Romeinen 16

Uit Christipedia

Romeinen 16 is een hoofdstuk van de Brief van Paulus aan de Romeinen, een geschrift in de Bijbel, en telt 27 verzen.

Hoofdstukken van de Brief van Paulus aan de Romeinen samengevat en/of becommentarieerd: · 1 · 2 · 3 · 4 · 5 · 6 · 7 · 8 · 9 · 10 · 11 · 12 · 13 · 14 · 15 · 16
Verzen van Romeinen 16 becommentarieerd: · 1 · 2 · 3 · 4 · 5 · 6 · 7 · 8 · 9 · 10 · 11 · 12 · 13 · 14 · 15 · 16 · 17 · 18 · 19 · 20 · 21 · 22 · 23 · 25 · 26 · 27

Samenvatting

Paulus beveelt een zuster aan, laat verscheidene heiligen van de gemeente te Rome groeten, vermaant, brengt groeten over, en besluit met aanbidding van 'de alleen wijze In God'. — 1 Aanbeveling van Fébe. 2-16 Gegroeten. 17-20 Vermaning. 21-24 Groetenden. 25-27 Aanbidding van God.

1

Ro 16:1 Ik beveel nu Fébe aan, onze zuster, die ook een dienares is van de gemeente die in Kenchreeën is, (Telos)

Febe. Zij is waarschijnlijk de overbrengster van de brief[1], aangezien Paulus in vers 2 verzoekt dat men haar ontvangt in de Heer.

Dienares. Diakones.

Kenchreeën. Een plaats ten oosten van Korinthe; zie Kenchreeën.

2

opdat u haar ontvangt in de Heer, op een wijze de heiligen waardig, en haar bijstaat in elke zaak waarin zij u nodig mocht hebben; want ook zijzelf heeft bijstand verleend aan velen, ook aan mijzelf. (Telos)

Opdat u haar ontvangt. Dit is het doel van de aanbeveling. Andere aanbevelingen:

Hnd 15:25 hebben wij, eendrachtig geworden, besloten mannen te kiezen en naar u toe te zenden met onze geliefden, Barnabas en Paulus, (Telos)

Apollos aanbevolen:

Hnd 18:27 Toen hij nu naar Achaje wilde doorreizen, moedigden de broeders hem aan en schreven aan de discipelen hem te ontvangen. Daar aangekomen was deze door de genade de gelovigen tot grote steun, (Telos)

2Co 3:1 Beginnen wij opnieuw onszelf aan te bevelen? Of hebben wij, zoals sommigen, aanbevelingsbrieven aan u of van u nodig? 2Co 3:2 U bent onze brief, geschreven in onze harten, gekend en gelezen door alle mensen; (Telos)

Betreft Marcus:

Col 4:10 U groet Aristarchus, mijn medegevangene, en Markus, de neef van Barnabas, over wie u bevelen ontvangen hebt (als hij bij u komt, ontvangt hem), (Telos)

3

 16: 3 Groet Prisca en Aquila, mijn medearbeiders in Christus Jezus (Telos)

Prisca en Aquila. De vrouw wordt als eerste genoemd, vermoedelijk omdat zij 't meest gearbeid heeft voor de zaak van Christus of Paulus 't meest gediend heeft.

4

 16: 4 (die voor mijn leven hun hals gewaagd hebben; niet ik alleen dank hen, maar ook alle gemeenten van de volken), (Telos)

Hun hals. Samen hebben zij hun leven in de waagschaal gesteld voor Paulus.

Die voor mijn leven hun hals gewaagd hebben. Verder dan dit ging de Heiland voor ons: meer dan Zijn hals voor ons wagen, gaf Hij welbewust Zijn leven voor ons in de dood.

5

 16: 5 en de gemeente in hun huis. Groet Epénetus, mijn geliefde, die [de] eersteling van Asia is voor Christus. (Telos)

De gemeente in hun huis. Van een huisgemeente is misschien ook sprake in vzn. 14 en 15: 'de broeders bij hen', 'al de heiligen bij hen'.

Die de eersteling van Asia is voor Christus. Hij was de eerste christen, of een van de eerste christenen, in de Romeinse provincie Asia (in het westen van het tegenwoordige Turkije).

Epénetus. Wordt alleen hier in het Nieuwe Testament genoemd. Zie Epénetus.

