed van kamelhaar.

Mt 3:4 Hij nu, Johannes, droeg een kleed van kameelhaar en een leren gordel om zijn lendenen; en zijn voedsel was sprinkhanen en wilde honing. (Telos)

Voetnoot

  1. Het Nieuwe Testament; herziene Voorhoeve-uitgave (Vaassen: uitgeverij H. Medema, 1982), voetnoot.