Evangelie naar Lukas/Hoofdstuk 23: verschil tussen versies

Uit Christipedia
Toegevoegde inhoud Verwijderde inhoud
kGeen bewerkingssamenvatting
Regel 74: Regel 74:
Lu 23:25  Hij nu liet hem los die wegens oproer en moord in de gevangenis was geworpen, die zij eisten; Jezus echter leverde hij over aan hun wil. (Telos)
Lu 23:25  Hij nu liet hem los die wegens oproer en moord in de gevangenis was geworpen, die zij eisten; Jezus echter leverde hij over aan hun wil. (Telos)
'''Wegens oproer en moord.''' Zie vers 19.
'''Wegens oproer en moord.''' Zie vers 19.

== Luk. 23:26 ==
Lu 23:26  En toen zij Hem wegleidden, hielden zij een zekere Simon van Cyrene aan, die van het veld kwam, en legden hem het kruis op om het achter Jezus aan te dragen. (Telos)
'''Het kruis.''' De zware dwarsbalk van het kruis.

== Luk. 23:27 ==
Lu 23:27  Nu volgde Hem een grote massa van het volk en van vrouwen die weeklaagden en klaagliederen over Hem zongen. (Telos)
'''Volgde Hem.''' Later, bij de plaats van terechtstelling, zullen zij toezien (vers 35: "het volk stond toe te zien").

'''Een grote massa van het volk.''' Vgl. verzen 1 en 4. Wellicht hebben zich intussen, terwijl Jezus naar Golgotha wordt geleid, meer mensen aangesloten.

== Luk. 23:28 ==
Lu 23:28  Jezus echter wendde Zich tot hen en zei: Dochters van Jeruzalem, weent niet over Mij; weent evenwel over uzelf en over uw kinderen. (Telos)
Blijkens de volgende verzen wist de Heer van het gruwelijke verschrikkingen die over Jeruzalem zouden komen tijdens de Romeinse belegering en verwoesting van de stad.

== Luk. 23:30 ==
Lu 23:30  Dan zal men beginnen te zeggen tot de bergen: Valt op ons, en tot de heuvels: Bedekt ons. (Telos)
Deze uitingen van grote benauwdheid zullen ook in de eindtijd vernomen worden.

''Opb 6:16  en zij zeiden tot de bergen en tot de rotsen: Valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht van Hem die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam;'' (Telos)

== Luk. 23:31 ==
Lu 23:31  Want als men dit doet met het groene hout, wat zal er met het dorre gebeuren? (Telos)
'''Het groene hout.''' De Rechtvaardige en de rechtvaardigen en profeten, die geleden hebben en zijn omgebracht.

''Lu 11:50  opdat van dit geslacht geeist wordt het bloed van alle profeten, dat vergoten is van de grondlegging van de wereld af,'' (Telos)

== Luk. 23:35 ==
Lu 23:35  En het volk stond toe te zien. Ook de oversten beschimpten Hem en zeiden: Anderen heeft Hij verlost, laat Hij Zichzelf verlossen als Deze de Christus van God is, de Uitverkorene. (Telos)
'''Het volk stond toe te zien.''' Nu, nadat zij hem gevolgd waren (vers 27).

'''De oversten.''' Gezien hun woorden "de Christus van God", "de Uitverkorene", gaat het waarschijnlijk om Joodse godsdienstige oversten, zoals overpriesters of zekere oudsten.

'''Beschimpten Hem.''' Door spot deden ze hem oneer aan en trachten hem in zijn eigenwaarde aan te tassen en hem leed te doen. Zie [[Beschimpen]].

'''Anderen heeft Hij verlost.''' Dat is juist. Hij heeft anderen verlost van ziekten en allerlei kwalen en van bezetenheid.

