Mattheüs 24

Uit Christipedia
(Doorverwezen vanaf Mattheus 24)

Mattheüs 24, een hoofdstuk van het Evangelie naar Mattheüs, wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages ervan worden becommentarieerd.

Hoofdstukken die zijn samengevat en/of passages ervan becommentarieerd:
Mattheüs: 1 · 2 · 3 · 4 · 5 · 6 · 7 · 8 · 9 · 10 · 11 · 12 · 13 · 14 · 15 · 16 · 17 · 18 · 19 · 20 · 21 · 22 · 23 · 24 · 25 · 26 · 27 · 28

Samenvatting

1-51 Rede van Jezus ten antwoord op vragen van de discipelen: "wanneer zullen deze dingen (= de verwoesting van de tempel) zijn, en wat is het teken van uw komst en van de voleinding van de eeuw?". 36- De dag en het uur van de komst van de Zoon des mensen zijn onbekend; de discipelen moeten gereed zijn. 45-51 Gelijkenis van de goede en de boze slaaf in verband met de terugkomst van hun heer.

1

1 En Jezus ging naar buiten en vertrok van de tempel; en zijn discipelen kwamen naar Hem toe om Hem op de gebouwen van de tempel te wijzen. (Telos)  

Om Hem op de gebouwen van de tempel te wijzen. Het waren prachtige gebouwen.

2

2 Hij nu antwoordde en zei tot hen: Ziet u dit alles niet? Voorwaar, Ik zeg u: er zal hier geen enkele steen op de andere steen gelaten worden die niet zal worden afgebroken. (Telos)  

Ziet u dit alles niet? De Heer had zojuist gezegd, de verwoesting van Jeruzalem aanduidend:

Mt 23:38  Zie, uw huis wordt aan u woest overgelaten. (Telos)

Deze ernstige voorzegging lag nog in het gemoed van de leerlingen. Zij wensten vermoedelijk nadere verklaring vooral daarover, of dan ook het heerlijke tempelgebouw zou worden verwoest. Het scheen hun misschien onmogelijk, dat zo’n gebouw door God aan de verwoesting kon worden overgegeven.[1]

Vergelijk de vraag van Petrus. Toen Petrus vernam dat hij eens gevangen (en gedood) zou worden, vroeg hij, ziende op Johannes, aan de Heer: "Heer, maar wat zal er met deze gebeuren?" (Joh. 21:21). Zou dat lot ook Johannes treffen?

Er zal hier geen enkele steen op de andere steen gelaten worden die niet zal worden afgebroken. Al die mooie gebouwen zouden verwoest worden bij de verovering van Jeruzalem door de Romeinen in het jaar 70.

3

3 Toen Hij nu op de Olijfberg zat, kwamen de discipelen afzonderlijk naar Hem toe en zeiden: Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn, en wat is het teken van uw komst en van de voleinding van de eeuw? (Telos) 

Toen Hij nu op de Olijfberg zat. De heuvel vanwaar hij ten hemel zal varen en tevens de plaats waar Hij zal terugkeren in Israël. De parallelle rede in het evangelie naar Lukas, die ziet op de verwoesting van Jeruzalem, is volgens Chuck Missler misschien op een andere plaats geweest.

Kwamen de discipelen kwamen afzonderlijk naar hem toe. In Marcus lezen we wie het waren: Petrus, Jacobus, Johannes, en Petrus' broer Andreas. Het zijn discipelen die vaker speciaal onderwijs krijgen. Het was niet voor het algemene publiek.

Na Matth. 12 spreekt de Heer Jezus alleen nog in gelijkenissen tot het publiek. Een kleine kring van toehoorders waren de 70, nog kleiner was de kring van de 12 apostelen, en hierbinnen was een nog kleiner groepje (Petrus, Jacobus en Johannes). Bij de opwekking van het dochtertje van Jaïrus mochten alleen deze 3 naar binnen. Voor de transfiguratie van Jezus op een hoge berg mochten alleen deze drie mee de berg op. In Gethsemané mochten deze drie nabij zijn. In vs. 3 hebben we de drie en één extra, namelijk Andreüs.

De geschetste omstandigheden op de Olijfberg vinden wij niet in het evangelie naar Lukas. Misschien was het daarom een andere toespraak, op een ander plaats.

Zeg ons enz. De discipelen stellen drie vragen:

  1. wanneer zullen deze dingen zijn,
  2. en wat is het teken van uw komst
  3. en van de voleinding van de eeuw?

De vragen kunnen ook als één, met deelvragen, worden genomen: Misschien bedoelen de discipelen met hun vragen zicht te krijgen op verschillende aspecten van dezelfde tijd. De vragen kunnen ook als twee worden beschouwd: de eerste vraagt naar de tijd, de laatste naar een teken.

Voleinding van de eeuw. Vgl. "het einde' in vs. 13, 14.

4

4 En Jezus antwoordde en zei tot hen: Kijkt u uit dat niemand u misleidt. (Telos) 

En Jezus antwoordde. Zijn antwoord begint met een waarschuwing. Tegen misleiding waarschuwt hij. En die waarschuwing wordt terecht vooropgesteld, aangezien

  1. Er vele misleiders komen zullen in vorm van valse christussen en valse profeten,
  2. zij grote tekenen en wonderen geven (24), en
  3. hun bedoeling is "om zo mogelijk ook de uitverkorenen te misleiden" (24).

Deze waarschuwing getuigt van de zorg die de Heer om zijn leerlingen heeft. Een waarschuwing onthult betrokkenheid bij de gewaarschuwden. Hun belang en welzijn gaat Jezus ter harte.

Kijkt u dat niemand u misleidt. 'Niemand', van de vele misleiders die zullen opstaan (vs. 5, 11, 24).

De misleiding is geestelijk, religieus. Geestelijke misleiding is een groot gevaar dat Jezus ziet opdoemen in de tijd van of voor het einde.

De Heer wijst in deze rede op één bijzondere leugen: “ik ben de Christus”.

De misleiding haakt aan op een breed gedragen verwachting. Immers, de Christus zal (naar de opvatting van de Joden) komen of (naar de opvatting der christenen en mohammedanen) wederkomen. Omdat de Christus door Jood, Christen en Heiden (moslims) wordt gezien als een Verlosser en Rechter, zal de verwachting opleven in tijden van benauwdheid. De wereldnood doet de mensen reikhalzend uitzien naar iemand die de problemen oplost.

Velen, niet slechts enkelen, zullen zich uitgeven voor de gekomen of wedergekomen Christus (5).

De eerste ruiter in Openbaring, een persoon die pijlen afschiet, staat mogelijk voor misleiding, een leugen die door zeer velen geloofd zal worden. Deze misleiding is mogelijk geruststelling. Er zal vrede zijn, een vrede echter die bij de tweede ruiter wordt weggenomen.

5

5 Want velen zullen komen onder mijn naam en zeggen: Ik ben de Christus, en zij zullen velen misleiden. (Telos) 

Daarom die waarschuwing in vs. 4.

Velen zullen komen onder mijn naam en zeggen: Ik ben de Christus. Zie vs. 24.

En zij zullen velen misleiden. Door het doen van grote tekenen en wonderen (24). Iemand die misleid is, kan anderen misleiden, zoals blijkt uit vs. 23.

