Onderwerpenregister bij de Bijbel/U

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
A B C D E F G H I J K L M N O P R S T U V W Z

Onderwerpen die beginnen met de letter U:

Ef. 4 : 16 uit Christus wordt de groei van het Lichaam bewerkt
Joh. 18 : 37 uit de waarheid zijn
1Jo 3 : 8 uit duivel zijn
Rom. 9 : 11 uit God
1Jo 3 : 10 uit God zijn
1Jo 4 : 1 uit God zijn
1Jo 5 : 19 uit God zijn
Rom. 11 : 36 uit God zijn alle dingen
3Jo : 11 uit God zijn: wie goeddoet is uit God
2 Cor. 5 : 18 uit God: alles is - God
1Jo 4 : 3 uit niet - God zijn: iedere geest die niet Jezus belijdt
Ef. 2 : 8 uit niet - u: behoudenis door het geloof
2 Cor. 4 : 7 uit ons: niet - ons
1 Cor. 1 : 30 uit uit God in Christus Jezus zijnde
Joh. 8 : 47 uit uit God zijn
1Jo 4 : 5 uit de wereld zijn
1Jo 4 : 4 uit God zijn
1Jo 4 : 6 uit God zijn
1Jo 4 : 6 uit God zijn: wie niet - God is
Hebr. 10 : 37 uitblijven Christus zal niet -
1 Tim. 3 : 15 uitblijven door Paulus: mogelijk geacht
1 Thess. 5 : 19 uitblussen Geest: blust de Geest niet uit
Spr. 13 : 9 uitblussen lamp der goddelozen zal uitgeblust worden
Jes. 43 : 17 uitblussen
Jes. 42 : 5 uitbreiden de hemelen zijn door God uitgebreid
Ps. 53 : 5 uitbuiten
Luk. 20 47 uitbuiten
2 Cor. 11 : 20 uitbuiten
Jes. 43 : 25 uitdelgen overtredingen -: door God
Neh. 4 : 5 uitdelgen zonde -
Mark. 7 : 26 uitdrijven demon
Luk. 8 : 29 uitdrijven demon -
Mark. 6 : 13 uitdrijven demonen
Luk. 11 : 20 uitdrijven demonen - door de vinger van God
Luk. 9 : 49 uitdrijven demonen - in de naam van Jezus
Luk. 13 : 32 uitdrijven demonen -: door Jezus
Matth. 10 : 8 uitdrijven demonen: drijft ze uit
Gen. 3 : 24 uitdrijven door God: de mens: uit de hof van Eden
Joz. 3 : 10 uitdrijven door God: kanaänitische volksstammen
Mark. 5 : 40 uitdrijven door Jezus
Matth. 10 : 1 uitdrijven geesten –
Gen. 21 : 10 uitdrijven Hagar en Ismaël
Mark. 3 : 15 uitdrijven macht om demonen uit te drijven
Luk. 9 : 40 uitdrijven niet kunnen -: door de discipelen
Matth. 17 : 19 uitdrijven niet kunnen – een demon
Mark. 5 : 8 uitdrijven onreine geest -
Luk. 4 : 35 uitdrijven onreine geest -
Mark. 3 : 30 uitdrijving door de Geest
Luk. 9 : 42 uitdrijving van een onreine geest: gezondmaking
Mark. 9 : 19 uitdrijving vereist geloof
1 Sam. 16 : 12 uiterlijk Davids -
Gen. 40 : 3 uiterlijk lelijk van aanzien: koeien
2 Cor. 5 : 12 uiterlijk roemen in -
Jac. 1 : 11 uiterlijk schoon van - gaat verloren
2 Cor. 4 : 16 uiterlijk uiterlijke mens: raakt in verval
Spr. 14 : 13 uiterlijk versus innerlijk
Jac. 2 : 2 uiterllijk achten op grond van -
Joz. 14 : 11 uitgaan en ingaan
2 Kron. 1 : 10 uitgaan en ingaan
2 Kon. 11 : 8 uitgaan en inkomen
2 Kron. 15 : 5 uitgaan en inkomen
