Johannes 18

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb
Johannes, hoofdstuk: 123456789101112131415161718192021
Johannes, onderwerpen: TekenenDiverse onderwerpen

Johannes 18 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

De gevangenneming van de Heer; de verloochening door Petrus. Voor Pilatus getuigt de Heer van de waarheid.

Joh. 18:7-9

Joh 18:7 Hij vroeg hun dan opnieuw: Wie zoekt u? En zij zeiden: Jezus de Nazoreeer. Joh 18:8 Jezus antwoordde: Ik heb u gezegd dat Ik het ben; als u dan Mij zoekt, laat dezen heengaan; Joh 18:9 opdat het woord vervuld werd dat Hij had gezegd: Uit hen die U Mij hebt gegeven, heb Ik helemaal niemand verloren. (TELOS)

Als u dan Mij zoekt, laat dezen heengaan. Hij gevangen, wij vrijuit. Hij veroordeeld, wij gerechtvaardigd. Hij gedood, wij behouden.

Toen de tiende plaag, de dood van de eerstgeborenen, Egypte getroffen had, konden de Israëlieten vertrekken.

Ex 11:1 De HEERE had tegen Mozes gezegd: Nog één plaag zal Ik over de farao en Egypte brengen en daarna zal hij u vanhier laten gaan. Als hij u allemaal laat gaan, zal hij u vanhier haastig verdrijven. (HSV)

Toen de eerstgeborenen van de Egyptenaren gestorven waren, riep Farao Mozes en Aäron en stond hij eindelijk toe dat het volk zou heengaan: "gaat heen".

Ex 12:31 Toen riep hij Mozes en Aäron in den nacht, en zeide: Maakt u op, trekt uit het midden van mijn volk, zo gijlieden als de kinderen van Israël; en gaat heen, dient den HEERE, gelijk gijlieden gesproken hebt. Ex 12:32 Neemt ook met u uw schapen en uw runderen, zoals gijlieden gesproken hebt, en gaat heen, en zegent mij ook. (SV)

De Heer Jezus, de eniggeboren zoon van God, stierf als het Paaslam, opdat wij gevrijwaard zouden blijven van Gods oordeel en in vrijheid zouden heengaan.

Joh. 18:18

Joh 18:18  En de slaven en de dienaars hadden een kolenvuur gemaakt, omdat het koud was, en stonden zich te warmen; en ook Petrus stond zich bij hen te warmen. (Telos)

Een kolenvuur. Bij een kolenvuur verloochende Petrus zijn heer. Bij een ander kolenvuur, wellicht door de Heer zelf aangelegd (na zijn opstanding, aan het meer van Galilea), zou Petrus hersteld worden ten overstaan van de andere discipelen.