Lukasevangelie/Hoofdstuk 10

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Lukasevangelie:


Hoofdstuk 10 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Luk. 10:1

Lu 10:1  Daarna nu stelde de Heer nog twee en zeventig anderen aan en zond hen twee aan twee voor Zich uit naar elke stad en plaats waar Hijzelf zou komen. (Telos)

Zond hen. Om het Koninkrijk van God aan te kondigen (10:9, 11), te zegenen (9:5, 'Vrede zij u') en zieken te genezen (10:9). De mensen moesten weten dat het koninkrijk van God nabij gekomen was (9:11).

Twee aan twee. Om elkaar tot steun te zijn en de boodschap door 'twee getuigen' te bevestigen.

Voor Zich uit naar elke stad en plaats waar Hijzelf zou komen. Zij waren dus, gelijk Johannes, 'voorboden', om Zijn komst voor te bereiden.

Waar Hijzelf zou komen. Ook vandaag de dag mogen wij bekendmaken dat Jezus (terug)komt.

Luk. 10:20

Lu 10:20  Evenwel, verblijdt u niet hierover dat de geesten u onderdanig zijn, maar verblijdt u dat uw namen staan ingeschreven in de hemelen. (Telos)

Verblijdt u niet hierover dat de geesten u onderdanig zijn. Onze Heer, die de Heer der engelen is, heeft geen welgevallen aan de gevallen staat van deze geesten. De Heer begrijpt dat zijn discipelen zich verblijden over de onderdanigheid van de demonen, maar hij heeft liever dat zij zich over hun heil verblijden.

Wij staan op deze aarde ingeschreven bij een gemeente, waar onze woonplaats is. Ook in de hemel is een soort burgerlijke stand. Wie daar staat ingeschreven, heeft een woonplaats in de hemel.

Op dat ogenblik verblijdde Jezus Zichzelf, zie volgende vers.

Luk. 10:21

Lu 10:21  Op dat ogenblik verheugde Jezus Zich in de Heilige Geest en zei: Ik prijs U, Vader, Heer van de hemel en van de aarde, dat U deze dingen voor wijzen en verstandigen hebt verborgen, en ze aan kleine kinderen hebt geopenbaard. Ja Vader, want zo is het een welbehagen geweest voor U. (Telos)

Op dat ogenblik. Het moment dat Hij de leerlingen vermaand had zich te verblijden.

Luk. 10:22

Lu 10:22  Alles is Mij overgegeven door mijn Vader, en niemand weet Wie de Zoon is dan de Vader, en Wie de Vader is dan de Zoon, en hij aan wie de Zoon Hem wil openbaren. (Telos)

Openbaren. De Zoon openbaart aan discipelen wie de Vader is. Ook de Vader openbaart dingen aan discipelen:

Lu 10:20  Evenwel, verblijdt u niet hierover dat de geesten u onderdanig zijn, maar verblijdt u dat uw namen staan ingeschreven in de hemelen.  Lu 10:21  Op dat ogenblik verheugde Jezus Zich in de Heilige Geest en zei: Ik prijs U, Vader, Heer van de hemel en van de aarde, dat U deze dingen voor wijzen en verstandigen hebt verborgen, en ze aan kleine kinderen hebt geopenbaard. Ja Vader, want zo is het een welbehagen geweest voor U.

Luk. 10:26

Lu 10:26  Hij nu zei tot hem: Wat staat er in de wet geschreven? Hoe leest u? (Telos)

De Heer antwoordt door een vraag te stellen, een vraag die aansluit op de voorkennis (wetskennis) van de vraagsteller, die een wetgeleerde is.

Luk.10:29

Lu 10:29  Hij wilde zichzelf echter rechtvaardigen en zei tot Jezus: En wie is mijn naaste? (Telos)

Hij wilde zichzelf echter rechtvaardigen. Want hij besefte dat hij wellicht tekortschoot in het voldoen aan de eis van de wet. Welke medemensen zou hij allemaal moeten liefhebben? Toch niet dit of dat soort lui?

Luk. 10:30

Lu 10:30  Jezus hernam en zei: Een mens daalde af van Jeruzalem naar Jericho en viel in handen van rovers, die hem zowel uitkleedden als slagen gaven, en weggingen, terwijl zij hem half dood lieten liggen. (Telos)

Zowel uitkleedden als slagen gaven. Beide is ook Jezus overkomen.

Luk. 10:33

Lu 10:33  Een Samaritaan echter, die op reis was, kwam bij hem en toen hij hem zag, werd hij met ontferming bewogen. (Telos)

De Heer Jezus neemt een Samaritaan tot vóórbeeld. Dat is schokkend voor Joden, omdat zij de Samaritanen minachten en contact met hen meden. Dat de Heer dat zulk een voorbeeld neemt, toont aan dat zijn houding jegens de Samaritanen geheel anders was. Zijn liefde ging ook naar hen uit.

Met ontferming bewogen. Het hart van de Samaritaan werd geraakt. Hij had zijn gewonde naaste van harte lief.

Luk. 10:34

Lu 10:34  En hij ging naar hem toe, verbond zijn wonden, terwijl hij daar olie en wijn op goot, zette hem op zijn eigen rijdier, bracht hem naar een herberg en verzorgde hem. (Telos)

De Samaritaan had zijn naaste lief met zijn ziel en zijn kracht en zijn verstand. Zijn verstand leidde hem in de beslissingen die hij nam en de handelingen die hij verrichtte.

Herberg. De gemeente van Christus zij en is als een herberg, waar de Heer Jezus gewonde mensen binnenbrengt.

Luk. 10:35

Lu 10:35  En de volgende dag haalde hij twee denaren tevoorschijn, gaf ze aan de herbergier en zei: Verzorg hem, en wat u meer ten koste mocht leggen, zal ik u vergoeden wanneer ik terugkom. (Telos)

Twee denaren. Een denaar was een munt, het dagloon van een gewone arbeider, zie Denaar.

Mt 20:2 Toen hij het nu met de arbeiders eens was geworden voor een denaar per dag, zond hij hen in zijn wijngaard. (Telos)

Een dag is bij de Heer als duizend jaar.

2Pe 3:8  Maar laat dit ene u niet onbekend zijn, geliefden, dat een dag bij de Heer is als duizend jaar en duizend jaar als een dag. (Telos)

Komt de Heer na twee 'dagen' (2 x 1000 jaar) terug?

Verzorg hem. De Samaritaan draagt de zorg over aan de herbergier.

Luk. 10:36

Lu 10:36  Wie van deze drie denkt u, dat de naaste geweest is van hem die in handen van de rovers was gevallen? (Telos)

Opmerkelijk is dat de Heer nu een tegenvraag stelt. De wetgeleerde vroeg: Wie is mijn naaste, die ik moet liefhebben? Jezus vraagt: Wie is de naaste die liefhad? De Heer doet beseffen dat de wetgeleerde ook Samaritanen, ondanks hun onwettige godsdienst en vijandige houding jegens Joden, moet liefhebben; in het algemeen ook mensen aan wie wij liefst zouden voorbijgaan.