1 Timotheüs/Hoofdstuk 4

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

1 Timotheüs:


Hoofdstuk 4 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

Dit hoofdstuk is een waarschuwing tegen geloofsafval. In latere tijden, zo waarschuwt Paulus, zullen sommigen van het geloof afvallen door verleidende geesten en leringen van demonen die ascese leren. Paulus vermaant Timotheüs om acht te geven op zichzelf en op de leer, de goede leer te blijven onderwijzen en de ontvangen genadegave te gebruiken. Zodoende zal hij zowel zichzelf als zijn toehoorders behouden.

1 Tim. 4:1

1Ti 4:1  De Geest nu zegt uitdrukkelijk, dat in de latere tijden sommigen van het geloof zullen afvallen, terwijl zij zich zullen bezighouden met verleidende geesten en leringen van demonen (Telos)

In latere tijden. Dat kan, maar hoeft niet, de eindtijd te zijn.

Van het geloof. Zie vers 3, 'hen die geloven en de waarheid kennen'. Tegenover afvallen en leugen aannemen staat geloven en de waarheid kennen.

Afvallen. Het Griekse werkwoord is αφιστημι, aphistemi, waarvan is afgeleid het zelfstandig naamwoord apostasia, afval (2 Thess. 2). In 2 Thess. 2 is sprake van 'de afval', een bijzonder gebeurtenis, hier, dat 'sommigen' zullen afvallen. De afval is beperkt: sommigen vallen af. Het gaat om afval van het geloof: men verliest het geloof. De oorzaak van de geloofsafval: misleiding door demonen. Hier gaat het duidelijk om christenen, mensen die Jezus hebben beleden, die afvallen. In 2 Thess. kan het gaan om een algemene opstand tegen God.

Verleidende geesten en leringen van demonen.

Jak 3:15  Dat is niet de wijsheid die van boven neerkomt, maar zij is aards, ongeestelijk, demonisch. (Telos)

1 Tim. 4:2

1Ti 4:2 die in huichelarij leugen spreken en hun eigen geweten hebben dichtgeschroeid. (Telos)

Hoe gaat de misleiding en verleiding te werk? De geesten huichelen; in huichelarij spreken ze leugen. Ze beseffen dat ze kwaad doen, maar ze laten zich door hun geweten er niet van afbrengen. Hun geweten is buiten werking gesteld, dichtgeschroeid.

Echter, wie doen dat? Demonische geesten of mensen (de 'sommigen' van vers 1) die hun werktuigen zijn geworden. Dit is niet duidelijk.

1 Tim. 4:3

1Ti 4:3 Zij verbieden te trouwen en gebieden zich van voedsel te onthouden, dat God geschapen heeft om met dankzegging te worden genuttigd door hen die geloven en de waarheid kennen. (Telos)

De inhoud van de misleiding wordt ons meegedeeld. De misleidende geesten: 1. verbieden te trouwen; 2. ze gebieden zich van zeker voedsel te onthouden.

Verbieden te trouwen. In de Rooms-katholieke kerk is helaas het verbod om te trouwen ingevoerd met betrekking tot rooms-katholieke priesters (priestercelibaat).

Hen die geloven en de waarheid kennen. Hen, die niet zijn afgevallen en niet de leugen hebben aangenomen (vers 1).

1 Tim. 4:6

1Ti 4:6 Als je deze dingen de broeders voorhoudt, zul je een goed dienaar van Christus Jezus zijn, opgevoed in de woorden van het geloof en van de goede leer, die je nauwkeurig hebt nagevolgd. (Telos)

Dienaar. Grieks: diakonos.

1 Tim. 4:7

1Ti 4:7 Verwerp echter de ongoddelijke oude-vrouwenfabels. Oefen je echter tot godsvrucht. (CP[1])

Oude-vrouwenfabels. Lett. oudwijfse mythen. Het Griekse woord μυθος, muthos = verhaal, kan verwijzen naar een waar of onwaar verhaal. Een onwaar verhaal noemen wij een verzinsel, een fabel, een mythe.

1Ti 6:20  Timotheus, bewaar het jou toevertrouwde pand, terwijl je je afwendt van het ongoddelijk gezwets en de tegenstellingen van de ten onrechte zo genoemde kennis. (Telos)

Oefen je echter tot godsvrucht. 'Tot godzaligheid', zegt de Statenvertaling. 'Godsvrucht' en 'godzaligheid' zijn synoniemen. De HSV en de Telos-vertaling hebben: 'in [de] godsvrucht'. 'Tot' (Grieks: pros) geeft duidelijker aan dat de oefening een zekere uitkomst moet hebben[2], namelijk godsvrucht. De afvallende gelovigen zijn met hun lichamelijke oefening (vers 8, hun onthouding van huwelijks geslachtsverkeer en zekere spijzen), ook gericht op een bepaalde uitkomst. Wij daarentegen moeten ons richten op de godsvrucht. 'Tot' kan echter suggereren dat Timotheüs niet godvruchtig zou zijn, wat niet klopt, en 'oefenen in' doet dat niet. 'Tot', echter, geeft een doel aan en daarom hier, met de Statenvertaling, de keuze 'tot'. Maar in het volgende vers wordt tegenover de lichamelijke oefening niet de oefening tot godsvrucht, maar de godsvrucht zelf gesteld, wat de gedachte ondersteunt dat de oefening 'tot de godsvucht, een oefening in en wel tot vermeerdering van de godsvrucht is en daarmee zodoende ook tot bepaalde andere nuttige zaken.

