Openbaring 4

Uit Christipedia

Openbaring 4 van de Openbaring van Johannes wordt hieronder samengevat en/of becommentarieerd. De volgende hoofdstukken zijn samengevat en/of passages ervan becommentarieerd:

Openbaring van Johannes: 1 · 2 · 3 · 4 · 5 · 6 · 7 · 8 · 9 · 10 · 11 · 12 · 13 · 14 · 15 · 16 · 17 · 18 · 19 · 20 · 21 · 22.

Samenvatting

1-2 Johannes opgetrokken in de hemel. 2-6 De troon in de hemel, waarop God zit, en de vierentwintig tronen waarop 24 ouderlingen zitten. 6-9 De vier levende wezens. 10-11 Aanbidding van God door de ouderlingen.

1

Opb 4:1  Hierna zag ik, en zie, een deur was geopend in de hemel, en de eerste stem die ik gehoord had als van een bazuin, die met mij sprak, zei: Kom hier op en Ik zal u tonen wat hierna moet gebeuren. (TELOS)

Hierna zag ik. Hoofdstuk 4 bevat een volgend gezicht (visioen). Na de beide vorige hoofdstukken valt het op dat het woord ‘gemeente’ niet meer voorkomt in de beschrijving van de gebeurtenissen op de aarde. Pas na deze beschrijving komt het woord ‘gemeente’ weer voor en wel nog één keer, in Opb 22:16:

Opb 22:16 Ik, Jezus, heb mijn engel gezonden om u deze dingen te betuigen voor de gemeenten. Ik ben de wortel en het geslacht van David, de blinkende morgenster. (Telos)

Het oordeel begint bij het huis van God (hoofdstukken 2 en 3), daarna worden de volken geoordeeld (hoofdstukken 4 e.v.).

Een deur was geopend in de hemel.

Joh 10:7  Jezus dan zei opnieuw: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Ik ben de deur van de schapen. (...) Joh 10:9  Ik ben de deur; als iemand door Mij binnengaat, zal hij behouden worden, en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden. (Telos)

Opb 3:7  En schrijf aan de engel van de gemeente in Filadelfia: Dit zegt de Heilige, de Waarachtige, die de sleutel van David heeft, die opent en niemand zal sluiten, en die sluit en niemand opent: (Telos)

Opb 3:8  Ik weet uw werken; zie, Ik heb een geopende deur voor u gegeven, die niemand kan sluiten; want u hebt kleine kracht en hebt mijn woord bewaard en mijn naam niet verloochend. (Telos)

De eerste stem ... als van een bazuin. Door de bepaling 'eerste' wordt deze stem onderscheiden van de stem van de Zoon des Mensen. De eerste stem was "een luide stem als van een bazuin" (1:10)

Opb 1:10  Ik kwam in de Geest op de dag van de Heer, en ik hoorde achter mij een luide stem als van een bazuin, (Telos)

De tweede stem, van de Heer Jezus, was "als een gedruis van vele wateren". De eerste stem is waarschijnlijk van de engel die in vers 1 van het boek wordt genoemd:

Opb 1:1  Openbaring van Jezus Christus, die God Hem heeft gegeven om zijn slaven te tonen wat spoedig moet gebeuren; en Hij heeft die door zijn engel gezonden en aan zijn slaaf Johannes te kennen gegeven. (Telos)

De eerste stem klinkt als een bazuin. Beide elementen, stem en bazuin, komen ook voor bij de opneming van de gemeente:

1Th 4:16  Want de Heer Zelf zal met een bevelend roepen, met de stem van een aartsengel en met de bazuin van God neerdalen van de hemel; en de doden in Christus zullen eerst opstaan; (Telos)

Kom hier op. Johannes stijgt op naar de hemel. Wellicht kan men in het opstijgen van Johannes een beeld zien van de opneming van de gemeente van Christus, ná de kerkgeschiedenis die in de hoofdstukken 2 en 3 is voorgesteld.

De oproep 'Kom hier op!' zal ook komen tot de twee opgewekte profeten. Zij zullen ten hemel opstijgen in een wolk.

