Lukasevangelie/Hoofdstuk 14

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Lukasevangelie:


Hoofdstuk 14 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Luk. 14:2

Lu 14:2  En zie, er stond een waterzuchtig mens voor Hem. (Telos)

Een waterzuchtig mens. Iemand die abnormaal veel water in zijn lichaam vasthoudt of bij wie het lichaamsvocht abnormaal is verdeeld. Medische term: oedeem.

Luk. 14:18

Lu 14:18  En allen begonnen zich eenparig te verontschuldigen. De eerste zei tot hem: Ik heb een akker gekocht en ik moet die noodzakelijk gaan bezien; ik verzoek u, houd mij voor verontschuldigd. (Telos)

Ik heb een akker gekocht. In 18-20 worden belangrijke aardse zaken genoemd. Ze zijn zopas verkregen: een akker (levensonderhoud), vijf span ossen (hulpmiddel), een vrouw (levenshulp). Hier zien we ook het gevaar van aardse zaken: dat zij belangrijker zaken verdringen. Welvaart doet ons licht van God wégvaren.

Heer, help ons, om Uw koninkrijk van hoger belang te achten.

Luk. 14:21

Lu 14:21  En de slaaf kwam terug en berichtte zijn heer deze dingen. Toen werd de heer des huizes toornig en zei tot zijn slaaf: Ga vlug naar buiten naar de straten en stegen van de stad en breng de armen, verminkten, blinden en kreupelen hier binnen. 

Breng de armen, verminkten, blinden en kreupelen hier binnen. Zie vers 13, waar de Heer ons aanmoedigt (ook) zulke mensen tot een maaltijd te nodigen. Allemaal mensen met gebreken; een arme heeft gebrek aan geld en goed, hij kan geen akker of vijf span ossen kopen. Een verminkte zal niet makkelijk een levensgezel vinden. Een blinde kan geen akker bezien (vers 18). Een kreupele kan niet met de ossen ploegen.

Luk. 14:23

Lu 14:23  En de heer zei tot de slaaf: Ga naar buiten naar de wegen en heggen en dwing ze binnen te komen, opdat mijn huis vol wordt; (Telos)

Dwing ze binnen te komen. Sommige zondaars worden er als het ware aan de haren bijgesleept.

Opdat mijn huis vol wordt. En het huis van God zál vol worden.

Mt 22:10 En die slaven gingen naar buiten naar de wegen en brachten allen samen die zij vonden, zowel bozen als goeden; en de bruiloft werd vol met hen die aanlagen. (TELOS)

Ro 11:25  Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend is, opdat u niet wijs bent in eigen oog, dat er voor een deel over Israel verharding is gekomen, totdat de volheid van de volken is ingegaan; (Telos)

Joh 14:2  In het huis van mijn Vader zijn vele woningen; als het niet zo was, zou Ik het u hebben gezegd, want Ik ga heen om u plaats te bereiden. (Telos)

Luk. 14:26

Lu 14:26  Als iemand tot Mij komt en niet haat zijn vader, zijn moeder, zijn vrouw, zijn kinderen, zijn broers en zijn zusters, ja, zelfs ook zijn eigen leven, kan hij mijn discipel niet zijn. (Telos)

Niet haat. Niet minder liefheeft en niet duldt dat zij de navolging van de Meester in de weg staan. Zie Haat. De Heer Jezus leerde de naaste, ja, de vijand lief te hebben. Maar de naastenliefde mag de liefde tot, de navolging van en de dienst aan God niet verhinderen.

Zijn vader, zijn moeder enz. Personen en zaken die 'van hem' zijn, waaraan hij gehecht is, waarmee hij verbonden is. Vergelijk vers 33:

Lu 14:33  Zo kan dan ieder van u, die niet afscheid neemt van al zijn bezittingen, mijn discipel niet zijn. (Telos)

Ja, zelfs ook zijn eigen leven. Dit haten is niet de zelfzorg verzuimen, maar zichzelf verloochenen voor een hoger doel, niet dulden dat eigen mening en wil tegenover de wijsheid en de wil van God (blijven) staan.

Jak 2:8  Als u dan de koninklijke wet volbrengt, naar de Schrift: ‘U zult uw naaste liefhebben als uzelf’, dan doet u goed. (Telos)

Hnd 20:28  Past op uzelf en op de hele kudde, waarin de Heilige Geest u als opzieners heeft gesteld, om de gemeente van God te hoeden, die Hij Zich heeft verworven door het bloed van zijn eigen Zoon. (Telos)

Luk. 14:29

Lu 14:29  opdat niet misschien, wanneer hij een fundament heeft gelegd en hij niet in staat is het werk tot een einde te brengen, allen die het zien, hem beginnen te bespotten (Telos)

Fundament. Het fundament wordt gelegd bij de bekering:

Heb 6:1  Laten wij daarom het woord van het begin van Christus laten rusten en voortgaan tot het volkomene, zonder opnieuw een fundament te leggen van bekering van dode werken en van geloof in God, (Telos)

Oftewel: Christus als grondslag van mijn leven nemen.

Ro 15:20  en er een eer in heb gesteld het evangelie te verkondigen daar waar Christus nog niet genoemd was, opdat ik niet op andermans fundament zou bouwen, (Telos)

Daarna volgt het discipelschap, het bouwen op het fundament.

1Co 3:10  Naar de genade van God die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester het fundament gelegd en een ander bouwt erop. Maar laat ieder uitkijken hoe hij erop bouwt.  1Co 3:11  Want niemand kan een ander fundament leggen dan wat er ligt, dat is Jezus Christus. 1Co 3:12  Als nu iemand op het fundament bouwt: goud, zilver, kostbare stenen, hout, hooi, stro, 1Co 3:13  ieders werk zal openbaar worden. Want de dag zal het aan het licht brengen, omdat deze in vuur geopenbaard wordt, en hoe ieders werk is, dat zal het vuur beproeven.  1Co 3:14  Als iemands werk dat hij daarop gebouwd heeft, zal blijven, zal hij loon ontvangen; 1Co 3:15  als iemands werk zal verbranden, zal hij schade lijden; maar zelf zal hij behouden worden, maar zo als door vuur heen. (Telos)