6

6  En u zult horen van oorlogen en geruchten van oorlogen; let op, wordt niet verschrikt, want dit alles moet gebeuren, maar het is nog niet het einde; 

U zult horen. Merk op dat er staat “horen”. Vgl. vs. 15: "zult zien staan". De Heer denkt aan hun natuurlijke reactie (angst) op het horen van oorlogen en geruchten van oorlogen.

Maar de woorden "u zult horen" suggereren ook dat de oorlogen elders plaatsvinden en de discipelen ervan vernemen. De discipelen maken de oorlogen niet mee, ze horen ervan, althans dat is de indruk die deze woorden van Jezus wekken. Gaat het om joodse gelovigen in Israël die vernemen dat de hen omringende wereld (Midden-Oosten, Europa, Azie?) in allerlei conflicten verwikkeld raakt?

Oorlogen en geruchten van oorlogen. Zij vormen, na de misleiding, het tweede verschijnsel dat genoemd wordt. De tweede ruiter in Openbaring neemt de vrede van de aarde weg.  

Let op, wordt niet verschrikt. Le op uzelf, dat u niet verschrikt wordt. De Heer wil niet dat ze in een toestand van angst en beven geraken.

Het einde. Het begin van de weeën (8) is nog niet het einde. 'Het einde' verwijst volgens Roger Liebi naar de tweede helft van de 70ste jaarweek van Daniël[2].

7

7 want volk zal opstaan tegen volk en koninkrijk tegen koninkrijk, en er zullen hongersnoden en aardbevingen zijn in verschillende plaatsen. (Telos) 

Volk zal opstaan tegen volk en koninkrijk tegen koninkrijk. Dit vers vertelt ons dat veel volken en rijken in oorlog geraken. Het doet ons denken aan de beide wereldoorlogen in de 20e eeuw. De Heer lijkt te spreken van een wereldoorlog: een oorlog waarbij, gelijk de Eerste Wereldoorlog en de Tweede Wereldoorlog, meerdere naties van de wereld bij betrokken zijn.

Sommige uitleggers[3] menen dat de voorbije wereldoorlogen een vervulling zijn van ons vers.

Vergelijk het vers met:

2Kr 15:5 En in die tijden was er geen vrede voor dengene, die uitging, en dengene, die inkwam; maar vele beroerten waren over al de inwoners van die landen; 2Kr 15:6 Dat volk tegen volk, en stad tegen stad in stukken gestoten werden; want God had hen met allen angst verschrikt. (SV)

In een andere vertaling:

2Kr 15:5 In die tijden was er geen vrede voor hem die uitging noch voor hem die inging, maar er was grote beroering onder al de inwoners der landen: 2Kr 15:6 volk botste tegen volk en stad tegen stad, want God bracht hen in beroering door allerlei benauwdheid. (NBG51)

Hongersnoden en aardbevingen ... in verschillende plaatsen. Deze rampen lijken, gelijk de oorlogen, een wereldwijd karakter te hebben. De vorige en de huidige eeuw kenden hongersnoden. De hongersnoden kunnen een gevolg zijn van de oorlogen. Ze kunnen tevens een gevolg zijn van extreme droogte, van weersomstandigheden. Het is alsof de aardbevingen een teken is, dat de aarde mee in beroering is.

Ook in Opb. 6 komt deze volgorde voor: witte paard (vermoedelijk misleiding), dan oorlogen, dan hongersnoden.

8

8 Dit alles is echter het begin van de weeën. (Telos) 

Het begin van de weeën. Ze omvatten drie dingen:

  1. oorlogen en geruchten van oorlogen;
  2. hongersnoden;
  3. aardbevingen.

Misleiding, waartegen de Heer waarschuwt, is iets waartegen we bestand moeten zijn, ze vormt een geestelijk gevaar, maar ze is geen wee, ze maakt niet benauwd en doet geen pijn.

Weeën zijn smartelijk voor de zwangere, maar ze kondigen nieuw leven aan. Er komt een nieuwe tijd, een nieuw bestel!

9

9 Dan zullen zij u overleveren om verdrukt te worden en u doden, en u zult gehaat zijn door alle volken ter wille van mijn naam. (Telos) 

Dan. Grieks: τοτε, hier in de betekenis: 'in die tijd', niet 'daarna': "terzelfdertijd met iets anders, waarmee de aangekondigde gebeurtenis al of niet in oorzakelijke samenhang gedacht wordt, Mt 7:23 16:27 24: 9,21"[4].

In Mattheüs wordt de kwalijke bejegening van christenen vermeld na de vermelding van de beginweeën. In Luk 21:12 wordt de vervolging genoemd als iets dat aan de genoemd weeën voorafgaat.

Lu 21:10  Toen zei Hij tot hen: Volk zal opstaan tegen volk en koninkrijk tegen koninkrijk. Lu 21:11  En grote aardbevingen en in verschillende plaatsen hongersnoden en pest zullen er zijn, en er zullen vreselijke dingen en grote tekenen van de hemel zijn. Lu 21:12  Voor dit alles echter zullen zij hun handen aan u slaan en u vervolgen, terwijl zij u overleveren in de synagogen en gevangenissen en u brengen voor koningen en stadhouders ter wille van mijn naam; (Telos)

Men kan het verschil tussen Mattheüs en Lukas ten dezen verklaren door aan te nemen dat vervolging en weeën in dezelfde tijd plaatsgrijpen, of door aan te nemen dat de toespraak in Lukas op een andere tijd en plaats is gehouden[5].

Vergelijk de volgorde van vermelding in Matth. met Opb. 6: de 4e ruiter brengt dood en verderf, het 5e zegel erna betreft de martelaren.

Om verdrukt te worden. Vs. 21 ("grote verdrukking"), 29.

10

10 En dan zullen velen ten val komen en elkaar overleveren en elkaar haten. (Telos) 

Velen uit de groep vervolgde christenen zullen zich door verloochening van hun geloof aan het gevaar proberen te onttrekken. Zij zullen, om zelfs de blikken van de vervolgers van zich af en op anderen te richten, elkaar overleveren, zelf in de vervolging ook behulpzaam zijn en elkaar haten, wat vooral in de tijd van de Antichrist veel zal voorkomen[1].

Elkaar haten. Vgl. vs. 12: de liefde van de velen zal verkoelen.

11

11 En vele valse profeten zullen opstaan en zij zullen velen misleiden. (Telos) 

Zie vs. 24

12

12 En omdat de wetteloosheid zal toenemen, zal de liefde van de velen verkoelen. (Telos) 

De wetteloosheid zal toenemen. Wetten worden veronachtzaamd, men houdt zich er niet meer aan. De toekomstige onlusten zullen wetteloze uitingen hebben, zoals, naar verwachting, plunderingen en mishandelingen.

Zal de liefde van de velen verkoelen. De liefde, Grieks: agape. Vs. 10: "velen ... zullen elkaar haten". Dat de liefde verkoelt als gevolg van wetteloosheid, kan men illustreren door het verkeer van weggebruikers. Als velen de verkeersregel aan hun laars lappen, bijv. door rood licht rijden, te snel of wild rijden en geen voorrang verlenen, dan zal de onzekerheid, de onveiligheid, het onbegrip, de ergernis en de agressie in het verkeer toenemen. De wellevendheid en vriendelijkheid zullen afnemen en de liefde zal verkillen.

13

13 Wie echter zal volharden tot het einde, die zal behouden worden. (Telos) 

Het einde. Zie vs. 14. Vergelijk vs. 3.: 'voleinding van de eeuw'.