Deut. 31 : 2 uitgaan ingaan: - en i
Mark. 16 : 20 uitgaan om te prediken
Deut. 28 : 19 uitgaan vervloekt in uw -
1 Sam. 18 : 13 uitgang en ingang: David
Matth. 26 : 5 uitgangspunt niet op het feest Jezus grijpen
Matth. 18 : 17 uitgeslotene houding tegenover
Deut. 23 : 1 uitgeslotene van de vergadering des Heren
Ps. 116 : 6 uitgeteerd ik was -, doch Hij heeft mij verlost
Ps. 91 : 14 uithelpen door God
2 Sam. 22 : 44 uithelpen van twisten
2 Sam. 22 : 2 uithelper God mijn -
Ps. 71 : 6 uithelper God mijn -
Ps. 18 : 3 uithelper God, mijn -
Joz. 15 : 16 uithuwelijken geval
Richt. 1 : 12 uithuwelijken geval
Luk. 17 : 27 uithuwelijken in de dagen van Noach
Gen. 24 : 57 uithuwelijken keuzevrijheid
1 Sam. 18 : 17 uithuwelijken voorstel door Saul met betrekking tot Merab
Gen. 24 : 39 , 41 uithuwelijken vrijwilligheid van de vrouw
Richt. 12 : 9 uithuwelijken
Richt. 15 : 2 uithuwelijken
2 Kron. 24 : 3 uithuwelijken
Neh. 10 : 30 uithuwelijken
Matth. 22 : 30 uithuwelijken
Luk. 20 34 uithuwelijken
Mark. 13 : 33 uitkijken bevolen
Hebr. 12 : 25 uitkijken om iets niet te doen
2 Kon. 7 : 1 uitkomst God geeft - uit hongersnood
2 Kron. 30 : 10 uitlachen boodschappers uitgelachen
Mark. 5 : 40 uitlachen Jezus uitgelachen
Luk. 8 : 53 uitlachen Jezus werd uitgelachen
uitlachen zie Belachen
Deut. 28 : 23 uitleg figuurlijke, overdrachtelijke - nodig hier
Luk. 24 : 27 uitleggen de Schrift -
Hand. 17 : 3 uitleggen de Schriften -
Hand. 28 : 23 uitleggen het koninkrijk van God -
Jes. 43 : 27 uitlegger uw -s hebben tegen Mij overtreden
2 Pe 1 : 20 uitlegging eigen -
Dan. 7 : 16 uitlegging te kennen geven
Gen. 40 : 8 uitlegging van een droom: is van God
Spr. 1 : 6 uitlegging van een spreuk
Pred. 8 : 1 uitlegging wie weet de - der dingen?
Gen. 40 : 12 uitlegging van een droom: geval
Hand. 13 : 17 uitleiden door God
Hand. 25 : 11 uitleveren
2 Cor. 13 : 7 v uitnemend ander -er achten
Luk. 8 : 15 uitnemend hart
Luk. 7 : 28 uitnemend uitnemender achten: Johannes de Doper: door Jezus
2 Cor. 12 : 7 uitnemend uitnemendheid van de openbaringen
2 Cor. 12 : 11 uitnemend uitnemendste apostelen
Filip. 3 : 9 uitnemendheid van de kennis van Christus Jezus
2 Cor. 4 : 7 uitnemendheid van de kracht
Luk. 7 : 36 uitnodigen Jezus -: tot de maaltijd
1 Kon. 1 : 10 uitnodigen niet -: Nathan de profeet
Esth. 6 : 4 uitredding op het nippertje
1 Kon. 14 : 10 uitroeien door God
2 Kon. 9 : 8 uitroeien door God: Achabs huis
Ps. 143 : 12 uitroeien door God: roei mijn vijanden uit om Uw goedertierenheid
Richt. 4 : 24 uitroeien door Israël: Jabin
Zef. 3 : 6 uitroeien heidenen: door God
Gen. 17 : 14 uitroeien onbesnedene
Hand. 13 : 19 uitroeien volken in het land Kanaan: door God
Deut. 20 : 18 uitroeien volkeren - : reden
