Romeinen 3

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Romeinen 3 is een hoofdstuk van de Brief van Paulus aan de Romeinen. Het wordt hieronder samengevat en/of becommentarieerd. De volgende hoofdstukken zijn samengevat en/of passages ervan becommentarieerd:

Romeinenbrief: 1 · 2 · 3 · 4 · 5 · 6 · 7 · 8 · 9 · 10 · 11 · 12 · 13 · 14 · 15 · 16.

Samenvatting

In 't kort: onze ongerechtigheid en rechtvaardiging. 1-20 Onze ongerechtigheid en Gods rechtvaardigheid. 21-31 Rechtvaardiging door geloof.

4

Ro 3:4  Volstrekt niet! Maar God zij waarachtig en ieder mens leugenachtig, zoals geschreven staat: ‘Opdat U gerechtvaardigd wordt in uw woorden, en overwint, wanneer U geoordeeld wordt’. (Telos)

God zij waarachtig en ieder mens leugenachtig. Zie ook vs. 7.

‘Opdat U gerechtvaardigd wordt in uw woorden, en overwint, wanneer U geoordeeld wordt’. Dit is een aanhaling van Ps. 51:4.

Ps 51:4  (51-6) Tegen U, U alleen, heb ik gezondigd, en gedaan, dat kwaad is in Uw ogen; opdat Gij rechtvaardig zijt in Uw spreken, [en] rein zijt in Uw richten. (SV)

Ps 51:4  (51:6) Voor u en u alleen heb ik gezondigd; wat in uw ogen kwaad is deed ik, zodat gij in uw récht staat met uw wóord  — en zúiver bent in úw geríchten! ((NaB)

Luther vertaalt het tweede deel van de zin: "Opdat gij recht behoudt in Uw woorden, en rein blijft, wanneer U geoordeeld wordt". Hij is hierin de Septuaginta gevolgd.

God wordt voor iedereen gerechtvaardigd in Zijn woorden, in Zijn beloften en bedreigingen, die Hij nauwkeurig vervult en opdat Hij overwint, de zege behoudt, wanneer Hij geoordeeld wordt, als U aan een rechterlijke beoordeling van mensen wordt onderworpen.

5

Ro 3:5  Als nu onze ongerechtigheid Gods gerechtigheid bevestigt, wat zullen wij dan zeggen? Is God soms onrechtvaardig als Hij de toorn over ons brengt? Ik spreek naar de mens. (Telos)

Als nu onze ongerechtigheid Gods gerechtigheid bevestigt. Neem liegen als voorbeeld (vs. 4, 7). Wanneer we liegen of anderen tegen ons liegen en wij de gevolgen daarvan ondervinden, beseffen we hoe 'recht' het is om waarheid te spreken en wordt de gerechtigheid van God wat betreft Zijn waarachtigheid bevestigt.

Is God soms onrechtvaardig als Hij de toorn over ons brengt? Zowel in zijn regeringswegen als in het laatste oordeel voor de witte troon.

Ro 1:18  Want toorn van God wordt van de hemel geopenbaard over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen die de waarheid in ongerechtigheid bezitten; (Telos)

Ro 2:5  Maar naar uw hardheid en onbekeerlijk hart hoopt u voor uzelf toorn op in de dag van de toorn en van de openbaring van het rechtvaardig oordeel van God, Ro 2:6  die ieder zal vergelden naar zijn werken; Ro 2:7  hun die met volharding in goed werk heerlijkheid, eer en onvergankelijkheid zoeken, eeuwig leven;(...) Ro 2:8  maar hun die twistziek zijn en ongehoorzaam aan de waarheid maar gehoorzaam aan de ongerechtigheid, toorn en gramschap. (Telos)

Ro 4:15  Want de wet bewerkt toorn, maar waar geen wet is, is ook geen overtreding. (Telos)

Ro 9:22  Als nu God, daar Hij zijn toorn wilde betonen en zijn macht bekend maken, met veel lankmoedigheid verdragen heeft de vaten van de toorn, tot het verderf toebereid; (Telos)

7

Ro 3:7  Als nu de waarheid van God door mijn leugen overvloediger is geworden tot zijn heerlijkheid, waarom word ik dan nog als zondaar geoordeeld? (Telos)

Als nu de waarheid van God door mijn leugen overvloediger is geworden tot zijn heerlijkheid. Zie ook vs. 4. Waar wij liegen, geeft God Zijn woord van waarheid. Denk aan de stemmen der profeten in tijden van zedelijk verval.

