Ezechiël 18

Uit Christipedia
(Doorverwezen vanaf Ezechiel 18)

Ezechiël 18 is een hoofdstuk van Ezechiël, een geschrift in de Bijbel, en telt 32 verzen.

Hoofdstukken van Ezechiël samengevat en/of becommentarieerd: · 1 · 2 · 3 · 4 · 5 · 6 · 7 · 8 · 9 · 10 · 11 · 12 · 13 · 14 · 15 · 16 · 17 · 18 · 19 · 20 · 21 · 22 · 23 · 24 · 25 · 26 · 27 · 28 · 29 · 30 · 31 · 32 · 33 · 34 · 38
Verzen van Ezechiël 18 becommentarieerd: · 2 · 6 · 25 · 31

Samenvatting

Ieder ontvangt loon naar werken. 1-4 God leert de profeet dat het spreekwoord der Israëlieten, "Vaders aten onrijpe druiven, en de tanden der zonen werden stroef", in onbruik zal raken; want wie (de vader die) zondigt zal zelf (en niet de zoon) daarvoor sterven. 5-9 Een rechtvaardig mens zal stellig in het leven blijven. 10-13 Heeft hij een zoon die zich misdraagt, dan zal deze tot straf voor zijn wangedrag sterven. 14-17 Heeft deze daarentegen een zoon van deugdzame levenswandel, dan zal die niet sterven om de schuld van zijn vader, maar in leven blijven. 18-20 De zoon wordt niet gestraft voor de zonden van zijn vader, of andersom. En de gerechtigheid van een rechtvaardige zal op hemzelf zijn, niet op de goddeloze. 21-24 Bekeert zich een goddeloze en doet hij gerechtigheid, dan worden zijn overtredingen vergeten en blijft hij in leven. God wens de dood van zondaar niet. Maar ook, gaat een rechtvaardige de slechte weg op, dan worden zijn vroegere goede daden niet herdacht en zal hij sterven. 25-32 Vindt Israël deze gedragslijn van God niet recht, hij bedenke dat God ieder richt naar zijn persoonlijk gedrag. Daarom bekere men zich, opdat men in leven blijve.

2

2 Wat is er met ulieden, dat u dit spreekwoord gebruikt over het land van Israël, zeggende: De vaders eten onrijpe druiven, en de tanden van de kinderen zijn stomp geworden? (CP[1]) 

De vaders eten onrijpe druiven, en de tanden van de kinderen zijn stomp geworden? Wat de vaders hebben misdaan, daarvoor moeten wij boeten; vgl. vs. 19-20.

6

6 Niet eet op de bergen, en zijn ogen niet opheft tot de drekgoden van het huis Israëls; noch de huisvrouw van zijn naaste verontreinigt, noch tot de afgezonderde vrouw nadert; (CP[1]) 

Niet eet op de bergen. Er geen (afgodische) offermaaltijd houdt.

Noch de huisvrouw van zijn naaste verontreinigd. Door overspel met haar te plegen.

Noch tot de afgezonderde vrouw nadert. Met haar geen geslachtsgemeenschap heeft in haar stonden (wanneer zij menstrueert).

25

25  Nog zeggen jullie: De weg van Jahweh is niet recht; hoort nu, o huis Israëls! is Mijn weg niet recht? Zijn niet uw wegen onrecht? (CP[1])  

Ro 3:3  Wat dan? Als sommigen ongelovig zijn geweest, zal hun ongeloof de trouw van God te niet doen? Ro 3:4  Volstrekt niet! Maar God zij waarachtig en ieder mens leugenachtig, zoals geschreven staat: ‘Opdat U gerechtvaardigd wordt in uw woorden, en overwint, wanneer U geoordeeld wordt’. Ro 3:5  Als nu onze ongerechtigheid Gods gerechtigheid bevestigt, wat zullen wij dan zeggen? Is God soms onrechtvaardig als Hij de toorn over ons brengt? Ik spreek naar de mens. Ro 3:6  Volstrekt niet! Hoe zal God anders de wereld oordelen? (Telos)

31

31 Werpt van u weg al uw overtredingen, waardoor gij overtreden hebt, en maakt u een nieuw hart en een nieuwen geest; want waarom zoudt gij sterven, o huis Israëls? (SV) 

Maakt u een nieuw hart. "Vormt een nieuw hart." (Canisius-vertaling). Een nieuw hart, een nieuwe geest hervormen ons, leiden tot verbetering van ons gedrag.

Ro 12:2  En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene. (NBG51)

Bron

Leidsche Vertaling (1914). Tekst van de samenvatting van Ezechiël 18 is onder wijziging verwerkt op 21 okt. 2023.

Voetnoot

  1. 1,0 1,1 1,2 Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.