Exodus 12

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Exodus 12 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd. De volgende hoofdstukken van Exodus zijn op Christipedia samengevat en/of passages ervan becommentarieerd:

Exodus: 1234567891011121314151624

Samenvatting

God beveelt de Israëlieten, dat de maand waarin zij uit Egypte gaan, hun de eerste maand van het jaar zal zijn (1-2). Hun wordt bevolen dat elk huisgezin, zonodig twee kleine gezinnen samen, een onbevlekt lam uitkiest tot een Paaslam (3-4). Eisen aan het lam (5). Bewaring en slachting (6). Gebruik van het bloed (7). Wijze van eten van het Lam (8-11). Israël zal dankzij het bloed aan hun huizen worden ontzien tijdens de laatste plaag over Egyptenaren, de dood van de eerstgeborenen (12-13). Viering van het Pascha is een altoosdurende inzetting (14) Inzetting van Ongezuurde Broden (15-20). Opdracht tot nemen en slachten van de lammeren en bestrijken van de zijposten en bovendorpels van de huizen met bloed (21-23). Inzetting van het Pascha te onderwijzen aan de kinderen (24-27). Israël gehoorzaamt (28). Eerstgeborenen van Egypte worden gedood (29). De Israëlieten uit Egypte gedreven, met medeneming van Egyptische goederen (30-36). Zij komen te Sukkoth, sterk zijnde 600.000 mannen, en bakken ongezuurde koeken (37-39). Hun verblijf in Egypte was 430 jaren (40-41). Deze nacht moet op het vlijtigst gehouden worden (42). Wie het Pascha mogen eten; hoe het te eten (43-49). Al de kinderen Israëls deden gelijk hun de Heere geboden had en zij werden op die dag uitgeleid (50-51).

2

Ex 12:2  Deze zelfde maand zal ulieden het hoofd der maanden zijn; zij zal u de eerste van de maanden des jaars zijn. (SV)

Deze zelfde maand. De maand Abib, late Nisan genoemd. Helaas is er later een onderscheid gekomen tussen de godsdienstige en de burgerlijke kalender, die elk een andere eerste maand hebben.

6

Ex 12:6  En u zult het in bewaring hebben tot de veertiende dag van deze maand; en de hele gemeente der vergadering van Israël zal het slachten tussen de beide avonden. (CP)

Tussen de beide avonden. Hebr. bayien (tussen) ha arbayiem (de avonden). 'Ha arbayiem' is een tweevoud, vandaar 'de beide avonden'. Tussen ca. 15.00 en 18.00 uur, in de tweede helft van de namiddag. Zie Avond. De Heer Jezus, het tegenbeeld van het paaslam, stierf tussen de beide avonden. Om 15.00 uur uur riep de Heer tot God.

Mr 15:34  En op het negende uur riep Jezus met luider stem: Eloi, Eloi, lema sabachthani? -dat is vertaald: Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij verlaten? (Telos)

7

Ex 12:7  En zij zullen van het bloed nemen, en strijken het aan de beide zijposten, en aan den bovendorpel, aan de huizen, in welke zij het eten zullen. (SV)

De huizen werden zo gemerkt door het bloed en daarmee gevrijwaard voor het oordeel van God.

8

Ex 12:8  En zij zullen het vlees eten in denzelfden nacht, aan het vuur gebraden, met ongezuurde broden; zij zullen het met bittere saus eten. (SV)

Aan het vuur gebraden. Zie vers 9 en ook vers 10.

Ongezuurde broden. Zuurdeeg spreekt van slechtheid, kwaad.

1Co 5:8  Laten wij daarom feestvieren, niet met oud zuurdeeg, ook niet met zuurdeeg van slechtheid en boosheid, maar met ongezuurde broden van oprechtheid en waarheid. (Telos)

Bittere saus. Bitter was het lijden van de Heiland, bitter het kwaad die wij door onze zonden hebben berokkend.

9

Ex 12:9  U zult daarvan niet rauw eten, ook geenszins in water gekookt; maar aan het vuur gebraden, zijn kop met zijn onderschenkels en met zijn ingewand. (CP[1])

Onderschenkels. Statenvertaling: Schenkelen. Het gedeelte tussen de knie en de voet, dus de onderste delen van de poten.

