Handelingen 9

Uit Christipedia

Handelingen 9 is een hoofdstuk van Handelingen van de Apostelen, een geschrift in de Bijbel, en telt 43 verzen.

Hoofdstukken van Handelingen van de Apostelen samengevat en/of becommentarieerd: · 1 · 2 · 3 · 4 · 5 · 6 · 7 · 8 · 9 · 10 · 11 · 12 · 13 · 14 · 15 · 16 · 17 · 18 · 19 · 20 · 21 · 22 · 23 · 24 · 25 · 26 · 27 · 28
Verzen van Handelingen 9 becommentarieerd: · 5 · 6 · 8 · 9 · 11 · 14 · 15 · 20 · 21 · 25 · 32 · 36 · 39 · 40 · 41 · 42

Samenvatting

1-19 De bekering van Saulus. Saulus is op weg naar Damascus om er discipelen van de Heer gevangen te nemen. De Heer verschijnt hem. Saulus wordt met blindheid geslagen, komt tot bekering en kan weer zien. Voor het herstel gebruikt de Heer zijn discipel Ananias, aan wie Hij ook zijn bedoeling met Saulus openbaart. 20-25 Saulus predikt in Damascus en ontsnapt aan een aanslag. 26-30 Saulus te Jeruzalem. Saulus naar Tarsus gezonden. 31 De staat van de Gemeente. 32-35 Jezus Christus geneest, door de dienst van Petrus, een verlamde te Lydda, waarop de inwoners zich bekeren. 36-43 Petrus wekt te Joppe een pas gestorven discipelin, genaamd Tabitha (Dorkas) op, waardoor velen tot geloof in de Heer komen.

5

5 En hij zei: Wie bent U, Heer? En hij zei: Ik ben Jezus, die jij vervolgt. (Telos) 

En hij zei: Ik ben Jezus, die jij vervolgt. De Heer beantwoordt de vraag, maar blijft in zijn antwoord tegelijk en bij herhaling bij de zaak, de ongerechtvaardigde vervolging, die hij Saulus voorhoudt.

6

6  Maar sta op en ga de stad binnen en er zal tot je gesproken worden wat je moet doen. (Telos)  

Er zal tot je gesproken worden wat je moet doen. Waarom zegt de Heer het niet ook Zelf? Antwoord: Hij wil daarvoor een discipel gebruiken. Een tweede reden kan zijn dat Hij Saulus enkele dagen de tijd geeft om Zich te realiseren wat er gebeurd is, wat hij in onwetendheid, in geestelijke blindheid, heeft gedaan; om tot bezinning te komen en zich te bekeren bekeren; om de les van de blindheid (vs. 8) te leren.

Opb 2:21  En Ik heb haar tijd gegeven om zich te bekeren en zij wil zich niet bekeren van haar hoererij. (Telos)

In tegenstelling tot Izebel (Opb. 2:21) wilde Saulus zich wél bekeren.

8

8  Saulus nu stond op van de grond; en hoewel zijn ogen open waren, zag hij niets. En zij leidden hem bij de hand en brachten hem in Damaskus. (Telos)

Zag hij niets. Hij was met blindheid geslagen. Hij zal beseft hebben dat hij geestelijk blind was, toen hij de discipelen van 'de Weg' vervolgde en Jezus van Nazareth miskende.

9

9 En hij kon drie dagen niet zien en hij at en hij dronk niet. (Telos) 

Hij at en dronk niet. Hij vastte, en, ongetwijfeld, bezon zich, dacht aan de mensen die hij mishandeld had, bedreef rouw, beleed zijn zonden.

11

11 En de Heer zei tot hem: Sta op en ga naar de straat, de Rechte geheten, en zoek in het huis van Judas naar iemand van Tarsus, genaamd Saulus; want zie, hij bidt. (Telos) 

De Heer noemt verschillende dingen waarmee Ananias de man Saulus kan herkennen, identificeren: dienst plaats, herkomst, naam, handeling.

