Lukasevangelie/Hoofdstuk 23

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Lukasevangelie:


Hoofdstuk 23 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

Jezus aangeklaagd voor de stadhouder Pilatus, die echter geen schuld in hem vindt (1-5). Pilatus zendt hem naar koning Herodes, uit wiens gezagsgebied Jezus afkomstig was. Jezus geeft geen antwoord op diens vragen en wordt dan verachtelijk behandeld en bespot. (6-12). Pilatus ontvangt Jezus weer en stelt driemaal voor om hem, in wie hij geen schuld vindt, los te laten. De menigte eist echter dat Jezus gekruisigd wordt, waarop Pilatus Jezus aan hun wil overlevert (13-25). Jezus' gang naar Schedel (Golgotha) (26-32). Jezus aan het kruis (33-43). Jezus' sterven (44-49). De begrafenis van Jezus (50-56).

Luk. 23:1

Lu 23:1  En de hele massa van hen stond op en leidde Hem voor Pilatus. (Telos)

De hele massa van hen. Te weten oudsten, overpriesters en schriftgeleerden (22:66). Vgl. vers 4, "de menigten".

Luk. 23:2

Lu 23:2  Zij nu begonnen Hem te beschuldigen en zeiden: Wij hebben bevonden dat Deze onze natie afkerig maakt en verbiedt de keizer belasting te betalen en van Zichzelf zegt dat Hij Christus is, een koning. (Telos)

Beschuldigen. Ook later, voor Herodes (vers 10).

Dat Deze onze natie afkerig maakt. Zie ook vers 5, 14.

En van Zichzelf zegt dat Hij Christus is. En dat zijn beschuldigers niet geloven, zoals Jezus hun heeft voorzegd (22:67).

Een koning. De Joden verwachtten dat de Christus een koning zou zijn. Maar het woord "koning" moet de stadhouder Pilatus wel aanspreken, alsook de inhoud van de beschuldiging.

Luk. 23:3

Lu 23:3  Pilatus nu vroeg Hem aldus: Bent U de koning der Joden? Hij nu antwoordde hem en zei: U zegt het. (Telos)

Bent u de koning der Joden? Pilatus haakt aan op het woord van de beschuldigers, dat Jezus beweert "een koning" (vers 2) te zijn.

U zegt het. Vgl. 22:70-71.

Lu 22:70  Zij nu zeiden allen: Bent U dan de Zoon van God? Hij nu zei tot hen: U zegt dat Ik het ben.  Lu 22:71  Zij echter zeiden: Waarom hebben wij nog getuigenis nodig? Want wij hebben het zelf uit zijn mond gehoord. (Telos)

Luk. 23:4

Lu 23:4  Pilatus nu zei tot de overpriesters en de menigten: Ik vind geen schuld in deze mens. (Telos)

Tot de overpriesters. Die wellicht vooraan stonden onder de beschuldigers, zie vers 10, waar ze als eerste worden genoemd.

De menigten. Zie vers 1, "de hele massa van hen".

Luk. 23:5

Lu 23:5  Zij hielden echter aan en zeiden: Hij zet het volk op door zijn leren in heel Judea, waarmee Hij is begonnen van Galilea tot hiertoe. (Telos)

Hij zet het volk op. Zie ook vers 2. Jezus' hekelde de huichelarij en de valse leer van zijn tegenstanders (farizeeën, sadduceeën). Dit moet hen gestoken hebben. Maar de zaak die zij aanhangig maken betreft Jezus' leer met betrekking tot de houding tegenover de overheid. Hij maakt het volk geenszins afkering, zette het niet op tegen de Romeinen.

Luk. 23:9

Lu 23:9  Hij nu ondervroeg Hem met talloze woorden, maar Hij antwoordde hem niets. (Telos)

Hij antwoordde hem niets. Hij zweeg en was lijdzaam.

Luk. 23:11

Lu 23:11  Nadat nu ook Herodes met zijn soldaten Hem verachtelijk had behandeld en bespot, deed hij Hem een prachtig kleed om en zond Hem terug naar Pilatus. (Telos)

Nu ook Herodes enz. Kon Herodes het niet velen dat Jezus niets antwoordde op zijn ondervraging? Ook Herodes behandelt Jezus naar de bewering dat Hij koning zou zijn.

