Openbaring 13

Uit Christipedia

Openbaring 13 van de Openbaring van Johannes wordt hieronder samengevat en/of becommentarieerd. De volgende hoofdstukken zijn samengevat en/of passages ervan becommentarieerd:

Openbaring van Johannes: 1 · 2 · 3 · 4 · 5 · 6 · 7 · 8 · 9 · 10 · 11 · 12 · 13 · 14 · 15 · 16 · 17 · 18 · 19 · 20 · 21 · 22.

Samenvatting

Het beest uit de zee en het beest uit de aarde. 1-10 Het beest uit de zee. 1-2 Zijn uiterlijk en aan hem verleende macht. 3 Zijn dodelijke wond, genezing en bewondering. 4 Aanbidding van het beest en van de draak. 5-6 Zijn spreken (lasteren) en handelen. 7 Hij beoorloogt en overwint de heiligen. Zijn wereldwijd gezag. 8 Wie hem aanbidden zullen. 9-10 Bemoediging voor de heiligen, die het beest niet aanbidden. 11v- Het beest uit de aarde. 12 Zijn afgeleid gezag. Het maakt dat men het eerste beest aanbidt. 13-14 Het doet grote tekenen in tegenwoordigheid van het beest uit de aarde. Het laat een beeld maken, 15 en geeft daaraan adem en spraak. Het laat allen die weigeren het beeld te aanbidden doden. 16-17 Ook geeft het alle mensen een merkteken, dat vereiste is om te kunnen kopen of verkopen. 18 Aanwijzing voor de heiligen aangaande het getal van het beest.

1

Opb 13:1 En ik zag uit de zee een beest opstijgen, dat tien horens en zeven koppen had en op zijn horens tien diademen en op zijn koppen namen van lastering. (TELOS)

Over de opkomst, samenstelling en antigoddelijke karakter van het Beest. Johannes beschrijft eerst de horens en de koppen, en daarna (vers 2) de gedaante van het beest.

Verband.

Opb 12:17 En de draak werd toornig op de vrouw en hij ging weg om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, hen die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus hebben; (12-18) en hij ging op het zand van de zee staan. (Telos)

De opkomst van het beest uit de zee volgt op de nederwerping van de draak en de vervolging van de vrouw door de draak. Het is alsof het beest uit de zee oprijst door toedoen van de draak. Merk op dat de opkomst van het beest een verband heeft met een oorlogvoering tegen de heiligen.  

Book of Revelation Chapter 13-1 (Bible Illustrations by Sweet Media).jpg

Uit de zee. De draak heeft zich geplaatst op het zand van de zee (12:18). De zee is een zinnebeeld van de woelige volkerenmassa. Daniël zag reeds vier beesten uit de zee voortkomen, Dan. 7:3. Het beest dat Johannes ziet opstijgen verenigt hoedanigheden van deze vier beesten.

Tien horens. Ook de draak zelf heeft tien horens en zeven koppen.

Opb 12:3 En er werd een ander teken gezien in de hemel; en zie, een grote, vuurrode draak met zeven koppen en tien horens en op zijn koppen zeven diademen. (Telos)

Bij het beest uit de zee worden de horens het eerst genoemd, bij de draak de koppen. Misschien is dat omdat van het beest uit de zee de horens het eerst gezien werden bij het oprijzen uit het water.  

Johannes ziet later een vrouw zitten op een scharlakenrood beest dat tien horens had.

Opb 17:3 En hij voerde mij weg in de geest naar een woestijn. En ik zag een vrouw zitten op een scharlakenrood beest dat vol namen van laster was en zeven koppen en tien horens had. (TELOS)

De tien horens stellen tien koningen voor.

Opb 17:12 En de tien horens die u hebt gezien, zijn tien koningen, die nog geen koninkrijk ontvangen hebben, maar een uur gezag als koningen ontvangen met het beest. (TELOS)

Vergelijk:

Da 7:24 En de tien horens duiden aan dat uit dat koninkrijk tien koningen zullen opstaan, en na hen zal een ander opstaan. Die zal verschillen van die er eerder geweest waren. Drie koningen zal hij vernederen. (HSV)

Zie Beest uit de zee.

Zeven koppen. Deze hebben een tweevoudige betekenis: zeven bergen en zeven koningen. Johannes ziet later een vrouw zitten op een scharlakenrood beest dat zeven koppen had.

Opb 17:3 En hij voerde mij weg in de geest naar een woestijn. En ik zag een vrouw zitten op een scharlakenrood beest dat vol namen van laster was en zeven koppen en tien horens had. (TELOS)

Een engel verklaart de betekenis van de zeven koppen:

Opb 17:9 Hier is het verstand dat wijsheid heeft: de zeven koppen zijn zeven bergen, waarop de vrouw zit. Opb 17:10 Ook zijn het zeven koningen: vijf zijn gevallen, de ene is er, de andere is nog niet gekomen, en wanneer hij komt, moet hij een korte tijd blijven. (TELOS)

De zevende koning, die nog niet is gekomen, zal een korte tijd blijven, 17:10. Het beest is zelf de achtste koning, 17:11. Het is uit de zeven koningen.

Op zijn horens tien diademen. Een diadeem is een teken van koninklijke waardigheid. Ook de draak heeft draagt diademen: zijn zeven koppen (niet horens) dragen diademen:

Opb 12:3 En er werd een ander teken gezien in de hemel; en zie, een grote, vuurrode draak met zeven koppen en tien horens en op zijn koppen zeven diademen. (TELOS)

De tien horens stellen ook koningen voor.