14

14  En dit evangelie van het koninkrijk zal over het hele aardrijk worden gepredikt tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde komen. (Telos)

Dit evangelie van het koninkrijk. Inhoudende 1°. de mededeling dat de komst van Gods koninkrijk nabij is, 2°. de oproep tot bekering.

Worden gepredikt. Vermoedelijk (ook) door 144.000 Christusgelovige Israëlieten.

Volken. Eigenlijk 'naties', want 'natie', Gr. etnos, betekent niet 'stam' of 'volk', maar de grootste maatschappelijke eenheid (de kleinste eenheid is het huwelijk)[6]. De naties Rusland en India bijvoorbeeld bestaan elk uit vele volken.

En dan zal het einde komen. Zie vs. 13, vgl. vers 3: 'voleinding van de eeuw'. De tijd van het einde breekt dus aan wanneer alle naties het evangelie van Gods koninkrijk hebben gehoord. Sommige uitleggers laten, gezien vs. 15, het eindtijd beginnen met de gruwel van de verwoesting; dan valt de eindtijd samen met de tweede helft van de 70ste jaarweek van Daniël.

Er is ook een uitleg die 'het einde' verklaart als het einde van het messiaanse vrederijk[7]. Dit is echter, gelet op het gebruik van 'einde' in dit hoofdstuk, onwaarschijnlijk. Bovendien is het hoogst onwaarschijnlijk dat de prediking van het evangelie van het koninkrijk duizend jaren duurt.

15

15 Wanneer u dan de gruwel van de verwoesting, waarvan gesproken is door de profeet Daniël, zult zien staan in [de] heilige plaats, -laat hij die het leest, erop letten! -laten dan zij die in Judea zijn, (Telos) 

Wanneer u dan... Dat gebeurt op de helft van de 70e jaarweek van Daniël.

De gruwel van de verwoesting. Een gruwelijk iets dat verwoesting teweegbrengt, een gruwel in de hoogste graad. In dit geval gaat het om een afgodsbeeld, te weten het beeld van het Beest.

Volgens sommige uitleggers[8] is de gruwel van de verwoesting het Beest, de Wetteloze, die zich in de tempel heeft gezet (2 Thess. 2) en zich uitgeeft voor God. Een bezwaar tegen deze uitleg dat de gedachte aan een afgodsbeeld, het beest van het Beest, waarschijnlijker is in het licht van het gebruik van 'gruwel' in Dan. 12:11 en in het Oude Testament.

Da 12:11  Van de tijd af dat het steeds [terugkerende offer] weggenomen zal worden en de verwoestende gruwel opgesteld zal zijn, zijn het duizend tweehonderdnegentig dagen. (HSV)

De NBV'04-vertaling doet uitkomen dat de gruwel een afgodsbeeld is:

Da 12:11  En vanaf het moment dat het dagelijks offer wordt afgeschaft en een verwoesting brengend afgodsbeeld is opgericht, zullen er twaalfhonderdnegentig dagen verstrijken. (NBV'04)

Waarvan gesproken is door de profeet Daniël. In Dan. 9:27.

Da 9:27  Hij zal voor velen het verbond versterken, één week [lang]. Halverwege de week zal Hij slachtoffer en graanoffer doen ophouden. Over de gruwelijke vleugel zal een verwoester zijn, zelfs tot aan de voleinding, die, vast besloten, uitgegoten zal worden over de verwoeste. (HSV)

In Daniël 8, 9, 11 en 12, 4x schrijft Daniël over de gruwel.

Zien staan. Vgl. vs. 6: "u zult horen". De Heer had ook de gebeurtenis kunnen vermelden zonder het gehoor erbij te noemen: "Wanneer dan gruwel van de verwoesting ... zal staan in de heilige plaats...". "Horen", "zien", de Heer leeft (hoort en ziet) met hen mee, hij verplaatst zich in hen.

In de heilige plaats. In de voorhof van de tempel, niet in het Heilige (waarin alleen de priesters mogen komen), evenmin in het Allerheiligste (waarin alleen de hogepriester mag komen, één keer per jaar, op Verzoendag).

De afgod, het afgodsbeeld wordt niet alleen aangebeden, maar ook op de heilige plaats gezet. In 167 v.C., ten tijd van de Syrische overheerser Antiochus IV Epifanes, was er een gruwel van verwoesting in de heilige plaats. De Romeinen, na verovering van Jeruzalem, vereerden hun afgoden bij de Oostpoort, maar dat wordt hier in vers 15 niet bedoeld.

Sommige uitleggers verstaan 'heilige plaats' door 'het Allerheiligste', ervan uitgaande dat de gruwel van Antiochus IV in het Allerheiligste was geplaatst, hetgeen echter niet zeker is. Het toekomstige 'zien', waarvan ons vers spreekt, kan dan gebeuren door een webcamera of een tv-verslag van de plaatsing van het beeld in het Allerheiligste. Waarschijnlijker echter is de voorhof.

Over 'de heilige plaats' spreken:

Le 6:16  En het overblijvende daarvan zullen Aäron en zijn zonen eten; ongezuurd zal het gegeten worden in de heilige plaats; in den voorhof van de tent der samenkomst zullen zij dat eten. (SV)

Le 6:26  De priester, die het voor de zonde offert, zal het eten; in de heilige plaats zal het gegeten worden, in den voorhof van de tent der samenkomst. (SV)

Laten dan zij die in Judea zijn. Dat zijn waarschijnlijk merendeels Joodse gelovigen. Volgens een uitlegger[9] zullen zij vluchten, terwijl de gelovige Joden die in Jeruzalem zijn in deze stad blijven.

'Judea en Samaria' is een bekende streeknaam in het huidige Israël. Deze benaming prefereert men boven 'Westoever' (Eng. Westbank).

16

Mt 24:16  vluchten naar de bergen; (Telos)

Vluchten. Om te ontkomen aan de grote verdrukking (vs. 21).

De bergen. Sommige uitleggers houden het voor waarschijnlijk dat de discipelen zullen vluchten naar het gebied van Petra.

17

17 laat hij die op het dak is, niet naar beneden gaan om de dingen uit zijn huis te halen; en laat hij die op het veld is,  (Telos) 

Parallelplaatsen:

Mr 13:15  laat hij die op het dak is, niet naar beneden gaan en niet naar binnen gaan om iets uit zijn huis te halen; (Telos)

Lu 17:31  Wie op die dag op het dak zal zijn en zijn huisraad in huis, laat hij niet naar beneden gaan om het op te halen; laat hij die op het veld is, evenmin terugkeren naar wat achter hem ligt. (Telos)

Die op het dak is. De huizen van de Joden hadden platte daken, met leuningen rondom. De meeste huizen stonden op heuvelhellingen. Het dak was een soort tuin.

Men maakte ervan gebruik om in afzondering te bidden, of om zich te ontspannen, of om gezellig bij elkaar te zijn en soms tot openbare prediking[10]. Hier kon je bijvoorbeeld een weekend barbecue houden.

Petrus ging het dak op om te bidden.

