Numeri 24

Uit Christipedia

Numeri 24 is een hoofdstuk van Numeri, een geschrift in de Bijbel, en telt 25 verzen.

Hoofdstukken van Numeri samengevat en/of becommentarieerd: · 1 · 2 · 3 · 4 · 5 · 6 · 7 · 8 · 9 · 10 · 11 · 12 · 13 · 14 · 15 · 16 · 17 · 18 · 19 · 20 · 21 · 22 · 23 · 24 · 25 · 26 · 27
Verzen van Numeri 24 becommentarieerd: · 1 · 3 · 4 · 5 · 6 · 7 · 8 · 9 · 10 · 15 · 16 · 17 · 18 · 19 · 22 · 23

Samenvatting

1-9 Ditmaal verwijdert Bileam zich niet om door bezweringen Gods wil uit te vorsen, maar spreekt, door Gods Geest geleid, dadelijk de zegen over Israël uit: het zal in overvloed leven en geducht voor zijn vijanden zijn. Wie Israël zegent, is gezegend, wie hem vervloekt, is vervloekt. 10-13 Woedend zendt Balak Bileam heen; maar deze beroept zich op zijn uitdrukkelijke verklaring dat hij alleen zou kunnen zeggen wat Jahweh hem gelastte. 14-25 En spreekt daarna ongevraagd een voorzegging uit betreffende een heerser uit Israël en het lot van Israëls naburen, Moab, Edom, Amalek en de Kenieten, en dat van Assur; waarna ieder zijns weegs gaat.

1

1 Toen Bileam zag, dat het goed was in de ogen des HEEREN, dat hij Israël zegende, zo ging hij ditmaal niet heen, gelijk meermalen, tot de toverijen; maar hij stelde zijn aangezicht naar de woestijn. (SV) 

Toverijen. "Bezweringen" heeft de Herziene Statenvertaling, "waarzeggende tekens" in de Petrus Canisius-vertaling.

3

3 En hij hief zijn spreuk op, en zeide: Bileam, de zoon van Beor, spreekt, en de man, wien de ogen geopend zijn, spreekt! (SV) 

Wien de ogen geopend zijn. Zie vs. 4, 15. Hij ziet het gezicht van de Almachtige (4).

4

4 De hoorder der redenen Gods spreekt, die het gezicht des Almachtigen ziet; die neerzinkt met geopende ogen! (CP[1]) 

De hoorder der redenen Gods spreekt. Zie vs. 16.

Die het gezicht van de Almachtige ziet. Zie vs. 16.

Die neerzinkt met geopende ogen. Zie vs. 3, 16. Hij schouwt met een ontsluierde blik.

5

5 Hoe goed zijn uw tenten, Jakob! uw woningen, Israël! (SV) 
Ook onze woningen, in de hemel, in het huis van de Vader, zullen goed zijn, uitnemend goed.
Joh 14:2  In het huis van mijn Vader zijn vele woningen; als het niet zo was, zou Ik het u hebben gezegd, want Ik ga heen om u plaats te bereiden. (Telos)

6

6 Gelijk de beekdalen breiden zij zich uit, als de hoven aan de rivieren; Jahweh heeft ze geplant, als de aloë's, als de ceders aan de wateren. (CP[1]) 
De woningen van Jakob worden vergelijken met dalen en tuinen en bomen aan het water. Dit doet denken aan de vrome, die zal zijn als een boom geplant aan waterbeken.
Ps 1:3  Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, en welks blad niet afvalt; en al wat hij doet, zal wel gelukken. (SV)
Aloë's. Statenvertaling: 'sandelbomen'. Sommige vertalingen hebben 'eiken'.

7

7 Er zal water uit zijn emmers vloeien, en zijn zaad zal in vele wateren zijn; en zijn koning zal boven Agag verheven worden, en zijn koninkrijk zal verhoogd worden. (CP[1]) 

Er zal water uit zijn emmers vloeien. Ook het vorige vers spreekt van wateren. Daar is Israël aan het water, hier geeft het water (dat geput is). Water is een bron van zegen, omdat het noodzakelijk is voor het leven en de groei.

Zijn koning. Zie vs. 17, 19. Israëls koning is God, is Gods Zoon, is de zoon van David, onze Heer Jezus Christus, die eens als koning zal regeren over Israël en de wereld.

Agag. Titel van een Amalekitische koning.

Zijn koninkrijk zal verhoogd worden. Boven ook alle koninkrijken der wereld.

8

8 God heeft hem uit Egypte uitgevoerd; zijn krachten zijn als van een eenhoorn; hij zal de heidenen, zijn vijanden, verteren, en hun gebeente breken, en met zijn pijlen doorschieten. (SV) 

Hij zal de heidenen enz. Inmiddels heeft Israël ook al enkele volken verslagen.