Opb 11:12 En zij hoorden een luide stem uit de hemel tot hen zeggen: Komt hier op! En zij stegen op naar de hemel in een wolk, en hun vijanden aanschouwden hen. (Telos)

Mozes werd eens opgeroepen om de berg Sinaï op te klimmen.

Ex 19:16  En het geschiedde op den derden dag, toen het morgen was, dat er op den berg donderen en bliksemen waren, en een zware wolk, en het geluid ener zeer sterke bazuin, zodat al het volk verschrikte, dat in het leger was. Ex 19:17  En Mozes leidde het volk uit het leger, Gode tegemoet; en zij stonden aan het onderste des bergs. Ex 19:18  En de ganse berg Sinaï rookte, omdat de HEERE op denzelven nederkwam in vuur; en zijn rook ging op, als de rook van een oven; en de ganse berg beefde zeer. Ex 19:19  Toen het geluid der bazuin gaande was, en zeer sterk werd, sprak Mozes; en God antwoordde hem met een stem. Ex 19:20  Als de HEERE nedergekomen was op den berg Sinaï, op de spits des bergs, zo riep de HEERE Mozes op de spits des bergs; en Mozes klom op. (SV)

Wat hierna moet gebeuren. Na de tegenwoordige bedeling vindt de opname van de gemeente plaats, de bedeling eindigt ermee. Het eerste wat 'hierna' gebeurt is dat Johannes in de Geest en in de hemel komt. Deze twee momenten zijn er ook bij de opname van de gemeente: 1. door de Geest die ons woont worden wij veranderd wanneer de opneming van de gemeente plaatsgrijpt, 2. daarna komen wij met de Heer Jezus in de hemel.

Ro 8:11  En als de Geest van Hem die Jezus uit de doden heeft opgewekt, in u woont, dan zal Hij die Christus uit de doden heeft opgewekt, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door zijn Geest die in u woont. (Telos)

2

Opb 4:2 Terstond kwam ik in [de] Geest; en zie een troon stond in de hemel en er zat Iemand op de troon; (Telos)

Kwam ik in de Geest. Het eerste wat 'hierna' (vs. 1) gebeurt. Zinnebeeld van de verandering die de gelovigen bij de opname ondergaan, wanneer God door de Geest hun sterfelijke lichamen levend maakt?

Ro 8:11  En als de Geest van Hem die Jezus uit de doden heeft opgewekt, in u woont, dan zal Hij die Christus uit de doden heeft opgewekt, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door zijn Geest die in u woont. (Telos)

Dit "kwam ik in [de] Geest" zou misschien kunnen betekenen: kwam ik in de geest in de hemel, terwijl mijn lichaam op aarde achterbleef. De stem zegt immers: ‘Kom hier op!’

Een troon. De eerste zaak die Johannes ziet. Een troon is de zetel van heerschappij, van regering en bestuur.

3

Opb 4:3 en die daarop zat, was van aanzien een jaspissteen en sardiussteen gelijk; en rondom de troon was een regenboog, van aanzien een smaragd gelijk; (Telos)

Die daarop zat. Onze Heer en God, wat in vs. 11 overduidelijk wordt.

Van aanzien een jaspissteen en sardiussteen gelijk. De jaspissteen heeft verschillende kleurvarianten, zie Jaspis. De sardiussteen is roodachtig, zie Sardius. Omdat de kleuren van sardius zich in het rode spectrum van bruinrood tot oranjerood bevinden, dus minder verschillen dan de kleuren van de jaspisstenen, is de variant van de jaspissteen waarmee Johannes vergelijk wellicht de rode.

Rondom de troon was een regenboog. Ten teken dat God de wereldbevolking niet zal verdelgen (door een wereldwijde vloed).

4

Opb 4:4 en rondom de troon waren vierentwintig tronen, en op de tronen zaten vierentwintig oudsten, bekleed met witte kleren en op hun hoofden gouden kronen. (Telos)

Rondom de troon waren vierentwintig tronen. Een teken van deelneming aan de heerschappij van God de Almachtige.

