Exodus 7

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Exodus 7 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd. De volgende hoofdstukken van Exodus zijn op Christipedia samengevat en/of passages ervan becommentarieerd:

Exodus: 1234567891011121314151617181920212224

7

Ex 7:7  En Mozes was tachtig jaar oud, en Aäron was drie en tachtig jaar oud, toen zij tot Farao spraken. (SV)
1745 - 1598 v.C. < Israël 1544 - 1347 v.C.[1] > 1340 - 1042 v.C.
Jozua (zoon van Nun)MozesAäron

9

Ex 7:9  Wanneer Farao tot ulieden spreken zal, zeggende: Doet een wonderteken voor uzelf; zo zult u tot Aäron zeggen: Neem uw staf, en werp [hem] voor Farao’s aangezicht neer; hij zal tot een slang worden. (CP[2])

Neem uw staf. Zie vers 10. Aärons staf (12, 19).

Slang. Zie ook vers 10. Hebr. תנין, tanniyn, in de Statenvertaling en de Engelse King James vertaling meestal vertaald met 'draak'. In Ex. 4:3, bij de roeping van Mozes, wordt een ander woord gebruikt, נחשׁ, nachasj.

Ex 4:3  En Hij zeide: Werp hem ter aarde. En hij wierp hem ter aarde! Toen werd hij tot een slang; en Mozes vlood van haar. (SV)

Ook in 7:15 hieronder wordt het gewone woord voor slang nachasj gebruikt.

Ex 7:15  Ga heen tot Farao in den morgenstond; zie, hij zal uitgaan naar het water toe, zo stel u tegen hem over aan den oever der rivier, en den staf, die in een slang is veranderd geweest, zult gij in uw hand nemen. (SV)

In 7:9 wordt de algemenere term "Tanniyn" gebruikt, die in andere passages alle zee- of riviermonsters omvat, en die meer in het bijzonder wordt toegepast op de krokodil als symbool van Egypte. Het komt voor in het Egyptische ritueel, bijna in dezelfde vorm, 'Tanem', als een synoniem van de monsterslang die het principe vertegenwoordigt van de strijd tegen licht en leven.[3]

11

Ex 7:11  Farao nu riep ook de wijzen en de guichelaars; en de Egyptische tovenaars deden ook alzo met hun bezweringen. (SV)

En de Egyptische tovenaars deden ook alzo met hun bezweringen. Zie vs. 22.

12

Ex 7:12  Want een iegelijk wierp zijn staf neder, en zij werden tot draken; maar Aärons staf verslond hun staven. (SV)

Maar Aärons staf verslond hun staven. Gods macht is sterker en overwint alle vijanden.

20

Ex 7:20  Mozes nu en Aäron deden alzo, gelijk de HEERE geboden had; en hij hief den staf op, en sloeg het water, dat in de rivier was, voor de ogen van Farao, en voor de ogen van zijn knechten; en al het water in de rivier werd in bloed veranderd. (SV)

Hij ... sloeg het water. Zie vers 25, waar staat dat God de rivier geslagen had. Beide zijn waar, want God en Mozes/Aäron werken samen, God bedient zich van hen.

Voetnoten

  1. De jaartallen zijn meerendeels ontleend aan Bijbels ontstaansmodel; tijdbalk Masoreten (Stichting De Oude Wereld, 2009). Ze zijn onzeker.
  2. Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.
  3. Albert Barnes, Notes on the Old Testament: Explanatory and Practical.