Hnd 10:9  De volgende dag nu, terwijl dezen onderweg waren en de stad naderden, klom Petrus omstreeks het zesde uur op het dak om te bidden. (Telos)

Het dak als plaats om te prediken:

Mt 10:27  Wat Ik u zeg in de duisternis, zegt dat in het licht; en wat u in het oor hoort, predikt dat op de daken. (Telos)

Vrienden van een verlamde waren op het dak en braken het open om hun verlamde vriend bij Jezus te bezorgen (Mark. 2:4; Luk. 5:19).

19

19 Wee echter de zwangeren en de zogenden in die dagen. (Telos) 

Daar zij niet snel genoeg zich uit de weg kunnen maken, wanneer het erop aan komt om zich geheel onbezwaard en zonder dralen in veiligheid te begeven![1]

Wee. De Heer Jezus begrijpt hun moeite en benauwdheid en voelt mee. Hij hoort mee (6), ziet mee (15), voelt mee.

De zogenden. De zogende vrouwen, die hun kind de borst geven.

20

20 En bidt dat uw vlucht niet ‘s winters of op sabbat gebeurt. (Telos) 

Bidt dat. Dit wijst erop dat deze christenen dit hoofdstuk al lezen en ermee rekenen dat ze zullen moeten vluchten. Ze verwachten te moeten vluchten en kunnen bidden voor gunstige tijdsomstandigheden.   

De Heer Jezus geeft wel bijzondere aanwijzingen ten behoeven van zijn uitverkorenen, juist om hen te vrijwaren voor de weergaloos grote verdrukking. Een nauwkeurige mededeling betreft de duur van de tweede helft van Daniëls 70e jaarweek: 1260 dagen ((Op.11:3; 12:6; vgl. Dn.12:11v.).

's Winters. In Israël is dit de regenperiode en kan er ook sneeuw vallen. Door de regen kunnen doorweekte wegen een hindernis zijn[1]. Ook sneeuw kan hinderen.

Op sabbat. Omdat deze rustdag verminderde mogelijkheid geeft om je (snel) te verplaatsen. Volgens de bepaling van de wetgeleerden mag niemand zich verder dan 2000 ellen buiten de grenzen van zijn woonplaats verwijderen.

21

21  Want er zal dan een grote verdrukking zijn zoals er niet geweest is van het begin van de wereld af tot nu toe en er ook geenszins meer zal komen. (Telos)

Er zal dan een grote verdrukking zijn. Welke zijn aanvang neemt op de helft van de 70e jaarweek van Daniël, wanneer de gruwel is geplaatst in de heilige plaats. Vs. 29: "de verdrukking van die dagen".

De grote verdrukking volgt op de verdrukking van de uitverkorenen (vs. 9). Ook tijdens de grote verdrukking zullen uitverkorenen verdrukt worden (vgl. vs. 22).

Zoals er niet geweest is van het begin van de wereld af tot nu toe en er ook geenszins meer zal komen. Weergaloos, voorbeeldeloos groot is die verdrukking. Het is een verdrukking die het hele mensengeslacht vermag uit te roeien, of althans het hele volk Israël (vs. 22). Derhalve een verdrukking erger dan de verdrukking door Antiochus IV, en zelfs erger dan de Holocaust, waarbij mogelijk 54% tot 67% van de Europese Joden omkwamen[11]. Volgens Zacharia 13:8-9 zal tweederde van de Israëlieten in Israël omkomen.

Zac 13:7 Zwaard! ontwaak tegen Mijn Herder, en tegen den Man, Die Mijn Metgezel is, spreekt de HEERE der heirscharen; sla dien Herder, en de schapen zullen verstrooid worden; maar Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden. Zac 13:8  En het zal geschieden in het ganse land, spreekt de HEERE, de twee delen daarin zullen uitgeroeid worden, [en] den geest geven; maar het derde deel zal daarin overblijven. Zac 13:9  En Ik zal dat derde deel in het vuur brengen, en Ik zal het louteren, gelijk men zilver loutert, en Ik zal het beproeven, gelijk men goud beproeft; het zal Mijn Naam aanroepen, en Ik zal het verhoren; Ik zal zeggen: Het is Mijn volk; en het zal zeggen: De HEERE is mijn God. (SV)

22

22  En als die dagen niet werden verkort, zou geen enkel vlees behouden worden, maar terwille van de uitverkorenen zullen die dagen worden verkort. (Telos)

Die dagen. Van de grote verdrukking, ze blijven beperkt tot 3½ jaren.

Geen enkel vlees. Alle mensen zouden omkomen.

De uitverkorenen. Zie vs. 24.

23

23 Als iemand in die tijd tot u zegt: Zie, hier is de Christus, of: hier, gelooft het niet. (Telos) 

Iemand. Die behoort tot de velen die door valse christussen misleid zijn (5).

Zie, hier is de Christus. Zie vs. 26.

Gelooft het niet. Vs. 26.

24

24 Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en grote tekenen en wonderen geven om zo mogelijk ook de uitverkorenen te misleiden. (Telos) 

Er zullen valse christussen en valse profeten opstaan. De heer begon zijn antwoord met een waarschuwing voor valse christussen (4-5).

Grote tekenen en wonderen geven. Zoals de ware Christus, onze Heer, eertijds heeft verricht. 'De valse profeet' in het boek Openbaring doet grote tekenen. Eén groot teken is dat het vuur uit de hemel laat neerdalen.

Opb 13:13 En het doet grote tekenen, zodat het zelfs vuur uit de hemel laat neerdalen op de aarde ten aanschouwen van de mensen. (TELOS)

Van Mens der zonde, de Wetteloze wordt gezegd dat zijn komst met allerlei kracht en tekenen en wonderen gepaard gaat.

2Th 2:9 hem, wiens komst naar de werking van de satan is met allerlei kracht en tekenen en wonderen van de leugen, (TELOS)

Merk op dat het kracht en tekenen en wonderen "van de leugen" zijn, oftewel misleidende tekenen en wonderen.

Te misleiden. Vs. 4, 5.

25

25 Zie, van tevoren heb Ik het u gezegd. (Telos) 

De waarschuwing dient ter voorkoming van misleiding. Met deze waarschuwing begon het antwoord van de Heer (vs. 4-5).

26

26 Als zij dan tot u zeggen: Zie, Hij is in de woestijn, gaat er niet heen. Zie, Hij is in de binnenkamers, gelooft het niet. (Telos) 

Zij. Die zelf misleid zijn en u kunnen misleiden.

Zie, Hij. De christus, in dit geval een valse christus. Vergelijk de bekendmaking door Andreas.

Joh 1:41  (1-42) Deze vond eerst zijn eigen broer Simon en zei tot hem: Wij hebben de Messias gevonden-wat vertaald is: Christus. Joh 1:42  (1-43) Hij leidde hem tot Jezus. ... .

Hij is in de woestijn... Hij is in de binnenkamers. Vs. 23.

Gelooft het niet. Vs. 23.

27

27 Want zoals de bliksem uitgaat van het oosten en schijnt tot het westen, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn. (Telos) 

Zó zal de komst van de Zoon des mensen zijn. Het plotselinge grote licht, mogelijk in een verduisterde lucht (vs. 29), is kennelijk "het teken van uw komst van en van de voleinding van de eeuw". Dat is een geheel ander teken dan de tekenen die door de valse profeten verricht worden.

Vergelijk het licht dat van Hem straalde op de berg der verheerlijking. Drie discipelen hadden een voorschouw van Zijn komst, de komst van Gods koninkrijk in heerlijkheid.