6

Ro 16:6  Groet Maria, die veel voor u gearbeid heeft. (Telos)

Maria. Een van de zes zogenoemde vrouwen in het Nieuwe Testament, zie Maria.

7

Rom 16:7  Groet Andronicus en Junias, mijn verwanten en medegevangenen, die vermaard zijn onder de apostelen, die ook voor mij in Christus zijn geweest. (Telos)

Andronicus. De naam komt in de Bijbel alleen hier voor. Zie Andronicus.

Junias. Andere vertalingen hebben 'Junia'. 'Junias' is mannelijk, 'Junia' is vrouwelijk. Het is onduidelijk of het om een man of een vrouw gaat. Volgens sommige uitleggers is de naam Junias en is dit een verkorting van Junianus of Junilias en gaat het om een man. Andere menen dat het om een vrouw gaat: de zuster of vrouw van Andronicus. Zie verder bij Junias.

Die vermaard zijn onder de apostelen. Dit kan betekenen:

  1. bekend en geacht onder de apostelen
  2. bekend en geacht en behorend tot de apostelen

Want dit woord 'apostel' wordt niet alleen aan de twaalf apostelen bijzonder toegeschreven, maar ook soms aan andere leraars”[2].

2Co 8:23 Enerzijds wat Titus betreft, hij is mijn deelgenoot en medearbeider bij u; anderzijds onze broeders, zij zijn gezanten van de gemeenten, Christus’ heerlijkheid. (Telos)

'Gezanten' is de vertaling van het Griekse αποστολοι, apostoloi = lett. apostelen.

8

Ro 16:8 Groet Ampliatus, mijn geliefde in de Heer. (Telos)

Ampliatus. Wordt in de Bijbel alleen hier genoemd, zie Ampliatus.

Mijn geliefde. Zie vs. 9.

In de Heer. Zie ook vs. 11.

9

Ro 16:9 Groet Urbanus, onze medearbeider in Christus, en Stachys, mijn geliefde. (Telos)

Urbanus. Wordt nergens anders in de Schrift genoemd; zie Urbanus.

Stachys. Een man, zie Stachys. Wordt in de Bijbel alleen op deze plaats genoemd. In vs. 12 wordt een vrouw "de geliefde" genoemd.

Mijn geliefde. Zie ook vs. 8.

10

 16: 10 Groet Apelles, de beproefde in Christus. Groet hen die tot [de huisgenoten] van Aristobúlus behoren. (Telos)

Apelles. Een naam die onder joden voorkwam, zie Apelles.

De beproefde in Christus. Mogelijk bleek hij beproefd, omdat hij vasthield aan het geloof in de Heer Jezus Christus.

Aristobúlus. De naam komt in het Nieuwe Testament alleen te dezer plaatse voor; zie Aristobulus.

11

 16: 11 Groet Heródion, mijn verwant. Groet hen die van de [huisgenoten] van Narcissus in [de] Heer zijn. (Telos)

Herodion. Mogelijk familie van Herodes de Grote, zie Herodion.

De huisgenoten ... in de Heer. De Christusgelovige huisgenoten.

Narcissus. Deze naam komt alleen hier in de Bijbel voor; zie Narcissus.

In [de] Heer. Zie ook vs. 8.

12

 16: 12 Groet Tryféna en Tryfósa, die in [de] Heer arbeiden. Groet Persis, de geliefde, die veel gearbeid heeft in de Heer. (Telos)

Tryféna en Tryfésa. Mogelijk lijfelijke zusters of zelfs tweelingen. Hun namen worden in het Nieuwe Testament alleen op deze plaats genoemd; zie Tryfena en Tryfosa.

Persis. Eveneens een vrouw, wellicht, naar de betekenis van haar naam, een Perzische, zie Persis. Ze wordt alleen hier genoemd.

De geliefde. Hij zegt niet 'mijn geliefde', dit zei hij wel van drie broeders. Zij waren alle vier door Paulus geliefd. Misschien was Persis ook geliefd door de gemeente[3].

13

 16: 13 Groet Rufus, de uitverkorene in [de] Heer, en zijn moeder en de mijne. (Telos)

Rufus. Mogelijk dezelfde als de zoon van de kruisdrager Simon van Cyrene, zie Rufus.

