1 Timotheüs/Hoofdstuk 6

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

1 Timotheüs:


Hoofdstuk 6 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

Wat Timotheüs gelovige slaven heeft te leren (1-2). Toestand van hen die een vreemde, afwijkende leer brengen en op geld uit zijn. Wij hebben onszelf te wachten voor zucht naar rijkdom en geld (3-10). Vermaning aan Timotheüs om de goede strijd te strijden tot de komst van de Heer (11-16). Wat de rijke gelovigen bevolen moet worden (17-19). Vermaning aan Timotheüs om het toevertrouwde pand te bewaren en zich van gnostieke leringen af te wenden. Een groet tenslotte (20-21).

1 Tim. 6:1

1Ti 6:1  Laten allen die onder het slavenjuk zijn, hun eigen meesters alle eer waard achten, opdat de naam van God en de leer niet gelasterd worden. (Telos)

Over de wenselijke houding van gelovige slaven, zie ook Ef. 6:5-8.

1 Tim. 6:9

1Ti 6:9  Maar wie rijk willen worden, vallen in verzoeking en in een strik en in vele onverstandige en schadelijke begeerten, die de mensen doen wegzinken in verderf en ondergang. (Telos)

Wie rijk willen worden. Zie ook vers 17, dat een bevel voor de rijken bevat.

1 Tim. 6:12

1Ti 6:12  Strijd de goede strijd van het geloof; grijp het eeuwige leven, waartoe je geroepen bent en de goede belijdenis hebt afgelegd voor vele getuigen. (Telos)

Strijd de goede strijd van het geloof.

1Ti 4:10  want hiertoe arbeiden wij en strijden wij, omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God, die een Onderhouder is van alle mensen, het meest van de gelovigen. (Telos)

2Ti 4:7  Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop geëindigd, ik heb het geloof behouden. (Telos)

Grijp het eeuwige leven. Met zijn gerechtigheid, liefde, zachtmoedigheid (vers 11): het leven van Christus, dat als een kiem in ons aanwezig is en tot ontwikkeling en groei gebracht moet worden.

1Ti 6:19  om voor zichzelf een goed fundament weg te leggen voor de toekomst, opdat zij het werkelijke leven grijpen. (Telos)

Flp 2:12  Daarom, mijn geliefden, zoals u altijd gehoorzaamd hebt, niet alleen zoals in mijn aanwezigheid, maar nu veel meer in mijn afwezigheid, bewerkt uw eigen behoudenis met vrees en beven; (Telos)

Waartoe je geroepen bent. Om dat leven te erven.

Ro 8:30  En hen die Hij tevoren heeft bestemd, die heeft Hij ook geroepen; en die Hij heeft geroepen, die heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij heeft gerechtvaardigd, die heeft Hij ook verheerlijkt. (Telos)

1 Tim. 6:13

1Ti 6:13   Ik beveel je voor God die alles in leven houdt, en voor Christus Jezus die voor Pontius Pilatus de goede belijdenis betuigd heeft, (Telos)

God die alles in leven houdt. Niet geld (vgl. vers 10), maar Hij houdt ons in leven.

1Ti 4:10  want hiertoe arbeiden wij en strijden wij, omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God, die een Onderhouder is van alle mensen, het meest van de gelovigen. (Telos)

Zie ook vers 17: de rijken moeten niet op hun rijkdom, maar op God vertrouwen, "die ons alles rijkelijk geeft".

1 Tim. 6:14

1Ti 6:14  dat je dit gebod onbesmet en onberispelijk bewaart tot op de verschijning van onze Heer Jezus Christus, (Telos)

Dit gebod. Genoemd in vers 11.

Onbesmet en onberispelijk. Onbesmet door zucht naar geld en rijkdom (6:6v; vgl. vers 17).

1 Tim. 6:15

1Ti 6:15  die de gelukkige en enige Heerser, de Koning der koningen en Heer der heren op zijn eigen tijd zal vertonen, (Telos)

Zal vertonen. Immers, Christus is het beeld van de onzienlijke God (2 Cor. 4:4, Col. 1:15), de uitstraling van Diens heerlijkheid en afdruk van Diens wezen (Hebr. 1:3).

