Richteren 11

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

De volgende hoofdstukken van Richteren zijn op Christipedia samengevat en/of passages ervan becommentarieerd:

Richteren, hoofdstuk: 12345678910111213141516171821

Hoofdstuk Richteren 11 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

Jefta, als onecht door zijn broers verstoten, gaat wonen in het land Tob, waar hij zich met enig volk oefent in strooptochten (1-3). Hij wordt daarna door de oudsten van Gilead beroepen tot krijgsoverste tegen de Ammonieten, wat hij onder zekere voorwaarde aanneemt (4-11). Hij zendt tweemaal boden tot de koning van de Ammonieten, om hem tot afstand van oorlog te bewegen, maar tevergeefs (12-28). Daarna trekt Jefta, door Gods Geest gedreven, tegen hem op, en doet een onbedachte gelofte (29-31). Hij slaat de Ammonieten (32-33). En volbrengt zijn gelofte aan zijn dochter, zijn enig kind (34-40).

3

Ri 11:3  Toen vlood Jeftha voor het aangezicht zijner broederen, en woonde in het land Tob; en ijdele mannen vergaderden zich tot Jeftha, en togen met hem uit. (SV)

Het land Tob.

Jefta en de Ammonieten - Access Foundation.jpg