Mt 17:2  En Hij werd in hun bijzijn van gedaante veranderd; en zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren werden wit als het licht. (Telos)

Lu 9:28  Het gebeurde nu ongeveer acht dagen na deze woorden, dat Hij Petrus, Johannes en Jakobus meenam en op de berg klom om te bidden. Lu 9:29  En terwijl Hij bad, werd het uiterlijk van zijn gezicht anders en zijn kleding werd lichtend wit. (Telos)

Vergelijk ook deze verschijning van een engel:

Mt 28:2  En zie, er kwam een grote aardbeving, want een engel van de Heer daalde neer uit de hemel, trad toe en wentelde de steen af en ging daarop zitten. Mt 28:3  Zijn gedaante nu was als een bliksem en zijn kleding wit als sneeuw. (Telos)

28

28 Waar het aas is, daar zullen de gieren zich verzamelen. (Telos) 

Het verband is de misleiding door valse christussen en profeten (23v).

Het aas. Een aas is een lijk, een dood lichaam. Hier gebruikt de Heer 'het aas' in figuurlijke zin voor de mensen die geestelijk dood zijn, de goddelozen.

Mt 8:22  Jezus echter zei tot hem: Volg Mij, en laat de doden hun doden begraven. (Telos)

De gieren. De gieren, die aaseters zijn, stellen de valse profeten en valse christussen voor, die de goddelozen misleiden en achter zich trekken. Het Beest en de valse profeet in het boek Openbaring zijn zulke gieren. Van de arend wordt gezegd:

Job 39:30 ... en waar verslagenen zijn, daar is hij. (SV)

De Heilige Geest daalde als een duif op Jezus, de Levensvorst, neer. De gieren dalen op het aas, de geestelijk doden, neer.

29

29 Terstond nu na de verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten van de hemelen zullen wankelen. (Telos)

De verdrukking van die dagen. De grote verdrukking (21), zie ook vs. 9.

Terstond nu na de verdrukking van die dagen. Terstond na afloop van de tweede helft van de 70e jaarweek van Daniël. Deze tweede helft begint met de plaatsing van de gruwel op de heilige plaats en de hieropvolgende grote verdrukking.

De zon ... de maan ... de sterren ... de krachten van de hemelen... Grote kosmische verstoringen.

Zal de zon verduisterd worden en de maan haar schijnsel niet geven. De lichtgevende hemellichamen maken als het ware plaats voor het ware "licht der wereld". Vergelijk:

Joh 1:9  Dit was het waarachtige licht, dat in de wereld komt en iedere mens verlicht. (Telos)

Joh 8:12  Jezus dan sprak opnieuw tot hen en zei: Ik ben het licht van de wereld; wie Mij volgt, zal geenszins in de duisternis wandelen, maar zal het licht van het leven hebben. (Telos)

Joh 9:5  Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht van de wereld. (Telos)

Joh 12:46  Ik ben als een licht in de wereld gekomen, opdat ieder die in Mij gelooft, niet in de duisternis blijft. (Telos)

De krachten van de hemel. Sommigen denken aan planeten[12].

30

30  En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen in de hemel; en dan zullen alle stammen van het land weeklagen en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken van de hemel met kracht en grote heerlijkheid. (Telos)

Het teken van de Zoon des mensen. Het teken dat zijn komst aankondigt, een plotseling groot licht, zie vs. 27; het teken waarom de discipelen gevraagd hadden (vs. 4). Dat grote licht is als het ware de voorglans van zijn heerlijkheid, zoals het eerste schijnsel van de opgaande zon, of zoals een stofwolk een groep ruiters in de woestijn aankondigt.

Andere opvattingen van het teken van de Zoon des mensen:

  • Het teken is de Zoon des mensen zelf.
  • Het teken is het kruis, meenden sommigen van de ouden.
  • Het teken is de wolk van getuigen, de heiligen, die de Heer vergezellen, Zijn bruid.  
  • Het teken is de regenboog

Zoals gezegd menen sommigen[8] dat het teken van de Zoon des mensen de regenboog is. Ezechiël zag een mensengedaante op een troon en rondom een lichtglans, die het aanzien van de regenboog had.

Eze 1:28  Zoals het uiterlijk van de regenboog, die in de wolken [verschijnt] op de dag van de regen, zo was het uiterlijk van de lichtglans rondom. Het was de verschijning van de gedaante van de heerlijkheid van de HEERE. Toen ik dat zag, wierp ik mij met mijn gezicht [ter aarde], en ik hoorde de stem van Iemand Die sprak. (HSV)

Van boven af gezien vertoont de regenboog zich als een hele cirkel. Een gedachte is dat de Zoon des mensen verschijnt te midden van een regenboogcirkel[8].

Alle stammen van het land weeklagen. Alle stammen van het land Israël zullen erkennen zullen dat door hen verworpen Messias de ware Messias is en over deze verwerping en de gevolgen ervan weeklagen.

Met kracht en grote heerlijkheid. De opgewekte en omgevormde heiligen zullen deel uitmaken van zijn grote heerlijkheid: een heerlijk gevolg.

Col 3:4  Wanneer Christus, uw leven, geopenbaard wordt, dan zult ook u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid. (Telos)

1Pe 5:1  De oudsten onder u vermaan ik dus, de medeoudste en getuige van het lijden van Christus en ook de deelgenoot van de heerlijkheid die geopenbaard zal worden; (Telos)

31

31 En Hij zal zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal, en zij zullen zijn uitverkorenen bijeenverzamelen uit de vier windstreken, van de uitersten van de hemelen tot de andere uitersten daarvan. (Telos) 

Zij zullen zijn uitverkorenen bijeenverzamelen uit de vier windstreken. Over dat bijeenverzamelen onder luid bazuingeschal spreekt Jes. 27:12.

Jes 27:12  En het zal te dien dage geschieden, dat de HEERE uitkloppen zal, van de stroom der rivier af tot aan de rivier van Egypte; doch ulieden zult opgelezen worden, een bij een, o kinderen Israëls! (CP[13]) Jes 27:13  En het zal te dien dage geschieden, dat er met een grote bazuin geblazen zal worden; dan zullen die komen, die in het land van Assur verloren zijn, en de heengedrevenen in het land van Egypte; en zij zullen den HEERE aanbidden op den heiligen berg te Jeruzalem. (SV)

'Uitverkorenen' kan in de Bijbel betrekking hebben op Israëlieten of op de gelovigen, jood of heiden, die in de Heer Jezus Christus geloven. Gaat het hier om de opname van de gemeente van Christus of om de bijeenverzameling van de Israëlieten? Deze bijeenverzameling is niet de opname van de gemeente. Waarom niet?

  1. In het Oude Testament wordt deze bijeenverzameling door de engelen voorzegd, onder meer in Jes. 27:12-13, hierboven aangehaald. Voorzegd is in het Oude Testament dat God de gelovige Israëlieten zou hervergaderen van de vier hoeken van de aarde.
  2. Er staat niet dat de uitverkorenen ten hemel worden opgenomen, zoals de twee getuigen of zoals de gemeente van Christus ten hemel worden opgenomen.
  3. Het zijn Jezus' engelen die bijeenverzamelen. Bij de opname van de gemeente is het de Heer Zelf die, uit de hemel neerdalend, de gelovigen opneemt (Joh. 14; 1 Thess. 4).
  4. De uitverkorenen worden bijeenverzameld nadat de Heer gekómen is (vs. 30); bij de opname worden gelovigen weggerukt terwijl Hij neerdaalt, om Hem tegemoet te gaan en te ontmoeten in de lucht (1 Thess. 4).
  5. Als de Heer uit de hemel komt en in de wereld geopenbaard wordt (vs. 30), komen de gelovigen met Hem uit de hemel en worden met Hem in heerlijkheid geopenbaard (Col. 3:4), zij zijn derhalve tevoren opgenomen in de hemel.

