Exodus 24

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Exodus 24 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd. De volgende hoofdstukken van Exodus zijn op Christipedia samengevat en/of passages ervan becommentarieerd:

Exodus, hoofdstukken: 1 · 2 · 3 · 4 · 5 · 6 · 7 · 8 · 9 · 10 · 11 · 12 · 13 · 14 · 15 · 16 · 17 · 18 · 19 · 20 · 21 · 22 · 23 · 24 · 25 · 26 · 27 · 28 · 29 · 30 · 31 · 32 · 33 · 34 · 36 · 35.

Samenvatting

1-2 God gebiedt Mozes tot de berg te naderen met Aäron en zijn beide zonen en zeventig oudsten, en op afstand neer te buigen. Alleen Mozes mag tot Jahweh naderen. 3-8 God sluit een verbond met Israël. 9-11 Mozes en de genoemde groep personen zien God. Daarna eten en drinken zij. 12-14 Mozes klimt met Jozua nog hoger op. 15-18 De wolk Gods bedekt de berg zes dagen lang. Op de zevende dag roept God Mozes, die dan de wolk binnengaat. Gods heerlijkheid op de berg ziet er in de ogen van het volk uit als een verterend vuur.

1

Ex 24:1  Daarna zeide Hij tot Mozes: Klim op tot den HEERE, gij en Aäron, Nadab en Abihu, en zeventig van de oudsten van Israël; en buigt u neder van verre! (SV)

Klim op. Dit gebeurt in vers 9.

Zeventig van de oudsten van Israël. Als Johannes in de hemel komt, ziet hij vierentwintig oudsten zitten op vierentwintig tronen.

3

Ex 24:3  Als Mozes kwam en verhaalde aan het volk al de woorden des HEEREN, en al de rechten, toen antwoordde al het volk met een stem, en zij zeiden: Al deze woorden, die de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen. (SV)

Al deze woorden, die de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen. Zie vs. 7

4

Ex 24:4  Mozes nu beschreef al de woorden des HEEREN, en hij maakte zich des morgens vroeg op, en hij bouwde een altaar onder aan den berg, en twaalf kolommen, naar de twaalf stammen van Israël. (SV)

Mozes nu beschreef al de woorden des HEEREN. Zie vs. 7: "het boek van het verbond".

Het altaar met de twaalf kolommen. Rechts worden offerdieren geslacht (vs. 5). Bij het altaar zit iemand op zijn knieën met een schaal met bloed (vs. 6).

6

Ex 24:6  En Mozes nam de helft van het bloed, en zette het in bekkens; en de helft van het bloed sprengde hij op het altaar. (SV)

En de helft van het bloed. De andere helft.

7

Ex 24:7  En hij nam het boek des verbonds, en hij las het voor de oren des volks; en zij zeiden: Al wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen en gehoorzamen. (SV)

Het boek des verbonds. Zie vs. 4: "Mozes nu beschreef al de woorden des HEEREN".

Al wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen en gehoorzamen. Zie vs. 3.

8

Ex 24:8  Toen nam Mozes dat bloed, en sprengde het op het volk; en hij zeide: Ziet, [dit] [is] het bloed des verbonds, hetwelk de HEERE met ulieden gemaakt heeft over al die woorden. (SV)

Dat bloed. De ene helft van het bloed, dat in bekkens (schalen) was verzameld (vs. 6). De andere helft van het bloed was op het altaar gesprenkeld.

10

Ex 24:10  En zij zagen den God van Israël, en onder Zijn voeten als een werk van saffierstenen, en als de gestaltenis des hemels in [Zijn] klaarheid. (SV)

Als een werk van saffierstenen, en als de gestaltenis des hemels in [Zijn] klaarheid. Het gaat waarschijnlijk om de blauwe saffier, waarvan de helderheid wordt vergelijken met een helderde (blauwe) hemel.

Engelen daarbij? Wellicht waren er ook engelen aanwezig, hoewel de tekst hier daar niet over rept. Eén uitleg zegt[1] dat de strijdwagens van God de troon van God neerbrachten op de berg Sinaï.