Kop... onderschenkels ... ingewand. Wij zouden misschien deze minder vlees bevattende delen van het lam niet eten. Al deze bijzondere lichaamsdelen vinden wij terug in de lijdensgeschiedenis van de Heer Jezus, het Lam van God. Op zijn hoofd werd een doornenkroon gedrukt. Zijn handen en voeten werden vastgenageld aan het hout. Zijn zijde werd doorstoken, en uit de snede kwam bloed en water.

11

Ex 12:11  Aldus nu zult gij het eten: uw lenden zullen opgeschort zijn, uw schoenen aan uw voeten, en uw staf in uw hand; en gij zult het met haast eten; het is des HEEREN pascha. (SV)

Men moest het eten, terwijl men klaar was voor vertrek, voor de tocht. En wij, gelovigen in Christus, gebruiken de maaltijd van de Heer "totdat Hij komt" (1 Cor. 11:26), totdat onze fysieke uittocht uit de wereld aanbreekt.

1Co 11:26  Want zo dikwijls u dit brood eet en de drinkbeker drinkt, verkondigt u de dood van de Heer, totdat Hij komt. (Telos)

28

Ex 12:28  En de kinderen Israëls gingen en deden het, gelijk als de HEERE Mozes en Aäron geboden had, alzo deden zij. (SV)

Zie vs. 50.

37

Ex 12:37  Alzo reisden de kinderen Israëls uit van Rameses naar Sukkoth, omtrent zeshonderd duizend te voet, mannen alleen, behalve de kinderkens. (SV)
Van Rameses naar Sukkoth in Gosen.

44

Ex 12:44  Doch alle knecht van iedereen, die voor geld gekocht is, nadat gij hem zult besneden hebben, dan zal hij daarvan eten. (SV)

Wij, gelovigen in Christus, zijn geen Israëlieten, maar door een Israëliet gekocht met de prijs van Zijn bloed.

1Co 7:22  Want de slaaf die in de Heer geroepen is, is een vrijgelatene van de Heer; evenzo is de vrije die geroepen is, een slaaf van Christus. U bent voor een prijs gekocht; (Telos)

Opb 5:9  En zij zingen een nieuw lied en zeggen: U bent waard het boek te nemen en zijn zegels te openen; want U bent geslacht en hebt voor God gekocht met uw bloed uit elk geslacht en taal en volk en natie, (TELOS)

En wij zijn besneden in Hem.

Col 2:11 In Hem bent u ook besneden met een besnijdenis, niet met handen verricht, in het uittrekken van het lichaam van het vlees, in de besnijdenis van Christus, (Telos)

46

Ex 12:46  In een huis zal het gegeten worden; u zult van het vlees niet buiten uit het huis dragen, en u zult geen been daaraan breken. (CP[1])

U zult geen been daaraan breken.

Joh 19:32  De soldaten dan kwamen en braken wel de benen van de eerste en van de andere die met Hem waren gekruisigd; Joh 19:33  maar toen zij bij Jezus kwamen en zagen dat Hij al was gestorven, braken zij zijn benen niet. (...) Joh 19:36  Want deze dingen zijn gebeurd opdat de Schrift vervuld wordt: ‘Geen been van Hem zal worden verbrijzeld’. (Telos)

48

Ex 12:48  Als nu een vreemdeling bij u verkeert, en den HEERE het pascha houden zal, dat alles, wat mannelijk is, bij hem besneden worde, en dan kome hij daartoe, om dat te houden, en hij zal wezen als een ingeborene des lands; maar geen onbesnedene zal daarvan eten. (SV)

Een vreemdeling, een niet-Israëliet, mag, het Pascha houden, mits hij en zijn huis besneden is, want het Pascha moest in een huisgezin gegeten worden (vs. 46).

50

Ex 12:50  En alle kinderen Israëls deden het; gelijk als de HEERE Mozes en Aäron geboden had, alzo deden zij. (SV)

Zie vers 28.

Voetnoot

  1. 1,0 1,1 Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.