Op zijn koppen namen van lastering. Lasteren kenmerkt het Beest; het is een voornaam kenmerk.

Opb 17:3 En hij voerde mij weg in de geest naar een woestijn. En ik zag een vrouw zitten op een scharlakenrood beest dat vol namen van laster was en zeven koppen en tien horens had. (TELOS)

Wie of wat lastert hij? Het antwoord vinden wij enkele verzen later: hij lastert de naam van God en Zijn tabernakel, hen die in de hemel wonen (5-6).

Opb 13:5 En hem werd een mond gegeven die grote dingen en lasteringen sprak; en hem werd gezag gegeven om te handelen, tweeenveertig maanden. Opb 13:6 En hij opende zijn mond tot lasteringen tegen God, om zijn naam te lasteren en zijn tabernakel en hen die in de hemel wonen. (TELOS)

2

Opb 13:2 En het beest dat ik zag was aan een luipaard gelijk, en zijn poten waren als die van een beer en zijn muil als de muil van een leeuw. En de draak gaf hem zijn macht en zijn troon en groot gezag. (TELOS)

Na de horens en koppen te hebben beschreven, beschrijft Johannes nu de overige gedaante en de macht van het beest. Als het beest uit de zee opstijgt, worden eerst de horens en koppen gezien, daarna het hele lichaam.

De uiterlijkheden van het beest drukken zijn karakter uit. Het beest verenigt eigenschappen van verschillende roofdieren. Dezelfde roofdieren komen voor in het visioen van Daniël 7. Ook de draak is een roofdier, zoals blijkt uit hoofdstuk 12, waar dit dier het mannelijke kind wil verslinden.

In Daniël is het dier onvergelijkbaar. In het visioen van Johannes heeft het beest de kenmerken van meerdere dieren. Daniel kon geen dier noemen, Johannes noemt evenmin één vergelijkbaar dier, maar neemt in zijn beschrijving elementen van meerdere dieren toch te laten weten hoe het beest eruit zag.

Aan een luipaard gelijk. Dit dier spreekt van snelheid.

Zijn poten waren als die van een beer. Een beer heeft geen snelheid, maar wel sterke poten.

Zijn muil als de muil van een leeuw. Een muil die verslindt, verscheurt. De draak wilde eerder het mannelijk kind verslinden. Daarna wil de draak, die zich bedient van het Beest, oorlog voeren tegen de heidenen en hen overwinnen (verslinden), vs 7.

De draak gaf hem zijn macht en zijn troon en groot gezag. In vs. 5 lezen wij: "hem werd gezag gegeven om te handelen tweeënveertig maanden". De duivel heeft macht, een troon en groot gezag in de gevallen mensenwereld. Achter de schermen. Hij is de overste van deze wereld. Wat hem niet lukte, toen hij Jezus Christus in de woestijn verzocht verzocht, kan hij wel bij het beest doen.
Mt 4:8 Opnieuw nam de duivel Hem mee naar een zeer hoge berg en toonde Hem alle koninkrijken van de wereld en hun heerlijkheid Mt 4:9 en zei tot Hem: Al deze dingen zal ik U geven, als U neervalt en mij aanbidt. Mt 4:10 Toen zei Jezus tot hem: Ga weg, satan, want er staat geschreven’: De Heer, uw God, zult u aanbidden en Hem alleen dienen’. Mt 4:11 Toen verliet de duivel Hem; en zie, engelen kwamen bij Hem en dienden Hem. (TELOS)

Het is alsof de duivel, die op de aarde is geworpen (hoofdstuk 12) en ten verderve gaat, alles geeft aan een mens en zijn rijk om de mensheid te misleiden en te verderven.

Om de verlening van gezag aan het beest zal de draak worden aangebeden door de mensen (4).

Het gezagsgebied van het Beest zal zich uitbreiden, wereldwijd.

Opb 13:7 En hem werd gegeven oorlog te voeren tegen de heiligen en hen te overwinnen; en hem werd gezag gegeven over elk geslacht en volk en taal en natie. (TELOS)

Later zullen de tien koningen, voorgesteld door de tien horens, hun macht en gezag aan het beest geven.

Opb 17:13 Dezen hebben enerlei bedoeling en geven hun macht en gezag aan het beest. (TELOS)

3

Opb 13:3 En [ik zag] een van zijn koppen als tot [de] dood geslagen, en zijn dodelijke wond werd genezen; en de hele aarde ging met verbazing het beest achterna. (TELOS)

Een van zijn koppen. De zeven koppen symboliseren zeven koningen (vers 1). Een van de zeven koningen raakt dodelijk gewond en sterft. Even later wordt hij weer levend. Dit wekt zeer grote verbazing en ... aanhang voor het beest.

De hele aarde. De mensheid, de wereld, de bewoners van de aarde (8).

Het beest achterna. Niet de genezen kop, maar het beest. Heeft het beest de macht om te genezen, levend te maken?

4

Opb 13:4 En zij aanbaden de draak, omdat hij het gezag aan het beest had gegeven, en zij aanbaden het beest en zeiden: Wie is aan het beest gelijk, en wie kan er oorlog tegen voeren? (TELOS)

Zij aanbaden de draak. Gaven hem goddelijke eer. Duivelsaanbidding. Welke voorstelling men dan van de duivel zal hebben? In elk geval ziet God hem als een gruwelijk monster, een draak.

