Mattheüs 25

Uit Christipedia
(Doorverwezen vanaf Mattheus 25)

Mattheüs 25, een hoofdstuk van het Evangelie naar Mattheüs, wordt hier samengevat en/of een of meer passages ervan worden becommentarieerd.

Hoofdstukken die zijn samengevat en/of passages ervan becommentarieerd:
Mattheüs: 1 · 2 · 3 · 4 · 5 · 6 · 7 · 8 · 9 · 10 · 11 · 12 · 13 · 14 · 15 · 16 · 17 · 18 · 19 · 20 · 21 · 22 · 23 · 24 · 25 · 26 · 27 · 28

Samenvatting

1-13 Gelijkenis van de bruidsmeisjes, die op de bruidegom wachten, en hun olie. 14-30 Gelijkenis van de slaven en de hun toevertrouwde talenten, waarmee ze handel hebben te drijven. 31-46 Het oordeel over de volken.

Gelijkenis van de bruidsmeisjes (1-13)

1

1 Dan zal het koninkrijk der hemelen gelijk zijn geworden aan tien maagden die hun lampen namen en uitgingen de bruidegom tegemoet. (Telos) 

De bruidegom. Dat is, zo wordt duidelijk, de Heer Jezus Christus.

Lampen. Het Griekse woord hier gebruikt, lampas, betekent: 1) een toorts, fakkel 2) een olielamp op een stok: een lamp die op een stok is geplaatst en waarvan de vlam door olie wordt gevoed[1]. Het woord komt ook voor in:

Joh 18:3  Judas dan nam de legerafdeling en de dienaars van de overpriesters en de farizeeen mee en kwam daar met lantarens, fakkels en wapens. (Telos)

Hnd 20:8  Nu waren er vele lampen in de bovenzaal waar wij vergaderd waren. (Telos)

Opb 4:5  En van de troon gingen bliksemstralen, stemmen en donderslagen uit; en zeven vurige fakkels brandden voor de troon; dit zijn de zeven Geesten van God. (Telos)

Opb 8:10  En de derde engel bazuinde, en er viel uit de hemel een grote ster, brandend als een fakkel, en zij viel op het derde deel van de rivieren en op de bronnen van de wateren. (Telos)

Uitgingen de bruidegom tegemoet. Zij verwachtten zijn nabije komst: Hij kan elk ogenblik komen. Zijn komst is aanstaande!

2

2 Vijf van hen nu waren dwaas en vijf wijs. (Telos) 

Dwaas. Of onverstandig.

3

3 Want de dwaze namen hun lampen, maar namen geen olie met zich mee; (Telos) 

Geen olie. Olie is nodig om de lampen te laten branden, om licht te geven.

Mt 5:16 Laat zo uw licht schijnen voor het oog van de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader die in de hemelen is, verheerlijken. (TELOS)

De zeven gemeenten in het laatste Bijbelboek worden voorgesteld door kandelaars, te midden waarvan de Heer Jezus wandelt (Opb. 1: 12, 13, 20; 2:1). De twee getuigen uit dat boek zijn 'de twee kandelaars, die voor de Heer van de aarde staan' (Opb. 11:4).

4

4 de wijze echter namen olie in hun kruiken, met hun lampen. (Telos) 

De olie in een kruik is de voorraad waaruit de olie in een lamp wordt aangevuld. Dit begin van de gelijkenis doet al denken aan een wachten, een uitzien, een volhouden, een hopen dat tijd vergt. Dat wordt bevestigt in het volgende vers: de bruidegom blijft uit.

5

5 Toen nu de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig en sliepen in. (Telos) 

Uitbleef. Vergelijk 24: 49, de boze slaaf in de vorige gelijkenis stelde vast dat zijn heer uitbleef.

Mt 24:49 Mijn heer blijft uit, en zijn medeslaven begint te slaan en eet en drinkt met de dronkaards, (TELOS)

Vergelijk verderop de gelijkenis van de talenten, waarin de Heer Jezus zegt:

Mt 25:19 Na lange tijd nu kwam de heer van die slaven en hield afrekening met hen. (TELOS)

Allen. Ook de wijze maagden.

6

6 Maar te middernacht klonk een geroep: Zie, de bruidegom! Gaat uit, hem tegemoet! (Telos) 

Te middernacht. In de wereld is het duister geworden. Dat de Heer komt als het donker om ons heen is, wordt ook aangeduid in 24:43. Hij komt in de nacht, in een nachtwaak.