8

Ro 3:8  En waarom niet, zoals van ons gelasterd wordt, en zoals sommigen beweren dat wij zeggen: Laten wij het kwade doen, opdat het goede eruit voortkomt? Het oordeel over hen is rechtvaardig. (Telos)

Hen. Die lasteren.

9

Ro 3:9  Wat dan? Zijn wij uitnemender? Helemaal niet. Wij hebben immers tevoren zowel Joden als Grieken beschuldigd, dat zij allen onder de zonde zijn, (Telos)

Zijn wij uitnemender? Uitnemender dan die lasteraars?

10

Ro 3:10  zoals geschreven staat: ‘Er is geen rechtvaardige, ook niet een; (Telos)

Van verscheidene mensen in De Bijbel wordt gezegd dat zij rechtvaardig waren (zie Rechtvaardig), maar er is geen mens die volstrekt rechtvaardig is gelijk God.

Jes 64:6  Doch wij allen zijn als een onreine, en al onze gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed; en wij allen vallen af als een blad, en onze misdaden voeren ons henen weg als een wind. (SV)

Vergelijk Jezus' antwoord op iemand die Hem "goede meester" noemde:

Mr 10:18  Jezus echter zei tot hem: Waarom noemt u Mij goed? Niemand is goed dan Een: God. (Telos)

Jezus wijst hem op de volkomen goedheid van God, waarbij de goedheid van mensen tekort schiet.

Ro 3:23  Want allen hebben gezondigd en komen te kort aan de heerlijkheid van God, (Telos)

De enige mens, trouwens, die in zijn leven praktisch volkomen rechtvaardig en goed was, was onze Heer Jezus Christus.

13

Ro 3:13  ‘hun keel is een open graf; met hun tongen plegen zij bedrog’; ‘addergif is onder hun lippen’; (Telos)

Hun keel is een open graf. Uit hun keel komen uitlatingen van dood en verderf. Denk aan uitroepen als 'Stik!' en 'Val dood!'

14

Ro 3:14  ‘hun mond is vol vervloeking en bitterheid’; (Telos)

Ook het platform Twitter, waar iedereen met korte berichten op alles en iedereen kan reageren, is vol vervloeking en bitterheid.

18

Ro 3:18  ‘geen vrees voor God staat hun voor ogen’. (Telos)

Dit is een vrij aanhaling uit Ps. 36.

Ps 36:1 [Een] [psalm] van David, den knecht des HEEREN, voor den opperzangmeester. (36-2) De overtreding des goddelozen spreekt in het binnenste van mijn hart: Er is geen vreze Gods voor zijn ogen. (SV)

Ps 36:1  [Een psalm] van David, de dienaar van de HEERE, voor de koorleider. (2) De overtreding van de goddeloze spreekt binnen in mijn hart: ontzag voor God [staat] hem niet voor ogen. (HSV)

21

Ro 3:21  Maar nu is, buiten de wet om, gerechtigheid van God geopenbaard, waarvan door de wet en de profeten getuigenis gegeven wordt, (Telos) 

Geopenbaard. Door het evangelie.

Ro 1:16  Want ik schaam mij niet voor het evangelie; want het is Gods kracht tot behoudenis voor ieder die gelooft, eerst voor de Jood, en ook voor de Griek. Ro 1:17  Want gerechtigheid van God wordt daarin geopenbaard op grond van geloof tot geloof, zoals geschreven staat: ‘Maar de rechtvaardige zal op grond van geloof leven’. (Telos)

Waarvan door de wet en de profeten getuigenis gegeven wordt. Door de wet: de toerekening van de gerechtigheid aan Abraham op grond van diens geloof (4:3). Door de profeten, als Jesaja en Habakuk.

