Ezechiël 9

Uit Christipedia
(Doorverwezen vanaf Ezechiel 9)

Ezechiël 9 is een hoofdstuk van Ezechiël, een geschrift in de Bijbel, en telt 11 verzen.

Hoofdstukken van Ezechiël samengevat en/of becommentarieerd: · 1 · 2 · 3 · 4 · 5 · 6 · 7 · 8 · 9 · 10 · 11 · 12 · 13 · 14 · 15 · 16 · 17 · 18 · 19 · 20 · 21 · 22 · 23 · 24 · 25 · 26 · 27 · 28 · 29 · 30 · 31 · 32 · 33 · 34 · 38
Verzen van Ezechiël 9 becommentarieerd: · 1 · 2 · 6 · 9 · 11

Samenvatting

De voltrekkers en hun uitvoering van het Godsgericht over Jeruzalem. 1-2 God ontbied zes wezens met mannengedaante naderen, elk met knotsen in zijn hand, en een zevende die schrijfgereedschap draagt. Ze gaan bij het koperen brandofferaltaar staan. 3-6a De heerlijkheid van God komt van boven de cherub op de drempel van het tempelhuis, en beveelt die zevende, de stad door te gaan en allen die om de zonden van het volk bekommerd zijn te tekenen, en de zes anderen, zonder verschoning alle overigen neer te vellen, te beginnen van het heiligdom. 6b-7 Eerst vallen dientengevolge de mannen die voor de tempel staan; waarna de volvoerders van Gods vonnis gelast wordt het voorhof en de stad in te gaan. 8-10 Als zij dit doen, smeekt de profeet, maar vergeefs, om ontferming voor Israëls overblijfsel. 11 De man met het schrijfgereedschap komt zeggen dat hij Gods bevelen volbracht heeft.

1

1 Daarna riep Hij voor mijn oren [met] luider stem, zeggende: Laat die over de stad bezoeking moeten doen, nader treden, en elk met een verdervend wapen in zijn hand. (CP[1]) 

2

2 En ziet, zes mannen kwamen van den weg der Hoge poort, die gekeerd is naar het noorden, en elkeen met zijn verpletterend wapen in zijn hand; en een man in het midden van hen was met linnen bekleed, en een schrijvers-inktkoker was aan zijn lenden; en zij kwamen in, en stonden bij het koperen altaar. (SV) 

Verpletterend wapen. Een knots[2].

En een man in het midden van hen. De zevende man, als hun legeraanvoerder[3]. Niet Jahweh, zie vers 3.

Was met linnen bekleed, een schrijvers-inktkoker was aan zijn lenden. Vs. 3, 11; 10:2.

6

6 Doodt ouden, jongemannen en maagden, en kindertjes en vrouwen, tot verdervens toe; maar nadert niet tot iemand waarop het teken is, en begint van Mijn heiligdom. En zij begonnen met de oude mannen, die voor het huis waren. (CP[1]) 

Nadert niet tot iemand waarop het teken is. In Opb. 7:3 en 9:4 is sprake van slaven van God, die aan hun voorhoofden worden verzegeld en daarop namen hebben.

Opb 9:4  En hun werd gezegd dat zij geen schade mochten toebrengen aan het gras van de aarde, noch aan enig groen, noch aan enige boom, behalve aan de mensen die het zegel van God niet aan hun voorhoofden hebben. (Telos)

Het zegel bevat of bestaat uit de naam van het Lam en de naam van Zijn vader (Opb. 14:1).

Opb 14:1  En ik zag en zie, het Lam stond op de berg Sion en met hem honderdvierenveertigduizend, die zijn naam en de naam van zijn Vader hadden, geschreven op hun voorhoofden. (Telos)

Zie 144.000 Israëlieten voor het hoofdartikel. En zij begonnen met de oude mannen, die voor het huis waren. De 25 (8:16). Misschien heeft de apostel Petrus aan dit vers gedacht, toen hij schreef:

1Pe 4:17  Want het is nu de tijd dat het oordeel begint bij het huis van God; als het echter eerst bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen die het evangelie van God niet gehoorzamen? (Telos)

9

9 Toen zeide Hij tot mij: De ongerechtigheid van het huis van Israël en van Juda is gans zeer groot, en het land is met bloed vervuld, en de stad is vol van afwijking; want zij zeggen: De HEERE heeft het land verlaten, en de HEERE ziet niet. (SV)  

Want zij zeggen: De HEERE heeft het land verlaten, en de HEERE ziet niet. Zij maakten dit op uit deze feiten: de vijandelijkheden van de Chaldeeën en het onverhoord blijven van gebeden om verlossing (8:18).

11

11  En ziet, de man, die met linnen bekleed was, aan wiens lenden de inktkoker was, bracht bescheid weder, zeggende: Ik heb gedaan, gelijk als Gij mij geboden hadt. (SV)  

De man, die met linnen bekleed was. Zie vs. 2, 3: 10:2.

Bron

Leidsche Vertaling (1914). Tekst van de samenvatting van Ezechiël 9 is onder wijziging verwerkt op 25 juli 2023.

Voetnoten

  1. 1,0 1,1 Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.
  2. Canisius-vertaling.
  3. Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting): met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901).