Vierentwintig oudsten. Het getal kan betekenen: 1. vertegenwoordigers van de oudtestamentische heiligen (vgl. de 12 stamvaders van Israël) en de nieuwtestamentische heiligen (vgl. de 12 apostelen van de Heer Jezus); 2. de heiligen voorgesteld als priesters, naar de Davidische ordening van 24 priesterafdelingen. De heiligen zijn immers koningen èn priesters.

Opb 1:6  en ons gemaakt heeft tot een koninkrijk, tot priesters voor zijn God en Vader, Hem zij de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheid! Amen. (Telos)

Opb 5:10  en hebt hen voor onze God gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters; en zij zullen over de aarde regeren. (Telos)

Bekleed met witte kleren. Welke spreken van geestelijke en zedelijke reinheid; zie Kleding#Witte_kleren

Efe 5:27  opdat Hij de gemeente voor Zich zou stellen, heerlijk, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, maar opdat zij heilig en onberispelijk zou zijn. (Telos)

Opb 3:5  Wie overwint, die zal bekleed worden met witte kleren en Ik zal zijn naam geenszins uitwissen uit het boek van het leven, en Ik zal zijn naam belijden voor mijn Vader en voor zijn engelen. (Telos)

Op hun hoofden gouden kronen. Het is alsof de beloning voor de rechterstoel van Christus reeds heeft plaatsgevonden. Zij zijn bekleed en bekroond vóórdat de oordelen over de aarde komen (geopende zegels, geblazen bazuinen, uitgegoten schalen). Dit is een argument voor het pre-trib standpunt.

Da 7:18  Maar de heiligen der hoge [plaatsen] zullen dat Koninkrijk ontvangen, en zij zullen het Rijk bezitten tot in der eeuwigheid, ja, tot in eeuwigheid der eeuwigheden. (...) Da 7:27  Maar het rijk, en de heerschappij, en de grootheid der koninkrijken onder den gansen hemel, zal gegeven worden den volke der heiligen der hoge [plaatsen], welks Rijk een eeuwig Rijk zijn zal; en alle heerschappijen zullen Hem eren en gehoorzamen. (SV)

Ro 8:17  En zijn wij kinderen, dan ook erfgenamen: erfgenamen van God en medeerfgenamen van Christus, als wij inderdaad met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden. (Telos)

2Ti 2:12  als wij verdragen, zullen wij ook met Hem regeren; als wij Hem verloochenen, zal Hij ons ook verloochenen; (Telos)

5

Opb 4:5 En van de troon gingen bliksemstralen, stemmen en donderslagen uit; en zeven vurige fakkels brandden voor de troon; dit zijn de zeven Geesten van God. (Telos)

Van de troon gingen bliksemstralen, stemmen en donderslagen uit. De vreeswekkende verschijnselen spreken van gericht houden. Ze doen ons denken aan de verschijnselen op de berg Sinaï, toen God op de berg was gekomen.

Ex 19:16  En het geschiedde op den derden dag, toen het morgen was, dat er op den berg donderen en bliksemen waren, en een zware wolk, en het geluid ener zeer sterke bazuin, zodat al het volk verschrikte, dat in het leger was. Ex 19:17  En Mozes leidde het volk uit het leger, Gode tegemoet; en zij stonden aan het onderste des bergs. Ex 19:18  En de ganse berg Sinaï rookte, omdat de HEERE op denzelven nederkwam in vuur; en zijn rook ging op, als de rook van een oven; en de ganse berg beefde zeer. Ex 19:19  Toen het geluid der bazuin gaande was, en zeer sterk werd, sprak Mozes; en God antwoordde hem met een stem. Ex 19:20  Als de HEERE nedergekomen was op den berg Sinaï, op de spits des bergs, zo riep de HEERE Mozes op de spits des bergs; en Mozes klom op. (SV)

6

Opb 4:8 En de vier levende wezens hadden elk afzonderlijk zes vleugels, rondom en van binnen waren zij vol ogen en zij hebben geen rust, dag en nacht, en zeggen: Heilig, heilig, heilig, Heer, God de Almachtige, die was en die is en die komt.

Opb 4:6 En voor de troon was als een glazen zee, kristal gelijk. En in het midden van de troon en rond de troon vier levende wezens, vol ogen van voren en van achteren. (Telos)

Vier levende wezens. Cherubs.

