Prediker/Hoofdstuk 1

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Prediker:


Hoofdstuk 1 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Pred. 1:1 Opschrift

Pre 1:1  De woorden van den prediker, den zoon van David, den koning te Jeruzalem. (SV)

De Prediker was dus een zoon van David èn koning te Jeruzalem. Bovendien was hij zéér wijs. Hij zegt van zichzelf:

Pre 1:16 Ik sprak met mijn hart, zeggende: Zie, ik heb wijsheid vergroot en vermeerderd, boven allen, die voor mij te Jeruzalem geweest zijn; en mijn hart heeft veel wijsheid en wetenschap gezien. (SV)

Er is maar één van de zonen van David, die wij uit de Schrift kennen, die deze prediker zou kunnen zijn: Salomo, die bekend is om zijn uitnemende wijsheid en zijn vele spreuken.

De prediker. Vergelijk:

Pre 1:12 Ik, prediker, was koning over Israël te Jeruzalem. (SV)

De koning te Jeruzalem. Vergelijk 1:12.

Pred. 1:2 Alle ding is ijdelheid

Pre 1:2 Ijdelheid der ijdelheden, zegt de prediker; ijdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid. (SV)

IJdelheid. → IJdelheid. Het gaat bij de prediker om onbestendige, nietige, onzinnige en/of dwaze (1:17) zaken. Vergelijk:

Pre 1:13 En ik begaf mijn hart om met wijsheid te onderzoeken, en na te speuren al wat er geschiedt onder den hemel. Deze moeilijke bezigheid heeft God den kinderen der mensen gegeven, om zich daarin te bekommeren. Pre 1:14 Ik zag al de werken aan, die onder de zon geschieden; en ziet, het was al ijdelheid en kwelling des geestes. (SV)

Pred. 1:11 Geen gedachtenis

Pre 1:11 Er is geen gedachtenis van de voorgaande dingen; en van de navolgende dingen, die zijn zullen, van dezelve zal ook geen gedachtenis zijn bij degenen, die namaals wezen zullen. (SV)

Geen gedachtenis. Zeer verreweg de meeste gebeurtenissen en feiten raken in vergetelheid bij de mensen. Echter, van enkele dingen houdt God, door zijn Woord, de gedachtenis in stand, onder andere de schepping, de zondeval, het verlossingswerk van de Heer Jezus aan het kruis. "Doet dit tot Mijn gedachtenis," zei de Heer bij de instelling van het avondmaal.

Pred. 1:14 Alle werk is ijdelheid

Pre 1:14 Ik zag al de werken aan, die onder de zon geschieden; en ziet, het was al ijdelheid en kwelling des geestes. (SV)

Ook zijn eigen onderzoek merkt hij aan als 'kwelling van de geest':

Pre 1:17 En ik begaf mijn hart om wijsheid en wetenschap te weten, onzinnigheden en dwaasheid; ik ben gewaar geworden, dat ook dit een kwelling des geestes is.

Pred. 1:17 Onderzoek bleek kwelling des geestes

Pre 1:17 En ik begaf mijn hart om wijsheid en wetenschap te weten, onzinnigheden en dwaasheid; ik ben gewaar geworden, dat ook dit een kwelling des geestes is. (SV)

Kwelling des geestes. In het volgende vers maakt Prediker duidelijk wat hij daaronder begrijpt: smart, verdriet, bekommernis.

Pre. 1:18 Kennis vermeerdert smart

Pre 1:18 Want in veel wijsheid is veel verdriet; en die wetenschap vermeerdert, vermeerdert smart. (SV)

Wie veel wijsheid heeft, merkt veel dwaasheid en onzinnigheden op (vers 17) en heeft daar verdriet van.