1 Thessalonicenzen/Hoofdstuk 3

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

1 Thessalonicenzen:


Hoofdstuk 3 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

1 Thess. 3:1

1Th 3:1 Daarom, omdat wij het niet langer uithielden, hebben wij goed gevonden alleen in Athene achter te blijven (Telos)

Niet langer uithielden. Zie vers 5.

Alleen in Athene achter te blijven. Paulus schreef uit Korinthe. Voordien was hij in Athene geweest, vanwaar hij Timotheüs naar Thessalonika had gezonden (vers 2).

Paulus tweede zendingsreis-Access Foundation.jpg

1 Thess. 3:2

1Th 3:2  en zonden wij Timotheüs, onze broeder en Gods medearbeider in het evangelie van Christus, om u te versterken en te vermanen aangaande uw geloof; (Telos)

Zonden wij Timotheüs. Zie vers 5.

Om. Zie ook vers 5.

1Th 3:5  Daarom ook heb ik, omdat ik het niet langer uithield, hem gezonden om van uw geloof te weten, of de verzoeker u misschien ook verzocht had en onze arbeid vergeefs was geworden. (Telos)

1 Thess. 3:3

1Th 3:3 opdat niemand wankelt in deze verdrukkingen. (Want zelf weet u dat wij daartoe bestemd zijn; (TELOS)

Opdat niemand wankelt. Het tegenovergestelde van wankelen is vaststaan.

1Th 3:8  want nu leven wij, als u vaststaat in de Heer. (Telos)

Daartoe bestemd zijn. Vergelijk:

2Ti 3:12 En ook allen die godvruchtig willen leven in Christus Jezus zullen vervolgd worden. (TELOS)

En ook Paulus in het bijzonder was bestemd om verdrukking te lijden.

Hnd 9:15  De Heer zei echter tot hem: Ga, want deze is Mij een uitverkoren vat om mijn naam te dragen zowel voor volken als koningen en zonen van Israel;  Hnd 9:16  want Ik zal hem tonen hoeveel hij moet lijden voor mijn naam. (Telos)

1 Thess. 3:5

1Th 3:5 Daarom ook heb ik, omdat ik het niet langer uithield, hem gezonden om van uw geloof te weten, of de verzoeker u misschien ook verzocht had en onze arbeid vergeefs was geworden.

Vgl. 1 Pe 4:12, 1 Cor. 10:13.

Niet langer uithield. Zie vers 1.

Hem gezonden om. Zie ook vers 2.

1Th 3:2  en zonden wij Timotheüs, onze broeder en Gods medearbeider in het evangelie van Christus, om u te versterken en te vermanen aangaande uw geloof; (Telos)

1 Thess. 3:6

1Th 3:6  Maar nu is Timotheus van u tot ons gekomen en heeft ons de goede boodschap gebracht van uw geloof en uw liefde, en dat u ons altijd in goede herinnering houdt en verlangt ons te zien, zoals ook wij u. (CP[1])

Uw geloof en liefde. Daarvan schreef Paulus eerder in deze brief:

1Th 1:3  onophoudelijk gedachtig aan uw werk van het geloof en uw arbeid van de liefde en uw volharding van de hoop op onze Heer Jezus Christus, tegenover onze God en Vader, (Telos)

1 Thess. 3:7

1Th 3:7  Daarom, broeders, zijn wij in al onze nood en verdrukking over u vertroost door uw geloof; (Telos)

Vertroost door uw geloof. Hun geloof bewees dat de arbeid van Paulus en de zijnen niet vergeefs was geworden (vgl. vers 5).

1 Thess. 3:8

1Th 3:8  want nu leven wij, als u vaststaat in de Heer. (Telos)

Nu leven wij. Wij zien het leven als het ware (weer) zitten, wij leven op, wij krijgen moed en lust om te volharden in onze arbeid en in ons lijden.

Vaststaat. Timotheüs werd gezonden om hen te ‘versterken’ (3:2), ‘opdat niemand wankelt in deze verdrukkingen’ (3:3). .

1 Thess. 3:9

1Th 3:9  Want welke dank kunnen wij God voor u vergelden, wegens al de blijdschap, waarmee wij ons om u verblijden voor onze God? (Telos)

Dank ... voor u.

1Th 1:2  Wij danken God altijd voor u allen, terwijl wij u gedenken in onze gebeden, (Telos)

1 Thess. 3:10

1Th 3:10  terwijl wij nacht en dag zeer overvloedig bidden dat wij uw gezicht mogen zien en voltooien wat aan uw geloof ontbreekt. (Telos)

Voltooien wat aan uw geloof ontbreekt. Wellicht mogen we hier denken aan het gebrekkige inzicht bij hen aangaande de komst van de Heer en de plaats van de ontslapen heiligen.

1Th 4:13 Maar wij willen niet dat u onwetend bent, broeders, wat betreft hen die ontslapen, opdat u niet bedroefd bent, zoals ook de overigen die geen hoop hebben. (TELOS)

1 Thess. 3:13

1Th 3:13 opdat Hij uw harten versterkt om onberispelijk te zijn in heiligheid voor onze God en Vader bij de komst van onze Heer Jezus met al zijn heiligen. Amen. (Telos)

Versterkt.

1Th 3:2 en zonden wij Timotheus, onze broeder en Gods medearbeider in het evangelie van Christus, om u te versterken en te vermanen aangaande uw geloof; (Telos)

Onberispelijk. Paulus had zich onder hen onberispelijk gedragen.

1Th 2:10 U bent getuigen, alsook God, hoe heilig, rechtvaardig en onberispelijk wij ons onder u die gelooft, hebben gedragen. (Telos)

Al zijn heiligen. De Heer komt met al zijn ontslapen heiligen (4:14).

1Th 4:14 Want als wij geloven dat Jezus is gestorven en opgestaan, evenzeer zal God ook de door Jezus ontslapenen met Hem brengen.

Pauls gebruikt het meervoud ‘heiligen’ elders altijd voor verlosten, niet voor engelen.

Zijn engelen inbegrepen? Nee, maar als de Heer in deze wereld verschijnt, geopenbaard wordt, en wij met hem, dan zijn de engelen erbij:

2Th 1:6  daar het rechtvaardig is bij God, aan hen die u verdrukken, verdrukking te vergelden, 2Th 1:7 en aan u die verdrukt wordt, rust met ons bij de openbaring van de Heer Jezus van de hemel met de engelen van zijn kracht, (...) 2Th 1:10 wanneer Hij komt om op die dag verheerlijkt te worden in zijn heiligen en bewonderd te worden in allen die hebben geloofd; want ons getuigenis aan u is geloofd geworden. (Telos)

Zac 14:5 Dan zult gijlieden vlieden [door] de vallei Mijner bergen (want deze vallei der bergen zal reiken tot Azal), en gij zult vlieden, gelijk als gij vloodt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, den koning van Juda; dan zal de HEERE, mijn God, komen, en al de heiligen met U, o HEERE! (SV)

De 33:2 Hij zeide dan: De HEERE is van Sinaï gekomen, en is hunlieden opgegaan van Seïr; Hij is blinkende verschenen van het gebergte Paran, en is aangekomen met tien duizenden der heiligen; tot Zijn rechterhand was een vurige wet aan hen. (SV)

Jds 1:14 En ook Henoch, de zevende van Adam af, heeft van dezen geprofeteerd door te zeggen: Zie, de Heer is gekomen temidden van zijn heilige tienduizenden,

Voetnoot

  1. Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Telos-vertaling