2 Timotheüs/4

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb
2 Timotheüs: 1 2 3 4

Hoofdstuk 4 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

Opnieuw vermaant Paulus Timotheüs zijn werk als prediker van Christus goed te doen (1-5). Zelf verwacht hij binnenkort te overlijden (6-8). Hij verhaalt het een en ander van zijn moeilijke omstandigheden (9-18), en eindigt met groeten en een zegenbede (19-22).

2 Tim. 4:2

2Ti 4:2  predik het woord, wees paraat, gelegen en ongelegen; weerleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en lering. (Telos)

Predik het woord. Zie vers 5, "doe het werk van een evangelist".

Wees paraat, gelegen en ongelegen. Vergelijk:

2Ti 2:21  Als dan iemand zich van deze vaten reinigt, zal hij een vat zijn tot eer, geheiligd, bruikbaar voor de Meester, tot alle goed werk toebereid. (Telos)

Tit 3:1  Herinner hen eraan, aan overheden en machten onderdanig te zijn, gehoorzaam, tot alle goed werk bereid te zijn, (Telos)

Weerleg.

2Ti 3:16  Alle Schrift is door God ingegeven en nuttig om te leren, te weerleggen, te verbeteren en te onderwijzen in de gerechtigheid, (Telos)

Tit 1:9  vasthoudend aan het naar de leer betrouwbare woord, opdat hij in staat is zowel met de gezonde leer te vermanen als de tegensprekers te weerleggen. (Telos)

2 Tim. 4:3

2Ti 4:3  Want er zal een tijd zijn dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar naar hun eigen begeerten voor zichzelf leraars zullen verzamelen, om zich het gehoor te laten strelen; (Telos)

Er zal een tijd zijn dat zij de gezonde leer niet kunnen verdragen. Een toekomstige tijd. Vergelijk

2Ti 3:1  Maar weet dit, dat er in de laatste dagen zware tijden zullen zijn; (Telos)

Een kenmerk van die zware tijden is verzet tegen de waarheid:

2Ti 3:8  Zoals Jannes en Jambres zich tegen Mozes hebben verzet, zo verzetten ook dezen zich tegen de waarheid, mensen, bedorven van denken, verwerpelijk wat het geloof betreft. (Telos)

2 Tim. 4:5

2Ti 4:5  Maar jij, wees nuchter in alles, lijd verdrukking, doe het werk van een evangelist, vervul je dienst ten volle. (Telos)

Doe het werk van een evangelist. Zie vers 2, "predik het woord".

Vervul je dienst ten volle. Vergelijk:

1Ti 4:14  Verwaarloos niet de genadegave in je, die je gegeven is door profetie met oplegging van de handen van de gezamenlijke oudsten. (Telos)

2Ti 1:6  Om die reden herinner ik je eraan de genadegave van God aan te wakkeren, die in je is door de oplegging van mijn handen. (Telos)

2 Tim. 4:7

2Ti 4:7  Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop geeindigd, ik heb het geloof behouden. (Telos)

Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop geëindigd. Paulus zegt dit in beeldspraak, aan de Griekse spelen ontleend.

2 Tim. 4:8

2Ti 4:8  Overigens is voor mij de kroon van de gerechtigheid weggelegd, die de Heer, de rechtvaardige Rechter, mij in die dag zal geven; en niet alleen mij, maar ook allen die zijn verschijning hebben liefgehad. (Telos)

Weggelegd. Weggelegd in de hemelen.

Col 1:5  om de hoop die voor u is weggelegd in de hemelen. Daarvan hebt u tevoren gehoord door het woord van de waarheid van het evangelie (Telos)

Verschijning. Zijn toekomstige verschijning aan zijn leerlingen en vervolgens aan de wereld.

1Pe 5:4  En wanneer de overste herder is verschenen, zult u de onverwelkelijke kroon van de heerlijkheid ontvangen. (Telos)

1Ti 6:14  dat je dit gebod onbesmet en onberispelijk bewaart tot op de verschijning van onze Heer Jezus Christus, (Telos)

2 Tim. 4:17

2Ti 4:17  Maar de Heer heeft mij bijgestaan en mij gesterkt, opdat de prediking door mij ten volle vervuld zou worden en al de volken haar zouden horen; en ik ben uit de leeuwenmuil gered. (Telos)

Ik ben uit de leeuwenmuil gered. Er is te denken aan een levensgevaarlijke situatie met vijandige mensen (vgl. vers 18), of misschien aan een dreigend doodsvonnis dat is afgewend. Iemand kan in die tijd veroordeeld worden 'tot de beesten', bijvoorbeeld om door leeuwen in een arena te worden verscheurd.

Daniël werd door God verlost uit de klauwen van de leeuwen. "Hij verlost en redt, Hij doet tekenen en wonderen in de hemel en op de aarde, Hij, Die Daniël heeft verlost uit de klauwen van de leeuwen." (Nebukadnezar, Dan. 6:27). "Verlos mij uit de muil van de leeuw en van de hoorns van de wilde ossen, [Ja], U hebt mij verhoord," zegt de psalmist in Ps. 22:21. De apostel Petrus schrijft: "Weest nuchter, waakt; uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek wie hij zou kunnen verslinden." (1Pe 5:8)

Bron

Leidsche Vertaling (1914). Tekst van de samenvatting van 2 Tim. 4 is onder wijziging verwerkt op 27 nov. 2020.