Aanbidding van het 7-koppige Beest, dat de scepter (teken van heerschappij) hanteert. Achter hem staat de 7-koppige Draak, die zich van het Beest bedient.

Omdat hij gezag aan het beest had gegeven. Zie vers 2.

Aanbaden het beest. De verbazing om het beest, om de genezing en herrijzenis van een van de dodelijk gewonde koppen (vers 3), loopt uit op aanbidding van het beest. Allen die op de aarde wonen zullen hem aanbidden (verzen 8, 12), behalve de heiligen (verzen 7-8).
Opb 13:8 En allen die op de aarde wonen, zullen hem aanbidden, ieder wiens naam, van de grondlegging van de wereld af, niet geschreven staat in het boek van het leven van het Lam dat geslacht is. (TELOS)
Aanbidding van het Beest uit de zee wordt (later?) bewerkt door het Beest uit de aarde, een valse profeet.
Opb 13:12 En het oefent al het gezag van het eerste beest uit in diens tegenwoordigheid; en het maakt dat de aarde en zij die erop wonen, het eerste beest aanbidden, van wie de dodelijke wond genezen was. (TELOS)
Wie kan er oorlog tegen voeren? Tegen zo'n machtig beest, dat snel is als een luipaard, sterk als een beer en gevaarlijk als een verscheurende leeuw. Het beest heeft zijn macht te danken aan de draak (2). Het beest zal later oorlog voeren tegen de heiligen (7), wat de bedoeling van de draak was (12:17).
Opb 13:7 En hem werd gegeven oorlog te voeren tegen de heiligen en hen te overwinnen; en hem werd gezag gegeven over elk geslacht en volk en taal en natie. (TELOS)
Ook tegen de Heer Jezus en zijn hemels leger zal oorlog worden gevoerd (19:19). De tien horens (koningen) zullen oorlog voeren tegen het Lam (17:14).
Opb 17:14 Dezen zullen oorlog voeren tegen het Lam, en het Lam zal hen overwinnen - want Hij is Heer van de heren en Koning van de koningen - en zij die met Hem zijn, geroepenen en uitverkorenen en getrouwen. (TELOS)
Opb 19:19 En ik zag het beest en de koningen van de aarde en hun legers verzameld om oorlog te voeren tegen Hem die op het paard zat en tegen zijn leger. (TELOS)
De onoverwinnelijkheid van het Beest kan ons herinneren aan de overwinningstocht van de ruiter op het witte paard (eerste oordeelszegel). Maar die ruiter is waarschijnlijk iets anders (misleiding in plaats van een persoon) en rijdt in een andere tijd (vóór de nederwerping van de duivel).  

5

Opb 13:5 En hem werd een mond gegeven die grote dingen en lasteringen sprak; en hem werd gezag gegeven om te handelen, tweeënveertig maanden. (Telos)

En hem werd een mond gegeven. En "hem werd gezag gegeven om te handelen". Zeggen en doen.

Die grote dingen ... sprak. Dat is grootspraak. Wie grote macht heeft, kan uit dien hoofde grote dingen spreken. Mogelijk woorden als "wij zullen samen de aarde herscheppen", "een blijvende vrede is in onze macht".

En lasteringen. Zie ook het volgende vers. Op zijn zeven koppen zijn namen van lasteringen (1).

Hem werd gezag gegeven. De draak had hem "groot gezag" gegeven (2). Gezien de beperking van de handelingsduur moeten we misschien denken dat de beperkte toelating door God: het Beest mag niet langer dan 42 maanden optreden.

Tweeënveertig maanden. 42 maanden = 3,5 jaar. Dezelfde tijdruimte wordt in het boek Openbaring aangeduid oor "twaalfhonderdzestig dagen" (11:3, 12:6) en "een tijd en tijden en een halve tijd" (Opb. 12:14). Zie Openbaring van Johannes/Onderwerpen.

6

Opb 13:6 En hij opende zijn mond tot lasteringen tegen God, om zijn naam te lasteren en zijn tabernakel <en> hen die in de hemel wonen. (TELOS)
Lasteringen tegen God. Vergelijk wat gezegd wordt van de elfde koning die Daniël zag:
Da 7:25 Woorden tegen de Allerhoogste zal hij spreken, de heiligen van de Allerhoogste zal hij te gronde richten. Hij zal erop uit zijn bepaalde tijden en de wet te veranderen, en zij zullen in zijn hand worden overgegeven voor een tijd, tijden en een halve tijd. (HSV)
Zijn tabernakel. Gods hemelse tabernakel, waarvan de vroegere aardse tabernakel een zinnebeeld was.

Hen die in de hemel wonen. 'Wonen' is lett. 'tabernakelen'. Er wordt onderscheid gemaakt tussen hen die in de hemel wonen en hen die op de aarde wonen, zie Openbaring van Johannes/Onderwerpen. Hen die in de hemel wonen zijn vermoedelijk de opgenomen en opgewekte heiligen ( → Opname van de gemeente). De wereld heeft uiteraard weet van hun plotselinge verdwijning. De heiligen zijn in de hemel opgenomen, waarna de duivel uit de hemel op aarde is geworpen.

