Mattheüs 13

Uit Christipedia

Mattheüs 13 is een hoofdstuk van het Evangelie naar Mattheüs. Het wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Hoofdstukken die zijn samengevat en/of passages ervan becommentarieerd:
Mattheüs: 1 · 2 · 3 · 4 · 5 · 6 · 7 · 8 · 9 · 10 · 11 · 12 · 13 · 14 · 16 · 18 · 19 · 20 · 22 · 23 · 24 · 25 · 26 · 27 · 28

Samenvatting

1-9 Gelijkenis van de zaaier. 10-15 Waarom Jezus in gelijkenissen spreekt. Hij spreekt zijn leerlingen gelukkig. 16-23 Uitleg van de gelijkenis van de zaaier. 24-30 Gelijkenis van de dolik in het tarweveld. 31-32 Gelijkenis van het mosterdzaad. 33 Gelijkenis van het zuurdeeg. 34-35 Jezus’ gebruik van gelijkenissen. 36-43 Verklaring van de gelijkenis van de dolik in het tarweveld. 44 Gelijkenis van de schat in de akker. 45-46 Gelijkenis van de zeer kostbare parel. 47-50 Gelijkenis van het sleepnet. 51-52 Een schriftgeleerde als discipel van het koninkrijk der hemelen. 53-58 Reactie op zijn onderwijs in de synagoge van zijn vaderstad.

8

8 Andere zaden nu vielen in de goede aarde en gaven vrucht, het ene honderdvoudig, het andere zestigvoudig en het andere dertigvoudig. (Telos)

Goede aarde. Wat is goede aarde? 1. Er is aarde, geen weg; 2. de aarde is diep genoeg om de ontwikkeling van een wortel mogelijk te maken; 3. de aarde bevat geen verstikkende dorens.

13

13 Daarom spreek Ik in gelijkenissen tot hen, omdat zij kijkend niet kijken en horend niet horen en niet verstaan. (Telos) 
Kijkend en niet kijken en horend niet horen en niet verstaan. Dit gebeurt bij veel wetenschappers, die de regels van het methodologisch naturalisme volgen: elke verwijzing naar de Schepper als ontwerper en bewerker (oorzaak) wordt uitgesloten. Ze zien, maar doorzien niet en merken Gods werk niet op. Ze sluiten hiervoor hun ogen (vgl. vs. 15).
Ro 1:20  -want van de schepping van de wereld af worden wat van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid, uit zijn werken met inzicht doorzien-,opdat zij niet te verontschuldigen zijn, (Telos)

23

23 Hij nu die in de goede aarde is gezaaid, die is het die het woord hoort en verstaat, die dus vrucht draagt en voortbrengt, de een honderdvoudig, de ander zestigvoudig en de ander dertigvoudig. (Telos)  

En verstaat. Deze uitdrukkelijke bijvoeging betreft alleen dit soort mensen. De eerste categorie hoorders "verstaat het niet" (19). De tussenliggende categorieën hebben wellicht verstaan, maar hun verstaan wordt overschreeuwd door andere dingen.

24

24 Een andere gelijkenis hield Hij hun voor en zei: Het koninkrijk der hemelen is gelijk geworden aan een mens die goed zaad in zijn akker zaaide. (Telos)  

Goed zaad. Zie ook vs. 27. Staat tegenover zaad van de dolik (25).

33

33 Een andere gelijkenis sprak Hij tot hen: Het koninkrijk der hemelen is gelijk aan zuurdeeg, dat een vrouw nam en verborg in drie maten meel, totdat het geheel doorzuurd was. (Telos) 
Dit vat heeft de inhoud van één sea, ruim 7 liter.
Drie maten meel. De maat die hier bedoeld wordt is de Joodse sea.
Ge 18:6  En Abraham haastte zich naar de tent tot Sara, en hij zeide: Haast u; kneed drie maten meelbloem, en maak koeken. (SV)
Zuurdeeg. In het Nieuwe Testament is zuurdeeg een zinnebeeld van kwade invloed. Sommige uitleggers verstaan echter onder het zuurdeeg de doorwerking van het evangelie in de wereld.

35

35 opdat vervuld werd wat gesproken is door de profeet, die zei: ‘Ik zal mijn mond opendoen in gelijkenissen; ik zal dingen uitspreken die van [de] grondlegging <van [de] wereld af> verborgen zijn geweest’. (Telos) 
De profeet, die zei. De profeet Asaf.
Ps 78:1  Een onderwijzing van Asaf. O mijn volk! neem mijn leer ter oren; neigt ulieder oor tot de redenen mijns monds. Ps 78:2  Ik zal mijn mond opendoen met spreuken; ik zal verborgenheden overvloediglijk uitstorten, van ouds her; (SV)
Die van [de] grondlegging <van [de] wereld af> verborgen zijn geweest. De Heer Jezus Zelf is voor ons mensen verborgen geweest.
1Pe 1:20  Hij is wel voorgekend voor de grondlegging van de wereld, maar in het laatst van de tijden geopenbaard ter wille van u, (Telos)

36

36 Toen liet Hij de menigten gaan en kwam in het huis; en zijn discipelen kwamen naar Hem toe en zeiden: Verklaar ons de gelijkenis van de dolik op de akker. (Telos) 

In het huis. Het door Hem bewoonde huis te Kapernaüm.