Ps 68:17  (68-18) Gods wagenen zijn tweemaal tien duizend, de duizenden verdubbeld. De Heere is onder hen, een Sinaï in heiligheid! (SV)

Ps 68:17   (18) De strijdwagens van God zijn tweemaal tienduizend, ontelbare duizenden. De Heere is bij hen, een Sinaï in heiligheid. (HSV)

11

Ex 24:11  Doch Hij strekte Zijn hand niet tot de afgezonderden van de kinderen Israëls; maar zij aten en dronken, nadat zij God gezien hadden. (SV)

Hij strekte Zijn hand niet tot de afgezonderden van de kinderen Israëls. Om hen te doden.

Ri 6:22  Toen begreep Gideon, dat het de Engel des HEREN was, en hij zeide: Wee mij, Here HERE! want ik heb de Engel des HEREN gezien van aangezicht tot aangezicht. (NBG51)

Jes 6:5  Toen zeide ik: Wee mij, ik ga ten onder, want ik ben een man, onrein van lippen, en woon te midden van een volk, dat onrein van lippen is; en mijn ogen hebben de Koning, de HERE der heerscharen, gezien. (NBG51)

Mal 3:2  Doch wie kan de dag van zijn komst verdragen, en wie zal bestaan, als Hij verschijnt? Want Hij zal zijn als het vuur van de smelter en als het loog van de blekers. (NBG51)

Op de berg der verheerlijking van Jezus strekte Deze zijn hand wel uit, maar niet om te verdelgen, maar op de discipelen te bemoedigen.

Mt 17:7  En Jezus kwam bij hen, raakte hen aan en zei: Staat op en weest niet bang. Mt 17:8  Toen zij nu hun ogen opsloegen, zagen zij niemand dan Jezus alleen. (Telos)

Zij aten en dronken, nadat zij God gezien hadden. Het zien van de God van Israël was een voorsmaak van de zaligheid van het zien van God in het eeuwige leven, en het op de berg voor het aangezicht van God gehouden verbondsmaal, een vóórbeeldend feest van het bruiloftsmaal van het Lam[2], waartoe de Heer zijn verzamelde Gemeente ten dage van de volle openbaring van zijn heerlijkheid geroepen, leiden zal.

15

Ex 24:15  Toen Mozes op den berg geklommen was, zo heeft een wolk de berg bedekt. (CP[3])

Zo heeft een wolk de berg bedekt. Dat gebeurde ook de Heer Jezus op de berg van Zijn verheerlijking was.

Mt 17:5  Terwijl hij nog sprak, zie, een lichtende wolk overschaduwde hen; en zie, een stem uit de wolk, die zei: Deze is mijn geliefde Zoon, in Wie Ik welbehagen gevonden heb, hoort Hem. (Telos)

16

Ex 24:16  En de heerlijkheid des HEEREN woonde op den berg Sinaï, en de wolk bedekte hem zes dagen, en op de zevende dag riep Hij Mozes uit het midden van de wolk. (CP[3])

Op zevende dag. Op die dag ging Mozes "in het midden van de wolk" (vers 18). Sommigen[4] zien hierin een type van de opneming van de Gemeente na zesduizend jaar menselijke geschiedenis. Vergelijk:

Mr 9:2  En na zes dagen nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes mee en bracht hen afzonderlijk op een hoge berg alleen. En Hij werd in hun bijzijn van gedaante veranderd; (Telos)

17

Ex 24:17  En het aanzien der heerlijkheid des HEEREN was als een verterend vuur, op het opperste diens bergs, in de ogen der kinderen Israëls. (SV)

Als een verterend vuur. De heer Jezus had in zijn verschijning aan Johannes "ogen als een vuurvlam" (Opb. 1:14; 2:18; 19:12).

Bron

Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901). Enige tekst van het commentaar op Ex. 24 is onder wijziging verwerkt op 17 dec. 2020.

Voetnoten

  1. Michael Samuel Smith, in: Prophecies Of The Next Rapture! Youtube.com: Prophecy in the News, 29 jan. 2020. Vanaf 7 min. 43 sec.
  2. Dat is ook de mening van Michael Samuel Smith, in: Prophecies Of The Next Rapture! Youtube.com: Prophecy in the News, 29 jan. 2020. Vanaf 6 min. 24 sec.
  3. 3,0 3,1 Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.
  4. Dat is de mening van Michael Samuel Smith, in: Prophecies Of The Next Rapture! Youtube.com: Prophecy in the News, 29 jan. 2020. Vanaf 8 min. 8 sec.