Johannes 7

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Johannes 7 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd. De volgende hoofdstukken van het Evangelie naar Johannes zijn op Christipedia samengevat en/of becommentarieerd.

Johannes: 123456789101112131415161718192021
Johannes, onderwerpen: TekenenDiverse onderwerpen

Samenvatting

De Heer Jezus komt niet openlijk in Jeruzalem op het Loofhuttenfeest. Later gaat Hij naar de tempel en spreekt tot de Joden, die met haat vervuld zijn.

  • 7: 1-9     Jezus’ broers, nog ongelovig, moedigen hem aan op te treden in Judea
  • 7: 10-53 Jezus op het loofhuttenfeest

1

Joh 7:1 En daarna wandelde Jezus rond in Galilea; want Hij wilde niet in Judea rondwandelen omdat de Joden Hem trachtten te doden. (Telos)

Hij wilde niet in Judea rondwandelen omdat de Joden Hem trachtten te doden. Maar de verplichting van het Loofhuttenfeest, om naar Jeruzalem te gaan, zal hij niet verzuimen, zoals hierna blijkt.

De Joden Hem trachtten te doden. Zie ook vzn. 19, 20, 25. In vers 7 wijst hij op de haat van de wereld jegens Hem.

2

Joh 7:2  Nu was het feest van de Joden, het loofhuttenfeest, nabij. (Telos)

Het Loofhuttenfeest. Een van de drie jaarlijkse pelgrimsfeesten, waarvoor de mannen naar Jeruzalem trokken. Zie Loofhuttenfeest.

3

Joh 7:3  Zijn broers dan zeiden tot Hem: Vertrek van hier en ga naar Judea, opdat ook uw discipelen uw werken aanschouwen die U doet; (Telos)

Opdat ook uw discipelen uw werken aanschouwen die U doet. Discipelen die Jezus van vroeger daar, in Judea, had.

Joh 2:23  En toen Hij in Jeruzalem was op het pascha, op het feest, geloofden velen in zijn naam, toen zij de tekenen zagen die Hij deed. (Telos)

Joh 3:26  En zij kwamen naar Johannes toe en zeiden tot hem: Rabbi, Hij die met u was aan de overkant van de Jordaan, van Wie u hebt getuigd, zie, Hij doopt en allen komen naar Hem toe. (Telos)

4

Joh 7:4  want niemand doet iets in het verborgen en tracht zelf openlijk bekend te zijn. Als U deze dingen doet, openbaar Uzelf dan aan de wereld. (Telos)

Doet iets in het verborgen. In een verborgen hoek, waar niemand van degenen, op wier oordeel en medewerking het aankomt, hem kan zien en opmerken. Jezus deed de meeste van zijn wonderwerken in het Galilea der heidenen.

6

Joh 7:6  Jezus dan zei tot hen: Mijn tijd is nog niet aangebroken; maar uw tijd is altijd bereid. (Telos)

Mijn tijd is nog niet aangebroken. De tijd dat Hij naar Jeruzalem zou gaan. Zie ook vzn. 1 en 8.

8

Joh 7:8  Gaat u op naar het feest, Ik ga nog niet op naar dit feest, omdat mijn tijd nog niet is vervuld. (Telos)

Mijn tijd nog niet is vervuld. Zijn tijd in Galilea (vzn. 9 en 1) tot het Loofhuttenfeest, waar ook Hij naar toe zou gaan.

10

Joh 7:10  Maar toen zijn broers waren opgegaan naar het feest, toen ging ook Hijzelf op, niet openlijk maar als in het verborgen. (Telos)

Niet openlijk maar als in het verborgen. Waarschijnlijk omdat hij wist dat de Joden Hem trachtten te doden (vs. 1). In Jeruzalem zal Hij pas halverwege het feest openbaar optreden (14).

19

Joh 7:19  Heeft Mozes u niet de wet gegeven? En niemand van u doet de wet. Waarom tracht u Mij te doden? (Telos)

Heeft Mozes u niet de wet gegeven? Zie ook vs. 22.

Niemand van u doet de wet.

Ro 3:12  allen zijn zij afgeweken; samen zijn zij nutteloos geworden; er is niemand die goed doet, er is er zelfs niet een’; (Telos)

Ro 3:19 Nu weten wij, dat al wat de wet zegt, zij dat spreekt tot hen die onder de wet zijn, opdat elke mond wordt gestopt en de hele wereld strafschuldig wordt voor God. Ro 3:20  Daarom zal op grond van werken van de wet geen enkel vlees voor Hem gerechtvaardigd worden; want door de wet komt kennis van zonde. (Telos)

Waarom tracht u Mij te doden? Zie ook vzn. 1, 20, 25.