Mt 24:43 Weet echter dit, dat als de heer des huizes had geweten in welke nachtwaak de dief kwam, hij zou hebben gewaakt en niet hebben toegelaten dat in zijn huis werd ingebroken. (TELOS)

Ro 13:12  De nacht is ver gevorderd en de dag is nabij. Laten wij dan de werken van de duisternis afleggen en de wapens van het licht aandoen. (Telos)

Een geroep. Dat de komst van de Heer aankondigt en tevens een oproep is.

Vóórdat de Heer Jezus in de wereld verschijnt, zullen er valse christussen optreden, van wie beweerd wordt dat zij de christus zijn. Geroep voor de ware Christus, geroep voor de valse christussen.

Gaat uit, hem tegemoet! Ze waren al (eerder) uitgegaan de bruidegom tegemoet (1). Toegepast op de christenen: ze waren al op weg naar de Heer, naar de hemel, hun bestemming.

Ze waren echter slaperig geworden. Misschien waren ze weer in huis gegaan. Ze moesten nu opnieuw uitgaan.

8

8 De dwaze nu zeiden tot de wijze: Geeft ons van uw olie, want onze lampen gaan uit. (Telos) 

Onze lampen gaan uit. Hun licht wordt al zwakker en zwakker. Zij hebben geen kruiken met olie. De kruik van hun lichaam is zonder de olie van de Heilige Geest. Ze hebben alleen een uitwendige godsdienstigheid, een lamp die langzaam uitdooft.

9

9 De wijze antwoordden echter en zeiden: Nee, opdat er niet misschien voor ons en voor u helemaal niet genoeg is; gaat liever naar de verkopers en koopt voor uzelf. (Telos) 

Nee, opdat. De wijze maagden denken hun olievoorraad zelf nodig te hebben. Ook dat suggereert een lange wachttijd, een benodigd volhouden.

De verkopers. De verkondigers van de goede boodschap van Gods genade.

Jes 55:1 O alle gij dorstigen! komt tot de wateren, en gij, die geen geld hebt, komt, koopt en eet, ja komt, koopt zonder geld, en zonder prijs, wijn en melk! (SV)

Opb 22:17 En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En laat hij die het hoort, zeggen: Kom! En laat hij die dorst heeft, komen; laat hij die wil, het levenswater nemen om niet. (TELOS)

Koopt voor uzelf. Geloven is een persoonlijke aangelegenheid. Mijn eigen kruik moet olie bevatten: mijn eigen lichaam moet de Heilige Geest inwonend hebben.

'De gelijkenis van de tien maagden'. Schilderij door Jan van 't Hoff (GospelImages.nl).

10

10 Toen zij echter weggingen om te kopen, kwam de bruidegom; en zij die gereed waren, gingen met hem naar binnen naar de bruiloft, en de deur werd gesloten. (Telos) 

Weggingen om te kopen. Mogelijke toepassing: gaan kennis nemen en zich toeëigenen de kern en hoofdzaken van het christendom.

Kwam de bruidegom. Om zijn bruid tot zich te nemen. De maagden zijn niet de bruid, maar de gezellinnen van de bruid. Ze beelden misschien de afzonderlijke christenen uit.

Naar binnen naar de bruiloft. De bruiloft speelt zich binnen, in de hemel, af.

Ro 11:25 Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend is, opdat u niet wijs bent in eigen oog, dat er voor een deel over Israel verharding is gekomen, totdat de volheid van de volken is ingegaan; (TELOS)

Vergelijken de verzen 21 en 23: ingaan in de vreugde van je Heer.

De deur werd gesloten. Van buiten kwam je er niet zomaar in. En wat zich achter de deur ging afspelen, was verborgen voor de (buiten)wereld.

De deur van de ark van Noach, van het reddingsvaartuig, werd door God gesloten.

Ge 7:16 En die er kwamen, die kwamen mannetje en wijfje, van alle vlees, gelijk als hem God bevolen had. En de HEERE sloot achter hem toe. (SV)

11

11 Daarna echter kwamen ook de overige maagden en zeiden: Heer, heer, doe ons open! (Telos) 

Heer, heer. Vgl. vers 24: de boze en luie slaaf noemt zijn heer 'heer'.

12

12 Hij echter antwoordde en zei: Voorwaar, ik zeg u: ik ken u niet. - (Telos) 

Ik ken u niet. De dwaze maagden wisten van een Heer Jezus, ze wisten dat Hij bestond, maar ze hadden geen persoonlijke verhouding met hem. Zonder Geest is er geen persoonlijke band met Hem.