2Ti 3:12 En ook allen die godvruchtig willen leven in Christus Jezus ... . (Telos)

1 Tim. 4:8

1Ti 4:8 Want de lichamelijke oefening is tot weinig nuttig, maar de godsvrucht is nuttig tot alle dingen, daar zij de belofte heeft van het tegenwoordige en van het toekomstige leven. (Telos)

Want de lichamelijke oefening is tot weinig nuttig. Paulus wijst verkeerde onthouding (ascese, verbod om te trouwen, spijsverboden) af, zie vers 3 en volgende. Deze onthouding kan als een lichamelijke oefening worden opgevat. Ook in de sport onthoudt men zich van bepaalde zaken teneinde beter te presteren.

1Co 9:25 En ieder die aan een wedstrijd deelneemt, onthoudt zich in alles; dezen dan, opdat zij een vergankelijke kroon ontvangen, maar wij een onvergankelijke. (TELOS)

De ascetische oefening, ook die met een godsdienstig oogmerk, is echter van weinig nut.

"Weinig" staat in tegenstelling tot "alle dingen". De Nieuwe Bijbelvertaling heeft "wel enig nut".

1Ti 4:8 Oefening van het lichaam heeft wel enig nut, maar het nut van een vroom leven is grenzeloos, omdat het een belofte inhoudt voor dit leven en het leven dat komen zal. (NBV)

Deze vertaling is minder juist dan het letterlijke "tot weinig nuttig". "Wel enig nut" legt de verkeerde nadruk, want de nadruk in de tekst ligt op beperking, gezien de tegenstelling met "alle dingen". "Wel enig nut" past beter in een tegenstelling met "geen nut".

De Willibrordvertaling uit 1978 doet de bedoelde beperking uitkomen door de vertaling "beperkte waarde".

1Ti 4:8 Oefening van het lichaam heeft beperkte waarde, maar de voordelen van de godsvrucht zijn onbeperkt, want zij houdt beloften in zowel voor dit leven als het toekomstige. (WV78)

"Wel enig nut" mist de gedachte van beperkt nuttig, maar "grenzeloos" zorgt wel dat de bedoelde tegenstelling naar voren komt.

"De oefening van het lichaam is van weinig nut" is een gevleugeld woord of gezegde geworden[3], dat dient tot remming of matiging van sportbeoefening of als argument tegen sportverdwazing. Als "oefening van het lichaam heeft wel enig nut" ook een gezegde wordt, dan zal het strekken tot bevordering van sport, hetgeen niet de bedoeling van het Schriftwoord is geweest.

Daar zij de belofte heeft van het tegenwoordige en van het toekomstige leven. Godsvrucht of godzaligheid is een houding van ontzag voor Hem, met gezonde vrees, van rekening met Hem houden, zoals een kind ten opzichte van zijn vader. Het begin van een godsvruchtig leven is geloof en bekering. Daarna volgt een wandel met en navolging van onze God. Wie zo leeft trekt daarvan nut in het tegenwoordige leven (Gods zorg, vers 10; verder moed, sterkte, troost, zelfrespect), waarna een eeuwig gelukzalig leven wacht.

1 Tim. 4:9

1Ti 4:9 Het woord is betrouwbaar en alle aanneming waard; (Telos)

Tegenover dit woord, 'de woorden van het geloof en van de goede leer' (6) staan de ongoddelijke oudwijfse mythen (7), de leringen van demonen (1).

1 Tim. 4:10

1Ti 4:10  want hiertoe arbeiden wij en strijden wij, omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God, die een Onderhouder is van alle mensen, het meest van de gelovigen. (Telos)

Strijden wij.

1Ti 6:12  Strijd de goede strijd van het geloof; grijp het eeuwige leven, waartoe je geroepen bent en de goede belijdenis hebt afgelegd voor vele getuigen. (Telos)

2Ti 4:7  Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop geëindigd, ik heb het geloof behouden. (Telos)

Onderhouder. Grieks: soter, d.i. redder, behouder, weldoener.

1Ti 6:13   Ik beveel je voor God die alles in leven houdt, en voor Christus Jezus die voor Pontius Pilatus de goede belijdenis betuigd heeft, (Telos)

Het meest van de gelovigen. Is dat onrechtmatig? Nee, onderscheid maken is op zichzelf niet onrechtmatig. De gelovigen zijn Gods kinderen! Een vader heeft eerst voor zijn eigen kinderen te zorgen.

1 Tim. 4:12

1Ti 4:12  laat niemand je jeugdige leeftijd verachten, maar wees een voorbeeld voor de gelovigen in woord, in wandel, in liefde, in geloof, in reinheid. (Telos)

In woord. Dat staat hier, gezien het gevaar van valse leringen - waarvoor Paulus in dit hoofdstuk waarschuwt - voorop.

1 Tim. 4:16

1Ti 4:16  Geef acht op jezelf en op de leer; volhard in deze dingen, want door dit te doen zul je zowel jezelf als hen die je horen, behouden. (Telos)

Op de leer. Dat je 'de goede leer' (vers 6) vasthoudt, tegenover dwalingen (vers 1v, 7)

Behouden. Het Griekse werkwoord is σωζω, sozo, van sos, "veilig". Het betekent: behouden, ongeschonden bewaren, redden van gevaar of vernieling[4]. Tegenover het behouden worden staat het verlies van geloof (vers 1).

2Ti 4:7  Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop geëindigd, ik heb het geloof behouden. (Telos)

Voetnoten

  1. Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Telosvertaling.
  2. D. Harting, Grieks Woordenboek op het Nieuwe Testament (1861-1863). Opgenomen als Grieks-Nederlands handwoordenboek op het Nieuwe Testament in Online Bible (uitgeverij Importantia).   
  3. Voor andere aan de Schrift ontleende gezegden en uitdrukkingen die ingang hebben gevonden in het algemene taalgebruik, zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_uitdrukkingen_en_gezegden_ontleend_aan_de_Bijbel
  4. Grieks-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.