Richteren 3

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

De volgende hoofdstukken van Richteren zijn op Christipedia samengevat en/of passages ervan becommentarieerd:

Richteren: 12345671516

Hoofdstuk Richteren 3 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

Welke volken het zijn die Jahweh in het land heeft laten blijven, om daardoor de Israëlieten de oorlog te leren en het te beproeven (1-4). Israël verzwagert zich met hen en dient hun goden (5-7). De Israëlieten dienen, tot straf van hun afval van Jahweh, acht jaren de Mesopotamische koning Cusjan Risjataïm; daarna redt Jahweh hen door Othniël, onder wiens bestuur het land veertig jaren rust geniet (8-11). Maar Israël doet opnieuw wat kwaad is in de ogen van God. Tot straf voor zijn ongehoorzaamheid wordt Israël door de Moabieten onderdrukt (12-14). Israël roept tot God en Hij doet de richter Ehud opstaan, die de Moabitische koning Eglon vermoordt (15-26). Ehud roept de Israëlieten ten strijde, die onder zijn aanvoering de Moabieten volkomen verslaan, waarna het land tachtig jaar rust krijgt (27-30). Samgar verlost Israël door zeshonderd Filistijnen te verslaan (31).

4

Ri 3:4  Dezen dan waren, om Israël door hen te verzoeken, opdat men wiste, of zij de geboden des HEEREN zouden horen, die Hij hun vaderen door de hand van Mozes geboden had. (SV)

Vgl.

Ri 2:22  Opdat Ik Israël door hen verzoeke, of zij den weg des HEEREN zullen houden, om daarin te wandelen, gelijk als hun vaderen gehouden hebben, of niet. (SV)

9

Ri 3:9  Zo riepen de kinderen Israëls tot den HEERE; en de HEERE verwekte den kinderen Israëls een verlosser, die hen verloste, Othniel, zoon van Kenaz, broeder van Kaleb, die jonger was dan hij. (SV)

Othniël, zoon van Kenaz. Zie ook vers 11.

11

Ri 3:11  Toen was het land veertig jaren stil, en Othniel, de zoon van Kenaz, stierf. (SV)

Othniël, de zoon van Kenaz. Zie vers 9.

Bron

Leidsche Vertaling (1914). Tekst van de samenvatting van Richteren 3 is onder wijziging verwerkt op 19 apr. 2021.