Joz. 6 : 21 uitroeiing inwoners van Jericho
Ps. 34 : 8 uitrukken iemand -: door de engel van Jhwh
Neh. 9 : 28 uitrukken Israël uitgerukt (verlost)
Deut. 10 : 8 uitscheiden door God: van Levi
1 Pe 2 : 23 uitschelden uitgescholden worden: Christus
1 Cor. 4 : 13 uitschot van de wereld
Jes. 42 : 14 uitschreeuwen door God: als een die baart
3Jo : 10 uitsluiten geval van onterecht -
1 Cor. 5 : 4 v uitsluiten met kracht
Joh. 12 : 42 uitsluiten uit de synagoge
uitsluiten zie ook Uitstoten
Num. 12 : 16 uitsluiting houding bij ons
Joh. 9 : 22 uitsluiting om Jezus' wil: gebannen uit de synagoge
Deut. 21 : 21 uitsluiting preventie door afschrikking
Num. 5 : 2 uitsluiting wegzending der onreinen
Ezra 10 : 8 uitsluiting
Matth. 18 : 17 uitsluiting
Jes. 42 : 5 uitspannen de aarde is door God uitgespannen
Ps. 105 : 39 uitspansel dienst, vergelijk de wolkkolom
Gen. 1 : 6 uitspansel functie
Gen. 1 : 6 uitspansel gemaakt door God
Opb. 6 : 12 uitspansel getroffen
Dan. 12 : 3 uitspansel glans van het -: blinkende hemellichamen
Gen. 9 : 14 uitspansel God brengt wolken
Ps. 150 : 1 uitspansel God: - Zijner sterkte
Ps. 104 : 2 uitspansel gordijn gelijk
Joz. 10 : 11 uitspansel hagelstenen als strijdwapen
Gen. 1 : 8 uitspansel hemel genoemd
Ez. 1 : 22 uitspansel over de hoofden der levende wezens
Gen. 1 : 6 uitspansel plaats: in het midden van de wateren
Gen. 1 : 20 uitspansel vogels vliegen in het - van de hemel
Ps. 148 : 4 uitspansel
1 Pe 4 : 4 uitspatting van liederlijkheid
Rom. 13 : 13 uitspatting wandel niet in -en
Luk. 20 26 uitspraak iemand op een - trachten te vatten
Ps. 118 : 2 v uitspreken dat Gods goedertierenheid is t in eeuwigheid
Ps. 145 : 12 uitspreken Gods mogendheid zullen zijn gunstgenoten -
Ps. 132 : 17 uitspruiten doen -: door God
Jes. 44 : 4 - uitspruiten gezegd van Israëlieten
Ps. 65 : 11 uitspruitsel U zegent zijn -
Lev. 18 : 25 uitspuwen het land spuwt zijn inwoners uit om hun onreinheid
Spr. 26 : 11 uitspuwsel van een hond
Opb. 10 : 6 uitstel geen - meer
Ez. 12 : 25 uitstellen door God
Neh. 9 : 30 uitstellen door God: het oordeel over Israël
Jes. 48 : 9 uitstellen God stelt zijn toorn langer uit
Ps. 62 : 9 uitstorten stort uw hart uit voor Zijn aangezicht
Luk. 6 : 22 uitstoten christenen -: door de wereld
Jer. 27 : 15 uitstoten door God
Joz. 23 : 5 uitstoten volken -: door God
Hebr. 1 : 3 uitstraling Jezus is de – van Gods heerlijkheid
Deut. 32 : 24 uitteren Israël uitgeteerd
Ps. 106 : 43 uitteren ongerechtigheid teert uit
Lev. 11 : 45 uittocht doel
Jer. 2 : 7 uittocht doel: Israël in een vruchtbaar land brengen
Neh. 9 : 11 uittocht door de Schelfzee
Deut. 26 : 8 uittocht God voerde uit door een sterke hand enz.
