Bijbel:Handelingen 2

Uit Christipedia
Versie door Kees Langeveld (overleg | bijdragen) op 6 mei 2024 om 17:24 (Nieuwe pagina aangemaakt met '{{BijbelboekenTabs}} <section begin=1 /><sup>1</sup> En toen de dag van het pinksterfeest werd vervuld, waren zij allen gemeenschappelijk bijeen. <section end=1 /><noinclude>{{#if: {{#tag section-h: {{BASEPAGENAME|1}}}} |link={{BASEPAGENAME}}#1}} </noinclude><section begin=2 /><sup>2</sup> En er kwam plotseling uit de hemel een geluid als van een geweldige, voortgedreven wind en deze vulde het hele huis waar zij zaten. <...')
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
De verzen zijn ontleend aan de Statenvertaling (Oude Testament) of de Telos-vertaling (Nieuwe Testament). De verzen uit de Statenvertaling zijn deels 'hertaald'; voorbeelden: 'Hij zeide' → 'Hij zei'; 'op denzelven' → 'daarop'; 'hetwelk' → 'dat'; sommige woorden zijn anders vertaald.
Genesis (inleiding), hoofdstuk: 1 · 2 · 24 · 25
Exodus (inleiding), hoofdstuk: 19
Leviticus (inleiding), hoofdstuk: 21
Numeri (inleiding), hoofdstuk: 10 · 11 · 28 · 31 · 32 · 33 · 34 · 35 · 36
Deuteronomium (inleiding), hoofdstuk: 1 · 2 · 3 · 30
Richteren (inleiding), hoofdstuk: 5
1 Samuël (inleiding), hoofdstuk: 1 · 20 · 29
Job (inleiding), hoofdstuk: 7
Psalmen (inleiding), hoofdstuk: 8 · 14 · 22 · 23 · 73 · 92 · 116 · 144
Spreuken (inleiding), hoofdstuk: 3 · 16
Jesaja (inleiding), hoofdstuk: 51 · 53 · 59 · 63
Ezechiël (inleiding), hoofdstuk: 31 · 32 · 34 · 35 · 36 · 37 · 38 · 39 · 40
Daniël (inleiding), hoofdstuk: 7
Joël (inleiding), hoofdstuk: 2
Haggaï (inleiding), hoofdstuk: 2
Zacharia (inleiding), hoofdstuk: 12 · 14
Mattheüs (inleiding), hoofdstuk: 5 · 6 · 12 · 16 · 17 · 18 · 24 · 25 · 26
Markus (inleiding), hoofdstuk: 1 · 8 · 11 · 12 · 14 · 15 · 16
Lukas (inleiding), hoofdstuk: 1 · 2 · 3 · 4 · 7 · 9 · 12 · 15 · 19 · 20 · 22 · 23
Johannes (inleiding), hoofdstuk: 1 · 2 · 7 · 8 · 10 · 11 · 12 · 13 · 14 · 19
Handelingen (inleiding), hoofdstuk: 6 · 7 · 16 · 17 · 20
Romeinen (inleiding), hoofdstuk: 1 · 5 · 6 · 7 · 8 · 9 · 10 · 11 · 12 · 13 · 14 · 15 · 16
1 Korinthiërs (inleiding), hoofdstuk: 1 · 3 · 13 · 14 · 15 · 16
2 Korinthiërs (inleiding), hoofdstuk: 1
Galaten (inleiding), hoofdstuk: 3 · 4 · 5 · 6
Efeziërs (inleiding), hoofdstuk: 4 · 5
Filippenzen (inleiding), hoofdstuk: 1 · 2 · 3 · 4
Kolossenzen (inleiding), hoofdstuk: 1 · 2 · 3
1 Thessalonicenzen (inleiding), hoofdstuk: 3 · 5
2 Thessalonicenzen (inleiding), hoofdstuk: 1 · 2 · 3
1 Timotheüs (inleiding), hoofdstuk: 2
Brief aan Titus (inleiding), hoofdstuk: 2
Filemon (inleiding), hoofdstuk: tekst (er is geen hoofdstuk)
Hebreeën (inleiding), hoofdstuk: 1 · 2 · 10 · 11 · 13
Jakobus (inleiding), hoofdstuk: 1 · 2
1 Petrus (inleiding), hoofdstuk: 1 · 5
2 Petrus (inleiding), hoofdstuk: 1 · 3
1 Johannes (inleiding), hoofdstuk: 1 · 3
Judas (inleiding), commentaar: Judas
Openbaring (inleiding), hoofdstuk: 1 · 2 · 3 · 5 · 6 · 7 · 8 · 12 · 13 · 16 · 19 · 21 · 22
Uit de Bijbelboeken, door de tabs aangegeven, worden elders op Christipedia geautomatiseerd citaten ontleend. De Bijbelboeken en hun hoofdstukken zijn hier nog niet alle opgenomen. De verzen zijn ontleend aan de Statenvertaling (Oude Testament) of de Telos-vertaling (Nieuwe Testament). De verzen uit de Statenvertaling zijn deels 'hertaald'; voorbeelden: 'Hij zeide' → 'Hij zei'; 'op denzelven' → 'daarop'; 'op den zevenden dag' → 'op de zevende dag'; enz.

Handelingen 2: 1 En toen de dag van het pinksterfeest werd vervuld, waren zij allen gemeenschappelijk bijeen.

2 En er kwam plotseling uit de hemel een geluid als van een geweldige, voortgedreven wind en deze vulde het hele huis waar zij zaten.

3 En er vertoonden zich aan hen tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op ieder van hen.

4 En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en ze begonnen in andere talen te spreken, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.

