2 Kronieken/Hoofdstuk 29

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

2 Kronieken:


Hoofdstuk 29 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

2 Kron. 29:3

2Kr 29:3 Hij deed in het eerste jaar zijner regering, in de eerste maand, de deuren van het huis des HEEREN open, en beterde ze. (SV)

Zijn vader koning Achaz had de deuren gesloten, 2 Kron. 28:24

2 Kron. 29:7

2Kr 29:7 Ook hebben zij de deuren van het voorhuis toegesloten, en de lampen uitgeblust en het reukwerk niet gerookt; en het brandoffer hebben zij in het heiligdom aan den God Israëls niet geofferd. (SV)

Zijn vader koning Achaz had de deuren gesloten, 2 Kron. 28:24

2 Kron. 29:9

2Kr 29:9 Want ziet, onze vaders zijn door het zwaard gevallen; daartoe onze zonen, en onze dochters, en onze vrouwen zijn daarom in gevangenis geweest.

Onze vaders zijn door het zwaard gevallen. Ten tijde van Achaz werden 120.000 duizend mannen op één dag gedood, 2 Kron. 28:6.

Daartoe onze zonen, en onze dochters, en onze vrouwen zijn daarom in gevangenis geweest. De kinderen Israëls (tienstammenrijk) voerden ten tijde van Achaz gevankelijk weg 200.000 vrouwen, zonen en dochters, 2 Kron. 28:8.