Jes 53:11  Om den arbeid Zijner ziel zal Hij het zien, [en] verzadigd worden; door Zijn kennis zal Mijn Knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, want Hij zal hun ongerechtigheden dragen. (SV)

Hab 2:4  Zie, zijn ziel is hoogmoedig, niet oprecht in hem, maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven. (HSV)  

22

Ro 3:22  namelijk gerechtigheid van God door geloof in Jezus Christus tot allen, en over allen die geloven; want er is geen onderscheid. (Telos)

Geen onderscheid. Tussen Jood en Griek, man en vrouwen, slaaf en vrije. Zij allen kunnen op grond van geloof gerechtigheid van God ontvangen.

Ga 3:26  want u bent allen zonen van God door het geloof in Christus Jezus.  Ga 3:27  Want u allen die tot Christus bent gedoopt, hebt Christus aangedaan.  Ga 3:28  Daar is geen Jood of Griek, daar is geen slaaf of vrije, daar is geen man of vrouw; want u bent allen een in Christus Jezus. (Telos)

23

Ro 3:23  Want allen hebben gezondigd en komen te kort aan de heerlijkheid van God, (Telos)

Die heerlijkheid bereiken we uit onszelf niet, maar door het geloof wel:

Ro 5:2  door Wie wij ook de toegang verkregen hebben door het geloof tot deze genade waarin wij staan, en wij roemen in de hoop op de heerlijkheid van God. (Telos)

24

Ro 3:24  en worden om niet gerechtvaardigd door zijn genade, door de verlossing die in Christus Jezus is. (Telos)

Vs. 22 vermeldt de menselijke grond of voorwaarde voor rechtvaardiging: geloof. In vs. 24 zien wij Gods voorwaarden voor de rechtvaardiging van de mens: 1e Zijn genade, 2e de verlossing in Christus Jezus.

25

Ro 3:25  Hem heeft God gesteld tot een genadetroon door het geloof, in zijn bloed, tot betoning van zijn gerechtigheid wegens het voorbij laten gaan van de zonden die tevoren hadden plaatsgevonden onder de verdraagzaamheid van God; (Telos)

Genadetroon. Of: verzoendeksel. Grieks: ιλαστηριον, hilasterion. Dit woord komt ook nog voor in:

Heb 9:5  en daarboven de cherubs van de heerlijkheid die het verzoendeksel overschaduwden; het is niet mogelijk hierover nu in bijzonderheden te spreken. (Telos)

Andere vertalen het woord in vs. 25: 'verzoening' (SV), 'middel tot verzoening' (HSV), 'zoenmiddel' (Leidse vertaling, NBG51), 'middel van verzoening' (WV95), 'middel tot verzoening' (NBV2004, Naardense vertaling), 'zoenoffer' (Canisius, WV78). Duits: 'Gnadenstuel' (Luther, 1545), 'Gnadenstuhl' (Elb). Engels: 'propitiation' (AV), 'mercy-seat' (Darby).

De verschillende vertalingen verraden de lastige vertaalbaarheid van hilasterion. Volgens P. Baily, die in zijn promotie-onderzoek het gebruik van hilasterion heeft bestudeerd, verwijst het woord altijd naar een concreet voorwerp en nooit naar een abstract denkbeeld als verzoening. Evenmin verwijst het naar een offerdier, hoewel de verwante term hilasmos dat wel kan doen. Het verwijst hoofdzakelijk naar twee dingen[1]:

  • hetzij een duurzame votiefgave[2] aan een heidense god(in) om deze gunstig te stemmen. Het reusachtige paard van Troje, met daarin een troep Griekse soldaten, werd de Trojanen voorgespiegeld als een hilasterion en wel als een geschenk voor de godin Pallas Athena, die de veiligheid van de stad zou waarborgen als de Trojanen hun stadsmuur zouden neerhalen om het paard binnen te laten. De Trojanen trappen in de list, slaan een bres in hun eigen muur en halen het paard de stad in. Later die nacht komen de Griekse soldaten tevoorschijn om de poort voor hun kompanen te openen. Het nu kansloze Troje wordt met gemak door de Grieken veroverd.[3]
  • hetzij het gouden verzoendeksel bovenop de ark van het verbond.

