Exodus 10

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Exodus 10 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd. De volgende hoofdstukken van Exodus zijn op Christipedia samengevat en/of passages ervan becommentarieerd:

Exodus: 1234567891011121314151617181920212224

Samenvatting

In 't kort: sprinkhanen en duisternis. — Nadat farao bij de vorige plaag weer alles beloofd en niets gehouden heeft, wordt het verderf, door deze plaag van hagel begonnen, door de achtste plaag ten einde gebracht. Ontzettende zwermen sprinkhanen, die de oostenwind aanvoert, eten al het overgebleven groen weg en vernietigen de oogst voor het gehele jaar. Ten tweede maal belijdt farao een zondaar te zijn, en vraagt hij om vergeving. De sprinkhanen worden op Mozes gebed door de omkerende wind weggevoerd en in de Schelfzee geworpen, doch God verstokt farao’s hart en deze laat Israël niet trekken. (1-20). Terwijl farao’s verstokking nu zo ver is voortgegaan, dat hij nog alleen als een ten gericht overgegevene verdient behandeld te worden, valt de negende plaag geheel onaangekondigd in. Een dikke duisternis van drie dagen, terwijl het daarentegen in alle woongebieden van de kinderen van Israël licht blijft. (21-23). Farao wil evenals bij de vorige plaag, onder voorwaarden, de uittocht toestaan. Daar echter Mozes zijn voorwaarde afwijst, verbiedt hij aan Mozes, hem ooit weer onder de ogen te komen. (24-28)

6

Ex 10:6  En zij zullen vervullen uw huizen, en de huizen van al uw knechten, en de huizen van alle Egyptenaren; welke uw vaders, noch de vaders van uw vaders gezien hebben, van die dag af, dat zij op den aardbodem geweest zijn, tot op deze dag. En hij keerde zich om, en ging uit van Farao. (CP[1])

Welke ... niet gezien hebben. Welke sprinkhanen, die uw vaders, noch de vaderen van uw vaders, in zulk een ontzettende menigte, niet gezien hebben.

10

Ex 10:10  Toen zeide hij tot hen: De HEERE zij alzo met ulieden, gelijk ik u en uw kleine kinderen zal trekken laten: ziet toe, want er is kwaad voor ulieder aangezicht! (SV)

De HEERE zij alzo met ulieden, gelijk ik u en uw kleine kinderen zal trekken laten. Farao spreekt hier op smadende en schimpende wijze. Het is geen zegenwens, maar veeleer een spotwoord. Moge de Heere zo met u zijn, als ik, Farao, het voornemen heb, u en uw kinderen te laten vertrekken. M.a.w.: ik ben niet van plan uw kinderen en vrouwen te laten gaan. De vrouwen en kinderen wil hij als gijzelaars behouden, opdat hij zekerheid heeft, dat zij, na drie dagen, terug zullen keren.

Ziet toe, want er is kwaad voor ulieder aangezicht! Hiermee wil farao zeggen, dat zij voor hem boze voornemens hebben, nl. om niet terug te keren, maar voorgoed uit Egypte te blijven.

14

Ex 10:14  En de sprinkhanen kwamen op over het ganse Egypteland, en lieten zich neder aan al de palen der Egyptenaren, zeer zwaar; voor deze zijn dergelijke sprinkhanen, als deze, nooit geweest, en na deze zullen er zulke niet wezen; (CP[1])

De palen. De afgepaalde gebieden.

Dergelijke sprinkhanen. Zo groot, zo vele en zo verderfelijk als deze.

15

Ex 10:15  Want zij bedekten het gezicht des gansen lands, alzo dat het land verduisterd werd; en zij aten al het kruid des lands op, en al de vruchten der bomen, die de hagel had over gelaten; en er bleef niets groens aan de bomen, noch aan de kruiden des velds, in het ganse Egypteland. (SV)

Dat het land verduisterd werd. Er is in Afrika wel eens zulk een grote menigte van sprinkhanen gezien, dat zij al vliegende de stralen van de zon als een wolk bedekten[2]. De zon werd nu reeds verduisterd door de sprinkhanen, straks, bij de plaag van de duisternis, zou de zon als het ware weigeren haar licht te geven. Wat nu geschiedt, is daarom een voorspel van hetgeen volgen zou.

Gosen. Daar van het land Gosen niet meer gesproken wordt, schijnt het, alsof de sprinkhanen de akkers van de kinderen van Israël ook verdorven en hun oogst vernietigd hebben; maar zij behoefden die ook niet meer, daar zij vóór de oogsttijd Egypte reeds voor altijd zouden verlaten hebben.

21

Ex 10:21  Toen zeide de HEERE tot Mozes: Strek uw hand uit naar den hemel, en er zal duisternis komen over Egypteland, dat men de duisternis tasten zal. (SV)

Strek uw hand uit. De staf wordt nu niet genoemd.

23

Ex 10:23  Zij zagen de een den ander niet; er stond ook niemand op van zijn plaats, in drie dagen; maar bij al de kinderen Israëls was het licht in hun woongebieden. (CP)

Drie dagen. Van dikke duisternis. De Heer Jezus hing zes uren aan het kruis; in de laatste drie uren was er duisternis.

Woongebieden. Of 'woonplaatsen'. Statenvertaling: 'woningen'.

Bron

Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Ex. 10:6, 10, 14-15. Enige tekst hiervan, alsmede van de samenvatting van Ex. 9, is onder wijziging verwerkt op 21 mei 2021.

Voetnoten

  1. 1,0 1,1 Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.
  2. Daarvan schrijft Leo Africanus (16 eeuw).