De uitverkorene in de Heer. Een voor Paulus in de Heer verkoren, uitgelezen christelijke broeder. Alle gelovigen zijn geliefd en uitverkoren in de Heer, maar van sommige heiligen wordt dit in het bijzonder gezegd, vanwege hun betekenis voor Paulus. Dus zowel de persoonlijke betrekking van Paulus tot Rufus als tot diens moeder was een bijzondere.[4][5]

En de mijne. Zij was niet zijn echte (biologische) moeder. De moeder van Rufus had de apostel kennelijk eens met moederlijke zorg bejegend, waarom hij haar in figuurlijke zin 'moeder' noemt.

14

Ro 16:14 Groet Asyncritus, Flegon, Hermes, Patrobas, Hermas, en de broeders bij hen. (Telos)

Asyncritus ... Hermas. De vermelde namen komen in de Bijbel alleen in dit vers voor.

En de broeders bij hen. Misschien een kleine gemeente in het huis van sommigen van hen[6].

15

 16: 15 Groet Filólogus en Julias, Nereüs en zijn zuster, en Olympas, en al de heiligen bij hen. (Telos)

De genoemde namen komen niet elders in de Bijbel voor.

Julias. Velen en de meeste Nederlandse vertalingen lezen de vrouwennaam Julia, zie Julia. “De naam kan zowel een vrouw als een man aanduiden. Dit hangt af van hoe hij in het Grieks geaccentueerd wordt; de oudste handschriften bevatten geen accenten. Als het Julia is, dan was zij misschien de echtgenote van de vlak voor haar genoemde Filologus. In het andere geval is de naam een samentrekking van Julianus.”[7]

En zijn zuster. Mogelijk kan Paulus niet op haar naam komen.

Olympas. Een man, zie Olympas.

En al de heiligen bij hen. Zij vormden misschien een huisgemeente[6]. Zie ook vzn. 5 en 14.

16

Rom. 16:16  Groet elkaar met een heilige kus. Al de gemeenten van Christus groeten u. (Telos)

Groet elkaar met een heilige kus. Elkaar kussen was de gewone handeling bij het ontmoeten en groeten in het Nabije Oosten, zoals het schudden van de handen dat in het Westen is. Mannen kusten mannen en vrouwen kusten vrouwen. In China schudt men de hand met zichzelf. Zie 1Thess. 5: 26, 1 Cor. 16:20, 2 Cor. 13:12.[6]

De kus van Judas Iskariot in de hof van Gethsémané was een onheilige kus, omdat hij verraderlijk was.

Lukas 22: 48 Jezus echter zei tot hem: Judas, met een kus lever jij de Zoon des mensen over? (Telos)

Al de gemeenten. Zij waren bekend bij alle gemeenten, hun gehoorzaamheid aan het evangelie was ter kennis van allen gekomen (vs. 19). Dat het evangelie was doorgedrongen tot in de hoofdstad van het Romeinse rijk en daar geloofsgehoorzaamheid wekte, was een verheugende gebeurtenis.

Nabeschouwing gegroeten (2-16)

Uit Paulus' persoonlijke groeten aan heiligen in Rome blijkt dat ook gelovige vrouwen werkzaam zijn voor de Heer en dat Paulus hun arbeid waardeert.

Broeders. De genoemde mannen in Rome die groeten ontvangen zijn: Aquila (= 'Arend'), Epénetus (= 'Lofwaardig'), Andronicus (= 'Zegeman') , Ampliatus (= 'Ruim'), Urbanus (= 'Stedelijk; Beleefd'), Stachys (= 'Korenaar'), Apélles (= 'Geroepen'), Aristobúlus (= 'Beste raadsman'), Heródion (= 'Heldhaftig'), Rufus (= 'Rood'), Asyncritus (= 'Onvergelijkelijk'), Flegon (= 'Brandend'), Hermes (naam van een Griekse god, door de Romeinen Mercurius genoemd), Patrobas (= 'Vaderlijk', 'Waar vader leeft'), Hermas (= 'Hermes', naam van een Griekse god, door de Romeinen Mercurius genoemd), Filologus (= 'Liefhebber van het woord'), Nereus (= 'Nat'), Olympas (= 'Van de Olympus neergedaald'). Achttien in getal.

Zusters. De genoemde zusters in Rome die groeten ontvangen zijn: Prisca (= 'Oudje'), Maria (= 'Hun opstand'), Junia (= 'Jeugdig'), Tryféna (= 'Weelderig'), Tryfósa (= 'Weelderig'), Persis (= 'een Perzisch vrouw'), de moeder van Rufus, Julia (= 'Zachtharig; Maagd; Geliefde'), de zuster van Nereus. Negen in getal.