Jes 50:6  Ik geef Mijn rug dengenen, die [Mij] slaan, en Mijn wangen dengenen, die [Mij] het haar uitplukken; Mijn aangezicht verberg Ik niet voor smaadheden en speeksel.          Jes 50:7  Want de Heere HEERE helpt Mij, daarom word Ik niet te schande; daarom heb Ik Mijn aangezicht gesteld als een keisteen, want Ik weet, dat Ik niet zal beschaamd worden. (SV)

Luk. 23:13

Lu 23:13  Pilatus nu riep de overpriesters, de oversten en het volk bijeen en zei tot hen: (Telos)

De overpriesters. Ze worden wederom, gelijk in de verzen 4 en 10, als eerste genoemd.

En het volk. Nu krijgt het gewone volk ook medezeggenschap in de zaak van Jezus van Nazareth. Pilatus organiseert een plaatselijk referendum.

Luk. 23:15

Lu 23:15  Ja, ook Herodes niet; want hij heeft Hem naar ons teruggezonden, en zie, er is niets door Hem gedaan dat de dood waard is. (Telos)

Ook Herodes niet. Ook deze vorst kon niet vaststellen dat Jezus het volk afvallig (vers 14) of afkerig (vers 2) maakt. Twee personen met rechterlijke macht vonden geen schuld in hem.

Luk. 23:16

Lu 23:16  Ik zal Hem dus kastijden en loslaten. (Telos)

Dus kastijden. Zie ook vers 22. Waarom, Pilatus, daar u hem onschuldig acht aan het aanzetten tot burgerlijke ongehoorzaamheid? Wilt u hem kastijden omdat hij de godsdienstige overheid tegen zich in het harnas heeft gejaagd?

Luk. 23:19

Lu 23:19  Deze was wegens een oproer dat in de stad had plaatsgevonden, en wegens moord in de gevangenis geworpen. (Telos)

Wegens een oproer ... en wegens moord. Zie ook vers 25. De mensen hadden liever een moordenaar dan de (door hen miskende) Vorst des levens.

Luk. 23:20

Lu 23:20  Pilatus nu riep hun opnieuw toe, daar hij Jezus wilde loslaten. (Telos)

Riep hun opnieuw toe. De mensen worden daardoor geprikkeld om hun oordeel te heroverwegen, hun afwijzing, na overweging, in te trekken. Zie ook vers 22: "voor de derde maal".

Luk. 23:22

Lu 23:22  Hij echter zei voor de derde maal tot hen: Wat heeft Deze dan voor kwaad gedaan? Ik heb geen doodschuld in Hem gevonden. Ik zal Hem dus kastijden en loslaten. (Telos)

Voor de derde maal. Een prikkel om hun oordeel te herzien.

Ik zal Hem dus kastijden en loslaten. Zie vers 16.

Luk. 23:24

Lu 23:24  En Pilatus besliste dat hun eis moest gebeuren. (Telos)

De beslissing was onrechtvaardig. De veroordeling en behandeling van Jezus van Nazareth is een geval van onrecht.

Hun eis. De wil van het verzamelde (ver 13) volk. De wil van de vorst om Jezus vrij te laten was beter dan de wil (vers 25: "hun wil") van het volk, dat de loslating van Barabbas eiste (vers 25) en de kruisiging van Jezus.

Luk. 23:25

Lu 23:25  Hij nu liet hem los die wegens oproer en moord in de gevangenis was geworpen, die zij eisten; Jezus echter leverde hij over aan hun wil. (Telos)

Wegens oproer en moord. Zie vers 19.

Luk. 23:26

Lu 23:26  En toen zij Hem wegleidden, hielden zij een zekere Simon van Cyrene aan, die van het veld kwam, en legden hem het kruis op om het achter Jezus aan te dragen. (Telos)

Het kruis. De zware dwarsbalk van het kruis.

Luk. 23:27

Lu 23:27  Nu volgde Hem een grote massa van het volk en van vrouwen die weeklaagden en klaagliederen over Hem zongen. (Telos)

Volgde Hem. Later, bij de plaats van terechtstelling, zullen zij toezien (vers 35: "het volk stond toe te zien").

Een grote massa van het volk. Vgl. verzen 1 en 4. Wellicht hebben zich intussen, terwijl Jezus naar Golgotha wordt geleid, meer mensen aangesloten.