In Romeinen 3:25 verwijst hilasterion naar het verzoendeksel. Hier volgen enkele uitlegkundige gronden voor deze duiding. In vs. 21 spreekt Paulus over het getuigenis door de wet en de profeten. Zij getuigen ervan dat gerechtigheid van God geopenbaard is buiten de wet om. De ark met het verzoendeksel was het centrum van het heiligdom. God verscheen in een wolk op het verzoekdeksel (Ex. 22:22; Lev. 16:2; Num. 7:89).

Ex 25:22  En aldaar zal Ik bij u komen, en Ik zal met u spreken van boven het verzoendeksel af, van tussen de twee cherubim, die op de ark der getuigenis zijn zullen, alles, wat Ik u gebieden zal aan de kinderen Israëls. (SV)

Nu 7:89  En als Mozes in de tent der samenkomst ging, om met Hem te spreken, zo hoorde hij een stem tot hem sprekende, van boven het verzoendeksel, hetwelk is op de ark der getuigenis, van tussen de twee cherubim. Alzo sprak Hij tot hem. (SV)

Het verzoendeksel was het brandpunt van de openbaring van God.

Het verzoendeksel was ook een plaats waar het bloed van zondoffers op Verzoendag werd gesprengd. Het bloed dat daarop gesprengd werd was van twee zondoffers: 1. van een var (jonge stier), dat de hogepriester voor zichzelf en zijn huisgezin bracht, en 2. van een geitenbok, dat voor de zonden van het volk werd gebracht. Het bloed van beide zondoffers werd achtereenvolgens gesprengd vóór en óp het verzoendeksel (Lev. 16:14,-15). Paulus verbindt hilasterion met 'in zijn bloed', het bloed van Jezus.

"Het voorbij laten gaan van de zonden die tevoren hadden plaatsgevonden onder de verdraagzaamheid van God" doet denken aan dezelfde zondoffers van Verzoendag. Op die werden verzoening gedaan voor al de zonden van de Israëlieten in het voorbije jaar.

Le 16:30  Want op deze dag wordt voor u verzoening gedaan om u te reinigen. Van al uw zonden wordt u voor het aangezicht van de HEERE gereinigd. (...) Le 16:34  Dit is voor u tot een eeuwige verordening om voor de Israëlieten eenmaal per jaar verzoening te doen voor al hun zonden. En men deed zoals de HEERE Mozes geboden had. (HSV)

In zijn bloed.

Ro 5:9  Veel meer dan zullen wij, nu wij gerechtvaardigd zijn door zijn bloed, door Hem behouden worden van de toorn. (Telos)

Ook in Rom. 5:9 staat "in zijn bloed". Want het Griekse voorzetsel εν kan betekenen: in, door, met.

Bron

Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting): met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Rom. 3:4 en Ps. 51:4. Enige tekst hiervan is onder wijziging verwerkt op 8 dec. 2021.

Voetnoten

  1. Naar Bailey's promotie-onderzoek en een artikel van Bailey uit 2000 wordt verwezen door Peter Leithart in: Hilasterion, op TheoPolisInstitute.com, 5 maart 2013.
  2. Bijvoorbeeld een mensvormige figuurtje dat de godheid of de gever voorstellen, een beeldje van een deel van het menselijk lichaam, een steen met een inscriptie. Zie Votiefgave op Wikipedia.nl
  3. Paard van Troje, op: nl.wikipedai.org. Enige tekst hiervan is onder wijziging verwerkt op 13 dec. 2021.