== Luk. 23:36-37 Bespotting door de soldaten ==
Lu 23:36  Ook de soldaten nu bespotten Hem, terwijl zij naderbij kwamen en Hem zure wijn aanboden, Lu 23:37 en zeiden: Als U de koning der Joden bent, verlos Uzelf!(Telos)
'''Als U de koning der Joden bent.''' Dit stond op het opschrift boven het hoofd van Jezus (vers 38). Dat denkbeeld zei hen meer dan het godsdienstige 'Gezalfde van God', 'de Uitverkorene'.

'''Verlos Uzelf!''' De tweede uitdaging aan Jezus om zichzelf te verlossen.

== Luk. 39 ==
Lu 23:39  Een van de gehangen boosdoeners nu lasterde Hem: Bent U niet de Christus? Verlos Uzelf en ons. (Telos)
'''Verlos Uzelf.''' De derde uitdaging (35, 37, 39) aan Jezus om zichzelf te verlossen.

Versie van 11 feb 2021 15:07

Oude Testament: Ge · Ex · Le · De · Joz · Ri · Ru · 1Sa · 2Sa · 1Ko · 2Ko · 1Kr · 2Kr · Ezr · Ne · Est · Job · Ps · Sp · Pr · Hgl · Jes · Jer · Kla · Eze · Da · Hos · Joë · Am · Ob · Jon · Mi · Na · Hab · Zef · Hag · Za · Mal.
Nieuwe Testament: Mt · Mr · Lk · Jh · Hn · Rm · 1Ko · 2Ko · Gl · Ef · Fp · Col · 1Th · 2Th · 1Tm · 2Tm · Tit · Fm · Hb · Jk · 1Pe · 2Pe · 1Jh · 2Jh · 3Jh · Jd · Opb.

Evangelie naar Lukas:


Hoofdstuk 23 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Luk. 23:1

Lu 23:1  En de hele massa van hen stond op en leidde Hem voor Pilatus. (Telos)

De hele massa van hen. Te weten oudsten, overpriesters en schriftgeleerden (22:66). Vgl. vers 4, "de menigten".

Luk. 23:2

Lu 23:2  Zij nu begonnen Hem te beschuldigen en zeiden: Wij hebben bevonden dat Deze onze natie afkerig maakt en verbiedt de keizer belasting te betalen en van Zichzelf zegt dat Hij Christus is, een koning. (Telos)

Beschuldigen. Ook later, voor Herodes (vers 10).

Dat Deze onze natie afkerig maakt. Zie ook vers 5, 14.

En van Zichzelf zegt dat Hij Christus is. En dat zijn beschuldigers niet geloven, zoals Jezus hun heeft voorzegd (22:67).

Een koning. De Joden verwachtten dat de Christus een koning zou zijn. Maar het woord "koning" moet de stadhouder Pilatus wel aanspreken, alsook de inhoud van de beschuldiging.

Luk. 23:3

Lu 23:3  Pilatus nu vroeg Hem aldus: Bent U de koning der Joden? Hij nu antwoordde hem en zei: U zegt het. (Telos)

Bent u de koning der Joden? Pilatus haakt aan op het woord van de beschuldigers, dat Jezus beweert "een koning" (vers 2) te zijn.

U zegt het. Vgl. 22:70-71.

Lu 22:70  Zij nu zeiden allen: Bent U dan de Zoon van God? Hij nu zei tot hen: U zegt dat Ik het ben.  Lu 22:71  Zij echter zeiden: Waarom hebben wij nog getuigenis nodig? Want wij hebben het zelf uit zijn mond gehoord. (Telos)

Luk. 23:4

Lu 23:4  Pilatus nu zei tot de overpriesters en de menigten: Ik vind geen schuld in deze mens. (Telos)

Tot de overpriesters. Die wellicht vooraan stonden onder de beschuldigers, zie vers 10, waar ze als eerste worden genoemd.

De menigten. Zie vers 1, "de hele massa van hen".