Hebr. 11 : 22 uittocht Israël: voorzegd door Jozef
Ez. 20 : 1 v uittocht Israël's geestelijke toestand in de –
Ps. 105 : 43 uittocht met vrolijkheid
Lev. 22 : 33 uittocht reden: opdat Ik u tot een God zij
Ps. 106 : 9 v uittocht Schelfzee verdroogde
Joz. 24 : 5 uittocht uit Egypte
Ps. 136 : 11 uittocht uit Egypte
Gen. 15 : 14 uittocht uit Egypte: voorzegd
Jer. 32 : 21 uittocht uitvoering door tekenen, wonderen, Gods sterke hand enz.
Ps. 105 : 37 uittocht uitvoering, met zilver en goud
Jes. 51 : 10 uittocht van Israël: doortocht door de Schelfzee
Ps. 66 : 6 uittocht
Ps. 66 : 12 uittocht
Ps. 91 : 15 uittrekken door God
Gen. 15 : 14 uittrekken door Israël: uit Egypte: met grote have
1 Cor. 4 : 13 uitvaagsel aller - tot nu toe
1 Pe 2 : 4 uitverkiezen begrip: vs. verwerpen
Joh. 15 : 19 uitverkiezen door Christus: uit de wereld: discipelen
Jac. 2 : 5 uitverkiezen door God: de armen in de wereld
Hand. 1 : 2 uitverkiezen door Jezus: apostelen
Joh. 6 : 70 uitverkiezen door Jezus: de twaalf
1 Pe 2 : 4 uitverkiezen en waardeschatten
1 Pe 2 : 9 uitverkiezen gemeente is een uitverkoren geslacht
Hand. 15 : 7 uitverkiezen God verkoos Petrus voor een dienst
Joh. 15 : 16 uitverkiezen Ik heb u uitverkoren
Luk. 9 : 35 uitverkiezen Jezus is Gods uitverkoren zoon
1 Kron. 28 : 4 uitverkiezen kring uit kring: wereld-Isr-Juda-Davids huis-David
1 Kron. 28 : 6 uitverkiezen t een zoon van God: Salomo
1 Pe 2 : 6 uitverkiezen uitverkoren hoeksteen
Joh. 13 : 18 uitverkiezing door Christus
Lev. 20 : 7 v uitverkiezing twee zijden, vgl. heiliging
Deut. 10 : 15 uitverkiezing van Israël
1 Thess. 1 : 4 uitverkiezing weten dat iemand uitverkoren is
Ef. 1 : 4 uitverkoren in Christus zijn wij - vóór de grondlegging van de wereld
Hand. 9 : 15 uitverkoren Paulus
1 Thess. 1 : 4 uitverkoren weten dat iemand uitverkoren is
2Jo : 1 uitverkorene ben ik
2 Tim. 2 : 10 uitverkorene christen / niet-christen
Matth. 24 : 31 uitverkorene Christus'- n
Rom. 16 : 13 uitverkorene de – in [de] Heer
Mark. 13 : 27 uitverkorene de Heer zal zijn -en bijeenverzamelen
Rom. 11 : 7 uitverkorene door God: door genade
Matth. 22 : 14 uitverkorene en geroepene
Jes. 42 : 1 uitverkorene Gods -: Christus
Jes. 65 : 9 uitverkorene Gods -n zullen Zijn bergen erfelijk bezitten
Matth. 24 : 24 uitverkorene in de dagen der grote verdrukking
1 Kron. 16 : 13 uitverkorene Israël Gods -n
Ps. 105 : 6 uitverkorene Israël: Gods -n
Ps. 105 : 43 uitverkorene Israëlieten zijn Gods -n
Mark. 13 : 27 uitverkorene Jezus: zijn uitverkorenen
1 Pe 1 : 2 uitverkorene naar [de] voorkennis van God [de] Vader
Luk. 18 7 uitverkorene recht verschaffen: door God