Mogelijk zijn de engelen inbegrepen bij 'hen die in de hemel wonen'. Engelen hebben oorlog gevoerd tegen de duivel en zijn engelen en hem overwonnen. Maar wellicht is de bedoeling om vooreerst aan de heilige mensen te denken. Van de oorlogvoering in de hemel en het optreden van engelen zal de wereld weinig of geen weet hebben.

<En>. Komt in sommige handschriften niet voor en is mogelijk een toevoeging door een overschrijver. Indien dit zo is, dan bestaat Gods tabernakel wellicht uit "hen die in de hemel tabernakelen", de reeds opgenomen en opgewekte heiligen. De gemeente van Christus is immers een woonplaats van God in de Geest, een geestelijk huis. Vergelijk ook met wat er gezegd wordt van de heiligen die uit de grote verdrukking in de hemel komen (Opb. 7:14-15). Zij zijn in Gods tempel en tent.
Opb 7:14  En ik zei tot hem: Mijn heer, u weet het. En hij zei tot mij: Dezen zijn het die uit de grote verdrukking komen; en zij hebben hun lange kleren gewassen en ze wit gemaakt in het bloed van het Lam.  Opb 7:15  Daarom zijn zij voor de troon van God en zij dienen Hem dag en nacht in zijn tempel; en Hij die op de troon zit zal zijn tent over hen uitbreiden. (Telos)

7

Opb 13:7 En hem werd gegeven oorlog te voeren tegen de heiligen en hen te overwinnen; en hem werd gezag gegeven over elk geslacht en volk en taal en natie. (TELOS)
Oorlog te voeren tegen de heiligen en hen te overwinnen. Dat was de bedoeling van de draak:
Opb 12:17  En de draak werd toornig op de vrouw en hij ging weg om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, hen die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus hebben; (12-18) en hij ging op het zand van de zee staan. (Telos)
Het Beest doodt heiligen

De draak verwezenlijkt zijn streven door zich te bedienen van het Beest. Dit Beest is zó machtig, dat mensen zeggen: "wie is aan het beest gelijk en wie kan er oorlog tegen voeren?" (4)

Vergelijk wat gezegd wordt van de elfde koning die Daniël zag:
Da 7:25 Woorden tegen de Allerhoogste zal hij spreken, de heiligen van de Allerhoogste zal hij te gronde richten. Hij zal erop uit zijn bepaalde tijden en de wet te veranderen, en zij zullen in zijn hand worden overgegeven voor een tijd, tijden en een halve tijd. (HSV)
Niemand is in staat oorlog te voeren tegen het beest, omdat het oppermachtig is.
Opb 13:4 En zij aanbaden de draak, omdat hij het gezag aan het beest had gegeven, en zij aanbaden het beest en zeiden: Wie is aan het beest gelijk, en wie kan er oorlog tegen voeren? (TELOS) 
Maar zelf voert het wel oorlog en het zal de heiligen overwinnen en hen doden. De 'overwonnenen' zijn misschien de ontelbare menigte van gedode heiligen uit de grote verdrukking.
Opb 7:9  Daarna zag ik en zie, een grote menigte die niemand kon tellen, uit elke natie en alle geslachten en volken en talen, stond voor de troon en voor het Lam, bekleed met lange witte kleren en met palmtakken in hun handen. (...)  Opb 7:13  En een van de oudsten antwoordde en zei tot mij: Dezen die bekleed zijn met lange witte kleren, wie zijn zij en vanwaar zijn zij gekomen?  Opb 7:14  En ik zei tot hem: Mijn heer, u weet het. En hij zei tot mij: Dezen zijn het die uit de grote verdrukking komen; en zij hebben hun lange kleren gewassen en ze wit gemaakt in het bloed van het Lam.  Opb 7:15  Daarom zijn zij voor de troon van God en zij dienen Hem dag en nacht in zijn tempel; en Hij die op de troon zit zal zijn tent over hen uitbreiden. Opb 7:16  Zij zullen geen honger en geen dorst meer hebben en de zon zal op hen geenszins vallen, noch enige hitte; Opb 7:17  want het Lam dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en hen leiden naar bronnen van levenswateren, en God zal elke traan van hun ogen afwissen. (Telos)
Merk op dat zij God voortdurend dienen in Zijn tempel (15). Ze zijn in Zijn over hen uitgebreide tent (15). God bemoedigt de lijdende heiligen met de belofte van wedervergelding aan hun vijanden.
Opb 13:10 Als iemand in gevangenschap leidt, dan gaat hij in gevangenschap; als iemand met het zwaard zal doden, dan moet hij met het zwaard gedood worden. Hier is de volharding en het geloof van de heiligen. (TELOS)
Hun nederlaag is in Gods ogen een overwinning, daar zij volhard hebben in hun geloof in de Heer Jezus en hun weigering om het beest en zijn beeld te aanbidden en het merkteken van het beest te ontvangen.
Opb 15:2 En ik zag als een glazen zee met vuur gemengd, en hen die de overwinning behaald hadden over het beest en over zijn beeld en over het getal van zijn naam, op de glazen zee staan met harpen van God. (TELOS)
Gezag gegeven over elk geslacht en volk en taal en natie. Dat is een wereldwijd gezag. De draak had hem immers al zijn macht en gezag overgedragen (2, zie ook 4-5).