Luk. 23:5

Lu 23:5  Zij hielden echter aan en zeiden: Hij zet het volk op door zijn leren in heel Judea, waarmee Hij is begonnen van Galilea tot hiertoe. (Telos)

Hij zet het volk op. Zie ook vers 2. Jezus' hekelde de huichelarij en de valse leer van zijn tegenstanders (farizeeën, sadduceeën). Dit moet hen gestoken hebben. Maar de zaak die zij aanhangig maken betreft Jezus' leer met betrekking tot de houding tegenover de overheid. Hij maakt het volk geenszins afkering, zette het niet op tegen de Romeinen.

Luk. 23:11

Lu 23:11  Nadat nu ook Herodes met zijn soldaten Hem verachtelijk had behandeld en bespot, deed hij Hem een prachtig kleed om en zond Hem terug naar Pilatus. (Telos)

Nu ook Herodes enz. Kon Herodes het niet velen dat Jezus niets antwoordde op zijn ondervraging? Ook Herodes behandelt Jezus naar de bewering dat Hij koning zou zijn.

Luk. 23:13

Lu 23:13  Pilatus nu riep de overpriesters, de oversten en het volk bijeen en zei tot hen: (Telos)

De overpriesters. Ze worden wederom, gelijk in de verzen 4 en 10, als eerste genoemd.

En het volk. Nu krijgt het gewone volk ook medezeggenschap in de zaak van Jezus van Nazareth. Pilatus organiseert een plaatselijk referendum.

Luk. 23:15

Lu 23:15  Ja, ook Herodes niet; want hij heeft Hem naar ons teruggezonden, en zie, er is niets door Hem gedaan dat de dood waard is. (Telos)

Ook Herodes niet. Ook deze vorst kon niet vaststellen dat Jezus het volk afvallig (vers 14) of afkerig (vers 2) maakt. Twee personen met rechterlijke macht vonden geen schuld in hem.

Luk. 23:16

Lu 23:16  Ik zal Hem dus kastijden en loslaten. (Telos)

Dus kastijden. Zie ook vers 22. Waarom, Pilatus, daar u hem onschuldig acht aan het aanzetten tot burgerlijke ongehoorzaamheid? Wilt u hem kastijden omdat hij de godsdienstige overheid tegen zich in het harnas heeft gejaagd?

Luk. 23:19

Lu 23:19  Deze was wegens een oproer dat in de stad had plaatsgevonden, en wegens moord in de gevangenis geworpen. (Telos)

Wegens een oproer ... en wegens moord. Zie ook vers 25. De mensen hadden liever een moordenaar dan de (door hen miskende) Vorst des levens.

Luk. 23:20

Lu 23:20  Pilatus nu riep hun opnieuw toe, daar hij Jezus wilde loslaten. (Telos)

Riep hun opnieuw toe. De mensen worden daardoor geprikkeld om hun oordeel te heroverwegen, hun afwijzing, na overweging, in te trekken. Zie ook vers 22: "voor de derde maal".

Luk. 23:22

Lu 23:22  Hij echter zei voor de derde maal tot hen: Wat heeft Deze dan voor kwaad gedaan? Ik heb geen doodschuld in Hem gevonden. Ik zal Hem dus kastijden en loslaten. (Telos)

Voor de derde maal. Een prikkel om hun oordeel te herzien.

Ik zal Hem dus kastijden en loslaten. Zie vers 16.

Luk. 23:24

Lu 23:24  En Pilatus besliste dat hun eis moest gebeuren. (Telos)

De beslissing was onrechtvaardig. De veroordeling en behandeling van Jezus van Nazareth is een geval van onrecht.

Hun eis. De wil van het verzamelde (ver 13) volk. De wil van de vorst om Jezus vrij te laten was beter dan de wil (vers 25: "hun wil") van het volk, dat de loslating van Barabbas eiste (vers 25) en de kruisiging van Jezus.

