Richteren 6

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

De volgende hoofdstukken van Richteren zijn op Christipedia samengevat en/of passages ervan becommentarieerd:

Richteren, hoofdstuk: 12345678910111213141516171821

Hoofdstuk Richteren 6 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

Tot straf voor de zonden der Israëlieten zonden, wordt hun land zeven jaar lang door de Midianieten geplunderd (1-6). Als zij tot God om hulp roepen, zendt hij een profeet, die hun Gods weldaden herinnert en hun hun ondankhaarheid verwijt (7-10). De engel van Jahweh verschijnt aan Gideon, gelast hem zich op te maken tot redding van Israël, en verzekert hem hiertoe Gods hulp (11-16). Gideon wil de man een gave brengen; deze laat de hem gebrachte spijzen op een rots leggen, doet er met zijn staf vuur uit komen dat de spijzen verteert, waarna hij verdwijnt (17-21). Gideon, bevreesd dat hij moet sterven omdat hij de engel van Jahweh gezien heeft, wordt hieromtrent gerustgesteld en bouwt in Ofra een altaar ter ere van Jahweh (22-24). Op Diens last haalt hij bij nacht het altaar van Baäl omver, bouwt een altaar voor Jahweh en offert daarop een zevenjarige var (25-27). De mannen van de stad, dit vernemend, willen hem doden, maar zijn vader Joas komt voor hem op en noemt hem Jerubbaäl, 'Baäl twiste' (28-32). Als de Midianieten weer in de vlakte van Jizreël doordringen, wordt Gideon door de Geest van God aangegrepen en roept hij zijn geslacht Abiëzer, geheel Manasse en de naburige stammen ten strijde (33-35). Hij vraagt en verkrijgt een dubbel wonderteken tot versterking van zijn geloof (36-40).

1

Ri 6:1 Maar de kinderen Israëls deden, dat kwaad was in de ogen des HEEREN; zo gaf hen de HEERE in de hand der Midianieten, zeven jaren. (SV)

Zeven jaren. Misschien in het begin van de 12 eeuw v. Chr.

1544 - 1347 v.C. < Israël 1340 - 1042 v.C.[1] > 1050 - 950 v.C.
SamuëlSimsonAbdonElonEbzanJeftaJaïrTolaAbimelechGideonSiseraEhudOthniël

3

Ri 6:3  want het geschiedde, als Israël gezaaid had, zo kwamen de Midianieten op, en de Amalekieten, en de kinderen van het oosten kwamen ook op tegen hen. (CP[2])

De kinderen van het oosten. 'Kinderen van het oosten' is een algemene benaming voor die volksstammen die de woestijn bewonen.

10

Ri 6:10  En Ik zeide tot ulieden: Ik ben de HEERE, uw God; vreest de goden der Amorieten niet, in welker land gij woont; maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest. (SV)

In Ofra bijvoorbeeld, waar Gideon woonde, was een altaar van Baäl. In Sichem werd, zo blijkt later, Baäl-berith vereerd.

12

Ri 6:12  Toen verscheen hem de Engel des HEEREN, en zei tot hem: De HEERE is met u, u strijdbare held! (CP[2])

Toen verscheen hem de Engel des HEEREN. Gideon wist niet, blijkens vers 22, dat het de Engel van Jahweh was. De man had een staf in zijn hand (vs. 21).

De HEERE is met u. We zijn geneigd te staren op de bijzondere woorden 'u strijdbare held'. Maar het belangrijkste staat voorop: de HEERE is met u. Alleen met God kan Gideon een held worden.

Strijdbare held! Zo voelde Gideon zich niet, blijkens het vervolg. Maar God zag de potentie aan, die Gideon onder Zijn genade zou ontplooien.