2Co 13:5 onderzoekt dan uzelf of u in het geloof bent; beproeft uzelf. Of erkent u van uzelf niet, dat Jezus Christus in u is? Zo niet, dan bent u verwerpelijk. (TELOS)

Joh 3:5 Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het koninkrijk van God niet binnengaan. Joh 3:6 Wat uit het vlees geboren is, is vlees; en wat uit de Geest geboren is, is geest. (...) Joh 3:8 De wind waait waarheen hij wil, en u hoort zijn geluid, maar u weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heengaat; zo is ieder die uit de Geest geboren is. (TELOS)

Ga 4:29 Maar zoals destijds hij die naar het vlees geboren was, hem vervolgde die naar de Geest was, zo ook nu. (TELOS)

13

13 Waakt dan, want u kent de dag of het uur niet. (Telos) 

Waakt dan. Vergelijk de eerdere vermaning van de Heer:

Mt 24:42 Waakt dan, want u weet niet op welke dag uw Heer komt.

Nabeschouwing gelijkenis van de bruidsmeisjes

Kern van de gelijkenis. De komst van de Heer kan wel eens langer duren dan we verwachten. Het verschil tussen de wijze en de dwaze meisjes: in tegenstelling tot de dwaze, hadden de wijze zich erop ingesteld dat het langer kon gaan duren.

Les. De grote les van de gelijkenis van de tien maagden is: Waakt en zorg voor reserve-olie. De gelijkenis eindigt met de vermaning 'Waakt dan, want u kent de dag of het uur niet.' (25:13). Zorg dat je gereed bent voor de komst van de Heer en olie in je kruik hebt: de Heilige Geest hebt. De gelijkenis dient tot oproep om te waken, niet in slaap te vallen, en tot waarschuwing voor hen die slechts in naam christen zijn.

Olie. Olie is in de Schrift een bekend beeld van Heilige Geest. In het Oude Testament gebruikte men zalfolie, in het Nieuwe Testament zijn gelovigen ‘gezalfd’ met de Heilige Geest.

Maar ook als het gaat om lampen, het verspreiden van licht: gelovigen kunnen niet uit zichzelf geestelijk licht verspreiden. Wij zijn licht in de Heer (Ef 5), niet in ons zelf. Het verspreiden van dat licht kan alleen door de werkzaamheid van de Heilige Geest. De olie is de werkzaamheid van de Heilige Geest.

De maagden. Het is duidelijk dat de tien maagden níet de bruid van Christus zijn.

Op welke groep christenen de gelijkenis betrekking heeft, is onduidelijk. Gaat het om christenen vóór de grote verdrukking of ná de grote verdrukking. Eén opvatting zegt dat het om christenen gaat die de Heer verwachten tijdens de grote verdrukking, terwijl de gemeente van Christus voordien is opgenomen in de hemel. De tien maagden vormen het getuigenis van God op aarde, terwijl de gemeente van Christus, de bruid van Christus, in de hemel woont. De tien maagden zien uit naar de komst van de Messias. De wijze maagden zijn gelovigen, die de Heilige Geest (olie) hebben; ze hebben leven uit God. Ze gaan met de wedergekomen Christus Jeruzalem en het Vrederijk binnen en blijven op de aarde leven onder Zijn heerschappij. De dwaze maagden gaan niet het Vrederijk binnen.[2]

Een andere mogelijkheid is dat de maagden weliswaar niet de bruid van Christus voorstellen, maar wel de afzonderlijke belijders van Christus, niet het collectief, maar wel de individuen in het koninkrijk der hemelen. De belijders omvatten ware gelovigen, die de Geest inwonend hebben (voorgesteld door de kruik met olie), en naamgelovigen, die goede werken hebben (lamplicht), maar zonder de inwonende Geest. De wijze meisjes zijn de gelovigen, de dwaze meisjes de naamchristenen. De wijze meisjes hadden geestelijke diepgang. Voor de dwaze meisjes blijft de deur, nadat de bruidegom gekomen is, gesloten.

Het gaat niet om de tegenstelling vleselijk versus geestelijk. De Heer Jezus zal nooit tegen een vleselijke gelovige zeggen: Ik ken u niet. (Maar dit is geen excuus om vleselijk te leven of in de zonde te blijven).

