Romeinen 10

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Romeinen 10 is een hoofdstuk van de Brief van Paulus aan de Romeinen. Het wordt hieronder samengevat en/of becommentarieerd. De volgende hoofdstukken zijn samengevat en/of passages ervan becommentarieerd:

Romeinenbrief: 1 · 2 · 3 · 4 · 5 · 6 · 7 · 8 · 9 · 10 · 11 · 12 · 13 · 14 · 15 · 16.

1

Ro 10:1  Broeders, de wens van mijn hart en mijn gebed voor hen tot God is, dat zij behouden worden. (Telos)

Ro 9:1  Ik spreek de waarheid in Christus, ik lieg niet, terwijl mijn geweten meegetuigt door de Heilige Geest,  Ro 9:2  dat ik grote droefheid heb en een onophoudelijke smart in mijn hart. Ro 9:3  Want zelf heb ik gewenst door een vloek gescheiden te zijn van Christus ter wille van mijn broeders, mijn verwanten naar het vlees. (Telos)

2

Ro 10:2  Want ik getuig van hen dat zij ijver voor God hebben, maar niet met verstand. (Telos)

Niet met verstand. Zonder inzicht, zonder zuivere kennis van God[1], want zij kennen Gods gerechtigheid niet (vs. 3).

4

Ro 10:4  Want Christus is [het] einde van [de] wet tot gerechtigheid voor ieder die gelooft. (Telos)

Einde van [de] wet. 'Einde', in het Grieks 'telos', dat 'doel(einde') of 'einde (in de tijd)' kan betekenen. De Heer Jezus heeft de wet vervuld, beëindigt de oude bedeling van de wet en brengt ons tevens in een nieuwe bedeling.

Ro 3:21  Maar nu is, buiten de wet om, gerechtigheid van God geopenbaard, waarvan door de wet en de profeten getuigenis gegeven wordt,  Ro 3:22  namelijk gerechtigheid van God door geloof in Jezus Christus tot allen, en over allen die geloven; want er is geen onderscheid. (Telos)

Ga 3:24  De wet is dus onze tuchtmeester geweest tot op Christus, opdat wij op grond van geloof gerechtvaardigd zouden worden. (Telos)

Joh 1:17  Want de wet is door Mozes gegeven; de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden. (Telos)

6

Ro 10:6  Maar de gerechtigheid op grond van geloof is, spreekt zo; Zeg niet in uw hart: ‘Wie zal in de hemel opklimmen?’  dat is Christus doen afdalen; (Telos)

Mozes, waarnaar verwezen wordt, zegt dat het woord van God niet uit de hemel gehaald hoeft te worden.

De 30:12  Het is niet in den hemel, om te zeggen: Wie zal voor ons ten hemel varen, dat hij het voor ons hale, en ons hetzelve horen late, dat wij het doen? (SV)

11

Ro 10:11  Want de Schrift zegt: ‘Ieder die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden’. (Telos)

Ook aangehaald in 9:33.

12

Ro 10:12   Want er is geen onderscheid tussen Jood en Griek, want dezelfde Heer van allen is rijk jegens allen die Hem aanroepen: (Telos)

Dezelfde Heer. Jezus, zie vs. 9, 14.

15

Ro 10:15  En hoe zullen zij prediken, als zij niet gezonden zijn? zoals geschreven staat: ‘Hoe liefelijk zijn de voeten van hen die vrede verkondigen, van hen die het goede verkondigen’. (Telos)

Jes 52:7  Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten desgenen, die het goede boodschapt, die den vrede doet horen; desgenen, die goede boodschap brengt van het goede, die heil doet horen; desgenen, die tot Sion zegt: Uw God is Koning. (SV)

Na 1:15  Ziet op de bergen de voeten desgenen, die het goede boodschapt, die vrede doet horen; vier uw vierdagen, o Juda! betaal uw geloften; want de Belials-[man] zal voortaan niet meer door u doorgaan, hij is gans uitgeroeid. (SV)

Voetnoot

  1. W.H. Gispen e.a. (red.), Beknopt commentaar op de Bijbel in de nieuwe vertaling (Kampen: J.H. Kok, 1985)