8

Opb 13:8 En allen die op de aarde wonen, zullen hem aanbidden, ieder wiens naam, van de grondlegging van de wereld af, niet geschreven staat in het boek van het leven van het Lam dat geslacht is. (TELOS)

Allen die op de aarde wonen. Het beest heeft wereldwijd gezag (13:7) en ontvangt overal aanbidding. Zij aanbidden hem om zijn wonderbaarlijk herstel en om zijn macht. Later zien wij dat het beest uit de aarde de mensen ertoe brengt het beest uit de zee te aanbidden (12).

Het boek van het leven van het Lam dat geslacht is. Het Lam dat gedood is gaat over het Boek van het Leven. Zie Boek van het leven. In de hemelse stad Jeruzalem zullen alleen die mensen kunnen binnengaan wier namen geschreven zijn in dat boek.
Opb 21:27 En geenszins zal iets onheiligs binnengaan, noch wie gruwel en leugen doet, behalve zij die geschreven zijn in het boek van het leven van het Lam. (TELOS)

Bemoediging (9-10)

9

Opb 13:9 Als iemand een oor heeft, laat hij horen. (TELOS)

De beschrijving van het vijandige Beest, dat de heiligen op aarde zal overwinnen, eindigt met een woord van vermaning en, in het volgende vers, bemoediging.

10

Opb 13:10 Als iemand in gevangenschap (leidt), dan gaat hij in gevangenschap; als iemand met het zwaard zal doden, dan moet hij met het zwaard gedood worden. Hier is de volharding en het geloof van de heiligen. (TELOS)

De heiligen zullen door het beest worden overwonnen. Van hen worden er in de gevangenis geworpen, en anderen worden met het zwaard gedood.

Gevangenschap. Wellicht ziet ook de volgende passage op de gevangenschap van de heiligen: Na zijn terugkomst zegt de Heer Jezus tot de 'schapen' ('rechtvaardigen', Matth. 25:46):
Mt 25:36 naakt en u hebt Mij gekleed; Ik was ziek en u hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis en u bent bij Mij gekomen. (...) Mt 25:39 En wanneer zagen wij U ziek of in de gevangenis en zijn bij U gekomen? Mt 25:40 En de koning zal antwoorden en tot hen zeggen: Voorwaar, Ik zeg u: voor zoveel u het hebt gedaan aan een van de geringsten van deze broeders van mij, hebt u het Mij gedaan. (TELOS)
De heiligen zullen behalve gevangenschap wellicht ook lijden als gevolg van de economische beperkingen, omdat zij zonder merkteken van het beest niet kunnen kopen of verkopen.

(Leidt). Doet gaan, brengt.

Moord op de heiligen, die weigeren het Beest te aanbidden en zijn merkteken te ontvangen

Dan gaat hij ... dan moet hij. De daders, die in gevangenschap leiden of met het zwaard doden, wacht hetzelfde lot; ze zullen met gelijke munt worden vergolden. Want Gods strafrecht is gegrond op het beginsel van wedervergelding. Wie geweld zaait, zal geweld oogsten. Door het geloof aan Gods gerechtigheid kunnen de martelaren volharden en hun lot lijdzaam ondergaan.

Toen Petrus zag dat zijn Heer opgepakt dreigde te worden, trok hij een zwaard en sloeg ermee.
Mt 26:52 Toen zei Jezus tot hem: Steek je zwaard weer op zijn plaats; want allen die het zwaard nemen, zullen door het zwaard omkomen. (TELOS)
Hier is de volharding en het geloof van de heiligen. Zij zullen God trouw blijven en aanbidding van het beest weigeren. De heiligen zullen zich sterken met dit vers. De bemoediging wijst op de wet van wedervergelding. De vervolgde heiligen weten: God zal vergelden!
Ro 12:18  Zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, houdt vrede met alle mensen. Ro 12:19  Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn; want er staat geschreven: ‘Aan Mij de wraak, Ik zal vergelden, zegt de Heer’.  Ro 12:20  ‘Maar als uw vijand honger heeft, geef hem te eten; als hij dorst heeft, geef hem te drinken; want door dit te doen zult u vurige kolen op zijn hoofd hopen’. Ro 12:21  Laat u door het kwade niet overwinnen, maar overwin het kwade door het goede. (Telos)
Heb 10:30  Want wij kennen Hem die gezegd heeft: ‘Aan Mij de wraak, Ik zal vergelden’. En opnieuw: ‘De Heer zal zijn volk oordelen’. Heb 10:31  Vreselijk is het te vallen in de handen van de levende God! Heb 10:32  Maar herinnert u de dagen van vroeger, toen u na verlicht te zijn veel strijd in het lijden verdragen hebt, Heb 10:33  hetzij dat uzelf door smaadheden en verdrukkingen een schouwspel geworden was, hetzij dat u gemeenschap had met hen die zo daarin verkeerden. Heb 10:34  Want u hebt ook mee geleden met de gevangenen en de roof van uw bezittingen met blijdschap aanvaard, daar u wist dat uzelf een beter en blijvend bezit hebt. Heb 10:35  Werpt dus uw vrijmoedigheid niet weg, die een grote beloning heeft. Heb 10:36  Want u hebt volharding nodig, opdat u na de wil van God gedaan te hebben de belofte ontvangt. Heb 10:37  Want nog een zeer korte tijd en ‘Hij die komt, zal komen en niet uitblijven. (Telos)

11

Opb 13:11  En ik zag een ander beest opstijgen uit de aarde; en het had twee horens, aan die van een lam gelijk, en het sprak als de draak. (TELOS)

Uit de aarde. Vermoedelijk uit het land Israël en vermoedelijk een Jood.