14

14 en hier heeft hij volmacht van de overpriesters om allen die uw naam aanroepen te boeien. (Telos)  

Te boeien. En naar Jeruzalem weg te voeren (vs. 2).

15

15 De Heer zei echter tot hem: Ga, want deze is Mij een uitverkoren vat om mijn naam te dragen zowel voor volken als koningen en zonen van Israel; (Telos) 

Als koningen. Onder wie Herodes Agrippa II (Hand. 25). Paulus wenste later ook tegenover de keizer van Rome te getuigen.

20

20 En terstond predikte hij in de synagogen Jezus, dat Deze de Zoon van God is. (Telos)  

Synagogen. Meervoud: er waren meerdere synagogen in Damascus.

21

21 En allen die het hoorden, raakten buiten zichzelf en zeiden: Is deze niet degene die in Jeruzalem hen verdelgde die deze naam aanroepen, en die daarom hier gekomen is om hen geboeid naar de overpriesters te brengen? (Telos)  

Ananias, de Joden (hier) en de discipelen van Jezus waren verbaasd en verbijsterd. Trouwens, ook Saulus, na zijn ontmoeting met Jezus. Saulus' optreden vóór zijn verandering was bekend, zo blijkt uit de reactie van de Joden.

25

25 Zijn discipelen echter namen hem ‘s nachts mee en lieten hem door de muur in een mand naar beneden zakken. (Telos)

Zijn discipelen. Gelovigen die van hem, die veel Schriftkennis had, leerden over Jezus. Hijzelf was een discipel van Jezus geworden (vgl. vers 26).

32

32 Het gebeurde nu, toen Petrus overal rondreisde, dat hij ook bij de heiligen kwam die in Lydda woonden. (Telos)  

Heiligen. Vs. 41: heiligen te Joppe.

36

36 Nu was er te Joppe een discipelin, genaamd Tabitha, wat vertaald wil zeggen: Dorkas. Deze was overvloedig in goede werken en weldaden die zij deed. (Telos) 

Dorkas. D.i. 'Gazelle'. Zie vs. 39.

'Dorkas', ook geschreven 'Dorcas', komt voor in de Latijnse naam van de gewone gazelle (Antilope dorcas), "bekend door haar vlugge en bevallige bewegingen en haar fraaie donkere ogen en vaak in beeldspraak aangewend bij de schildering van het vrouwelijk schoon. "[1]

39

39 En Petrus stond op en ging met hen mee; en toen hij was aangekomen, brachten zij hem naar de bovenzaal. En al de weduwen stonden wenend bij hem en toonden de onderklederen en mantels die Dorkas had gemaakt toen zij bij hen was. (Telos)  

Al de weduwen. Zie vs. 41. Mogelijk al de weduwen van de stad, ook zij die nog niet tot de gemeente gerekend werden, maar tot het Jodendom behoorden[2].

40

40 Petrus echter dreef allen naar buiten, knielde neer en bad. En hij keerde zich om naar het lichaam en zei: Tabitha, sta op! En zij opende haar ogen, zag Petrus en ging overeind zitten. (Telos) 

Dreef allen naar buiten. Kort hierna roept hij ze terug (41).

Sta op! Zei Petrus ook tot Aenéas (vs. 34)

41

41 En hij gaf haar de hand en richtte haar op; en na de heiligen en de weduwen geroepen te hebben stelde hij haar levend voor hen. (Telos)  

Heiligen. Vs. 32: heiligen te Lydda.

En de weduwen. Voor wie zij kleding had gemaakt (32).

42

42 En dit werd bekend door heel Joppe en velen kwamen tot geloof in de Heer. (Telos) 

Velen kwamen tot geloof. In Lydda, op een minder groot wonder, kwamen 'allen' tot bekering (35). Mogelijk telde Lydda minder inwoners dan Joppe of kwam het niet ieder in Joppe ter ore, ook al werd het nieuws van de opwekking bekend in heel Joppe.

Voetnoot

  1. Van Dale's Groot woordenboek der Nederlandse taal (13e uitgave), digitale versie 1.0 Plus, jaar 2000.
  2. Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting): met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901).