Openbaring van Johannes/Samenvatting

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deze pagina geeft een samenvatting van het boek Openbaring van Johannes per hoofdstuk.

Voor een indeling en grafisch overzicht van het boek, zie Openbaring van Johannes.

Deel I: Opb. 1

Het eerste deel, "wat u hebt gezien" (hfst. 1) is als volgt te verdelen:

  • 1:1-8   inleiding
    • 1: 1-3 Kern van het boek, zender en ontvanger, zaligspreking
    • 1:4-7 Schrijver en geadresseerden. Zegenwens.
    • 1:5-6 Lofverheffing van Jezus Christus
    • 1:7 Zijn komst
    • 1:8 God stelt zich voor
  • 1:9-20 De Heer Jezus verschijnt aan Johannes en draagt hem op te schrijven "wat u hebt gezien en wat is en wat hierna zal gebeuren" (1:19).

Deel II: Opb. 2-3

Het tweede deel, "wat is" (hfst. 2-3) is als volgt onder te verdelen:

  • 2:1-7     boodschap voor de gemeente te Efeze
  • 2:8-11   boodschap voor de gemeente te Smyrna
  • 2:12-17 boodschap voor de gemeente te Pergamus
  • 2:18-29 boodschap voor de gemeente te Thyatira
  • 3:1-6     boodschap voor de gemeente te Sardis
  • 3:7-13   boodschap voor de gemeente te Filadelfia
  • 3:14-22 boodschap voor de gemeente te Laodicea
De gemeente in het boek Openbaring. Tekening door Clarence Larkin.

Deel III: Opb. 4-22

Het derde deel, "wat hierna zal gebeuren" (hfst. 4-22) is globaal als volgt in te delen:

  • 4:1-16:21 De oordelen vanuit de hemel over de aarde. Voorgesteld door het openen van zeven zegels, het blazen van zeven bazuinen en het uitgieten van zeven schalen.
  • 17:1-21:8 De val van Babylon. De verschijning van de Heer Jezus. Eerste opstanding. Vrederijk. Laatste oordeel.
  • 21:9-22:5 De glorie van het nieuwe Jeruzalem.
  • 22:6-21    Afsluiting.

Hfst. 4:1-16:21 beschrijven ons de oordelen vanuit de hemel over de aarde. Voorgesteld door het openen van zeven zegels, het blazen van zeven bazuinen en het uitgieten van zeven schalen. De zegels worden door de Rechter Jezus geopend, de bazuinen en de schalen zijn in handen van engelen.

De zeven zegels, bazuinen en schalen. Tekening door Clarence Larkin.

Opb. 4 De troon in de hemel. Johannes ziet de troon van God in de hemel, God gezeten op de troon, een regenboog om de troon, rondom de troon 24 verheerlijkte, gekroonde ouderlingen, de zeven geesten van God, in en rondom de troon vier levende wezens. De levende wezens eren en danken God, waarop de ouderlingen God aanbidden als de Schepper.

Opb. 5-8:1 Het boek met de zeven zegels.

Opb. 5 Het boek en het Lam. Op de rechterhand van God is een boek verzegeld met zeven zegels. Niemand kan het openen dan alleen de Leeuw van Juda, die overwonnen heeft, ofwel het Lam van God, dat geslacht is. Als het Lam het boek genomen heeft, aanbidden de vier levende wezens en de 24 ouderlingen Hem. Ook de vele engelen, ja elk schepsel, brengt het Lam eer.

Vier ruiters van de Apocalyps, door Viktor Vasnetsov. Geschilderd in 1887.

Opb. 6 De eerste zes zegels.

  • 1e zegel: wit paard: overwinning en heerschappij (kroon)
  • 2e zegel: vuurrood paard: wereldoorlog
  • 3e zegel: zwart paard: honger
  • 4e zegel: bleekgroen paard: massale slachting en sterfte
  • 5e zegel: gedode zielen rusten onder het altaar. Gedoden echter nog niet voltallig.
  • 6e zegel: grote aardbeving, hemellichamen in beroering (zon zwart, maan als bloed, sterren vallen, hemel wijkt terug), mensen verbergen zich voor God, grote dag van Gods toorn is gekomen

Opb. 7: Windstilte. Verzegeling van 144.000. Ontelbare menigte uit de grote verdrukking, voor de troon van God en vóór het Lam.

Opb. 8: 7e zegel geopend: Stilzwijgen in de hemel. Zeven engelen ontvangen 7 bazuinen. Kracht verleend aan de gebeden der heiligen. Altaarvuur op aarde geworpen, met als gevolg onder meer een aardbeving.

Opb. 8:2-11:19 De zeven bazuinen. Waarvan 3 weeën. De bazuinen zijn 4 +3, gescheiden door een intermezzo. De eerste vier bazuinen treffen de leefomgeving van de mensen. De oorzaken komen uit de hemel.

1e bazuin (8:7)): hagel, vuur, bloed: 3e deel van de aarde verbrand en al het groene gras.