Fantasie-voorstelling van het Beest uit de aarde.

Twee horens. Een mannelijk dier. Tevens symbool van heerschappij. Het Lam van God, door dit beest nagebootst, is tevens de koning van Israël.

Aan die van een lam gelijk. De Heer Jezus is het Lam van God. Het beest uit de aarde lijkt op een lam.

Het sprak als de draak. Het spreekt de woorden van de duivel. Ook Petrus sprak eens woorden die hem door de duivel waren ingegeven:

Mr 8:33 Hij keerde Zich echter om en terwijl Hij naar zijn discipelen keek, bestrafte Hij Petrus en zei: Ga weg, achter Mij, satan; want je bedenkt niet de dingen van God, maar de dingen van de mensen. (TELOS)

Bij Petrus was dat een incident, bij het beest uit de aarde zal dat aanhoudend zijn. Het is een spreekbuis van de duivel. Wat hij spreekt hoeft niet alles lelijk en afstotend te zijn, het kan vleitaal zijn, woorden die aannemelijk overkomen, voor de hand liggende raadgeving, uitingen van (schijnbare) goedheid.

Zoals Jezus het Woord van God is, is dit beest het woord van de draak.

Hij schijnt de antichrist te zijn, die zich tegen Jezus Christus kant en zich in diens plaats stelt: 1. horens: hij heeft heerschappij als Christus, 2. lam: hij ziet er nederig en onschuldig en zachtmoedig uit als Christus, 3. spreken: hij spreekt de woorden van zijn heer zoals Christus de woorden van God sprak.

12

Opb 13:12 En het oefent al het gezag van het eerste beest uit in diens tegenwoordigheid; en het maakt dat de aarde en zij die erop wonen, het eerste beest aanbidden, van wie de dodelijke wond genezen was. (TELOS)

Oefent al het gezag van het eerste beest uit. Dat eerste beest, het beest uit de zee, heeft veel gezag gekregen, zie de voorafgaande beschrijving van dat beest.

Het Beest uit de aarde (links) maakt dat de mensen het 7-koppige Beest aanbidden. Het doet ook vuur uit de hemel neerdalen, zie volgende vers.

In diens tegenwoordigheid. Het beest uit de aarde speelt dus een belangrijke rol. Zijn verhouding tot het eerste beest doet denken aan het gezag van Jozef in Egypte ten opzichte van de farao, die nog boven hem stond.

In tegenwoordigheid van het eerste beest doet het beest uit de aarde tekenen (14).

De aarde en zij die erop wonen. Dat zijn waarschijnlijk geen twee verschillende groepen mensen; de woorden verwijzen naar "hen die op de aarde wonen" (14). In vs. 3 heet het: "de hele aarde ging met verbazing het beest achterna".

Het maakt dat zij ... het eerste beest aanbidden. Zoals de Heer Jezus ons tot aanbidding van de Vader leidt, zo leidt het tweede beest tot aanbidding van het eerste. Zie ook vs. 4: "en zij aanbaden het beest". In dit vers 4 staat, evenals in vs. 12, de reden van de aanbidding: wondere herleving en herstel van de dodelijke wond.

13

Opb 13:13 En het doet grote tekenen, zodat het zelfs vuur uit de hemel laat neerdalen op de aarde ten aanschouwen van de mensen. (TELOS)
Grote tekenen. Van Mens der zonde, de Wetteloze wordt gezegd dat zijn komst met allerlei kracht en tekenen en wonderen gepaard gaat.
2Th 2:9 hem, wiens komst naar de werking van de satan is met allerlei kracht en tekenen en wonderen van de leugen, (TELOS)
Vuur uit de hemel. Dat is een van de grote tekenen. Vuur uit de hemel doen neerdalen, dat was een teken dat ook Elia, een van de oude profeten van Israël, deed. Vergelijk de gebeurtenissen op de berg waar Elia zat:
Het Beest uit de aarde (links) doet vuur uit de hemel komen.
2Kon 1:9 En hij stuurde een hoofdman over vijftig naar hem toe met zijn vijftigtal. Toen deze naar hem toe klom - want zie, Elia zat op de top van een berg-sprak hij tot hem: Man Gods, de koning heeft gesproken: Kom naar beneden! 2Kon 1:10 Maar Elia antwoordde en sprak tot de hoofdman over vijftig: Als ik een man Gods ben, laat er dan vuur uit de hemel neerkomen en u en uw vijftigtal verteren. Toen kwam er vuur uit de hemel neer en dat verteerde hem en zijn vijftigtal. (HSV)
Ten aanschouwen van de mensen. Dat gebeurt derhalve niet in het verborgene of op een eenzame plaats. "Van de mensen", niet de plaatselijke toeschouwers alleen, maar "hen die op de aarde wonen" (14). Dankzij het medium televisie of internet kan het verrichten van de wonderen overal in de wereld worden aanschouwd.

14

Opb 13:14 En het misleidt hen die op de aarde wonen, door de tekenen die hem gegeven zijn te doen in tegenwoordigheid van het beest, en het zegt tot hen die op de aarde wonen, dat zij voor het beest dat de wond van het zwaard had en weer leefde, een beeld moesten maken. (TELOS)

Misleidt ... door de tekenen.