Slaven, slavinnen, vrijgelatenen. Onder de gegroeten zijn namen die voorkwamen onder slaven, slavinnen of vrijgelaten slaven en slavinnen: Flegon, Hermes, Julia, Nereus, Patrobas, Rufus, Urbanus. De naam Filologus kwam als slavennaam dikwijls voor. De naam Flegon kwam veel voor bij slaven en vrijgelatenen. Hermas en Hermes waren veel voorkomende slavennaam. Julia was de meest voorkomende naam van slavinnen in de keizerlijke huishouding vanwege Julius Ceasar[8].

In de eerste eeuw na Chr. waren er 6 miljoen slaven in het Romeinse rijk; een op de drie ingezetenen behoort toen tot de klasse van slaven[9].

Lof. Paulus' uitgesproken waarderingen ('hun leven voor mij hals gewaagd hebben', meerdere keren 'mijn geliefde', 'vermaard onder de apostelen', 'de beproefde in Christus', 'de geliefde', 'die in de Heer arbeiden', 'veel gearbeid heeft in de Heer', 'de uitverkorene in de Heer') doen denken aan wat de gelovigen spoedig te wachten staat:

1Co 4:5  Oordeelt daarom niets voor de tijd, totdat de Heer komt, die ook wat in de duisternis verborgen is, aan het licht zal brengen en de raadslagen van de harten openbaar zal maken; en dan zal ieder zijn lof ontvangen van God. (Telos)

17

Ro 16:17  En ik vermaan u, broeders, geeft acht op hen die tweedracht en aanleidingen tot vallen verwekken tegen de leer die u geleerd hebt, en onttrekt u aan hen. (Telos)

Tweedracht en aanleidingen tot vallen. Die vonden wij aangeduid in Rom. 14-15:7.

De leer die u geleerd hebt. De leer dat Gods heil voor jood en heiden is en dat gelovigen in één lichaam zijn verenigd en dat zij daarom de eenheid hebben te bewaren, in liefde rekening houdend met elkaar.

En onttrekt u aan hen. Mijdt de omgang met zodanigen.

18

 16: 18 Want zulke [mensen] dienen niet onze Heer Christus, maar hun eigen buik; en door vleitaal en lofspraak bedriegen zij de harten van de argelozen. (Telos)

Onze Heer Christus. De Heer voorgesteld als de Christus, de Messias van Israël.

Maar hun eigen buik. De beschrijving doet denken aan het geschil over eten en drinken in Rom. 14-15:7. Misschien ging het om genotzuchtigen voor wie het koninkrijk Gods als het ware bestond in eten en drinken.

Ro 14:17  Want het koninkrijk van God is niet eten en drinken, maar rechtvaardigheid, vrede en blijdschap in de H eilige Geest. (Telos)

Misschien mogen we ook denken aan Judaïsten, Joodse gelovigen die Jezus als de Christus erkenden, die een punt maakten van eten en drinken en de Mozaïsche spijswetten opdrongen.

Door vleitaal en lofspraak. Hierdoor trokken ze argelozen in hun leefwijze, terwijl die argeloze medegelovigen mogelijk in hun geweten twijfelden.

19

 16: 19 Want uw gehoorzaamheid is ter [kennis van] allen gekomen. Ik verblijd mij daarom over u; maar ik wil dat u wijs bent jegens het goede, maar rein jegens het kwade. (Telos) 

Uw gehoorzaamheid. Geloven in Jezus Christus leidt tot gehoorzamen aan Hem ('geloofsgehoorzaamheid').

Is [ter kennis] van allen gekomen. Daardoor kon Paulus de groeten doen namens al de gemeenten van Christus (16). Tot die 'allen' mogen we misschien ook rekenen de Joden, gelovigen in Christus dan wel ongelovigen, die de spijswetten onderhouden.

Bekeerlingen in Rome, een gemeente van Christus in het middelpunt van het Romeinse rijk. Dat verblijdde de gelovigen elders die het vernamen, en ook Paulus.

Ik verblijd mij daarom over u. Die zich bekeerd hebt en gehoorzaam geworden bent. Is ook in de hemel een reden tot blijdschap.