5 Nu woonden er in Jeruzalem Joden, godvrezende mannen uit elk van de volken die er onder de hemel zijn.

6 Toen nu dit geluid was ontstaan, kwam de volksmenigte samen en raakte in verwarring, want ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken.

7 En zij waren buiten zichzelf en verwonderden zich en zeiden: Zie, zijn niet al dezen die spreken Galileeers?

8 Hoe horen wij hen dan ieder van ons in zijn eigen taal waarin wij geboren zijn?

9 Parthen, Meden en Elamieten, en de bewoners van Mesopotamie, Judea en Kappadocie, Pontus en Asia,

10 Frygie en Pamfylie, Egypte en de streken van Libie bij Cyrene, en de hier woonachtige Romeinen, zowel Joden als proselieten,

11 Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze talen over de grote daden van God spreken.

12 En zij waren allen buiten zichzelf en waren in verlegenheid en zeiden de een tot de ander: Wat mag dit toch zijn?

13 Anderen echter zeiden spottend: Zij zijn vol zoete wijn.

14 Petrus echter stond op met de elf, verhief zijn stem en sprak hen toe: Joodse mannen en u allen die in Jeruzalem woont, dit zij u bekend en leent het oor aan mijn woorden.

15 Want dezen zijn niet dronken, zoals u veronderstelt; want het is het derde uur van de dag.

16 Maar dit is wat gesproken is door de profeet Joel:

17 ‘En het zal gebeuren in de laatste dagen, zegt God, dat Ik van mijn Geest zal uitstorten op alle vlees, en uw zonen en dochters zullen profeteren, en uw jongemannen zullen gezichten zien en uw ouden zullen dromen dromen.

18 Ja, op mijn slaven en op mijn slavinnen zal Ik in die dagen van mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren.

19 En Ik zal wonderen geven in de hemel boven en tekenen op de aarde beneden: bloed en vuur en rookwalm.

20 De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en luisterrijke dag van de Heer komt.

21 En het zal gebeuren dat ieder die de naam van de Heer aanroept, behouden zal worden’.

22 Mannen van Israel, hoort deze woorden: Jezus de Nazoreeer, een man, door God aan u bevestigd door krachten, wonderen en tekenen die God door Hem in uw midden heeft gedaan, zoals u zelf weet,

23 Hem, door de bepaalde raad en voorkennis van God overgegeven, hebt u door de hand van wettelozen aan het kruis gehecht en gedood.

24 Hem heeft God opgewekt door de weeen van de dood te ontbinden, aangezien het niet mogelijk was dat Hij door deze werd vastgehouden.

25 Want David zegt van Hem: ‘Ik zag de Heer altijd voor mij, want Hij is aan mijn rechterhand, opdat ik niet wankel.

26 Daarom heeft mijn hart zich verblijd en mijn tong zich verheugd, ja, ook mijn vlees zal rusten in hoop,

27 want U zult mijn ziel niet aan de hades overlaten en uw Heilige geen ontbinding te zien geven.

28 U hebt mij de wegen van het leven bekend gemaakt; U zult mij met blijdschap vervullen bij uw aangezicht’.

29 Mannen broeders, het is geoorloofd met vrijmoedigheid tot u te spreken over de aartsvader David, dat hij en gestorven en begraven is, en zijn graf is onder ons tot op deze dag.

30 Daar hij dan een profeet was en wist, dat God hem met een eed had gezworen een uit de vrucht van zijn lendenen op zijn troon te doen zitten,

31 heeft hij vooruitgezien en gesproken over de opstanding van de Christus, dat Hij niet aan de hades is overgelaten en zijn vlees geen ontbinding heeft gezien.

32 Deze Jezus heeft God opgewekt, waarvan wij allen getuigen zijn.

33 Nu Hij dan door de rechterhand van God is verhoogd en de belofte van de Heilige Geest heeft ontvangen van de Vader, heeft Hij dit uitgestort wat u en ziet en hoort.

34 Want David is niet opgevaren naar de hemelen, maar hij zegt zelf: ‘De Heer heeft tot mijn Heer gezegd: Zit aan mijn rechterhand,

35 todat Ik uw vijanden tot een voetbank voor uw voeten stel’.

36 Laat het hele huis van Israel dan zeker weten, dat God Hem zowel tot Heer als tot Christus heeft gemaakt, deze Jezus die u hebt gekruisigd.

37 Toen zij nu dit hoorden, werden zij in het hart getroffen en zij zeiden tot Petrus en de overige apostelen: Wat moeten wij doen, mannen broeders?

38 En Petrus zei tot hen: Bekeert u, en laat ieder van u gedoopt worden in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden, en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen.

39 Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen die veraf zijn, zovelen de Heer onze God ertoe zal roepen.

40 En met vele andere woorden betuigde en vermaande hij hen en zei: Laat u behouden van dit verkeerde geslacht.

41 Zij dan die zijn woord aannamen, werden gedoopt, en er werden op die dag ongeveer drieduizend zielen toegevoegd.

42 Zij nu bleven volharden in de leer van de apostelen en in de gemeenschap, in de breking van het brood en in de gebeden.

43 En er kwam vrees over elke ziel, en vele wonderen en tekenen gebeurden door de apostelen in Jeruzalem, en er was grote vrees over allen,

44 en allen nu die geloofden, waren bijeen en hadden alle dingen gemeenschappelijk,

45 en zij verkochten hun goederen en bezittingen en deelden ze uit aan allen, naardat iemand nodig had.

46 En met volharding waren zij dagelijks eendrachtig in de tempel en braken brood aan huis en namen samen voedsel met vreugdegejuich en eenvoud van hart,

47 terwijl zij God prezen en gunst hadden bij het hele volk. En de Heer voegde dagelijks bijeen die behouden werden.