Luk. 23:25

Lu 23:25  Hij nu liet hem los die wegens oproer en moord in de gevangenis was geworpen, die zij eisten; Jezus echter leverde hij over aan hun wil. (Telos)

Wegens oproer en moord. Zie vers 19.

Luk. 23:26

Lu 23:26  En toen zij Hem wegleidden, hielden zij een zekere Simon van Cyrene aan, die van het veld kwam, en legden hem het kruis op om het achter Jezus aan te dragen. (Telos)

Het kruis. De zware dwarsbalk van het kruis.

Luk. 23:27

Lu 23:27  Nu volgde Hem een grote massa van het volk en van vrouwen die weeklaagden en klaagliederen over Hem zongen. (Telos)

Volgde Hem. Later, bij de plaats van terechtstelling, zullen zij toezien (vers 35: "het volk stond toe te zien").

Een grote massa van het volk. Vgl. verzen 1 en 4. Wellicht hebben zich intussen, terwijl Jezus naar Golgotha wordt geleid, meer mensen aangesloten.

Luk. 23:28

Lu 23:28  Jezus echter wendde Zich tot hen en zei: Dochters van Jeruzalem, weent niet over Mij; weent evenwel over uzelf en over uw kinderen. (Telos)

Blijkens de volgende verzen wist de Heer van het gruwelijke verschrikkingen die over Jeruzalem zouden komen tijdens de Romeinse belegering en verwoesting van de stad.

Luk. 23:30

Lu 23:30  Dan zal men beginnen te zeggen tot de bergen: Valt op ons, en tot de heuvels: Bedekt ons. (Telos)

Deze uitingen van grote benauwdheid zullen ook in de eindtijd vernomen worden.

Opb 6:16  en zij zeiden tot de bergen en tot de rotsen: Valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht van Hem die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam; (Telos)

Luk. 23:31

Lu 23:31  Want als men dit doet met het groene hout, wat zal er met het dorre gebeuren? (Telos)

Het groene hout. De Rechtvaardige en de rechtvaardigen en profeten, die geleden hebben en zijn omgebracht.

Lu 11:50  opdat van dit geslacht geeist wordt het bloed van alle profeten, dat vergoten is van de grondlegging van de wereld af, (Telos)

Luk. 23:35

Lu 23:35  En het volk stond toe te zien. Ook de oversten beschimpten Hem en zeiden: Anderen heeft Hij verlost, laat Hij Zichzelf verlossen als Deze de Christus van God is, de Uitverkorene. (Telos)

Het volk stond toe te zien. Nu, nadat zij hem gevolgd waren (vers 27).

De oversten. Gezien hun woorden "de Christus van God", "de Uitverkorene", gaat het waarschijnlijk om Joodse godsdienstige oversten, zoals overpriesters of zekere oudsten.

Beschimpten Hem. Door spot deden ze hem oneer aan en trachten hem in zijn eigenwaarde aan te tassen en hem leed te doen. Zie Beschimpen.

Anderen heeft Hij verlost. Dat is juist. Hij heeft anderen verlost van ziekten en allerlei kwalen en van bezetenheid.

Luk. 23:36-37 Bespotting door de soldaten

Lu 23:36  Ook de soldaten nu bespotten Hem, terwijl zij naderbij kwamen en Hem zure wijn aanboden, Lu 23:37  en zeiden: Als U de koning der Joden bent, verlos Uzelf!(Telos)

Als U de koning der Joden bent. Dit stond op het opschrift boven het hoofd van Jezus (vers 38). Dat denkbeeld zei hen meer dan het godsdienstige 'Gezalfde van God', 'de Uitverkorene'.

Verlos Uzelf! De tweede uitdaging aan Jezus om zichzelf te verlossen.

Luk. 39

Lu 23:39  Een van de gehangen boosdoeners nu lasterde Hem: Bent U niet de Christus? Verlos Uzelf en ons. (Telos)

Verlos Uzelf. De derde uitdaging (35, 37, 39) aan Jezus om zichzelf te verlossen.