Vergelijk wat gezegd wordt van de Mens der zonde, de Wetteloze:
2Th 2:9 hem, wiens komst naar de werking van de satan is met allerlei kracht en tekenen en wonderen van de leugen, (TELOS)
Achter de misleidende tekenen zit "de werking van de duivel" (2 Th. 2:9):
Opb 12:9  En de grote draak werd neergeworpen, de oude slang, die genoemd wordt duivel en de satan, die het hele aardrijk misleidt; hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen. (Telos)
Opb 20:10  En de duivel die hen misleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel waar zowel het beest als de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden tot in alle eeuwigheid. (Telos)
In tegenwoordigheid van het beest. Het oefent al het gezag van het eerste beest uit "in diens tegenwoordigheid".

Opb 13:12 En het oefent al het gezag van het eerste beest uit in diens tegenwoordigheid; en het maakt dat de aarde en zij die erop wonen, het eerste beest aanbidden, van wie de dodelijke wond genezen was. (TELOS)

Zegt tot hen die op de aarde wonen. Johannes is, wanneer hij deze dingen ziet, geestelijk in de hemel; hij neemt een hemels gezichtspunt in. Dat zeggen tot de aardbewoners is mogelijk met de moderne telecommunicatietechniek. Een toespraak kan wereldwijd worden uitgezonden, overal worden gehoord en gezien.

De mensen (meervoud) krijgen de opdracht. Dit doet denken aan het volk Israël, dat gouden voorwerpen aandroeg voor het maken van een gouden kalf.

Dat de wond van het zwaard had en weer leefde. Een van de zeven koppen was "als tot de dood geslagen" en had een "dodelijke wond" (Opb. 13:3, 12).
Opb 13:3 En ik zag een van zijn koppen als tot de dood geslagen, en zijn dodelijke wond werd genezen; en de hele aarde ging met verbazing het beest achterna. (TELOS)
De wond wordt geslagen met een zwaard, "de wond van het zwaard". Het schijnt dat de kop wordt gedood, gegeven dat het daarna "weer leefde". De wond werd echter wonderbaarlijk genezen. Het gevolg was dat de hele aarde, de hele mensenwereld, het beest met verbazing achterna ging.
Opb 13:12 En het oefent al het gezag van het eerste beest uit in diens tegenwoordigheid; en het maakt dat de aarde en zij die erop wonen, het eerste beest aanbidden, van wie de dodelijke wond genezen was. (TELOS)
Een beeld moesten maken. Het beeld was een voorwerp van aanbidding, het maken een wijze van eerbetoon. Aanbidding van het beeld komt neer op aanbidding van het afgebeelde wezen.
Beeld van Nebukadnezar.
1Co 10:20  Nee, maar dat wat de volken offeren, zij dat aan de demonen offeren en niet aan God; en ik wil niet, dat u gemeenschap hebt met de demonen. (Telos)
Het beeld doet denken aan het beeld van Nebukadnezar (zie afbeelding). Het beeld is evenals vroegere afgodsbeelden "een werk van verleidingen".
Jer 10:15  IJdelheid zijn zij, een werk van verleidingen; ten tijde hunner bezoeking zullen zij vergaan. (SV)
God schiep de mens naar zijn beeld en gelijkenis. Hier scheppen mensen een beeld naar het beeld van een hooggeëerd mens, het Beest uit de zee.

15

Opb 13:15 En het werd hem gegeven aan het beeld van het beest adem te geven, opdat het beeld van het beest ook zou spreken en maken dat allen die het beeld van het beest niet aanbaden, gedood zouden worden. (TELOS)

Beeld van het beest adem te geven, opdat het ... zou spreken. Het krijgt adem of geest. Het doel is om het beeld te doen spreken.

God gaf de levensadem aan de eerste mens Adam. Afgodsbeelden, van menselijke makelij, hebben geen geest in zich.
Jer 10:14  Een ieder mens is onvernuftig geworden, zodat hij geen wetenschap heeft, een ieder goudsmid is beschaamd van het beeld; want zijn gietsel is leugen; en er is geen geest in hen. (CP[1])
Het beest uit de aarde heeft schijnbaar goddelijke scheppingsmacht. Hij kan leven scheppen, ja, intelligent leven voortbrengen! Hoe dit te begrijpen? Mogelijkheden: 1. De mens heeft de plaats van God ingenomen. God is niet meer nodig! Dat is echter schijn. Want God geeft "aan allen leven en adem en alles". Ook aan het beest zelf.
Hnd 17:25 en wordt ook niet door mensenhanden verzorgd alsof Hij nog iets nodig heeft, daar Hijzelf aan allen leven en adem en alles geeft. (TELOS)
Heden ten dage worden mensvormige robots gemaakt, die kunnen spreken. Misschien is het beeld van het beest het hoogtepunt van de huidige technische ontwikkeling (kunstmatige intelligentie) en tevens zeker van de godsdienstige afval.

Een bezwaar tegen deze verklaring is dat het beest uit de aarde een valse profeet is. Hij kan daarom beweren namens God te handelen en een goddelijk wonder te verrichten, dus niet een menselijk wonder.

2. De valse profeet spreekt en handelt in schijn namens God. Het wonder dat hij doet verricht hij door 'Gods kracht', in feite door de macht van de duivel.

maken dat ... gedood zouden worden. Wie of wat maakt? Het beest uit de aarde of het beeld? Indien het beeld maakt, dan krijgt het ook gezag. Het is uit het verband van de tekst ook aannemelijk dat het beest uit de aarde maakt dat de weigeraars gedood zullen worden.

