Exodus 1

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

De volgende hoofdstukken van Exodus zijn op Christipedia samengevat en/of passages ervan becommentarieerd:

Exodus: 1234524

Exodus 1 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

In het kort: de Israëlieten verdrukt door de Egyptenaren. — De namen van Jakobs zonen die in Egypte kwamen (1-5). De Israëlieten vermenigvuldigen zich sterk na Jozefs dood (6-7) en worden zwaar verdrukt, opdat zij niet al te talrijk worden; maar vergeefs (8-14). De koning gelast daarom de Egyptische vroedvrouwen van de Hebreeuwse moeders, de jongetjes die geboren worden te doden; wat zij echter niet doen (15-21). Daarop krijgen alle Egyptenaren het bevel, de pas geboren jongens in de Nijl te werpen (22).

Zonen van Jakob (2-4)

De volgorde van zonen schijn niet willekeurig te zijn. Eerst worden de zonen van Lea en Rachel genoemd, behalve Jozef. Daarna de vier zonen van de bijvrouwen Bilha en Zilpa.

2

Ex 1:2  Ruben, Simeon, Levi, en Juda; (SV)

De eerste vier zonen van Lea en Jakob.

3

Ex 1:3  Issaschar, Zebulon, en Benjamin; (SV)

De beide overige zonen van Lea en Jakob en de tweede zoon van Rachel.

4

Ex 1:4  Dan en Nafthali, Gad en Aser. (SV)

Tenslotte de kinderen van Jakobs bijvrouwen: Dan en Naftali zijn van Bilha, de dienstmaagd van Rachel; Gad en Aser zijn van Zilpa, de dienstmaagd van Lea.

5

Ex 1:5  Al de zielen nu, die uit Jakobs heup voortgekomen zijn, waren zeventig zielen; doch Jozef was in Egypte. (SV)

Ge 46:27  En de zonen van Jozef, die hem in Egypte geboren zijn, waren twee zielen. Al de zielen van het huis van Jakob, die in Egypte kwamen, waren zeventig. (SV)

11

Ex 1:11  En zij zetten oversten der schattingen over hetzelve, om het te verdrukken met hun lasten; want men bouwde voor Farao schatsteden, Pitom en Raämses. (SV)

Pitom en Raämses. Deze steden lagen in de landstreek Gosen, waar de Israëlieten woonden.

Bron

Leidsche Vertaling (1914). Tekst van de samenvatting van Ex. 1 is onder wijziging verwerkt op 11 maart 2021.