Johannes 19

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Johannes 19 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd. Van het Evangelie naar Johannes zijn de volgende hoofdstukken samengevat en/of becommentarieerd op Christipedia.

Johannes: 1 · 2 · 3 · 4 · 5 · 6 · 7 · 8 · 9 · 10 · 11 · 12 · 13 · 14 · 15 · 16 · 17 · 18 · 19 · 20 · 21
Johannes, onderwerpen: TekenenDiverse onderwerpen

Samenvatting

Zijn veroordeling en terechtstelling. Hij spreekt vanaf het kruis woorden uit, waarvan hier het tweede, vijfde en zesde woord is opgetekend. Zijn begrafenis.

1

Joh 19:1 Toen nam Pilatus dan Jezus en geselde Hem. (Telos)

Geselde Hem. Hoewel Pilatus geen 'geen enkele schuld in Hem' gevonden had (18:38). Over geselen, zie Geselen.

2

Joh 19:2 En de soldaten vlochten een kroon van doornen, zetten die op zijn hoofd en wierpen Hem een purperen mantel om, (Telos)

Een kroon van doornen. "Met doornen gekroond, bespot en gehoond ...", zo begint lied 175 uit de bundel Geestelijke Liederen.

Purperen mantel. Teken van koninklijke waardigheid; zie Purper. Keizer Nero (regeerde 54-68 n. Chr.) bepaalde dat, op straffe des doods, alleen de keizer, senatoren en priesters het Tyrische purper mochten dragen.

6

Joh 19:6 Toen dan de overpriesters en de dienaars Hem zagen, riepen zij aldus: Kruisig, kruisig Hem! Pilatus zei tot hen: Neemt u Hem en kruisigt Hem, want ik vind geen schuld in Hem. (Telos)

De overpriesters en de dienaars. Zie ook vers 15: 'de overpriesters'. De dienaars van de overpriesters waren ook onder de lieden die Jezus kwamen oppakken in de hof van Gethsémané.

Joh 18:3  Judas dan nam de legerafdeling en de dienaars van de overpriesters en de farizeeën mee en kwam daar met lantarens, fakkels en wapens. (Telos)

Neemt u hem en kruisigt Hem. Het was de Joden niet geoorloofd om iemand te doden: een doodvonnis mocht alleen door de Romeinen worden uitgevoerd. Geeft Pilatus de Joden bij uitzondering toestemming om de doodstraf ten uitvoer te brengen? Hij wilde blijkbaar van Jezus, die hij onschuldig achtte, af zijn.

7

Joh 19:7 De Joden antwoordden hem: Wij hebben een wet en naar die wet behoort Hij te sterven, omdat Hij Zichzelf Gods Zoon heeft gemaakt. (Telos)

Omdat Hij Zichzelf Gods Zoon heeft gemaakt. Ze voeren een nieuwe beschuldiging aan, die voor henzelf het zwaarst woog.

Later, als Jezus aan het kruis hangt:

Mt 27:40  en zeiden: U die het tempelhuis afbreekt en in drie dagen opbouwt, verlos Uzelf, als U Gods Zoon bent, en kom van het kruis af! (Telos)

Mt 27:43  Hij vertrouwt op God - laat Hij Hem nu redden als Hij behagen in Hem heeft! Want Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon. (Telos)

Mt 27:54  Toen nu de hoofdman en zij die met hem Jezus bewaakten, de aardbeving zagen en de dingen die waren gebeurd, werden zij zeer bang en zeiden: Waarlijk, Deze was Gods Zoon! (Telos)

8

Joh 19:8 Toen Pilatus dan dit woord hoorde, werd hij nog banger; (Telos)

Werd hij nog banger. Hij had al enige vrees, doordat (1) Jezus hem waarschijnlijk ontzag inboezemde en (2) hij geen schuld in Jezus gevonden had.

11

Joh 19:11 Jezus antwoordde hem: U zou geen enkele macht tegen Mij hebben, als het u niet van boven was gegeven; daarom heeft hij die Mij aan u heeft overgeleverd, een grotere zonde. (Telos)

Een grotere zonde. Sommige zonden zijn groter, zwaarder, ernstiger, dan andere.

12

Joh 19:12 Van toen af trachtte Pilatus Hem los te laten; maar de Joden riepen aldus: Als u Deze loslaat, bent u geen vriend van de keizer, ieder die zich koning maakt, weerspreekt de keizer. (Telos)

Van toen af trachtte Pilatus Hem los te laten. Pilatus wordt aangesproken in zijn geweten. Hij wist dat Jezus onschuldig was.

Als u Deze loslaat, bent u geen vriend van de keizer, ieder die zich koning maakt, weerspreekt de keizer. De Joden raken nu Pilatus' positie aan.