Onder hen die gedood worden, zijn de heiligen. Want vele heiligen zullen als martelaren en aanbiddingsweigeraars sterven.
Opb 20:4 En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven; en ik zag de zielen van hen die om het getuigenis van Jezus en om het woord van God onthoofd waren, en die het beest of zijn beeld niet hadden aangebeden en niet het merkteken aan hun voorhoofd en aan hun hand ontvangen hadden; en zij werden levend en regeerden met Christus duizend jaren. (TELOS)
Zie ook de ontelbare menigte "uit de grote verdrukking" (Opb. 7:9v) voor Gods troon. Vergelijk wat gezegd wordt van de elfde koning die Daniël zag:
Da 7:25 Woorden tegen de Allerhoogste zal hij spreken, de heiligen van de Allerhoogste zal hij te gronde richten. Hij zal erop uit zijn bepaalde tijden en de wet te veranderen, en zij zullen in zijn hand worden overgegeven voor een tijd, tijden en een halve tijd. (HSV)

Het merkteken (16-18)

16

Opb 13:16 En het maakt dat men aan allen, de kleinen en de groten, de rijken en de armen, de vrijen en de slaven, een merkteken geeft op hun rechterhand of op hun voorhoofd; 

Aan allen. Dat is de bedoeling, maar de heiligen zullen weigeren.

Het Beest uit de aarde voorziet ook 'de groten', van het merkteken.
Opb 20:4 En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven; en ik zag de zielen van hen die om het getuigenis van Jezus en om het woord van God onthoofd waren, en die het beest of zijn beeld niet hadden aangebeden en niet het merkteken aan hun voorhoofd en aan hun hand ontvangen hadden; en zij werden levend en regeerden met Christus duizend jaren. (TELOS)
Op hun rechterhand. Het merkteken heeft een economische functie, zie volgende vers. Een hand met het merkteken is makkelijk langs een scanner te houden.

Of op hun voorhoofd. Dat 'of' schijnt te wijzen op een keuzemogelijkheid. Op hun voorhoofd: misschien om het dicht bij de hersenen te plaatsen, waar het mogelijk een verbinding mee heeft. Deze toegedichte mogelijkheid berust niet op een bijbels gegeven, maar op kennis van de huidige technologische ontwikkeling (bio-informatica).

17

Opb 13:17 en dat niemand kan kopen of verkopen dan wie het merkteken heeft: de naam van het beest of het getal van zijn naam. 

Het merkteken heeft een economische functie. Het heeft tevens een symbolische functie: symbool van loyaliteit aan het Beest, verbondenheid met zijn aanpak van de wereldproblemen.

Zie Merkteken van het Beest.

De naam van het beest of het getal van zijn naam. Behalve bij de plaats van het merkteken lijkt ook hier een keuzemogelijkheid te bestaan. Het "getal van het beest" is "het getal van zijn naam".

18

Opb 13:18 Hier is de wijsheid. Wie verstand heeft, laat die het getal van het beest berekenen, want het is het getal van een mens, en zijn getal is zeshonderdzesenzestig. (TELOS) 

Dit woord schijnt te worden gericht aan de heiligen die dan zullen leven.

Aanbrenging van het merkteken
Hier is de wijsheid. Wie verstand heeft... Vergelijk:
Opb 17:9 Hier is het verstand dat wijsheid heeft: de zeven koppen zijn zeven bergen, waarop de vrouw zit. (TELOS)
Hetzelfde Griekse woord voor 'verstand, denken' staat in 1 Cor. 2, waar sprake is van het denken van de Heer (Christus), dat "wij" hebben. Eens waren wij "verduisterd" in het verstand (Ef. 4:18).

Berekenen. Uit de naam van het beest. In het Hebreeuws, Grieks en Latijn hebben letters een getalswaarde. De getalswaarden van de letters van kunnen worden opgeteld en zo het getal van een naam opleveren. Het getal van de naam van het beest is 666. De naam van het beest is nog niet bekend.

De opdracht om het getal van het beest te berekenen schijnt onnodig als het getal hier al gegeven is: 666. De berekening legt echter een verband tussen de naam van het beest en het getal van zijn naam. Uit de naam wordt het getal berekend. De uitkomst wordt gegeven, maar de naam nog niet. De naam komt in de toekomst naar voren. De heiligen die dan op aarde zullen leven, kunnen een rekenkundig verband leggen tussen de naam en het getal van de naam. Ze zullen voor zichzelf en elkaar kunnen aantonen dat het beest, dat zij weigeren te aanbidden, het beest uit de zee is en dat zijn naam de getalswaarde 666 heeft.

Het getal van een mens. Het getal van het beest is het getal van een mens, want het beest is ook een mens, niet enkel een koninkrijk. Het getal zes is het getal van de mens, daar en voor zover de mens op de zesde dag geschapen is.

Zeshonderdzesenzestig. Het is "het getal van een mens". Zie het artikel Zeshonderzesenzestig.

Meer informatie

EP 6 | The Role of the Antichrist | The Last Words of Jesus: The Book of Revelation. Youtube.com: John Ankerberg Show, 23 jul. 2017. Duur: 28 min. 30 sec. John Ankerberg, Ed Hindson, Mark Hitchcock en Ron Rhodes spreken over Opb. 13 (Beest, Valse Profeet, merkteken van het Beest).

Voetnoot

  1. Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.