Toepassing. In de toepassing mogen we ons er niet van af te maken met “ik ben een echte christenen, dus de gelijkenis is niet voor mij.” Ze vielen allen in slaap. Maar de wijze hadden zich ingesteld op het langer kunnen gaan duren. Zie het slotvers. Waakt dan. Bereid je erop voor dat het langer kan gaan duren. De vermaning om waakzaam te blijven tot de komst van de Heer geldt ook voor alle gelovigen.

Iemand liep eens langs een grote Italiaanse villa en werd getroffen door de schitterende tuinen rondom het huis. Hij zag een van de tuinlieden bezig in de tuin en kreeg een praatje met hem. Hij vroeg wie er woonde. “Is hij thuis?” — “Nee, hij is niet thuis.” — “Is hij al lang weg?” — "Ja, hij is al 16 jaar weg.” — “Maar goede vriend, waarom ben je dan bezig om deze tuin zo fantastisch mooi te onderhouden? Wat voor zin heeft dat, als de baas er toch niet is” — “Ah, dat is heel simpel. We weten namelijk niet wanneer hij komt. Hij kondigt dat niet aan. Hij kan morgen voor de deur staan. En als hij morgen thuis komt, moet de tuin op en top in orde zijn.”[3]

Dat is de geestelijke les voor ons. Jezus kan morgen of vanavond terugkomen. Dan moet ons tuintje in orde zijn. We hoeven niet te proberen voor morgen volmaakt te zijn. Het gaat erom of onze harten geestelijk toebereid zijn.  

Meegenomen. Sommigen[4] zien een verband tussen de gelijkenis van de tien maagden en de scheiding tussen hen die meegenomen worden (ten oordeel) en hen die achtergelaten worden (Luk. 17; Matth. 24). En volgens Zacharia 14:1-3 zal er ten tijde van Jezus' wederkomst op de Olijfberg een scheiding zijn tussen de inwoners van Jeruzalem: de helft wordt gevangen weggevoerd, de andere helft wordt gered en blijft achter.

Gelijkenis van de talenten (14-30)

14

14 Want het is als een mens die buitenslands ging en zijn eigen slaven riep en hun zijn bezittingen toevertrouwde. (Telos) 

Die buitenslands ging. Zie vs. 15. De Heer Jezus is naar de hemel gegaan, als het ware een buitenland.

Zijn bezittingen. Zijn geld (vs. 18, 27), in de vorm van talenten (15v)

15

15  En de een gaf hij vijf talenten, de ander twee, de derde een, ieder naar zijn eigen bekwaamheid; en hij ging terstond buitenslands. (Telos) 

Ieder naar zijn eigen bekwaamheid. De talenten worden toevertrouwd, de bekwaamheden hebben de slaven al. Bekwaamheid is hier de bekwaamheid om met het geld te handelen en winst te doen[5].

18

18  Degene echter die het ene had ontvangen, ging weg en groef in de grond en verborg het geld van zijn heer. (Telos) 

Groef in de grond en verborg het geld van zijn heer. Hij deed er niets mee.

19

19 Na lange tijd nu kwam de heer van die slaven en hield afrekening met hen. (Telos) 

Na lange tijd. Aanduiding van het feit dat de Heer lang zou wegblijven. Vgl. 24:49 "Mijn heer blijft uit" (boze slaaf), 25:5 "Toen nu de bruidegom uitbleef".

Maar de Heer komt toch 'spoedig' terug? Ja, maar ook na lange tijd; beide zijn waar. Van menselijk gezichtspunt is het na lange tijd, van goddelijke gezichtspunt is het spoedig. Zie verder bij Spoedig.

21

21 Zijn heer zei tot hem: Voortreffelijk, goede en trouwe slaaf, over weinig ben je trouw geweest, over veel zal ik je stellen; ga de vreugde van je heer in. (Telos) 

Weinig. Opvallend is dat de heer de vijf talenten 'weinig' noemt, het was een klein deel van zijn bezit, hij had 'veel' (Matth. 25:21). De heer in de gelijkenis moet derhalve schatrijk zijn. Een geldswaarde van 20 jaar dagloon (zie Talent) noemt de Heer ‘weinig’! Hoeveel moet het genoemde ‘veel’ zijn!   

Ga de vreugde van je heer in. De vreugde van de bruidegom (10).

24

24  Hij nu die het ene talent had ontvangen, kwam ook bij hem en zei: Heer, ik wist van u dat u een hard mens bent, die maait waar u niet hebt gezaaid en inzamelt vanwaar u niet hebt uitgestrooid; (Telos) 

Heer. Hij noemt hem "Heer", hoewel hij hem niet heeft gediend. Vgl. de roep van de dwaze maagden: "Heer, heer!" (11).