2e bazuin (8:8-9): brandende berg in de zee: 3e deel zee bloed, 3e deel zeedieren sterft, 3e deel schepen vergaat.

3e bazuin (8:10-11): grote ster op 3e deel vd rivieren en waterbronnen. Gevolg: derde deel van de wateren bitter, veel mensen sterven daardoor

4e bazuin (8:12): 3e deel hemellichamen getroffen, daardoor verduisterd. Gevolg: minder licht tijdens dag en nacht. 

Drievoudige weeroep van de arend in de hemel (8:13): aankondiging van 3 weeen (= 3 overige bazuinen).

5e bazuin (9:1-11) = 1e wee (9:12). Hemelse ster (engel van de afgrond? 9:11) valt. Ze opent de put van de afgrond. Rook uit de put verduistert de zon en de lucht. Sprinkhanen uit de put, onder aanvoering van de engel van de afgrond, pijnigen de mensen gedurende 5 maanden. Verzegelden worden gespaard. De dood vlucht van hen die dood willen. 

6e bazuin (9:13 - 11:13) = 2e wee. Vier losgelaten engelen (demonen) doden het 3e deel van de mensen, door een ruiterschare van 200 miljoen die 3 plagen (vuur, rook en zwavel) veroorzaken. Overlevende mensen blijken onbekeerlijk.

Opb. 10: Een engel zet zijn voeten op de aarde en de zee. Hij roept en de zeven donderslagen spreken. Johannes neemt boekje uit diens hand en eet het op: opnieuw bittere woorden profeteren. 

Opb. 11: Opdracht aan Johannes om de tempel, het altaar en de aanbidders te meten. De naties zullen Jeruzalem vertreden 42 maanden lang. Twee machtige profeten (zoals Mozes) profeteren 1260 dagen en pijnigen hen die op de aarde wonen. Maar het Beest uit de afgrond doodt hen. Na 3 ½ dag staan ze echter op. Vervolgens worden ze opgenomen. Dan wordt Jeruzalem getroffen door een aardbeving: 10e deel van de stad valt en 7000 mensen komen om. Einde 2e wee. 

7e bazuin (11:15v) = 3e wee. "Wee de aarde en de zee" (12:12).  

Na het 2e wee klinken luide stemmen in de hemel die zeggen dat het Koninkrijk van God gekomen is.  24 oudsten aanbidden God daarom. Gods toorn is gekomen. En de tijd om geoordeeld te worden en om het loon te geven.  

Tempel van God in de hemel geopend en ark van het verbond getoond. Dan bliksemstralen, stemmen, donderslagen, aardbeving, grote hagel.

Opb. 12: Teken: In de hemel worden een smartelijk barende vrouw gezien. Voor haar staat een grote draak die haar mannelijke boorling (=Jezus) wil verslinden. Het kind wordt weggerukt naar God en zijn troon. Oorlog in de hemel tussen engelen. Satan en zijn engelen ter aarde geworpen. Blijdschap in de hemel, "wee de aarde en de zee" (12:12). De neergeworpen draak vervolgt de vrouw. Zij vlucht met vliegmiddelen in de woestijn. Daar wordt ze drie en een halve tijden (= 3 ½ jaar, of 1260 dagen) gevoed. De draak gaat de andere heiligen vervolgen. Hij gaat op het zand van de zee staan. 

Opb. 13: de twee beesten. Het beest uit de zee: Uit de zee stijgt een beest op. De draak geeft hem zijn macht en wereldwijd gezag. De beest raakt dodelijk gewond maar herstelt wonderbaarlijk. Draak en beest ontvangen aanbidding. Het beest lastert God en de hemelbewoners. Hij kan 3,5 jaar handelen. Hij kan oorlog voeren tegen de heiligen en hen overwinnen. Bemoediging voor de vervolgde heiligen. 

Het beest uit de aarde: Een ander beest stijgt op uit de aarde. Dit beest leidt tot aanbidding van het beest uit de zee. Het doet grote tekenen in tegenwoordigheid van het beest uit de aarde. Het laat een beeld maken en geeft daaraan adem en spraak. Het laat allen die weigeren het beeld te aanbidden doden. Ook geeft het alle mensen een merkteken. 

Aanwijzing voor de heiligen aangaande het getal van het beest.

Opb. 14: Het Lam op de berg Sion en met hem 144.000, eerstelingen voor God en het lam. Zij zingen een nieuw lied. Drie engelen: 

  • Een eerste engel, met het eeuwig evangelie. Hij verkondigd dat het uur van Zijn oordeel is gekomen. God wordt genoemd Hem die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen heeft gemaakt. 
  • Een tweede engel boodschapt dat Babylon gevallen is. 
  • Een derde engel boodschapt de hellestraf voor wie het beest en zijn beeld aanbidt en het merkteken ontvangt.

Bemoediging van de vervolgde heiligen.

De oogst van de aarde. De Zoon des mensen gaat maaien. Een andere engel komt uit de tempel en verzoekt aan de zoon des mensen om te maaien, wat gebeurt. 

