2 Korinthiërs/Hoofdstuk 9

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

2 Korinthiërs:


Hoofdstuk 9 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

2 Kor.9:2

2Co 9:2 Want ik ken uw bereidheid, waarom ik roem over u bij de Macedoniers, dat Achaje sinds verleden jaar gereed is; en uw ijver heeft de meesten aangespoord. (Telos)

Macedoniërs ... Achaje. Macedonië met ondere andere de steden Thessalonika en Filippi, en Achaje met de steden Korinthe en Athene waren twee provincies van het Romeinse rijk.

2 Kor. 9:11

2Co 9:11  zodat u in alles rijk wordt tot alle liefdadigheid, die door ons dankzegging bewerkt aan God.(Telos)

Heb 13:16  En vergeet de weldadigheid en de mededeelzaamheid niet, want in zulke offers heeft God een welbehagen. (Telos)

2 Kor. 9:12

2Co 9:12  Want de dienst van deze bediening voorziet niet alleen in de behoeften van de heiligen, maar is ook overvloedig door vele dankzeggingen aan God, (Telos)

De behoeften van de heiligen.

Ro 15:26  Want Macedonie en Achaje hebben goed gevonden een zekere bijdrage te doen voor de armen onder de heiligen die in Jeruzalem zijn; (Telos)

2 Kor. 9:13

2Co 9:13  daar zij door de beproefdheid van deze dienst God verheerlijken wegens de onderwerping van uw belijdenis aan het evangelie van Christus en wegens de liefdadigheid van de gave aan hen en aan allen, (Telos)

Gave. Vers 15 wijst op Gods gave. God heeft uit liefde tot de mensenwereld zijn Zoon 'gegeven' (Joh. 3:16).

2Co 9:15  God zij dank voor zijn onuitsprekelijke gave. (Telos)

Joh 4:10  Jezus antwoordde en zei tot haar: Als u de gave van God kende en Wie Hij is die tot u zegt: Geef Mij te drinken, dan zou u aan Hem hebben gevraagd en Hij zou u levend water hebben gegeven. (Telos)