Luk. 23:28

Lu 23:28  Jezus echter wendde Zich tot hen en zei: Dochters van Jeruzalem, weent niet over Mij; weent evenwel over uzelf en over uw kinderen. (Telos)

Blijkens de volgende verzen wist de Heer van het gruwelijke verschrikkingen die over Jeruzalem zouden komen tijdens de Romeinse belegering en verwoesting van de stad.

Luk. 23:30

Lu 23:30  Dan zal men beginnen te zeggen tot de bergen: Valt op ons, en tot de heuvels: Bedekt ons. (Telos)

Deze uitingen van grote benauwdheid zullen ook in de eindtijd vernomen worden.

Opb 6:16  en zij zeiden tot de bergen en tot de rotsen: Valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht van Hem die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam; (Telos)

Luk. 23:31

Lu 23:31  Want als men dit doet met het groene hout, wat zal er met het dorre gebeuren? (Telos)

Het groene hout. De Rechtvaardige en de rechtvaardigen en profeten, die geleden hebben en zijn omgebracht.

Lu 11:50  opdat van dit geslacht geeist wordt het bloed van alle profeten, dat vergoten is van de grondlegging van de wereld af, (Telos)

Luk. 23:35

Lu 23:35  En het volk stond toe te zien. Ook de oversten beschimpten Hem en zeiden: Anderen heeft Hij verlost, laat Hij Zichzelf verlossen als Deze de Christus van God is, de Uitverkorene. (Telos)

Het volk stond toe te zien. Nu, nadat zij hem gevolgd waren (vers 27).

De oversten. Gezien hun woorden "de Christus van God", "de Uitverkorene", gaat het waarschijnlijk om Joodse godsdienstige oversten, zoals overpriesters of zekere oudsten.

Beschimpten Hem. Door spot deden ze hem oneer aan en trachten hem in zijn eigenwaarde aan te tassen en hem leed te doen. Zie Beschimpen.

Anderen heeft Hij verlost. Dat is juist. Hij heeft anderen verlost van ziekten en allerlei kwalen en van bezetenheid.

Luk. 23:36-37 Bespotting door de soldaten

Lu 23:36  Ook de soldaten nu bespotten Hem, terwijl zij naderbij kwamen en Hem zure wijn aanboden, Lu 23:37  en zeiden: Als U de koning der Joden bent, verlos Uzelf!(Telos)

Als U de koning der Joden bent. Dit stond op het opschrift boven het hoofd van Jezus (vers 38). Dat denkbeeld zei hen meer dan het godsdienstige 'Gezalfde van God', 'de Uitverkorene'.

Verlos Uzelf! De tweede uitdaging aan Jezus om zichzelf te verlossen.

Luk. 23:38

Lu 23:38  Nu was er ook een opschrift boven Hem: Deze is de koning der Joden. (Telos)

Opschrift boven Hem. Een bordje ('titulus') met daarop de misdaad geschreven.

Luk. 23:39

Lu 23:39  Een van de gehangen boosdoeners nu lasterde Hem: Bent U niet de Christus? Verlos Uzelf en ons. (Telos)

Verlos Uzelf. De derde uitdaging (35, 37, 39) aan Jezus om zichzelf te verlossen.

Bent U niet de Christus? Waarschijnlijk was deze boosdoener een Jood, die een voorstelling had van de verwachte messias.

Verlos Uzelf. De derde uitdaging aan Jezus om zichzelf te verlossen. De derde verzoeking. Ook in het begin van zijn openbare dienst werd hij aan drie verzoekingen blootgesteld.

Luk. 23:41

Lu 23:41  En wij toch terecht, want wij ontvangen wat onze daden waard zijn. Deze echter heeft niets onbehoorlijks gedaan. (Telos)

Deze echter heeft niets onbehoorlijks gedaan. Het zoveelste oordeel dat Jezus onschuldig is.

Luk. 23:42

Lu 23:42  En hij zei: Jezus, denk aan mij, wanneer U in uw koninkrijk komt. (Telos)

Misschien is het woord "uw koninkrijk" mede ingegeven door het opschrift van de 'beschuldiging' boven Jezus' hoofd: "Deze is de koning der Joden".

Luk. 23:43

Lu 23:43  En Hij zei tot hem: Voorwaar, Ik zeg u: vandaag zult u met Mij in het paradijs zijn. (Telos)

Deze man zou overgaan van schuld naar vergeving, van gebondenheid naar verlossing, van duisternis naar licht, van smart naar troost, van lijden naar geluk.