Lukas 15: 7 Ik zeg u, dat er zo blijdschap in de hemel zal zijn over een zondaar die zich bekeert, meer dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen bekering nodig hebben.

Jegens. Grieks: eis. Dit voorzetsel kan betekenen: tot, in, tot-in, naar, voor, onder[10].

Rein jegens in het kwade. Of: onnozel in het kwade, d.w.z. daarin niet bekwaam zijn, daarmee niet besmet zijn, "onbesmet van het kwade" (NBG51), "onbedorven tegenover het kwade" (NaB).

20

 16: 20 De God nu van de vrede zal de satan spoedig onder uw voeten verpletteren. De genade van onze Heer Jezus <Christus> zij met u! (Telos)

De God nu van de vrede. Hij wordt in deze brief ook genoemd 'de God van de volharding' (15:5), 'de God van de hoop' (15:13).

Ro 15:5  Moge nu de God van de volharding en de vertroosting u geven onderling eensgezind te zijn in overeenstemming met Christus Jezus, (Telos)

Ro 15:13  Moge nu de God van de hoop u vervullen met alle blijdschap en vrede in het geloven, opdat u overvloedig bent in de hoop, door de kracht van de Heilige Geest. (Telos)

De satan ... onder uw voeten verpletteren. Het zaad van de vrouw, d.i. onze Heiland en Heer, zal de kop van de satan vermorzelen.

Genesis 3: 15 En Ik zal vijandschap zetten tussen u en deze vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dat zal u de kop vermorzelen, en u zult het de verzenen vermorzelen. (CP[11])

Wij nemen kennelijk deel aan de vermorzeling van Satans kop. Vergelijk Luk. 10:19 "op slangen en schorpioenen te treden".

Lu 10:17  De twee en zeventig nu keerden terug met blijdschap en zeiden: Heer, zelfs de demonen zijn ons onderdanig in uw naam.  Lu 10:18  Hij nu zei tot hen: Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen.  Lu 10:19  Zie, Ik heb u de macht gegeven op slangen en schorpioenen te treden en over alle kracht van de vijand, en niets zal u enige schade toebrengen.  Lu 10:20  Evenwel, verblijdt u niet hierover dat de geesten u onderdanig zijn, maar verblijdt u dat uw namen staan ingeschreven in de hemelen. (Telos)

Spoedig. Paulus verwachtte dat, maar dat is nog altijd, bijna twee millennia later, niet gebeurd. Wij echter mogen deze woorden, door de Geest ingegeven, in het licht van de eeuwigheid zien; in dat licht zijn twee millennia een korte tijd.

21

Ro 16:21   U groeten Timotheüs, mijn medearbeider, en Lucius, Jason en Socipater, mijn verwanten. (Telos)

Timotheüs. Hij was met Paulus in Macedonië (2 Cor 1:1) voordat hij naar Korinthe kwam, waar Paulus zijn brief aan Tertius dicteert.

Mijn verwanten. Bloedverwanten? Stamgenoten? Volksgenoten? Landgenoten[12]? Het Griekse woord voor 'verwant', συγγενης, suggenes, kan betekenen[10]: 1. bloedverwant, verwant aan, 2. in ruimere zin, van hetzelfde volk, landgenoot. Het woord wordt ook gebruikt in:

Ro 9:3  Want zelf heb ik gewenst door een vloek gescheiden te zijn van Christus ter wille van mijn broeders, mijn verwanten naar het vlees. (Telos)

22

Ro 16:22  Ik, Tertius, die de brief geschreven heb, groet u in de Heer. (Telos)

Paulus dicteerde, Tertius schreef Paulus' woorden op.

23

Ro 16:23  U groet Gajus, de gastheer van mij en van de gehele gemeente. U groet Erastus, de rentmeester van de stad, en de broeder Quartus. (Telos)

Gajus. Die door Paulus te Korinthe, waar de brief wordt geschreven, was gedoopt. Zie Gajus.

En van de gehele gemeente. De gemeente kwam kennelijk bij Gajus aan huis samen of ontving hij althans allen.

Erastus, de rentmeester van de stad. In de gemeente van Christus te Korinthe waren weinig aanzienlijken als Erastus.

