Exodus 6

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Exodus 6 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd. De volgende hoofdstukken van Exodus zijn op Christipedia samengevat en/of passages ervan becommentarieerd:

Exodus: 1234567891011121314151617181920212224

Samenvatting

God, die zich aan de aartsvaders als God den Machtige heeft geopenbaard, maakt thans aan Mozes zijn naam Jahweh bekend (1-3), en belooft zijn verbond met de aartsvaders gestand te doen, en laat de Israëlieten aanzeggen, dat Hij hun God zijn en hen verlossen en in Kanaän brengen zal (3-8). Mozes brengt Gods woord over, maar de Israëlieten kunnen het goede nieuws niet geloven; waarop Jahweh Mozes beveelt, van Farao hun vrijlating te gaan eisen (9-11). Mozes brengt twee bezwaren in (12). Evenwel vaardigt Jahweh Mozes en Aäron naar Farao, tot verlossing van Israël, af (13). Lijst der zonen van Ruben, Simeon en Levi (14-16); de verdere afstammelingen van Levi, met afzonderlijke opgave der afstamming van Mozes, Aäron en diens kleinzoon Pinehas (17-27). Mozes ontvangt de last, aan Farao Jahweh's bevel over te brengen, maar verontschuldigt zich met zijn slechtbespraaktheid (28-30).

13

Ex 6:13  (6-12) Evenwel sprak de HEERE tot Mozes en tot Aäron, en gaf hun bevel aan de kinderen Israëls, en aan Farao, den koning van Egypte, om de kinderen Israëls uit Egypteland te leiden. (SV)

Bevel ... om de kinderen Israëls uit Egypteland te leiden.

Ex 6:26  (6-25) Dit is Aäron en Mozes, tot welke de HEERE zeide: Leidt de kinderen Israëls uit Egypteland, naar hun heiren. (SV)

20

Ex 6:20  (6-19) En Amram nam Jochebed, zijn tante, zich tot een huisvrouw, en zij baarde hem Aäron en Mozes; en de jaren des levens van Amram waren honderd zeven en dertig jaren. (SV)

Tante. Statenvertaling: 'moei'. Jochebed was een zus van Amrams vader (Num.26:59). Later is door de Heere zulk een huwelijk verboden (Lev.18:12).

Le 18:12  Gij zult de schaamte van de zuster uws vaders niet ontdekken; zij is uws vaders nabestaande. (SV)

Nam ... zich tot een huisvrouw.

Ex 2:1  En een man van het huis van Levi ging, en nam een dochter van Levi. (SV)

26

Ex 6:26  (6-25) Dit is Aäron en Mozes, tot welke de HEERE zeide: Leidt de kinderen Israëls uit Egypteland, naar hun heiren. (SV)

Leidt de kinderen Israëls uit Egypteland, naar hun heiren.

Ex 6:13  (6-12) Evenwel sprak de HEERE tot Mozes en tot Aäron, en gaf hun bevel aan de kinderen Israëls, en aan Farao, den koning van Egypte, om de kinderen Israëls uit Egypteland te leiden. (SV)

29

Ex 6:30  (6-29) Toen zeide Mozes voor het aangezicht des HEEREN: Zie, ik ben onbesneden van lippen; hoe zal dan Farao naar mij horen? (SV)

Ex 6:12  (6-11) Doch Mozes sprak voor den HEERE, zeggende: Zie, de kinderen Israëls hebben naar mij niet gehoord; hoe zou mij dan Farao horen? daartoe ben ik onbesneden van lippen. (SV)

Bron

Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Ex. 6. Enige tekst van het commentaar op vers 20 is onder wijziging verwerkt op 23 apr. 2021.

Leidsche Vertaling (1914). Tekst van de samenvatting van Ex. 6 is onder wijziging verwerkt op 23 april 2021.