Luk. 23:44

Lu 23:44  En het was al ongeveer het zesde uur, en er kwam duisternis over het hele land tot het negende uur toe, (Telos)

Het zesde uur. Dat is gerekend vanaf zes uur des ochtends: 6 uur + 6 uur = 12 uur.

Duisternis over het hele land. Vergelijk:

Jes 50:3  Ik bekleed den hemel met zwartheid, en stel een zak [tot] zijn deksel. (SV). 'Een rouwgewaad' in plaats van 'zak' hebben de vertalingen HSV, NBG51 en WV95. De Naardense vertaling heeft 'een rouwzak'.

Lu 23:27  Nu volgde Hem een grote massa van het volk en van vrouwen die weeklaagden en klaagliederen over Hem zongen. (...) Lu 23:48  En al de menigten die waren samengekomen voor dit schouwspel, keerden terug toen zij hadden aanschouwd wat er was gebeurd, en sloegen zich op de borst. (Telos)

Het negende uur. Dat is gerekend vanaf zes uur des ochtends: 6 uur + 9 uur = 15 uur.

Luk. 23:45

Lu 23:45  daar de zon ophield te schijnen. Het voorhangsel van het tempelhuis nu scheurde doormidden. (Telos)

De zon ophield te schijnen. Zij hield op te schijnen, omdat het Licht der wereld ging scheiden van deze wereld.

Het voorhangsel van het tempelhuis nu scheurde doormidden. Ook dit tweede verschijnsel dat spreekt van Jezus' dood.

Heb 10:19  Daar wij dus, broeders, vrijmoedigheid hebben om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus,  Heb 10:20  langs de nieuwe en levende weg die Hij ons heeft ingewijd door het voorhangsel heen, dat is zijn vlees,  Heb 10:21  en wij een grote priester over het huis van God hebben, Heb 10:22  laten wij naderen met een waarachtig hart, in volle zekerheid van het geloof, de harten door besprenkeling gezuiverd van het kwaad geweten en het lichaam gewassen met rein water. (Telos)

Het tweede verschijnsel spreekt tevens van de opening van 'de nieuwe en levende weg' tot God.

Luk. 23:46

Lu 23:46  En Jezus riep met luider stem de woorden: Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest. En toen Hij dit gezegd had, stierf Hij. (Telos)

Riep met luider stem. In, maar niet dóór zwakheid is hij gestorven. Hij had nog de kracht om zijn stem te verheffen. Hij gaf zijn leven over in de dood en zijn geest in de handen van Zijn Vader.

Luk. 23:47

Lu 23:47  Toen nu de hoofdman zag wat er was gebeurd, verheerlijkte hij God en zei: Werkelijk, deze mens was rechtvaardig. (Telos)

Jezus had op een andere manier geleden en was op een andere manier gestorven dan de gewone kruiselingen. De hoofdman kwam tot het oordeel: deze Jezus was een rechtvaardig mens. Zie ook vers 41 voor het oordeel van de ene medegekruisigde.

Luk. 23:49

Lu 23:49  Al zijn bekenden nu stonden op een afstand, ook de vrouwen die Hem waren gevolgd van Galilea, en zagen dit aan. (Telos)

De vrouwen. Zij zullen aanstonds het graf bezien en zien hoe Jezus' lichaam erin wordt gelegd (vers 55). Daarna zullen zij specerijen en balsems gaan bereiden (56).

Luk. 23:54

Lu 23:54  En het was de dag van de voorbereiding en de sabbat brak aan. (Telos)

De dag van de voorbereiding. De vrijdag voorafgaand aan de sabbat (= zaterdag). Dit is aanwijzing dat Jezus op vrijdag gestorven en begraven is.

Luk. 23:55

Lu 23:55  De vrouwen nu die met Hem waren meegekomen uit Galilea, volgden en bezagen het graf en hoe zijn lichaam werd gelegd. (Telos)

De vrouwen nu die met Hem waren meegekomen uit Galilea. Zie ook vers 49. Onder hen was Maria van Magdala.

Luk. 23:56

Lu 23:56  Na hun terugkeer nu bereidden zij specerijen en balsems. En op de sabbat rustten zij naar het gebod. (Telos)

Bereidden zij specerijen en balsems. Voor de balseming van Jezus' lichaam.