9

9 Hij heeft zich gekromd, hij heeft zich nedergelegd, gelijk een leeuw, en als een oude leeuw; wie zal hem doen opstaan? Zo wie u zegent, die zij gezegend, en vervloekt zij, wie u vervloekt! (SV) 
Gelijk een leeuw, en als een oude leeuw; wie zal hem doen opstaan? Vergelijk de eerdere zegen uitgesproken door Bileam:
Nu 23:24  Zie, het volk zal opstaan als een oude leeuw, en het zal zich verheffen als een leeuw; het zal zich niet neerleggen, totdat het den roof gegeten, en het bloed der verslagenen gedronken zal hebben! (SV)

10

10 Toen ontstak de toorn van Balak tegen Bileam, en hij sloeg zijn handen samen; en Balak zei tot Bileam: Ik heb u geroepen, om mijn vijanden te vloeken; maar zie, u hebt hen nu driemaal gedurig gezegend! (CP[1]) 
Maar zie, u hebt hen nu driemaal gedurig gezegend!
Nu 23:11  Toen zeide Balak tot Bileam: Wat hebt gij mij gedaan? Ik heb u genomen, om mijn vijanden te vloeken; maar zie, gij hebt hen doorgaans gezegend! (SV)

15

15 Toen hief hij zijn spreuk op, en zeide: Bileam, de zoon van Beor, spreekt, en die man, wien de ogen geopend zijn, spreekt! (SV) 

Die man, wien de ogen geopend zijn. Zie vzn. 3.

16

16 De hoorder van de redenen Gods spreekt, en die de wetenschap van de Allerhoogste weet; die het gezicht van de Almachtige ziet, die neerzinkt met geopende ogen. (CP[1]) 

De hoorder der redenen Gods spreekt. Zie vs. 4.

Die het gezicht van de Almachtige ziet. Zie vs. 4.

Die neerzinkt met geopende ogen. Zie vs. 4.

17

17 Ik zal hem zien, maar nu niet; ik zal hem aanschouwen, maar niet nabij. Er zal een ster voortkomen uit Jakob, en er zal een scepter uit Israël opkomen; die zal de palen der Moabieten verslaan, en zal al de kinderen van Seth verstoren. (SV) 

Ik zal hem zien ... aanschouwen. Hem, d.i. de God van Israël.

Er zal een ster voortkomen uit Jakob. Een hemellicht, zinnebeeld van Christus Jezus, de zoon van koning David. De wijzen uit het Oosten werden door een ster geleid naar de koning der Joden, onze Heer.
Mt 2:2  en zeiden: Waar is de koning der Joden die geboren is? Want wij hebben zijn ster gezien in het oosten en zijn gekomen om Hem te huldigen. (...) Mt 2:9 Zij nu hoorden de koning aan en gingen weg; en zie, de ster die zij in het oosten hadden gezien, ging voor hen uit, totdat zij kwam en boven de plaats bleef staan waar het kind was. (Telos)
De Heer heeft van Zichzelf gezegd "de blinkende morgenster" te zijn.
Opb 22:16 Ik, Jezus, heb mijn engel gezonden om u deze dingen te betuigen voor de gemeenten. Ik ben de wortel en het geslacht van David, de blinkende morgenster. (TELOS)
Er zal een scepter uit Israël opkomen. Zie vs. 7, dat spreekt van het koninkrijk van Israël, en vs. 19. Een scepter, hier zinnebeeldig gezegd van Christus' heerschappij. Merk op dat in Opb. 22:16 ster en koninklijke afkomst samen vermeld worden.

18

18 En Edom zal een erfelijke bezitting zijn; en Seïr zal een erfelijke bezitting zijn, zijn vijanden, en Israël zal kracht doen. (CP[1]) 

Een erfelijke bezitting. Van Israël.

Zijn vijanden. De Edomieten waren Israëls vijanden.

Israël zal kracht doen.

De vervulling van deze voorspelling begon met de onderwerping van de Edomieten door David (2 Sam.8:14; 1 Kon.11:15; 1 Kron.18:12), voleindigt zich echter pas in de eindtijd. Dat David de onderwerping van Edom niet ten einde bracht, blijkt aan de ene kant daaruit, dat de Edomieten reeds onder Salomo weer opstonden (hoewel zonder gevolg).[2]

19

19 En er zal [een] uit Jakob heersen, en hij zal de overigen uit de steden ombrengen. (SV) 

En er zal [een] uit Jakob heersen. Zie vs. 17, 7. Voorzegging aangaande de Messias.

22

22 Evenwel zal Kaïn verteerd worden, totdat u Assur gevankelijk wegvoeren zal! (SV)  

Kaïn. Niet de bekende broedermoorder, maar de niet nader bekende stamvader van de Kenieten[3]. Zie Kaïn.

23

23 Voorts hief hij zijn spreuk op, en zeide: Och, wie zal leven, als God dit doen zal! (SV)  

Och enz. Bileam woonde in het rijk van Assur. Het zinsverband betreft Assur. Karl August Dächsel geeft de gedachte van Bileam aldus weer: "Och! wie zal leven, als God dit doen zal, wat Hij mij in betrekking op het rijk van mijn woning, op de zonen van mijn volk thans voor ogen stelt? Is dat niet een zo zware en algemene nederlaag, dat niemand, die die tijd beleeft, zijn leven zal kunnen behouden?"[3]

Bron

Leidsche Vertaling (1914). Tekst van de samenvatting van Numeri 24 is onder wijziging verwerkt op 5 feb. 2024.

Voetnoten

  1. 1,0 1,1 1,2 1,3 1,4 1,5 Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.
  2. Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting): met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901).  Enige tekst van het commentaar is onder wijziging verwerkt.
  3. 3,0 3,1 Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting): met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901).