Joh 5:16  En daarom vervolgden de Joden Jezus, omdat Hij deze dingen op sabbat deed. (...) Joh 5:18  Daarom dan trachtten de Joden des te meer Hem te doden, omdat Hij niet alleen de sabbat brak, maar ook God zijn eigen Vader noemde, zodat Hij Zich aan God gelijk maakte. (Telos)

21

Joh 7:21  Jezus antwoordde en zei tot hen: Een werk heb Ik gedaan en u verwondert zich allen daarover. (Telos)

Een werk heb ik gedaan. Een "hele mens gezond gemaakt op sabbat" (vs. 23).

23

Joh 7:23  Als een mens de besnijdenis ontvangt op sabbat, opdat de wet van Mozes niet wordt verbroken, bent u dan verbitterd tegen Mij omdat Ik een hele mens heb gezond gemaakt op sabbat? (Telos)

De Heer wijst de Joden op een inconsequentie in hun oordelen (vs. 24).

24

Joh 7:24  Oordeelt niet naar het aanzien, maar velt een rechtvaardig oordeel. (Telos)

Het aanzien. In dit geval: de genezing, die op sabbat verricht werd, had het aanzien van een werk. Werken op sabbat is verboden. Dus het werk had het aanzien van een overtreding van het sabbatsgebod. Maar het aanzien van een werk mag niet de enige grond zijn voor het oordeel over het werk of de werker. Vergelijk:

Mt 12:11  Hij zei echter tot hen: Welk mens zal er onder u zijn die een schaap zal hebben, en als dit op de sabbat in een kuil valt, het niet zal grijpen en eruit halen? (Telos)

Tot de farizeeën zei de Heer Jezus:

Joh 8:15  U oordeelt naar het vlees; Ik oordeel niemand. (Telos)

Maar velt een rechtvaardig oordeel. Na de zorgvuldige procedure die naar de wet is, zie vs. 51.

25

Joh 7:25  Sommigen dan van de Jeruzalemmers zeiden: Is Deze het niet die zij trachten te doden? (Telos)

Die zij trachten te doden? Zie vzn. 1, 19-20, 30.

27

Joh 7:27  Maar van Deze weten wij vanwaar Hij is; maar wanneer de Christus komt, weet niemand vanwaar Hij is. (Telos)

Zie ook vs. 28.

Vanwaar Hij is. Uit Galilea (41, 52), uit een timmermansgezin. Die hier spreken zijn van mening, dat zij de oorsprong van Jezus in dit opzicht zeer goed kennen, vgl. 6:42.

Joh 6:42  En zij zeiden: Is Deze niet Jezus, de Zoon van Jozef, Wiens vader en moeder wij kennen? Hoe zegt Hij nu: Ik ben uit de hemel neergedaald? (Telos)

Weet niemand vanwaar Hij is. Behalve dat hij in Bethlehem-Juda geboren zal worden (vs 42). Zie ook

Joh 8:14  Jezus antwoordde en zei tot hen: Ook als Ik van Mijzelf getuig, is mijn getuigenis waar, want Ik weet waar Ik vandaan ben gekomen en waar Ik heenga; maar u weet niet waar Ik vandaan kom of waar Ik heenga. (Telos)

In die tijd toch was de mening algemeen verspreid, dat de oorsprong van de Messias geheel onbekend moest zijn. Een spoor van dit gevoelen vinden wij bij Justinus (2e eeuw) terug, die deze woorden in de mond van de Jood Tryphon legt: "De Christus moet zelfs na zijn geboorte onbekend blijven en Zichzelf niet kennen en zonder enige kracht zijn, totdat Elia plotseling verschijnt, Hem zalft en allen openbaart." Dit denkbeeld stond wellicht met de voorspellingen in verband, die de diepe vernedering beschreven, waartoe het geslacht van David tijdens de geboorte van de Christus vervallen zou zijn. De Joden die in ons vers aangehaald worden zijn van mening dat zij de menselijke oorsprong van Jezus zeer goed kennen. Zij offeren de zedelijke indruk, die de persoon en het woord van de Heer op hen gemaakt had, aan een zuivere kritische bedenking (aangaande Jezus' herkomst) op en komen zodoende niet tot de waarheid.