Vol ogen van voren en van achteren. Veel ziend.

7

Opb 4:7 En het eerste levende wezen was een leeuw gelijk, en het tweede levende wezen een kalf gelijk, en het derde levende wezen had het gezicht als van een mens, en het vierde levende wezen was een vliegende arend gelijk. (Telos)

Een leeuw gelijk ... een kalf gelijk ... het gezicht als van een mens ... een vliegende arend gelijk. Vier categorieën levende wezens op aarde worden vertegenwoordigd: wilde dieren, vertegenwoordigd door de leeuw; getemde en aan de mens dienstbaar gemaakte dieren, vertegenwoordigd door het kalf; de mensheid; de vogels, die het luchtruim bevolken, vertegenwoordigd door de vliegende arend. Op de aardse schepselen lijkt ook vers 11b te wijzen.

De wereld van de zeedieren (vissen) schijnt niet vertegenwoordigd, maar misschien is het ook niet de bedoeling alle levenssferen afzonderlijk weer te geven.

8

Opb 4:8  En de vier levende wezens hadden elk afzonderlijk zes vleugels, rondom en van binnen waren zij vol ogen en zij hebben geen rust, dag en nacht, en zeggen: Heilig, heilig, heilig, Heer, God de Almachtige, die was en die is en die komt. (Telos)

Elk afzonderlijk zes vleugels. Ten teken dat zij hemelwezens zijn en zich in de onzienlijke hemel voortbewegen?

Heilig, heilig, heilig. Merk op dat er een meerdere drietallen zijn in dit vers. 3x 'heilig'. 3 aanduidingen van God: 'Heer, God, de Almachtige'. Alsook 3x een werkwoord: was, is, komt. God is een drie-enig Wezen, misschien dat de drietallen daarmee verband houden. Merk op dat ook vers 9 ook een drietal bevat: "heerlijkheid en eer en dankzegging". En vers 10: "neervallen ... aanbidden ... neerwerpen". En vers 11: "de heerlijkheid en de eer en de kracht"; "hebt geschapen ... bestonden ... zijn geschapen".

9

Opb 4:9 En wanneer de levende wezens heerlijkheid en eer en dankzegging zullen geven aan Hem die op de troon zit, die leeft tot in alle eeuwigheid, (Telos)

Die leeft tot in alle eeuwigheid. Ook in vs. 10. De Heer Jezus, die aan Johannes verscheen, zei: "Ik ben levend tot in alle eeuwigheid".

Opb 1:17  En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan zijn voeten; en Hij legde zijn rechterhand op mij en zei: Vrees niet, Ik ben de eerste en de laatste,  Opb 1:18  en de levende; en Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid, en Ik heb de sleutels van de dood en de hades. (Telos)

10

Opb 4:10 dan zullen de vierentwintig oudsten neervallen voor Hem die op de troon zit en Hem aanbidden die leeft tot in alle eeuwigheid, en hun kronen neerwerpen voor de troon en zeggen: (Telos)

Wat de cherubs zeggen en doen, is aanleiding voor de ouderlingen om de levende God te aanbidden en hun kronen voor Zijn troon neer te werpen.

11

Opb 4:11 U bent waard, onze Heer en God, te ontvangen de heerlijkheid en de eer en de kracht, want U hebt alle dingen geschapen, en door uw wil bestonden zij en zijn zij geschapen. (Telos)

Waard ... ontvangen. De vraag rijst: Kan God iets ontvangen wat hij al heeft, namelijk de heerlijkheid en de kracht? Of moeten we verstaat: waard te hebben?

U hebt alle dingen geschapen enz. Misschien dat deze belijdenis samenhangt met de vier cherubs, die verschillende categorieën aardse schepselen schijnen te vertegenwoordigen.

Want U hebt alle dingen geschapen. U bent de Schepper!

Door u wil bestonden zij en zijn zij geschapen. Er zij licht, luidde het bevel, het machtswoord, de wilsuiting van God, en er werd licht. Bij andere zaken schakelt God bestaande schepselen in: "de aarde bracht voort". Van de Zoon van God staat geschreven:

Col 1:17  En Hij is voor alle dingen en alle dingen bestaan samen in Hem. (Telos)