Ik wist van u. Hij doet alsof hij hem kende; maar als hij hem werkelijk had gekend, zou hij oprechte genegenheid voor hem hebben gehad, in hem hebben geloofd en zijn bevelen hebben opgevolgd.[6]

Een hard mens. Een streng en onbarmhartig mens. Vergelijk "een streng mens" in de paralleltekst in Lukas:

Lu 19:22  Hij zei tot hem: Uit je eigen mond zal ik je oordelen, boze slaaf. Je wist dat ik een streng mens ben, die wegneem wat ik niet neergelegd en maai wat ik niet gezaaid heb. (Telos)

Een mens, aldus het commentaar van Karl August Dächsel[7], wiens eisen alles te boven gaan; iemand die erg moeilijk tevreden is te stellen.

Dit alles is het tegendeel van het ware karakter van de Heer Jezus; die de eenvoudigste en gewoonste diensten van zijn volk aanvaardt: en wat wordt gedaan, hoe klein ook, als zelfs een beker koud water, gegeven aan de minste van zijn discipelen, beschouwt als aan Hemzelf gedaan. Hij is barmhartig en medelevend, en Hij is niet onrechtvaardig om enig werk van liefde te vergeten dat aan hem of de zijnen is getoond. En Hij maakt zijn kracht volmaakt in de zwakheid van zijn dienaren, en Zijn genade is altijd voldoende voor hen.[8]

Isaac da Costa zegt als commentaar: "Nee, u kende Hem niet, boze mens! Anders zou u weten, dat het Hem niet te doen is geweest om Zich, maar om u te verrijken, door u met Zijn kapitaal en met uw winst te verrijken."[9]

Die maait waar u niet hebt gezaaid. Die het koren van de akker maait, waar u niet gezaaid hebt.

Inzamelt vanwaar u niet hebt uitgestrooid. Verzamelt in uw schuren ook vanwaar u niet hebt uitgestrooid.

25

25 en ik was bang en ben weggegaan en heb uw talent verborgen in de grond; zie, hier hebt u het uwe. (Telos) 

En ik was bang.

Opb 21:8 Maar voor de bangen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, hoereerders, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt; dit is de tweede dood. (TELOS)

26

26 Zijn heer antwoordde echter en zei tot hem: Boze en luie slaaf! Je wist dat ik maai waar ik niet heb gezaaid, en inzamel vanwaar ik niet heb uitgestrooid? (Telos) 

Vergelijk de paralleltekst in Lukas:

Lu 19:22  Hij zei tot hem: Uit je eigen mond zal ik je oordelen, boze slaaf. Je wist dat ik een streng mens ben, die wegneem wat ik niet neergelegd en maai wat ik niet gezaaid heb. (Telos)

Boze en luie slaaf. De heer was níet hard, de slaaf echter was bóós. Zijn boosheid maakte dat hij een verkeerde voorstelling van zijn heer had. Als we goede mensen slecht noemen, hoe zit het dan met onszelf ... zijn wijzelf slecht?

Nabeschouwing gelijkenis van de talenten

Wat zijn de talenten? Uit de gelijkenis maken we het volgende op:

  1. Het zijn bezittingen van de Heer, niet van ons. Vergelijk “uw talent” (vers 25).
  2. Het gaat om bezittingen in de vorm van geld De bezittingen van de heer zijn talenten, geldstukken, ‘het geld van zijn heer’ (vs 18).
  3. Ze hebben een grote waarde: talenten.
  4. Ze worden aan de knechten toevertrouwd, ze worden hen in beheer gegeven.
  5. Niet om ze weg te leggen, maar om ermee te handelen, er winst mee te maken.
  6. Ze worden in verschillende hoeveelheid toevertrouwd, naar ieders bekwaamheid.

Wat zijn de talenten toegepast op ons? Hierop zijn verschillende antwoorden gegeven:

  1. De talenten zijn gaven tot de bediening van het evangelie of Gods woord[6]. Tegenwerping: is het de bedoeling dat wij die gaven vermeerderen?
  2. Alle gaven, die der genade en der voorzienigheid[10]. Tegenwerping: is het de bedoeling dat wij die gaven vermeerderen?
  3. Geestelijke gaven, aardse goederen, de tijd, gelegenheden[11]. Tegen het antwoord "aardse goederen, tijd, gelegenheden" kan worden aangemerkt, dat het niet waarschijnlijk is dat we onze aardse bezittingen enz. hebben de vermeerderen.
  4. Inzichten in de kostbare waarheden van de Schrift, kennis en genot van de geestelijke zegeningen.