38

38 de akker is de wereld, het goede zaad, dat zijn de zonen van het koninkrijk, (Telos) 

De zonen van het koninkrijk. Voor wie het koninkrijk van God bestemd is.

41

41 De Zoon des mensen zal zijn engelen uitzenden en zij zullen uit zijn koninkrijk verzamelen alle aanleidingen tot vallen en hen die de wetteloosheid doen, (Telos) 

Zijn koninkrijk. Dit is hetzelfde als het koninkrijk van God de Vader (vs. 43).

42

42 en zij zullen hen in de vuuroven werpen; daar zal het geween zijn en het tandengeknars. (Telos)

De vuuroven. Een zinnebeeld van de hel.

Het geween en het tandengeknars. Nadat zij zijn opgepakt en in de hel geworpen.

In 2023 was er in Nederland een rechtszaak tegen een stel dat zeven oppaskinderen had misbruikt. Het Openbaar Ministerie eiste 15 jaar cel en tbs met dwangverpleging. De vrouw zei tegenover de rechter spijt te hebben. De rechter antwoordde: die spijt is pas na uw arrestatie gekomen.

43

43 Dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon in het koninkrijk van hun Vader. Wie oren heeft om te horen, laat hij horen. (Telos) 
Dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon in het koninkrijk van hun Vader.
Da 12:3  De verstandigen zullen blinken als de glans van het [hemel]gewelf, en zij die er velen rechtvaardigen, als de sterren, voor eeuwig en altijd. (HSV)
De Heer Zelf zou, enkele hoofdstukken later, stralen op de berg der verheerlijking.
Mt 16:28  Voorwaar, Ik zeg u, dat er sommigen zijn van hen die hier staan, die de dood geenszins zullen smaken voordat zij de Zoon des mensen hebben zien komen in zijn koninkrijk.  Mt 17:1 En na zes dagen nam Jezus Petrus, Jakobus en zijn broer Johannes mee en bracht hen afzonderlijk op een hoge berg. Mt 17:2  En Hij werd in hun bijzijn van gedaante veranderd; en zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren werden wit als het licht. (Telos)
God zou Hem na zijn opstanding heerlijkheid geven en zal ons tot heerlijkheid leiden.
1Pe 1:20  Hij is wel voorgekend voor de grondlegging van de wereld, maar in het laatst van de tijden geopenbaard ter wille van u,  1Pe 1:21  die door Hem gelooft in God, die Hem heeft opgewekt uit de doden en Hem heerlijkheid gegeven heeft, opdat uw geloof en hoop op God zijn. (Telos)
Het koninkrijk van hun Vader. Dit is hetzelfde als het koninkrijk van de Mensenzoon, zie vs. 41, waar sprake is van "zijn koninkrijk".

44

44 Het koninkrijk der hemelen is gelijk aan een schat, in de akker verborgen, die een mens vond en verborg; en vanwege zijn blijdschap daarover gaat hij heen en verkoopt alles wat hij heeft, en koopt die akker. (Telos) 

Een schat. Deze is niet van de vinder, maar van de eigenaar van de akker. In de volgende gelijkenis is sprake van een kostbare parel.

Akker. Zinnebeeld van de wereld. Vgl. vs. 24: "zijn akker".

Verborgen ... verborg. Wellicht een verwijzing naar de verborgenheid van de nieuwtestamentische Gemeente.

Vanwege zijn blijdschap daarover.
Heb 12:2  terwijl wij zien op Jezus, de overste leidsman en de voleinder van het geloof, die om de vreugde die voor Hem lag, het kruis heeft verdragen, terwijl Hij de schande heeft veracht, en die is gaan zitten aan de rechterzijde van de troon van God. (Telos)
Gaat hij heen. Zo ook in vs. 46. Verkoopt alles wat hij heeft. De Heer Jezus is ter wille van ons arm geworden.
2Co 8:9  Want u kent de genade van onze Heer Jezus Christus, dat Hij, terwijl Hij rijk was, terwille van u arm is geworden, opdat u door zijn armoede rijk zou worden. (Telos)
Hij heeft Zichzelf leeg gemaakt.
Flp 2:7  maar Zichzelf ontledigd heeft, de gestalte van een slaaf aannemend, de mensen gelijk wordend. (Telos)
Koopt die akker. Teneinde de schat mede te verkrijgen.
1Co 6:20  Want u bent voor een prijs gekocht; verheerlijkt dan God in uw lichaam! (Telos)
Zie Kopen.