13

Ri 6:13  Maar Gideon zeide tot Hem: Och, mijn Heer! zo de HEERE met ons is, waarom is ons dan dit alles wedervaren? en waar zijn al Zijn wonderen, die onze vaders ons verteld hebben, zeggende: Heeft ons de HEERE niet uit Egypte opgevoerd? Doch nu heeft ons de HEERE verlaten, en heeft ons in der Midianieten hand gegeven. (SV)

Waarom is ons dan dit alles wedervaren? Gideon wist het antwoord niet. Er was echter een profeet geweest die het antwoord had gegeven (vs. 8v).

Bij 'dit alles' moeten wij ook de moord op broers van Gideon rekenen. Twee of meer van zijn broers waren gedood door Midianieten. Later zal hij aan twee door hem gevangen genomen Midianitische vorsten vragen:

Ri 8:18 Daarna zei hij tegen Zebah en Zalmuna: Wat waren het voor mannen die u op de Tabor doodde? En zij zeiden: Zij waren zoals u, één in gestalte, als koningszonen.  Ri 8:19  Toen zei hij: Het waren mijn broers, zonen van mijn moeder. [Zo waar] de HEERE leeft, als u hen had laten leven, zou ik u niet doden! (HSV)

14

Ri 6:14  Toen keerde zich de HEERE tot hem, en zeide: Ga heen in deze uw kracht, en gij zult Israël uit der Midianieten hand verlossen; heb Ik u niet gezonden? (SV)

De HEERE geeft geen antwoord op zijn vragen, maar zendt hem tot verlossing van Israël.

Toen keerde zich de HEERE tot hem. De Engel des HEEREN (vs. 11) is de HEERE zelf (zie ook 22-23), gelijk de Zoon van God zelf God is.

Ga heen in deze uw kracht. Die kracht schenkt God hem. Gideon zelf acht zich gericht en onmachtig, zoals uit de volgende verzen blijkt.

15

Ri 6:15  En hij zeide tot Hem: Och, mijn Heer! waarmede zal ik Israël verlossen? Zie, mijn duizend is het armste in Manasse, en ik ben de kleinste in mijns vaders huis. (SV)

Mt 19:26  Jezus echter keek hen aan en zei tot hen: Bij mensen is dat onmogelijk, maar bij God is alles mogelijk. (Telos)

1Co 1:26  Want kijkt naar uw roeping, broeders, dat er niet vele wijzen zijn naar het vlees, niet vele machtigen, niet vele aanzienlijken;  1Co 1:27  maar het dwaze van de wereld heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen,  1Co 1:28  en het zwakke van de wereld heeft God uitverkoren om het sterke te beschamen, en het onaanzienlijke van de wereld en het verachte heeft God uitverkoren, en wat niets is, om wat iets is te niet te doen,  1Co 1:29  opdat geen vlees roemt voor God.1Co 1:30  Uit Hem toch bent u in Christus Jezus, die ons geworden is: wijsheid van Godswege, gerechtigheid, heiliging en verlossing;  1Co 1:31  opdat, zoals geschreven staat: ‘Wie roemt, laat hij roemen in de Heer’. (Telos)

16

Ri 6:16  En de HEERE zei tot hem: omdat Ik met u zal zijn, zo zult u de Midianieten slaan, als een enige man. (CP[2])

Als een enige man. Zelfs alleen, met God, zou hij de Midianieten kunnen verslaan. Later zal hij, dankzij God, met een paar honderd (300) man een leger van Midianieten verslaan.

Als een enige man heeft Simson een troep Filistijnen verslagen.

17

Ri 6:17  En hij zeide tot Hem: Indien ik nu genade gevonden heb in Uw ogen, zo doe mij een teken, dat Gij het zijt, Die met mij spreekt. (SV)

Gideon merkte dat deze man een bijzondere boodschapper was en vermoedde dat een engel of God met hem sprak, maar hij wilde meer zekerheid, hij wilde het zeker weten.

Doe mij een teken. Dat teken zal hij krijgen in de vorm van een offer dat in vlammen uit de rots opgaat.