Volgens John Gill betekent het handelen hiermee dat wij toenemen in geestelijke kennis en vrucht dragen in de bediening. "Er werd een grotere voorraad goddelijke dingen aangelegd; en vele zielen voor Christus gewonnen."[6]

Over het 'winnen', het vermeerderen, zegt een andere verklaring[12], dat het ijverige gebruikt van de gaven en middelen van genade winst voor de gebruiker zelf oplevert.

Het goed dat aan de derde slaaf werd toevertrouwd werd in de grond begraven: het werd bedolven door aardse dingen. De boze slaaf is iemand die ‘niet heeft’. Hij schijnt een schijngelovige, een onwaarachtige 'Heer'-zegger, een naamchristen, te zijn.

Het oordeel over de volken (31-46)

31

31 Wanneer nu de Zoon des mensen komt in zijn heerlijkheid en alle engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon van zijn heerlijkheid; (Telos) 

Alle engelen met Hem. Wellicht 404 miljoen of meer, zie Engelen.

Dan zal Hij zitten op de troon van zijn heerlijkheid. Als koning (34). Hij is koning én rechter in één persoon.

32

32  en voor Hem zullen alle volken worden verzameld, en Hij zal ze van elkaar scheiden, zoals de herder de schapen van de bokken scheidt; (Telos)

Mogelijk verwijst de Heer naar de vergadering en het gericht beschreven in Joël 3:

Joe 3:1  Want ziet, in die dagen en te dier tijd, als Ik de gevangenis van Juda en Jeruzalem zal wenden; Joe 3:2  Dan zal Ik alle heidenen vergaderen, en zal hen afvoeren in het dal van Josafat; en Ik zal met hen aldaar richten, vanwege Mijn volk en Mijn erfdeel Israël, dat zij onder de heidenen hebben verstrooid, en Mijn land gedeeld; Joe 3:3  En hebben het lot over Mijn volk geworpen en een knechtje gegeven om een hoer, en een meisje verkocht om wijn, dat zij mochten drinken. (SV)

Vergelijk:

Eze 34:17 Want gij, o Mijn schapen! de Heere HEERE zegt alzo: Ziet, Ik zal richten tussen klein vee en klein vee, tussen de rammen en de bokken. (SV)

Volken. Gr. εθνη, ethne, van εθνος, ethnos. Alle volken. Vergelijk:

Mt 28:19  Gaat dan heen, maakt alle volken tot discipelen, hen dopend tot de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest en hen lerend te bewaren alles wat Ik u heb geboden. (Telos)

Mt 24:14  En dit evangelie van het koninkrijk zal over het hele aardrijk worden gepredikt tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde komen. (Telos)

Hij zal ze van elkaar scheiden enz. Wederom een scheiding, na de opneming van de gemeente, bij welke vorige scheiding de discipelen worden afgescheiden van de wereld.

Kudde schapen in Lachish (links) en kudde geiten (rechts), beide in Israël.

Ze. Zijn dit complete volken of de afzonderlijke mensen uit de volken? Het laatste lijkt het geval, omdat, ten eerste, er sprake is van 'de rechtvaardigen' (37), rechtvaardige mensen, 'gezegenden van mijn Vader' (34), en, ten twee, het onwaarschijnlijk dat een volk geheel uit rechtvaardigen bestaat en een ander volk slechts onrechtvaardigen heeft.

Bokken. Het woord wordt gebruikt voor jonge geitebokken[13] of jonge geiten[13]. Een bok is een mannelijke geit. 'Bok' is een verkorting van 'geitebok'.

Zoals de herder de schapen van de bokken scheidt. De herder laat de verschillende soorten kleinvee niet onder elkaar vermengd. Hij scheidt ze gewoonlijk 's avonds, terwijl ze overdag door elkaar heen lopen. Wanneer ze samen door de poort ingaan, tikt de herder de schapen naar rechts toe en de geiten naar links[14].