1Co 1:26 Want kijkt naar uw roeping, broeders, dat er niet vele wijzen zijn naar het vlees, niet vele machtigen, niet vele aanzienlijken; (Telos)

Broeder Quartus. De Latijnse naam Quartus betekent 'vierde'. Daar is ook een broeder Secundus (= ‘Tweede’, Hand. 20:4), een broeder ‘Tertius’ (= ‘Derde’, Rom. 16:22). Wie is Eerste?

Romeinen 8: 29 Want hen die Hij tevoren heeft gekend, heeft Hij ook tevoren bestemd om aan het beeld van zijn Zoon gelijkvormig te zijn, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broeders. (Telos)

25

Ro 16:25  Hem nu die machtig is u te bevestigen naar mijn evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring van de verborgenheid, die in de tijden van de eeuwen verzwegen is geweest, (Telos)

U te bevestigen. Dat hadden de heiligen nodig. Er waren immers gevaren. Vergelijk vzn. 17-20.

De verborgenheid, die in de tijden van de eeuwen verzwegen is geweest. Dat Gods heil in genade naar jood én heiden uitgaat, door Zijn Zoon Jezus Christus.

26

 16: 26 maar die nu is geopenbaard en door profetische Schriften, naar [het] bevel van de eeuwige God, tot geloofsgehoorzaamheid aan alle volken is bekend gemaakt, (Telos)  

Geloofsgehoorzaamheid aan alle volken.

Romeinen 1: 5 door Wie wij genade en het apostelschap ontvangen hebben voor zijn naam, tot geloofsgehoorzaamheid onder alle volken

Alle volken. In het Romeinse Rijk, het werkterrein van de apostel Paulus.

27

 16: 27 [de] alleen wijze God, door Jezus Christus, Hem zij de heerlijkheid tot in <alle> eeuwigheid! Amen. (Telos)  

De alleen wijze God, door Jezus Christus. Door Jezus heeft God zijn wijsheid getoond. Christus Jezus is "ons geworden ... wijsheid van Godswege" (1 Kor. 1:30).

1 Korinthiërs 1: 29 opdat geen vlees roemt voor God. 30 Uit Hem toch bent u in Christus Jezus, die ons geworden is: wijsheid van Godswege, gerechtigheid, heiliging en verlossing; 31 opdat, zoals geschreven staat: ‘Wie roemt, laat hij roemen in [de] Heer’. (Telos)

Nabeschouwing

Groeten. “Geen brief van Paulus bevat zoveel groeten, met name (veertig) als de brief aan de Romeinen.”[13] Hoeveel broeders en zusters kent hij bij naam! Hoe zit dat bij mij?

Vrouwen (zusters). Opvallend is voorts het grote aantal (gelovige) vrouwen dat genoemd wordt.

Voetnoten

  1. Aanttekening van de Petrus Canisius vertaling
  2. Kanttekening bij de Statenvertaling
  3. A.T. Robertson, Word Pictures in the New Testament. Onderdeel van de Online Bible van Importantia Publishing. Robertson meent dat zij geliefd was door de hele gemeente.
  4. In zijn Word Pictures in the New Testament (Onderdeel van de Online Bible van Importantia Publishing) merkt A.T. Robertson op aangaande Rufus: Not "the elect," but "the select."
  5. Johann Christian Konrad von Hofmann (1810-1877), Luthers theoloog, schreef: "Evenals tot de moeder, zal hij ook tot de zoon van die tijd in een persoonlijke betrekking hebben gestaan, waarop hij zeker wel het woord "de uitverkorene in de Heere" wijst; want hij kan hen niet met dat woord aanwijzen als een Christen, dat te algemeen, noch ook als een uitgezochte Christen, dat zeer on-apostolisch zou zijn, maar alleen als een, die voor hem een in de Heere verkoren, een uitgelezen Christelijke broeder is." Aangehaald in: Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting): met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901).
  6. 6,0 6,1 6,2 A.T. Robertson, Word Pictures in the New Testament. Onderdeel van de Online Bible van Importantia Publishing.
  7. Bijbels theologische encyclopedie (2008). Onderdeel van de Online Bible van uitgeverij Importantia.
  8. Zie Julia
  9. Romeinse rijk, paragraaf Slaven
  10. 10,0 10,1 Grieks-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.
  11. Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.
  12. Landgenoten, zo verstaat A.T. Robertson, Word Pictures in the New Testament. Onderdeel van de Online Bible van Importantia Publishing.
  13. Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting): met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901).