Op zijn eigen tijd. Op de door Hem en Zijn raad daarvoor bepaalde tijd. Ook het woord van het evangelie is op Zijn eigen tijd geopenbaard.

Tit 1:2  in de hoop van het eeuwige leven dat God, die niet kan liegen, beloofd heeft voor de tijden van de eeuwen; maar op zijn eigen tijd heeft Hij zijn woord geopenbaard door de prediking (Telos)

1 Tim. 6:17

1Ti 6:17  Beveel de rijken in de tegenwoordige eeuw niet hoogmoedig te zijn en hun hoop niet gevestigd te hebben op de onzekerheid van de rijkdom, maar op God die ons alles rijkelijk geeft om te genieten, (Telos)

Zie ook vers 9.

1 Tim. 6:19

1Ti 6:19  om voor zichzelf een goed fundament weg te leggen voor de toekomst, opdat zij het werkelijke leven grijpen. (Telos)

Een goed fundament weg te leggen voor de toekomst. Rijken verzamelen goederen om zich veilig en zeker te stellen voor de toekomst. Zij kunnen echter, wanneer zij moeten sterven, niets uit deze wereld wegdragen (vers 7), behalve goede werken, die zullen hen volgen.

Opb 14:13  En ik hoorde een stem uit de hemel zeggen: Schrijf: gelukkig de doden die in de Heer sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten van hun arbeid; want hun werken volgen hen. (Telos)

Lu 14:13  Maar wanneer u een maaltijd aanricht, nodig armen, verminkten, kreupelen en blinden; Lu 14:14  en u zult gelukkig zijn, omdat zij u niet kunnen vergelden; want het zal u worden vergolden in de opstanding van de rechtvaardigen. (Telos)

Mt 6:19  Verzamelt u geen schatten op de aarde, waar mot en afvreter ze bederft en waar dieven inbreken en stelen; Mt 6:20  maar verzamelt u schatten in de hemel, waar geen mot of afvreter ze bederft en waar dieven niet inbreken of stelen; (Telos)

Het werkelijke leven grijpen.

1Ti 6:12  Strijd de goede strijd van het geloof; grijp het eeuwige leven, waartoe je geroepen bent en de goede belijdenis hebt afgelegd voor vele getuigen. (Telos)

Flp 2:12  Daarom, mijn geliefden, zoals u altijd gehoorzaamd hebt, niet alleen zoals in mijn aanwezigheid, maar nu veel meer in mijn afwezigheid, bewerkt uw eigen behoudenis met vrees en beven; (Telos)

Flp 3:12  Niet dat ik het al verkregen heb of al volmaakt ben; maar ik jaag ernaar, of ik het ook mocht grijpen, omdat ik door Christus Jezus ook begrepen ben.  Flp 3:13  Broeders, ik houd het er niet voor, het zelf gegrepen te hebben, Flp 3:14  maar een ding doe ik: terwijl ik vergeet wat achter is en mij uitstrek naar wat voor is, jaag ik in de richting van het doel naar de prijs van de hemelse roeping van God in Christus Jezus.  Flp 3:15  Voor zover wij dan volmaakt zijn, laten wij zo gezind zijn; en als u anders gezind bent, God zal u ook dat openbaren.  Flp 3:16  Waartoe wij echter gekomen zijn, laten wij in hetzelfde spoor verder wandelen. (Telos)

1 Tim. 6:20

1Ti 6:20  Timotheus, bewaar het jou toevertrouwde pand, terwijl je je afwendt van het ongoddelijk gezwets en de tegenstellingen van de ten onrechte zo genoemde kennis. (Telos)

Toevertrouwde pand. Het woord der waarheid, het evangelie, de gezonde leer.

Ongoddelijk gezwets.

1Ti 4:7 Verwerp echter de ongoddelijke oude-vrouwen-fabels. Oefen je echter in de godsvrucht. (Telos)

Ten onrechte zo genoemde kennis. 'Kennis', vertaling van Gr. γνωσις, gnoosis. Paulus doelt op gnostische leringen, zie Gnostiek.