Zou ook het verschil in karakter tussen schapen en geiten nog meespelen in de keuze van de vergelijking door de Heer? In een bekend Nederlands woordenboek wordt van de bok gezegd, in een aangehaalde voorbeeldzin: "de bok geldt als een bij uitstek koppig, dom, lastig, onhebbelijk, vuil, geil beest"[15]. Archibald T. Robertson zegt bij dit Bijbelvers over de geiten: "De geiten verwoesten alle kruiden van een veld."[14] en citeert Tristam, die schreef: "Ze hebben inderdaad vele soorten bomen uitgeroeid die eens de heuvels bedekten"[16].

34

34 Dan zal de koning zeggen tot hen die aan zijn rechterhand zijn: Komt, gezegenden van mijn Vader, beërft het koninkrijk dat u bereid is van de grondlegging van de wereld af; (Telos)

De koning. Ook in vs. 40. Hij die op zijn troon zit (31).

Beërft het koninkrijk dat u bereid is. (SV)

Ps 37:9  Want de boosdoeners zullen uitgeroeid worden, maar die den HEERE verwachten, die zullen de aarde erfelijk bezitten. (SV)

Ps 37:11  De zachtmoedigen daarentegen zullen de aarde erfelijk bezitten, en zich verlustigen over groten vrede. (SV)

Ps 37:22  Want zijn gezegenden zullen de aarde erfelijk bezitten; maar zijn vervloekten zullen uitgeroeid worden. (SV)

Ps 37:29  De rechtvaardigen zullen de aarde erfelijk bezitten, en in eeuwigheid daarop wonen. (SV)

Ps 37:34  [Koph]. Wacht op den HEERE, en houd Zijn weg, en Hij zal u verhogen, om de aarde erfelijk te bezitten; gij zult zien, dat de goddelozen worden uitgeroeid. (SV)

Daarentegen is het eeuwige vuur bereid voor de duivel en zijn engelen (41).

35

35 want Ik had honger en u hebt Mij te eten gegeven; Ik had dorst en u hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling en u hebt Mij opgenomen; (Telos) 

Ik had dorst en u hebt Mij te drinken gegeven.

Mr 9:40  Want wie niet tegen ons is, is voor ons. Mr 9:41 Want wie u een beker water zal te drinken geven vanwege het feit dat u van Christus bent, voorwaar, Ik zeg u, dat hij zijn loon geenszins zal verliezen. (Telos)

Ik was een vreemdeling en u hebt Mij opgenomen.

Heb 13:2  Vergeet de gastvrijheid niet, want daardoor hebben sommigen onwetend engelen gehuisvest. (Telos)

36

36 naakt en u hebt Mij gekleed; Ik was ziek en u hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis en u bent bij Mij gekomen. (Telos) 

Ik was ziek. De Heer lijdt mee met de ziekte van een discipel, met wie Hij één is. Zelf was Hij eertijds ziek aan het kruis.

Jes 53:10 Maar het behaagde de HEERE Hem te verbrijzelen, Hij heeft [Hem] ziek gemaakt. Als Zijn ziel Zich [tot] een schuldoffer gesteld zal hebben, zal Hij nageslacht zien, Hij zal de dagen verlengen; het welbehagen van de HEERE zal door Zijn hand voorspoedig zijn. (HSV)

37

37  Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden en zeggen: Heer, wanneer zagen wij U hongerig en hebben U gevoed, of dorstig en hebben U te drinken gegeven? (Telos) 

De rechtvaardigen. Vs. 46.

Heer. Ook de onrechtvaardigen noemen Jezus 'Heer' (44).

40

40  En de koning zal antwoorden en tot hen zeggen: Voorwaar, Ik zeg u: voor zoveel u het hebt gedaan aan een van de geringsten van deze broeders van mij, hebt u het Mij gedaan. (Telos) 

De koning. Ook in vs. 34.

Deze broeders van mij. Waarschijnlijk de 144.000 Israëlieten, "die het Lam volgen waar het ook heengaat" (Opb. 14:4) en wellicht, evenals Paulus eens, zullen lijden.

Opb 14:4  Dezen zijn het die zich niet met vrouwen hebben bevlekt, want zij zijn maagdelijk. Dezen zijn het die het Lam volgen waar het ook heengaat. Dezen zijn uit de mensen gekocht als eerstelingen voor God en het Lam. (Telos)

Ze zullen met het Lam staan op de berg Sion.

Opb 14:1 En ik zag en zie, het Lam stond op de berg Sion en met hem honderdvierenveertigduizend, die zijn naam en de naam van zijn Vader hadden, geschreven op hun voorhoofden. (Telos)

Een andere mogelijkheid is: 'Deze broeders van mij' verwijst naar de Israëlieten, waarvan eenderde de Grote Verdrukking zal overleven. Deze groep sluit dan wellicht de 144.000 verzegelden in.

