Johannes 10

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb
Johannes, hoofdstuk: 123456789101112131415161718192021
Johannes, onderwerpen: TekenenDiverse onderwerpen

Johannes 10 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

De Heer noemt zich de goede Herder en verzekert: niemand kan mijn schapen uit mijn hand rukken, en belooft hun het eeuwige leven te geven.

  • 10:1-18   Jezus de Goede Herder en de Deur der schapen
  • 10:19-21 Verdeeldheid onder de Joden om Jezus’ woorden
  • 10:22-38 Jezus met steniging bedreigd door de Joden
  • 10:39-42 Jezus naar de doopplaats van Johannes

Dit hoofdstuk moet in nauwe samenhang met het voorgaande worden worden gelezen. Verworpen in zijn woord en werk, wordt de Heer nu geopenbaard als de Herder van de schapen. Als de Joden een leerling van Jezus uitwerpen, is Hij degene die leidt en invoert. Hij is de goede Herder en de deur van de schapen. Hij legt zijn leven af voor de schapen. Door Hem vinden de schapen voedsel en vrijheid. Hij kent ze en de schapen kennen Hem. De schapen behoren tot een nieuwe, hemelse orde. Joden en heidenen brengt hij samen in één kudde. Verder geeft hij zijn schapen het eeuwige leven, en bewaart hen als gaven van de Vader. De Joden trachtten opnieuw hem te grijpen, en Hij vertrok over de Jordaan naar de doopplaats van Johannes.