Exodus 16

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Exodus 16 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd. De volgende hoofdstukken van Exodus zijn op Christipedia samengevat en/of passages ervan becommentarieerd:

Exodus: 1234567891011121314151617181920212224

Samenvatting

De Israëlieten vrezen van honger te zullen omkomen en murmureren tegen Mozes en Aäron. God voorziet in hun levensbehoefte door hen brood (manna) en vlees (kwakkels) te geven gedurende hun 40-jarige woestijnreis. Een kruik met een gomer manna moest worden bewaard voor de getuigenis (ark van het verbond).

4

Ex 16:4  Toen zeide de HEERE tot Mozes: Zie, Ik zal voor ulieden brood uit den hemel regenen; en het volk zal uitgaan, en verzamelen elke dagmaat op haar dag; opdat Ik het verzoeke, of het in Mijn wet ga, of niet. (SV)

Regenen. Het brood uit de hemel is het Man (Manna), zie hieronder. Het heeft de vorm van korianderzaad, kleine korrels (ca. 2,5 mm dik).

Mijn wet. Blijkens het verband van dit hoofdstuk: Gods regels betreffende de onderhouding van de sabbat en de voorschriften betreffende het verzamelen en eten van manna en de kwakkels. Straks zullen we zien dat er overtredingen waren van deze regels.

6

Ex 16:6  Toen zeiden Mozes en Aäron tot al de kinderen Israëls: Aan de avond, dan zult u weten, dat u de HEERE uit Egypteland uitgeleid heeft; (CP[1])

Aan de avond. Zie vs. 8, 13.

Dan zult u weten, dat u de HEERE uit Egypteland uitgeleid heeft. Aan de avond zullen zij dat weten, doordat God dan op wonderbaarlijke wijze vlees geeft in de vorm van een zwerm kwakkels. Zie ook vs. 8, 12.

7

Ex 16:7  En morgen, dan zult u Jahweh's heerlijkheid zien, omdat Hij uw murmureringen tegen Jahweh gehoord heeft; want wat zijn wij, dat u tegen ons murmureert? (CP[1])

En morgen. Wanneer Jahweh brood uit de hemel zal geven. Zie ook vs. 8.

Dan zult u Jahweh's heerlijkheid zien. Zie vs. 10.

8

Ex 16:8  Voorts zeide Mozes: Als de HEERE ulieden aan den avond vlees te eten zal geven, en aan den morgen brood tot verzadiging, het zal zijn, omdat de HEERE uw murmureringen gehoord heeft, die gij tegen Hem murmureert; want wat zijn wij? Uw murmureringen zijn niet tegen ons, maar tegen den HEERE. (SV)

Tot verzadiging. Bij de latere twee wonderbare spijzigingen door de Heer Jezus aten de mensen tot verzadiging toe (Matth. 14:20; 15:37).

10

Ex 16:10  En het geschiedde, als Aäron tot de hele vergadering der kinderen Israëls sprak, en zij zich naar de woestijn keerden, zo ziet, de heerlijkheid van Jahweh verscheen in de wolk. (CP[1])

De heerlijkheid van Jahweh verscheen in de wolk. In de wolk, die hen overschaduwde en waarvan het kolomgedeelte hen leidde, verschijn een luister en pracht, een uitstraling van Gods heerlijkheid, zoals de heerlijkheid van de zon door de wolken breekt.

Jezus is de uitstraling van Gods heerlijkheid, Hij maakt die zichtbaar.

Heb 1:3  Deze, die de uitstraling is van zijn heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen en die alle dingen draagt door het woord van zijn kracht, is, nadat Hij door Zichzelf de reiniging van de zonden tot stand heeft gebracht, gaan zitten aan de rechterhand van de Majesteit in de hoge, (Telos)

12

Ex 16:12  Ik heb de murmureringen van de kinderen Israëls gehoord; spreek tot hen, zeggende: Tussen de twee avonden zult u vlees eten, en aan de morgen zult u met brood verzadigd worden; en u zult weten, dat Ik de HEERE uw God ben. (CP[1])

Vlees eten ... met brood verzadigd worden. De Heer Jezus zal later in de heilsgeschiedenis een menigte spijzigen, eveneens met vlees en brood, eveneens wonderdadig (met vijf broden en twee vissen) en eveneens tot verzadiging toe.

U zult weten, dat Ik de HEERE uw God ben. Zie ook vs. 6.

13

Ex 16:13  En het geschiedde aan de avond, dat er kwakkelen opkwamen, en het leger bedekten; en aan de morgen lag de dauw rondom het leger. (CP[1])

Aan de avond. Zie vs. 6.

15

Ex 16:15  Toen het de kinderen Israëls zagen, zeiden zij, de een tot de ander: Wat is dit? want zij wisten niet wat het was. Mozes dan zei tot hen: Dit is het brood dat de HEERE ulieden te eten gegeven heeft. (CP[1])

Wat is dit? Hebr.: man hoe.

16

Ex 16:16  Dit is het woord, dat de HEERE geboden heeft: Verzamelt daarvan een ieder naar dat hij eten mag, een gomer voor een hoofd, naar het getal van uw zielen; ieder zal nemen voor degenen, die in zijn tent zijn. (SV)

Een gomer voor een hoofd. Het Hebreeuwse woord vertaald door 'hoofd' is gulgoleth, dat betekent 'hoofd, schedel, hersenpan'. Een gomer voor een hoofd wil zeggen: een gomer per persoon, per mens. Vgl. onze uitdrukkingen 'hoofd voor hoofd', 'hoofdelijke stemming'.

Naar het getal van uw zielen. Dus een gezin van vijf zielen verzamelde 5 gomer manna, dat is een volle emmer (10 liter) of meer.

21

Ex 16:21  Zij nu verzamelden het allen morgen, een iegelijk naardat hij eten mocht; want als de zon heet werd, zo versmolt het. (SV)

Als de zon heet werd, zo versmolt het. Gelijk de rijm smelt in de zon:

In de zon is de rijm al gesmolten.

24

Ex 16:24  En zij leiden het op tot den morgen, gelijk als Mozes geboden had; en het stonk niet, en er was geen worm in. (SV)

Het stonk niet, en er was geen worm in. In tegenstelling tot het overgelaten manna dat eerder in ongehoorzaamheid aan Mozes was overgelaten (vs. 20).

31

Ex 16:31  En het huis Israëls noemde deszelfs naam Man; en het was als korianderzaad, wit, en de smaak daarvan was als honigkoeken. (SV)

Als koriander zaad, wit. Het was als korianderzaad en wit, niet "wit als korianderzaad" (HSV), want dat zaad is niet wit, zie Koriander.

34

Ex 16:34  Gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had, alzo zette ze Aäron voor de getuigenis tot bewaring. (SV)

Voor de getuigenis. Dat is, voor de ark van de getuigenis, toen die korte tijd later gemaakt was. De ark wordt "de getuigenis" genoemd, omdat het de wetstafels bevatte, dat een getuigenis was van de wil van God ten opzichte van Israël.

Bron

John Gill's Expositor, commentaar bij Ex. 16:34.

Voetnoot

  1. 1,0 1,1 1,2 1,3 1,4 1,5 Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.