41

41 Dan zal Hij ook zeggen tot hen die aan zijn linkerhand zijn: Gaat weg van Mij, vervloekten, in het eeuwige vuur dat voor de duivel en zijn engelen is bereid; (Telos) 

Het eeuwige vuur. In vs. 46 wordt dit genoemd 'eeuwige straf', welke gesteld wordt tegenover 'eeuwig leven' (46).

Dat voor de duivel en zijn engelen is bereid. Het koninkrijk is eveneens 'bereid' (34), voor de rechtvaardigen.

44

44 Dan zullen ook dezen antwoorden en zeggen: Heer, wanneer zagen wij U hongerig of dorstig of als vreemdeling of naakt of ziek of in de gevangenis, en hebben U niet gediend? (Telos) 

Heer. Zo spraken ook de rechtvaardigen Jezus aan (37).

46

46  En dezen zullen gaan in [de] eeuwige straf, maar de rechtvaardigen in [het] eeuwige leven. (Telos)  

[De] eeuwige straf. Het eeuwige vuur (41).

De rechtvaardigen. Vs. 37.

Nabeschouwing van het oordeel over de volken (31-46)

Bijzonderheden:

  • ook hier, als bij de twee gelijkenissen, een scheiding. Ook de opneming van de gemeente is een (af)scheiding.
  • scheiding tussen de rechtvaardigen (vers 37) en de overigen;
  • “deze broeders van mij” is de onzichtbare derde groep.

Nabeschouwing van dit hoofdstuk

Het hoofdstuk bevat twee gelijkenissen en een oordeel over de volken. In al deze stukken voltrekt zich een scheiding tussen mensen: zij die worden aangenomen en zij die worden verworpen. Het oordeel over de volken wordt als laatste genoemd. Is dit omdat het oordeel bij het huis van God, de christenheid (de bruidsmeisjes, de slaven), begint?

Welke houding en werkzaamheid wil de Heer van ons? Wachten en gereed zijn (als de maagden) en handeldrijven (als de slaven) en rechtvaardig handelen (als de rechtvaardigen). Vergelijk de vorige gelijkenissen: waken en dienen.   

Meer informatie

Tommy Ice: Refuting the Rapture, Youtube.com: Prophecy Watchers, 20 okt. 2020. Gesprek van Gary Stearman met Thomas Ice over Matth. 24 en 25 in betrekking tot de opneming van de gemeente van Christus.

Voetnoot

  1. Grieks-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.
  2. Vragenbespreking - Aflevering 24: De 5 wijze en de 5 dwaze maagden, wat betekent dit? Youtube.com: Stichting Groeien in Geloof, 11 dec. 2021. Duur: 12 min. 33 sec. Vanaf 3 min. Door Dato Steenhuis.
  3. Illustratie ontleend aan een lezing van W.J. Ouweneel, “De vijf wijze en de vijf dwaze meisjes” (2006)
  4. Zoals Lee Brainard, in zijn commentaar bij een video (2021), zie https://www.youtube.com/watch?v=cTEtBaRG8fk&lc=UgzSwgFX_MZ9r6G8iFB4AaABAg.9Lls5x6KtLL9LpgPstx7I2
  5. Kanttekening bij de Statenvertaling.
  6. 6,0 6,1 6,2 John Gill's Expositor
  7. Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting): met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901).  
  8. John Gill's Expositor. Enige tekst van het commentaar op dit vers is vertaald en onder wijziging verwerkt op 14 juli 2023.
  9. Aangehaald in: Karl August Dächsel; F P L C van Lingen; H van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden(Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Matth. 25:25.
  10. Matthew Poole 's Commentary.
  11. Revidierte Bengel Neue Testament (1974).
  12. B. W. Johnson, The People's New Testament (1891).
  13. 13,0 13,1 D. Harting, Grieks Woordenboek op het Nieuwe Testament (1861-1863). Opgenomen als Grieks-Nederlands handwoordenboek op het Nieuwe Testament in Online Bible (uitgeverij Importantia).  
  14. 14,0 14,1 Archibald Thomas Robertson, Word Pictures in the New Testament (1933). Onderdeel van de Online Bible van uitgeverij Importantia.
  15. Van Dale's Groot woordenboek der Nederlandse taal (13e uitgave), digitale versie 1.0 Plus, jaar 2000.
  16. Tristram, Natural History of the Bible, pp. 89f.