Waar worden zij heen gebracht? Waarschijnlijk naar het land van Israël.

Zijn uitverkorenen. Het volk Israël, misschien in het bijzonder het gelovige overblijfsel, de Joden die tijdens de 70e jaarweek tot geloof in de Heer Jezus zijn gekomen en nog in leven zijn als de Heer Jezus verschijnt[14]. In het Oude Testament heeft 'uitverkorenen' betrekking op het volk Israël of op het gelovig overblijfsel daarvan. Het Oude Testament spreekt er ook van dat God het ongehoorzame volk Israël zou verstrooien tot in de vier hoeken van de aarde. Deze verstrooiing geschiedde door de Assyrische en de Babylonische wegvoeringen.

Van de uitersten van de hemelen tot de andere uitersten daarvan. Het is alsof van de aarde (de vier windstreken) en uit de hemel de gelovigen verzameld worden. Vergelijk:

Mr 13:27 En dan zal Hij zijn engelen uitzenden en zijn uitverkorenen bijeenverzamelen uit de vier windstreken van het einde van de aarde tot het einde van de hemel. (TELOS)

Echter, 'de uitersten van de hemelen' duidt misschien op de verre horizon, daar waar de hemel de aarde raakt, en is misschien synoniem met 'einden van de aarde'.

De 30:4 Al waren uw verdrevenen aan het einde van de hemelen, van daar zal u Jhwh, uw God, vergaderen, en van daar zal Hij u nemen. (Christipedia)

Lu 11:31 De koningin van het Zuiden zal worden opgewekt in het oordeel met de mannen van dit geslacht en zal hen veroordelen, want zij kwam van de einden der aarde om de wijsheid van Salomo te horen; en zie, meer dan Salomo is hier!

Ro 10:18 Maar ik zeg: Hebben zij niet gehoord? Zeker wel: ‘Hun geluid is uitgegaan over de hele aarde en hun woorden tot de einden van het aardrijk’.

De gedachte schijnt te zijn: van overal onder de hemel, en daarmee van overal op aarde.

Les van de vijgenboom (32-35)

32

32 Leert nu van de vijgenboom deze gelijkenis: Wanneer zijn tak al zacht wordt en de bladeren uitspruiten, dan weet u dat de zomer nabij is. (Telos) 

Bijna alle bomen in het land Israël behouden hun bladeren in de winter, de vijgenboom verliest ze alle. Wanneer de bladeren van de vijgenboom uitspruiten, is dat een heel duidelijke voorbode van de zomer.[15]

Vijgenboom met uitspruitende bladeren

33

33 Zo ook u, wanneer u al deze dingen zult zien, weet dan dat het nabij is, voor de deur. (Telos) 

Al deze dingen. Zie ook vs. 34. Dat al deze dingen tezamen gebeuren, in een bepaalde tijd, zien sommigen als hèt teken van de eindtijd[16].

34

34 Voorwaar, Ik zeg u: dit geslacht zal geenszins voorbijgaan voordat al deze dingen zijn gebeurd. (Telos)

Dit geslacht. Tweeërlei uitleg is er:

  1. deze generatie[17], die de vermelde gebeurtenissen, "al deze dingen" (vs. 33) zal zien;
  2. dit soort Israëlieten. Hoe lang leeft een generatie? In onze tijd (2019) 70 tot 100 jaren[18].
  3. Jezus' tijdgenoten. Deze duiding is onjuist, aangezien de Heer nog altijd niet in heerlijkheid gekomen is. De volle variant van het preterisme echter kan deze duiding als argument aanvoeren voor de stelling dat Jezus in de eerste eeuw, in 70 n.C., is teruggekomen.

Al deze dingen. Zie vs. 33.

35

35 De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan. (Telos) 

Jezus' woorden zullen vast en zeker bestaan en vervuld worden. Al wankelen hemel en aarde, Zijn woord staat vast.

36

36 Van die dag en dat uur echter weet niemand, ook de engelen van de hemelen niet, <ook de Zoon niet>, behalve de Vader alleen. (Telos)

Die dag en dat uur. Namelijk van 'de komst van de Zoon des mensen' (vers 30, 37, 42, 44)

Weet niemand. Zie ook vs. 42.

Mt 24:42 Waakt dan, want u weet niet op welke dag uw Heer komt. (...) Mt 24:44 Daarom weest ook u gereed, want op een uur dat u het niet vermoedt, komt de Zoon des mensen. (TELOS)

Ook de Zoon niet. Ontbreekt in sommige handschriften, wat er op kan duiden dat deze woorden door een overschrijver zijn ingevoegd.

37

37 Want zoals de dagen van Noach, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn. (Telos) 

Zoals de dagen van Noach. In die dagen: 1. de mensen zien het oordeel niet aankomen, 2. scheiding van mensen, 3. gevolgd door de zondvloed. Zo ook in de dagen van Lot: 1. oordeel niet zien aankomen, 2. scheiding, 3. gevolgd door de omkering van Sodom en Gomorra.

39

39 en zij het niet merkten, totdat de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn. (Telos) 

Hen allen wegnam. Van de aarde. Het gebezigde Griekse werkwoord is αἴρω, aíro. Het woord betekent eigenlijk 'opheffen'. De gedachte is: opheffen en wegdragen, wegnemen, weghalen.

40

40 Dan zullen er twee op het veld zijn, een wordt meegenomen en een achtergelaten; (Telos) 

Parallelle Schriftplaats:

Lu 17:36  Twee op het veld, een zal meegenomen en de ander achtergelaten worden. Lu 17:37  En zij antwoordden en zeiden tot Hem: Waar, Heer? Hij nu zei tot hen: Waar het lichaam is, daar zullen ook de gieren zich verzamelen. (Telos)

Dan. Verwijst terug naar de komst van de Zoon des mensen na de grote verdrukking. Het gaat niet om de wegneming van de gemeente vóór de grote verdrukking. Ook in het vervolg, in Matth. 25, heeft de komst van de Zoon des mensen betrekking op zijn komst na de grote verdrukking, waarna hij de volken zal doen verzamelen en hij zal hen oordelen.

Een wordt meegenomen en een achtergelaten. Zie ook vs. 41.

Het 'meenemen' is als het wegnemen van de goddeloze mensen door de zondvloed (vers 39). In de gelijkenis van de zaaier wordt in de oogst van de eindtijd eerst de dolik verzameld.

Mt 13:30  Laat beide samen opgroeien tot de oogst; en in de oogsttijd zal ik tot de maaiers zeggen: Verzamelt eerst de dolik en bindt het in bossen om het te verbranden, maar brengt de tarwe bijeen in mijn schuur. (Telos)

Tegenwerping: Voor dit 'meenemen' wordt een heel ander Griekse woord gebruikt dan voor het wegnemen in vs. 39. Jeruzalemmers? Sommigen betrekken het meegenomen worden op het "uitgaan in de gevangenis" van de helft van Jeruzalems inwoners (Zach. 14:2)[19].