Matth. 24 : 24 uitverkorene trachten de -n te misleiden
Tit. 1 : 1 uitverkorene van God: -n van God
Col. 3 : 12 uitverkorene van God: gelovige is een - van God
Jes. 65 : 9 uitverkorene van God: knecht van God
Matth. 22 : 14 uitverkorene weinig -n
Mark. 13 : 20 uitverkorene
Rom. 1 : 30 uitvinder van boze dingen
Ps. 66 : 12 uitvoeren Israël: door God: in een overvloeiende verversing
2 Sam. 22 : 49 uitvoeren van mijn vijanden: mij: door God
Lev. 25 : 38 uitvoering uit Egypte: doel
Lev. 26 : 45 uitvoering uit Egypte: opdat de HEERE hun tot een God ware
Lev. 26 : 13 uitvoering uit Egypte: opdat gij hun slaven niet zoudt zijn
2 Cor. 4 : 8 uitweg geen - ziende, maar niet geheel zonder -
Jer. 39 : 17 uitweg tot op het laatst biedt nog een uitweg
2 Cor. 11 : 28 uitwendig uitwendige moeiten en bezwaren
Matth. 25 : 30 uitwerpen boze slaaf uitgeworpen
Hand. 7 : 58 uitwerpen uit de stad: Stefanus overkwam het
Joh. 9 : 34 uitwerping
Hand. 12 : 17 uitwijken door Petrus
2 Cor. 5 : 9 uitwonend
Luk. 10 : 1 uitzenden door de Heer Jezus
Luk. 22 35 uitzenden door Jezus
Luk. 9 : 52 uitzenden door Jezus: boden
Hebr. 1 : 14 uitzenden engelen: door God
Hand. 13 : 4 uitzending door de Heilige Geest
Luk. 8 : 40 uitzien naar Jezus
Luk. 6 : 11 uitzinnigheid bij de schriftgeleerden en farizeeen
Num. 21 : 8 uitzondering op het gebod om geen afbeelding van een dier te maken
Deut. 20 : 14 uitzondering roven hier toegestaan
Luk. 6 5 uitzondering toestaan: door de Heer van de sabbat
Deut. 15 : 21 uitzondering vs. 19 ´al´, daarna de uitzondering
1 Cor. 5 : 7 uitzuiveren uitsluiten, wegdoen hier
Deut. 4 : 32 uniek Israël
Matth. 9 : 33 uniek Jezus' wonderwerk
Job 2 : 3 uniek Job was -
Gen. 41 : 38 uniek man: Jozef
1 Sam. 12 : 24 uniek Saul qua lengte
Gen. 15 : 7 Ur
Neh. 9 : 7 Ur der Chaldeeën Abram uitgevoerd uit -
Jer. 26 : 23 Uria gedood door Jojakim
Neh. 7 : 65 urim en tummim: geen priester met - en tummim was er
Ezra 2 : 63 Urim en Tummim: openbaringsmiddel
Num. 27 : 21 Urim wijze van raad vragen
Joh. 16 : 31 uur betekenis: ogenblik
Mark. 15 : 25 uur derde -: Jezus gekruisigd
Joh. 5 : 28 uur er komt een -
Joh. 5 : 25 uur er komt een - en het is nu
Mark. 14 : 41 uur gekomen
Joh. 17 : 1 uur gekomen
Matth. 26 : 45 uur het uur is genaderd (dat Jezus zou worden overgeleverd)
Opb. 18 : 16 uur in één uur verwoest
Joh. 13 : 1 uur Jezus' uur van hemelvaart was gekomen
1Jo 2 : 18 uur laatste -
Opb. 14 : 15 uur om te maaien
Luk. 22 53 uur uw - en de macht van de duisternis
Opb. 3 : 10 uur van de verzoeking
Opb. 14 : 7 uur van Gods oordeel
Luk. 23 : 44 uur zesde -
Matth. 27 : 45 uur zesde uur: 12.00 uur 's middags
Klg. 4 : 21 Uz land