45

45 Het koninkrijk der hemelen is eveneens gelijk aan een koopman die mooie parels zocht; (Telos) 

Een koopman. Weer een gelijkenis over het kopen van een goed. In de vorige gelijkenis gaat het niet om een 'koopman', al koopt die mens wel een schat.

Zocht. Hier een zoeken, dat in de vorige gelijkenis niet vermeld wordt.

46

46 toen hij nu een zeer kostbare parel gevonden had, ging hij weg en verkocht alles wat hij had, en kocht die. (Telos)

Een zeer kostbare parel. Zinnebeeld van de nieuwtestamentische gemeente. In vs. 44 een schat. Misschien symboliseert de schat de verzameling van kostbaarheden (meervoud), van gelovige enkelingen (heiligen), en de parel de ene gemeente.

Gevonden. Zie ook vs. 44.

Ging hij weg. In vs. 44 gaat hij heen.

Verkocht alles wat hij had en kocht die. Zie ook vs. 44. Vergelijk de woorden van de apostel Paulus:
2Co 12:14 Zie, ik sta gereed deze derde keer naar u toe te komen, en ik zal u niet tot last zijn, want ik zoek niet het uwe, maar u. Want niet de kinderen behoren schatten te verzamelen voor de ouders, maar de ouders voor de kinderen. 2Co 12:15 En ik zal heel graag alles ten koste leggen en voor uw zielen ten koste gelegd worden, al zou ik ook minder geliefd worden, naarmate ik u overvloediger liefheb. (Telos)

47

47 Het koninkrijk der hemelen is eveneens gelijk aan een sleepnet dat in de zee werd geworpen en van allerlei soort bijeenbracht; (Telos) 

De zee. Zinnebeeld van de volkerenmassa.

48

48 toen het vol was, trokken zij het op het strand, en zij gingen zitten en verzamelden het goede in vaten, maar het bedorvene wierpen zij weg. (Telos) 
Toen het vol was. Vergelijk:
Ro 11:25  Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend is, opdat u niet wijs bent in eigen oog, dat er voor een deel over Israël verharding is gekomen, totdat de volheid van de volken is ingegaan; (Telos)

49

49  Zo zal het zijn in de voleinding van de eeuw: de engelen zullen uitgaan en de bozen uit het midden van de rechtvaardigen afscheiden (Telos)  

De bozen uit het midden van de rechtvaardigen afscheiden. Bij de opneming van de gemeente van Christus worden de door het geloof gerechtvaardigden weggerukt naar de hemel. In de voleinding van de eeuw worden de bozen weggehaald en gaan de rechtvaardigen het vrederijk binnen.

52

52 Hij nu zei tot hen: Daarom is iedere schriftgeleerde die een discipel van het koninkrijk der hemelen is gemaakt, gelijk aan een heer des huizes die uit zijn schat nieuwe en oude dingen voortbrengt. (Telos) 

Dit is geen gelijkenis van het koninkrijk der hemelen, maar een gelijkenis van een discipel van het koninkrijk der hemelen.

Heer des huizes. Dit is iemand die gezag heeft in het huis.

Sommige uitleggers nemen dit gedeelte als de epiloog (nawoord) van de serie gelijkenissen, terwijl "de gelijkenis van de zaaier" (18v) de proloog (voorwoord) is. Geen van beide gelijkenissen worden door de Heer gelijkenissen "van het koninkrijk der hemelen" genoemd. Ze hebben er echter wel mee te maken. In beide gaat het om het woord van God. In de eerste wordt het gegeven, in de laatste doorgegeven.

54

54 En Hij kwam in zijn vaderstad en leerde hen in hun synagoge, zodat zij versteld stonden en zeiden: Waar heeft Deze die wijsheid en die krachten vandaan? (Telos) 

Zijn vaderstad. D.i. Nazareth.

56

56 En zijn zijn zusters niet allemaal bij ons? Waar heeft Deze dan dit alles vandaan? (Telos) 

Zijn zusters. Het moeten er dus minstens twee zijn geweest. Hun namen zijn ons onbekend. Jezus had dus 4 + 2 = minstens 6 broers en zussen.

Dit alles. "Die wijsheid en die krachten" (54).

57

57 En zij namen aanstoot aan Hem. Jezus echter zei tot hen: Een profeet is niet ongeeerd behalve in zijn vaderstad en in zijn huis. (Telos) 
In zijn huis. In zijn huisgezin (het gezin van Jozef en Maria) en eventueel naaste familie.
Joh 7:5  Want ook zijn broers geloofden niet in Hem. (Telos)