Mt 27:11  Jezus nu stond voor de stadhouder. En de stadhouder vroeg Hem aldus: Bent U de koning der Joden? Jezus nu zei: U zegt het. (Telos)

Mt 27:29  en na een kroon van dorens gevlochten te hebben zetten zij die op zijn hoofd, en een rietstok in zijn rechterhand; en zij vielen op hun knieën voor Hem en bespotten Hem aldus: Gegroet, koning der Joden! (Telos)

Mt 27:37  En zij plaatsten boven zijn hoofd op schrift zijn beschuldiging: Deze is Jezus, de koning der Joden. (Telos)

Mt 27:42  Anderen heeft Hij verlost, Zichzelf kan Hij niet verlossen. Hij is koning van Israël - laat Hij nu van het kruis afkomen en wij zullen in Hem geloven. (Telos)

13

Joh 19:13 Toen Pilatus dan deze woorden hoorde, leidde hij Jezus naar buiten en ging op de rechterstoel zitten op de plaats die Lithostrotos heet en in het Hebreeuws Gabbatha. (Telos)

Toen Pilatus dan deze woorden hoorde. Zijn positie kwam in het geding. Hij wilde de gunst van de keizer niet verspelen door een onschuldige, die de Joden voor schuldig hielden en die de roep had een koning te zijn, vrij te laten.

Lithostrotos. D.i. 'stenen plaveisel', zie Lithostrotos.

14

Joh 19:14 (Nu was het de voorbereiding van het pascha; het was ongeveer het zesde uur.) En hij zei tot de Joden: Zie, uw koning! (Telos)

De voorbereiding. Zo heette de dag vóór de paasweek. Het was vrijdag[1].

Van het pascha. Met dit woord wordt de hele paasweek aangeduid, d.i. het feest van de ongezuurde broden, dat op 15 Nissan aanvangt. Tijdens de paasmaaltijd werd al ongezuurde brood gegeten. De zeven dagen raakten bekend als “paasweek”[1]

15

Joh 19:15 Zij dan riepen: Weg met Hem! Weg met Hem! Kruisig Hem! Pilatus zei tot hen: Moet ik uw koning kruisigen? De overpriesters antwoordden: Wij hebben geen koning dan de keizer. Toen leverde hij Hem aan hen over om gekruisigd te worden. (Telos)

Weg met Hem! Kruisig Hem! De verwerping moest uitlopen op de dood van de verworpene.

De overpriesters. Zie ook vs. 6.

Joh 18:35  Pilatus antwoordde: Ben ik soms een Jood? Uw volk en de overpriesters hebben U aan mij overgeleverd; wat hebt U gedaan? (Telos)

Geen koning dan de keizer.

Alsof ze trouw aan de koning uitdrukten. Dat zou huichelachtig zijn, want de Joden wilden graag onder het Romeinse juk uitkomen.

17

 Joh 19:17 en terwijl Hijzelf zijn kruis droeg, ging Hij uit naar de plaats die Schedel plaats heet, die in het Hebreeuws Golgotha heet, (Telos)

Terwijl Hijzelf zijn kruis droeg. Te weten de zware dwarsbalk, zie Kruisiging.

18

Joh 19:18 waar zij Hem kruisigden, en met Hem twee anderen, aan elke kant een, en Jezus in het midden. (Telos)

En met Hem twee anderen. Ook gelovigen in Christus, zijn met Hem gekruisigd: met Hem eengemaakt in de gelijkheid van Zijn dood aan het kruis.

19

 Joh 19:19 Pilatus nu schreef ook een opschrift en zette dat op het kruis. En er was geschreven: Jezus de Nazoreeër, de koning der Joden. (Telos)

Opschrift. Dat de beschuldiging, het misdrijf vermeldde.

22

 Joh 19:22 Pilatus antwoordde: Wat ik heb geschreven, heb ik geschreven. (Telos)

Pilatus wilde het opschrift niet veranderen. Wij weten dat het opschrift de waarheid verkondigde.

37

Joh 19:37  En weer een ander Schriftwoord zegt: ‘Zij zullen zien op Hem die zij hebben doorstoken’. (Telos)

Zac 12:10  Doch over het huis Davids, en over de inwoners van Jeruzalem, zal Ik uitstorten den Geest der genade en der gebeden; en zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem rouwklagen, als [met] de rouwklage over een enigen zoon; en zij zullen over Hem bitterlijk kermen, gelijk men bitterlijk kermt over een eerstgeborene. (SV)

Opb 1:7  Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben; en alle stammen van het land zullen over Hem weeklagen. Ja, Amen. (Telos)

Voetnoot

  1. 1,0 1,1 Gleason L. Archer, Encyclopedia of Bible Difficulties (Zondervan Publishing House, Grand Rapids, MI, 1982), blz. 376.