Zac 14:1  Ziet, de dag komt den HEERE, dat uw roof zal uitgedeeld worden in het midden van u, [o] [Jeruzalem]! Zac 14:2  Want Ik zal alle heidenen tegen Jeruzalem ten strijde verzamelen; en de stad zal ingenomen, en de huizen zullen geplunderd, en de vrouwen zullen geschonden worden; en de helft der stad zal uitgaan in de gevangenis; maar het overige des volks zal uit de stad niet uitgeroeid worden. Zac 14:3  En de HEERE zal uittrekken, en Hij zal strijden tegen die heidenen, gelijk ten dage als Hij gestreden heeft, ten dage des strijds. Zac 14:4  En Zijn voeten zullen te dien dage staan op den Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, tegen het oosten; en de Olijfberg zal in tweeën gespleten worden naar het oosten, en naar het westen, [zodat] er een zeer grote vallei zal zijn; en de ene helft des bergs zal wijken naar het noorden, en de helft deszelven naar het zuiden. (SV)

Opneming van de gemeente? Velen betrekken dit "meegenomen worden" echter op de opneming van de gemeente, het is een meenemen ten hemel. De Heer neemt de heiligen tot zich, zoals Noach in de ark werd verzameld. De overige mensen worden op de aarde achtergelaten. Het 'nemen' in "zal u tot Mij nemen" (Joh. 14:1-3) en dit "meegenomen worden" gebruiken hetzelfde Griekse werkwoord paralambano. Verder, zo luidt een argument, de onbekende dag en het onbekende uur (36) is niet in de tijd na de grote verdrukking, maar op de tijd dat de gemeente wordt opgenomen. Na de grote verdrukking kan tot de dag van de wederkomst van de Heer in de wereld worden afgeteld. Hierop kan worden geantwoord dat 'paralambano' zowel voor een gunstige of ongunstige handeling kan worden gebezigd. Verder, wat betreft het onbekende uur en dag, onze tijdrekening wordt mogelijk anders door veranderingen in ons zonnestelsel, immers "de krachten van de hemelen zullen wankelen" (29; vgl. Mr. 13:35, Luk. 21:26, Hebr. 12:26). Het gevolg is dat we de dag en het uur niet kunnen berekenen.[19] Bovendien, de vraag naar het 'waar' (Luk. 17:36) slaat op de plaats waarheen mensen worden meegenomen. Volgens sommigen worden de gevangenen (Zach. 14:2) meegevoerd naar Harmagedon, waar ze met de legers geoordeeld zullen worden. Daar zullen de gieren zich verzamelen (Luk. 17:37).

Opb 19:17  En ik zag een engel staan in de zon, en hij riep met luider stem en zei tot alle vogels die in het midden van de hemel vlogen: Komt, verzamelt u tot de grote maaltijd van God; Opb 19:18  opdat u vlees eet van koningen, vlees van oversten over duizend, vlees van sterken, vlees van paarden, en van hen die daarop zitten en vlees van allen, zowel van vrijen als van slaven, van kleinen als van groten. Opb 19:19  En ik zag het beest en de koningen van de aarde en hun legers verzameld om oorlog te voeren tegen Hem die op het paard zat en tegen zijn leger. Opb 19:20  En het beest werd gegrepen en met hem de valse profeet die de tekenen in diens tegenwoordigheid had gedaan, waardoor hij hen misleidde die het merkteken van het beest ontvingen en die zijn beeld aanbaden. Levend werden deze twee geworpen in de poel van vuur die van zwavel brandt. Opb 19:21  En de overigen werden gedood met het zwaard dat kwam uit de mond van Hem die op het paard zat, en alle vogels werden verzadigd van hun vlees. (Telos)

Die achtergelatenen zijn wellicht zij waarnaar behalve Zach. 14:2 ook Jes. 4:3 verwijst.

Jes 4:3  En het zal geschieden, dat de overgeblevene in Sion, en de overgelatene in Jeruzalem zal heilig geheten worden, een iegelijk, die geschreven is ten leven te Jeruzalem; Jes 4:4  Als de Heere zal afgewassen hebben den drek der dochteren van Sion, en de bloedschulden van Jeruzalem zal verdreven hebben uit derzelver midden, door den Geest des oordeels, en door den Geest der uitbranding. (SV)

41

41 twee vrouwen zullen met de molensteen malen, een wordt meegenomen en een achtergelaten. (Telos) 

Een wordt meegenomen en een achtergelaten. Zie vs. 40.

42

42 Waakt dan, want u weet niet op welke dag uw Heer komt. (Telos) 

Waakt dan. Dus val niet (geestelijk) in slaap.

U weet niet op welke dag uw Heer komt. Zie vs. 36.

43

43 Weet echter dit, dat als de heer des huizes had geweten in welke nachtwaak de dief kwam, hij zou hebben gewaakt en niet hebben toegelaten dat in zijn huis werd ingebroken. (Telos) 

In welke nachtwaak de dief kwam. De nachtwaak is een deel van de nacht. De Heer vergelijkt zich met een dief die onvermoed in de nacht komt; zie ook vs. 44.

1Th 5:2  Want u weet zelf nauwkeurig dat de dag van de Heer komt als een dief in de nacht. 1Th 5:3  Wanneer zij zullen zeggen: Vrede en veiligheid, dan zal een plotseling verderf over hen komen zoals de barensnood over een zwangere, en zij zullen geenszins ontkomen. 1Th 5:4  Maar u, broeders, bent niet in de duisternis, zodat die dag u als een dief zou overvallen; 1Th 5:5  want u bent allen zonen van het licht en zonen van de dag. Wij zijn niet van de nacht of van de duisternis. 1Th 5:6 Laten wij dus niet slapen zoals de overigen, maar laten wij waken en nuchter zijn. 1Th 5:7  Want zij die slapen, slapen ‘s nachts en zij die dronken zijn, zijn ‘s nachts dronken. 1Th 5:8  Maar laten wij die van de dag zijn, nuchter zijn, terwijl wij het borstharnas van het geloof en de liefde aangedaan hebben, en als helm de hoop van de behoudenis; 1Th 5:9  want God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de behoudenis door onze Heer Jezus Christus, 1Th 5:10  die voor ons is gestorven, opdat wij, hetzij wij waken, hetzij wij slapen, samen met Hem leven. (Telos)

44

44 Daarom weest ook u gereed, want op een uur dat u het niet vermoedt, komt de Zoon des mensen. (Telos) 

Daarom weest ook u gereed. De wijze maagden in de gelijkenis van de tien maagden hadden elk een kruikje olie meegenomen, wisten niet wanneer de bruidegom zou komen, waren in slaap gevallen, wakker geworden en "waren gereed" (25:10). "Waakt dan" (22).

45

45 Wie is dan de trouwe en wijze slaaf, die de heer over zijn huispersoneel gesteld heeft om hun het voedsel te geven op de juiste tijd? (CP[20])  

Wijze. Of verstandige (Gr. phronimos). Ook gezegd van vijf maagden in de gelijkenis van de tien maagden in het volgende hoofdstuk.

Slaaf. Gr. doulos.

Huispersoneel. In het Griekse oiketeias, een woord in het enkelvoud. Statenvertaling, NBG51: 'dienstvolk'. Telos-vertaling: 'huisbedienden'.