Weer een andere engel komt uit de tempel en oogst, op verzoek van een engel, van de wijnstok van de aarde en werpt het in de wijnpersbak van de grimmigheid van God. Bloedbad (buiten Jeruzalem?).

Opb. 15-16:21 De 7 schalen van Gods toorn. Ze bevatten “de zeven laatste plagen” (Opb 21:9). "Laatste" geeft aan dat de zeven schalen chronologisch op het einde gesitueerd moeten worden. 

Hfst. 15: Ander teken in de hemel: zeven engelen met zeven plagen, die de grimmigheid Gods voleindigen. Loflied der heiligen die het beest en zijn beeld hebben overwonnen (het is alsof ze in de hemel zijn). De zeven engelen treden uit de tempel.

  • 1e schaal (hfst. 16) uitgegoten op de aarde: zweer aan de aanbidders van het beest
  • 2e schaal (hfst. 16) uitgegoten op de zee: zee wordt bloed en het leven in zee sterft.
  • 3e schaal (hfst. 16) uitgegoten op rivieren en waterbronnen: water in bloed veranderd. Leven daar sterft. Hemel stemt in met oordeel: het vergoten bloed der heiligen wordt met bloed vergolden. 
  • 4e schaal (hfst. 16) uitgegoten op de zon. Grote hitte die de mensen verbrandt. Ze lasteren God en bekeren zich niet.
  • 5e schaal (hfst. 16) uitgegoten op de troon van het beest. Zijn koninkrijk verduisterd. Pijn, zweren. Geen bekering.
  • 6e schaal (hfst. 16) uitgegoten op de Eufraat, welks water opdroogt. Wegbereiding voor de koningen van de opgang der zon. Uit de monden van de onheilige drie-eenheid komen demonische geesten die tekenen doen en de koningen van het hele aardrijk verzamelen tot de oorlog van de grote dag van God de Almachtige. Woord voor de heiligen (16:15): Zie, Ik kom als een dief. Gelukkig hij die waakt en zijn kleren bewaart, opdat hij niet naakt wandelt en men zijn schaamte niet ziet. Verzameling der koningen te Harmagedon (16:16). 
  • 7e schaal (hfst. 16) uitgegoten op de lucht. God zegt “Het is gebeurd”: God grimmigheid is voleindigd. De grootste aardbeving aller tijden. De steden vallen. De grote stad (Jeruzalem, Rome?) in drie delen. Eilanden vluchten, bergen geslecht. Plaag van grote hagel, waarom mensen God lasteren. Ten tijde van de 7e schaal, zo schijnt het (16:19; vgl. 17:1) wordt Babylon geoordeeld door dood, rouw, honger en vuur (18:8).

Opb. 17:1-21:8 beschrijft de val van Babylon, de verschijning van de Heer Jezus, de eerste opstanding, het duizendjarig vrederijk en het laatste oordeel.

Opb. 17: Een van de zeven engelen met de schalen toont het oordeel over de grote Hoer, dat door het Beest gedragen wordt. Hij verklaart de hoer, de wateren, de zeven koppen en de tien hoornen. 

Opb. 18: Een andere engel verkondigt de val van Babylon. Daarna (18:4v) roept een andere stem (Jezus) uit de hemel Zijn volk toe om uit Babylon te gaan. De verwoesting van de stad (Rome?) en de wening van de kooplieden. Hemel en heiligen opgewekt tot vreugde over haar oordeel. Een engel toont het oordeel over de stad.

Opb. 19. 19:1-4. Johannes hoort de stem van een grote menigte in de hemel: Lof en aanbidding om het oordeel over de Grote Hoer. | 19:5 Opwekking vanaf de troon om God te prijzen. | 19:6-9 Wederom een stem van een grote menigte: lof aan God die Zijn koningschap heeft aanvaard, en blijdschap over de aanstaande bruiloft van het lam. | 19:10 Johannes teruggehouden van de engel te aanbidden. | Joh. 19:11v Johannes ziet de hemel geopend, waaruit Jezus komt met zijn hemelse legers. Hij oordeelt. Johannes ziet een engel staan in de zon. Deze nodigt tot de grote maaltijd van God. Het beest en de koningen van de aarde en hun legeres verzameld ten oorlog tegen de Heer Jezus en zijn leger. De beide beesten levend ter helle geworpen. De overigen werden gedood door het woord van de Heer Jezus. 

Opb. 20: Een engel daalt neer uit de hemel, grijpt de draak en sluit hem in de afgrond. 

Tronen en oordeel worden de heiligen gegeven. De omgekomen heiligen uit de grote verdrukking worden opgewekt. “Dit is de eerste opstanding.” Zaligspreking van hen die deel hebben aan de eerste opstanding. 

Na 1000 jaren wordt satan losgelaten. Gog en Magog. Oordeel over dezen. Duivel in de hel geworpen. 

De grote witte troon.

Opb. 21:9-22:5 toont ons de glorie van de bruid, de vrouw van het Lam, het nieuwe Jeruzalem.

Opb. 22:6-21 vormt de afsluiting van het laatste bijbelboek.