30

Joh 7:30  Zij trachtten Hem dan te grijpen; en niemand sloeg de hand aan Hem, omdat zijn uur nog niet gekomen was. (Telos)

Zij trachten Hem dan te grijpen. Zie vs. 32. Ze wilden Hem uit de weg ruimen, Hem doden (1, 19-20, 25).

Niemand sloeg de hand aan Hem. Ze werden ervan weerhouden door Gods werking. Zie ook vs. 44.

32

Joh 7:32  De farizeeën hoorden dat de menigte dit over Hem mompelde; en de overpriesters en de farizeeën zonden dienaars om Hem te grijpen. (Telos)

Om Hem te grijpen. Zie vzn. 30, 1, 19-20, 25.

35

Joh 7:35  De Joden dan zeiden tot elkaar: Waar zal Deze heengaan, dat wij Hem niet zullen vinden? Zal Hij soms naar de verstrooiden onder de Grieken gaan en de Grieken leren? (Telos)

De verstrooiden. De Joden in de verstrooiing (diaspora) in de Griekssprekende wereld.

37

Joh 7:37  En op de laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus daar en riep aldus: Als iemand dorst heeft, laat hij bij Mij komen en drinken! (Telos)

Het feest. Het Feest van Loofhutten.

38

Joh 7:38  Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. (Telos)

Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien.

Joh 4:14  maar ieder die drinkt van het water dat Ik hem zal geven, zal in eeuwigheid geen dorst hebben; maar het water dat Ik hem zal geven, zal in hem worden een bron van water dat springt tot in het eeuwige leven. (Telos)

Mogen wij aannemen dat de zonen van God zelf, door de Zoon, bronnen van levend water worden voor elkaars behoefte?

41

Joh 7:41  Anderen zeiden: Deze is de Christus. Weer anderen zeiden: Komt de Christus dan soms uit Galilea? (Telos)

Uit Galilea? Zie vs. 27, 52.

42

Joh 7:42  Zegt de Schrift niet dat de Christus komt uit het geslacht van David en van het dorp Bethlehem, waar David was? (Telos)

En daar was de Heer Jezus ook geboren en had er enige tijd met zijn ouders gewoond.

44

Joh 7:44  En sommigen van hen wilden Hem grijpen, maar niemand sloeg de handen aan Hem. (Telos)

Sommigen van hen wilden Hem grijpen. Zie ook vs. 1, 19, 20, 25.

Maar niemand sloeg de handen aan hem. Zie ook vs. 30. Hieronder, vs. 45v., wordt een verklaring gegeven.

48

Joh 7:48  Heeft soms iemand van de oversten in Hem geloofd, of van de farizeeën? (Telos)

Antwoord: ja, tenminste de farizeeër Nicodemus, zie Joh. 3 en vs. 49 hieronder.

49

Joh 7:49  Maar deze menigte die de wet niet kent, is vervloekt! (Telos)

Maar de Farizeeën kenden Jezus niet... (vgl. vs. 50). Ze wisten blijkbaar (vs. 52) niet, dat de Heer in Bethlehem geboren was, uit het geslacht van David (vs. 42).

51

Joh 7:51  Veroordeelt onze wet soms de mens, tenzij zij eerst van hem hoort en weet wat hij doet? (Telos)

Tenzij zij eerst van hem hoort en weet wat hij doet? Dat is nodig voor een rechtvaardig oordeel. Zie ook vs. 24. Nicodemus kende Jezus beter (Joh. 3).

Nabeschouwing

De aardse zegen, waarvan het Loofhuttenfeest een voorafschaduwing is, wordt uitgesteld, omdat Christus wordt afgewezen; zelfs Zijn broers geloven niet in Hem. Maar de grote dag van het Loofhuttenfeest is de achtste, die symbolisch staat voor de dag van de nieuwe schepping en van de eeuwige zegen. Hiervan is de Geest het onderpand, die door verheerlijkte Christus is gezonden. Op deze achtste dag stond Jezus en riep, "Als iemand dorst, die kome tot Mij en drinke. Hij die in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt, uit zijn buik zullen stromen van levend water vloeien. Maar dit zei Hij van de Geest, welke zij, die in Hem geloofden, zouden ontvangen." De Joden worden achtergelaten in onenigheid en duisternis.

Bron

Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting): met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Joh. 7:4, 27. Enige tekst hiervan is onder wijziging verwerkt.