47

47 Voorwaar, Ik zeg u, dat hij hem over al zijn bezittingen zal stellen. (Telos) 

Over al zijn bezittingen zal stellen. Vergelijk:

Mt 25:21  Zijn heer zei tot hem: Voortreffelijk, goede en trouwe slaaf, over weinig ben je trouw geweest, over veel zal ik je stellen; ga de vreugde van je heer in. (Telos)

48

48 Als die boze slaaf echter in zijn hart zegt: (Telos) 

Die boze slaaf. Vergelijk:

Mt 18:32  Toen riep zijn heer hem bij zich en zei tot hem: Boze slaaf, die hele schuld heb ik je kwijtgescholden, daar je mij gesmeekt hebt; (Telos)

Mt 25:26  Zijn heer antwoordde echter en zei tot hem: Boze en luie slaaf! Je wist dat ik maai waar ik niet heb gezaaid, en inzamel vanwaar ik niet heb uitgestrooid? (Telos)

49

Mt 24:49 Mijn heer blijft uit, en zijn medeslaven begint te slaan en eet en drinkt met de dronkaards, (TELOS)

Blijft uit. Vergelijk de gelijkenis van de tien maagden verderop: "Toen nu de bruidegom uitbleef" (25:5). En de gelijkenis van de talenten, waarin de Heer Jezus zegt:

Mt 25:19 Na lange tijd nu kwam de heer van die slaven en hield afrekening met hen. (TELOS)

51

51 dat hij het niet weet, en hij zal hem in tweeën hakken en zijn lot bij dat van de huichelaars stellen; daar zal het geween zijn en het tandengeknars. (Telos) 

De huichelaars. Die voorgeven de Heer te kennen, maar niet van Hem zijn en Hem niet kennen.

Daar zal het geween zijn en het tandengeknars. Daar, in de buitenste duisternis oftewel de hel.

Nabeschouwing

Het tekstverband, zeker van de verzen 1-31, draagt een Joods karakter: valse Christussen, evangelie van het Koninkrijk, gruwel van de verwoesting, Judea, tempel, sabbat, grote verdrukking, woestijn. Sommige uitleggers menen dat 24:32-51 betrekking heeft op de Gemeente van Christus[21]. Anderen zien (een deel van) de gebeurtenissen plaatsvinden bij de zichtbare komst van Christus.

Muziekvideo's

Bij verzen 4-13


Beharre bis ans Ende. Youtube.com: bibelstream - Motivation für den Tag, 19 juli 2022. Duur: 4 min 9 sec. Duits ondertiteld. Muzikale vertolking door Anja Schraal van de verzen 4-13.

Bij verzen 29-31

Het volgende Russische lied 'Het teken van de zoon' van de Russisch-Amerikaanse zanger Simon Khorolskiy gaat over de wederkomst van de Heer Jezus. De liedtekst is naar Matth. 24:29-31; Opb. 22:12-14, 16-17, 20-21. De Nederlandse ondertiteling kan ingeschakeld worden.


Simon Khorolskiy – The Sign of the Son – Знамение Сына. Youtube.com:

Simon Khorolskiy, 14 jan. 2020. Duur: 4 min 8 sec. Ondertiteling beschikbaar.

Meer informatie

Tommy Ice: Refuting the Rapture, Youtube.com: Prophecy Watchers, 20 okt. 2020. Gesprek van Gary Stearman met Thomas Ice over Matth. 24 en 25 in betrekking tot de opneming van de gemeente van Christus.

Voetnoten

  1. 1,0 1,1 1,2 1,3 Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting): met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901).  Enige tekst van het commentaar is onder wijziging verwerkt op 27-28 juni 2023.
  2. Der zeitliche Ablauf der Endzeitereignisse | Der Countdown läuft (T02). Youtube.com: Roger Liebi LIVE, 12 maart 2022. Vanaf 30 min.
  3. Onder wie Arnold Fruchtenbaum.
  4. D. Harting, Grieks Woordenboek op het Nieuwe Testament (1861-1863). Opgenomen als Grieks-Nederlands handwoordenboek op het Nieuwe Testament in Online Bible (uitgeverij Importantia).   
  5. De mogelijkheid van een andere tijd en plaats is genoemd door Chuck Missler.
  6. Zo Roger Liebi in: Einführung in den 2. Petrusbrief Teil 2 Dr. Roger Liebi. Youtube.com: Thomas Fuchs, 26 okt. 2016. Vanaf 48 min. Geluidsopname van een voordracht door Roger Liebi over de tweede brief van Petrus.
  7. Theo Niemeijer in: Seminar 3: Grote verdrukking op 19 okt 2023 - Theo Niemeijer. Youtube.com: Baptisten gemeente 'De Open Poort', 19 okt. 2023. Duur van de video: 1 uur 46 min. 24 sec.
  8. 8,0 8,1 8,2 Bijvoorbeeld Theo Niemeijer in: Seminar 3: Grote verdrukking op 19 okt 2023 - Theo Niemeijer. Youtube.com: Baptisten gemeente 'De Open Poort', 19 okt. 2023. Duur van de video: 1 uur 46 min. 24 sec.
  9. Roger Liebi in: Der zeitliche Ablauf der Endzeitereignisse | Der Countdown läuft (T02). Youtube.com: Roger Liebi LIVE, 12 maart 2022. Vanaf 40 min.
  10. John Gill's Expositor, commentaar op dit vers.
  11. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden door de Nazi's tussen de 5,1 en 6 miljoen Europese Joden vermoord (bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Holocaust, geraadpleegd 28 juni 2023). Vóór deze oorlog woonden in Europa naar schatting 9,5 miljoen Joden (bron: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:52021DC0615, geraadpleegd 28 juni 2023). Dit betekent dat ongeveer 54% (bij 5,1 miljoen slachtoffers) tot 67% (bij 6 miljoen slachtoffers) van de Joodse bevolking in Europa is omgekomen door de Holocaust.
  12. The Heavens Shall Roll Like A Scroll. Youtube.com: Soothkeep, 29 sept. 2022. Mening van Lee Brainard.
  13. Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.
  14. Matthew 24 - Jesus Rapture or Second Coming? Youtube.com: John Ankerberg Show, 28 mei 2009. Duur: 8 min. 47 sec. Renald Showers over de vraag of de opneming van de gemeente in Matth. 24 te vinden is.
  15. Gijs van den Brink, The Gospel according to Matthew (1997).
  16. Zo Brent Miller Jr. in: Brent Miller Jr. & Brent Miller Sr. - The Coming Convergence (Part 1). Youtube.com: Sky Watch TV, 1 juni 2017. Vanaf 24 min. 25 sec. En in: PART 2: Brent Miller Jr. & Brent Miller Sr. on The Coming Convergence, Youtube.com: Sky Watch TV, 8 juni 2017.
  17. Amir Tsarfati, Elk moment (Het Zoeklicht, 2022), blz. 33.
  18. Amir Tsarfati, Elk moment (Het Zoeklicht, 2022), blz. 37.
  19. 19,0 19,1 "One Taken" is not the Rapture. Youtube.com: Soothkeep, Prophecy Watchers, 5 april 2021. Duur: 16 min. 24 sec. Betoog door Lee Brainard.
  20. Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Telos-vertaling.
  21. Amir Tsarfati, Elk moment (Het Zoeklicht, 2022), blz. 30.