Lukasevangelie/Hoofdstuk 19

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Lukasevangelie:


Hoofdstuk 19 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

Zacheüs, de oppertollenaar, valt behoudenis ten deel (1-10). Gelijkenis van de tien ponden (11-27). Jezus' aantocht tot Jeruzalem (28-44). Jezus reinigt de tempel (45-48).

Luk. 19:11

Lu 19:11 Toen zij nu dit hoorden, sprak Hij bovendien een gelijkenis uit, omdat Hij dicht bij Jeruzalem was en zij meenden dat het koninkrijk van God onmiddellijk openbaar zou worden. (Telos)

Hij dicht bij Jeruzalem was.

Lu 19:28  En toen Hij dit gezegd had, ging Hij hun voor om op te gaan naar Jeruzalem. (Telos)

Luk. 19:14

Lu 19:14  Zijn burgers echter haatten hem en zonden hem een gezantschap achterna om te zeggen: Wij willen niet dat deze over ons regeert. (Telos)

Een gezantschap achterna. Sommigen denken aan Stefanus, de eerste christenmartelaar.

Wij willen niet dat deze over ons regeert. Zie ook vers 27.

Joh 19:15  Zij dan riepen: Weg met Hem! Weg met Hem! Kruisig Hem! Pilatus zei tot hen: Moet ik uw koning kruisigen? De overpriesters antwoordden: Wij hebben geen koning dan de keizer. Toen leverde hij Hem aan hen over om gekruisigd te worden. (Telos)

Luk. 19:38

Lu 19:38  en zeiden: Gezegend Hij die komt, de koning, in de naam van de Heer! In de hemel vrede en heerlijkheid in de hoogste hemelen. (Telos)

Dit is een messiaanse inhuldiging.

Luk. 19:39

Lu 19:39  En sommigen van de farizeeën uit de menigte zeiden tot Hem: Meester, bestraf uw discipelen! (Telos)

Uit de menigte. Uit de massa van de discipelen (vers 37). Waarschijnlijk niet, maar bevonden zij zich onder de toegestroomde menigte van volk. Misschien hadden zij zich onder hen gemengd om Jezus kritisch te observeren.

Bestraf uw discipelen. Deze farizeeën verfoeien de messiaanse inhuldiging van Jezus. Mogelijk zijn ze tevens beducht voor een Romeinse represaille.[1]

Luk. 19:44

Lu 19:44  en u zullen omsingelen en u van alle zijden benauwen; en zij zullen u met de grond gelijkmaken met uw kinderen in u; en zij zullen in u geen steen op de andere steen laten, aangezien u de tijd waarin naar u werd omgezien, niet hebt erkend. (Telos)

Jezus' voorzegging van deze verwoesting is bewaarheid in het jaar 70 n.C., toen de Romeinen, na een uithongerende belegering, Jeruzalem innamen, de tempel in brand staken en de stad grondig verwoesten.

Luk. 19:48

Lu 19:48  En zij vonden niet wat zij moesten doen, want al het volk hing aan zijn lippen als het Hem hoorde. (Telos)

Zij vonden niet wat zij moesten doen. Als zij Jezus in de tempel zou oppakken, zou het volk zich tegen hen keren. Later zal Judas tot hen komen en zich bereid verklaren Jezus over te leveren. Dan zullen zij zich verblijden, omdat ze dan een manier hebben gevonden om Jezus op te pakken buiten de tegenwoordigheid van het volk.

Voetnoot

  1. Dr. ir. J. de Graaf e.a. (red.), Tekst voor Tekst; de Heilige Schrift kort verklaard en toegelicht (Boekencentrum, 1987).