Bijbel:Filemon

Uit Christipedia
De verzen zijn ontleend aan de Statenvertaling (Oude Testament) of de Telos-vertaling (Nieuwe Testament). De verzen uit de Statenvertaling zijn deels 'hertaald'; voorbeelden: 'Hij zeide' → 'Hij zei'; 'op denzelven' → 'daarop'; 'hetwelk' → 'dat'; sommige woorden zijn anders vertaald.
Genesis (inleiding), hoofdstuk: 1 · 2 · 24 · 25
Exodus (inleiding), hoofdstuk: 19
Leviticus (inleiding), hoofdstuk: 21
Numeri (inleiding), hoofdstuk: 10 · 11 · 28 · 31 · 32 · 33 · 34 · 35 · 36
Deuteronomium (inleiding), hoofdstuk: 1 · 2 · 30
Richteren (inleiding), hoofdstuk: 5
1 Samuël (inleiding), hoofdstuk: 1 · 20 · 29
Job (inleiding), hoofdstuk: 7
Psalmen (inleiding), hoofdstuk: 8 · 14 · 22 · 116 · 144
Spreuken (inleiding), hoofdstuk: 3 · 16
Jesaja (inleiding), hoofdstuk: 53 · 59
Ezechiël (inleiding), hoofdstuk: 31 · 32 · 34 · 35 · 36 · 37 · 38 · 39 · 40
Daniël (inleiding), hoofdstuk: 7
Joël (inleiding), hoofdstuk: 2
Haggaï (inleiding), hoofdstuk: 2
Zacharia (inleiding), hoofdstuk: Zacharia 12
Mattheüs (inleiding), hoofdstuk: 5 · 6 · 12 · 16 · 17 · 18 · 24 · 25 · 26
Markus (inleiding), hoofdstuk: 8 · 12 · 14 · 15 · 16
Lukas (inleiding), hoofdstuk: 1 · 2 · 4 · 7 · 9 · 12 · 19 · 20 · 22 · 23
Johannes (inleiding), hoofdstuk: 1 · 2 · 7 · 8 · 10 · 11 · 12 · 13 · 19
Handelingen (inleiding), hoofdstuk: 6 · 7 · 16 · 17
Romeinen (inleiding), hoofdstuk: 5 · 6 · 7 · 8 · 9 · 10 · 11 · 12 · 13 · 14 · 15 · 16
1 Korinthiërs (inleiding), hoofdstuk: 1 · 3 · 13 · 14 · 15
Galaten (inleiding), hoofdstuk: 3 · 6
Efeziërs (inleiding), hoofdstuk: 4
Filippenzen (inleiding), hoofdstuk: 3
Kolossenzen (inleiding), hoofdstuk: 2 · 3
1 Thessalonicenzen (inleiding), hoofdstuk: 5
2 Thessalonicenzen (inleiding), hoofdstuk: 1 · 2
1 Timotheüs (inleiding), hoofdstuk: 2
Filemon (inleiding), hoofdstuk: tekst (er is geen hoofdstuk)
Hebreeën (inleiding), hoofdstuk: 1 · 2 · 10 · 11 · 13
Jakobus (inleiding), hoofdstuk: 2
1 Petrus (inleiding), hoofdstuk: 1
2 Petrus (inleiding), hoofdstuk: 1 · 3
1 Johannes (inleiding), hoofdstuk: 1 · 3
Openbaring (inleiding), hoofdstuk: 1 · 3 · 5 · 6 · 7 · 8 · 12 · 13 · 16 · 19 · 21 · 22
Uit de Bijbelboeken, door de tabs aangegeven, worden elders op Christipedia geautomatiseerd citaten ontleend. De Bijbelboeken en hun hoofdstukken zijn hier nog niet alle opgenomen. De verzen zijn ontleend aan de Statenvertaling (Oude Testament) of de Telos-vertaling (Nieuwe Testament). De verzen uit de Statenvertaling zijn deels 'hertaald'; voorbeelden: 'Hij zeide' → 'Hij zei'; 'op denzelven' → 'daarop'; 'op den zevenden dag' → 'op de zevende dag'; enz.

Filemon: 1 Paulus, een gevangene van Christus Jezus, en Timotheüs, de broeder, aan Filemon, de geliefde en onze medearbeider,

2 aan Apfia, de zuster, en aan Archippus, onze medestrijder, en aan de gemeente in uw huis:

3 genade zij u en vrede van God onze Vader en van de Heer Jezus Christus.

4 Ik dank mijn God, terwijl ik u altijd gedenk in mijn gebeden,

5 daar ik hoor van uw liefde en uw geloof dat u hebt tot de Heer Jezus en jegens alle heiligen,

6 opdat uw gemeenschap in het geloof krachtig wordt in de erkenning van al het goede dat in ons is voor Christus.

7 Want ik had veel blijdschap en troost wegens uw liefde, omdat de harten van de heiligen door u, broeder, verkwikt zijn.

8 Daarom, hoewel ik in Christus veel vrijmoedigheid heb u te bevelen wat gepast is,

9 doe ik ter wille van de liefde liever een beroep op u, daar het zo met mij is dat ik, Paulus, een oud man ben, en nu ook een gevangene van Christus Jezus.

10 Ik doe een beroep op u aangaande mijn kind dat ik in mijn gevangenschap heb verwekt, Onesimus,

11 die u vroeger van geen nut was, maar nu en voor u en mij zeer nuttig is,

12 die ik aan u heb teruggezonden; hem, dat wil zeggen mijn hart.

13 Ik had hem bij mij willen houden, opdat hij mij namens u zou dienen in mijn gevangenschap voor het evangelie.

14 Maar zonder uw goedvinden heb ik niets willen doen, opdat het goede bij u niet als uit dwang, maar vrijwillig zou zijn.

15 Want wellicht was hij daarom voor een tijd van u gescheiden, opdat u hem eeuwig zou bezitten,

16 niet langer als een slaaf, maar meer dan een slaaf, een geliefde broeder, vooral voor mij, hoeveel te meer dan voor u, zowel in het vlees als in de Heer.

17 Als u mij dus voor uw deelgenoot houdt, neem hem aan als mijzelf.

18 En als hij u enig onrecht heeft aangedaan of u iets schuldig is, breng dat mij in rekening.

19 Ik, Paulus, heb het met mijn eigen hand geschreven, ik zal het betalen, om u niet te zeggen dat u bovendien uzelf aan mij schuldig bent.

20 Ja broeder, laat mij voordeel van u hebben in de Heer; verkwik mijn hart in Christus.

21 Ik heb u geschreven in vertrouwen op uw gehoorzaamheid, daar ik weet dat u zelfs meer zult doen dan ik zeg.

22 En bereid mij tevens ook huisvesting, want ik hoop door uw gebeden u geschonken te zullen worden.

23 U groeten Epafras, mijn medegevangene in Christus Jezus,

24 Markus, Aristarchus, Demas en Lukas, mijn medearbeiders.

25 De genade van onze Heer Jezus Christus zij met uw geest.