21

Ri 6:21  En de Engel des HEEREN stak het uiterste van den staf uit, die in Zijn hand was, en roerde het vlees en de ongezuurde [koeken] aan; toen ging er vuur op uit de rots, en verteerde het vlees en de ongezuurde [koeken]. En de Engel des HEEREN bekwam uit zijn ogen. (SV)

In dit voorval komen drie dingen samen: 1. een staf, 2. een offer, 3. verterend vuur. Dat gebeurde ook toen Jezus zijn leven gaf: 1. het hout van het kruis, 2. Jezus' zelfovergave, 3. het verterend vuur van Gods gericht.

Lu 24:30  En het gebeurde, toen Hij met hen aanlag, dat Hij het brood nam en zegende en nadat Hij het gebroken had, gaf Hij het hun.  Lu 24:31  Hun ogen nu werden geopend en zij herkenden Hem; en Hij werd onzichtbaar voor hen. (Telos)

22

Ri 6:22  Toen zag Gideon, dat het een Engel des HEEREN was; en Gideon zeide: Ach, Heere, HEERE! daarom, omdat ik een Engel des HEEREN gezien heb van aangezicht tot aangezicht. (SV)

Toen zag Gideon, dat het een Engel des HEEREN was. Gideon zag op dit ogenblik de engel niet meer, Deze was uit zijn gezicht verdwenen. Maar hij had nu met zijn verstand gezien, hij had begrepen dat het een engel van Jahweh was. Het wonderteken met het verdwijnen van de engel had hem de zekerheid gegeven, hij wist het nu zeker. Met deze zekerheid kon hij zijn roeping volgen.

23

Ri 6:23  Doch de HEERE zei tot hem: Vrede zij u, vrees niet, u zult niet sterven. (CP[2])

Doch de HEERE zei tot hem. De Engel des HEEREN was de HEERE zelf! Zie vers 14.

Vrede zij u. Dat was de zegenwens waarmee de opgestane Heiland de verschrikte leerlingen toesprak.

U zult niet sterven. Welke zondaar kan bestaan als de heilige God verschijnt?

Mal 3:2  Doch wie kan de dag van zijn komst verdragen, en wie zal bestaan, als Hij verschijnt? Want Hij zal zijn als het vuur van de smelter en als het loog van de blekers. (NBG51)

We kunnen bestaan dankzij het zoenoffer dat Jezus heeft volbracht. Dat offer moeten we in geloof accepteren.

25

Ri 6:25  En het geschiedde in diezelde nacht, dat de HEERE tot hem zei: Neem een var van de ossen, die van uw vader zijn, te weten, de tweede var, van zeven jaren; en breek af het altaar van Baäl, dat van uw vader is, en houw af de gewijde paal, die daarbij is. (CP[2])

Breek af het altaar van Baäl. Want afgoderij was de worteloorzaak van de ellende in Israël (vs. 10).

Houw af de gewijde paal. De naam Gideon betekent 'houwer', zie Gideon.

31

Ri 6:31  Joas daarentegen zei tot allen, die bij hem stonden: Zult u voor de Baäl twisten; zult u hem verlossen? Die voor hem zal twisten, zal nog deze morgen gedood worden! Indien hij een god is, hij twiste voor zichzelf, omdat men zijn altaar heeft omgeworpen. (CP[2])

Die voor hem zal twisten, zal nog deze morgen gedood worden! Baäl heeft mens nodig om hem te verlossen of zijn eer te herstellen. Het ware een smaad voor een zo grote en machtige god, als hij uw hulp behoefde. Die voor hem zal twisten, en de verwoester van zijn altaar nog verder vervolgt, zal nog deze morgen door Baäl gedood worden!

32

Ri 6:32  Daarom noemde hij hem te dien dage Jerubbaäl, zeggende: Baäl twiste tegen hem, omdat hij zijn altaar heeft omgeworpen. (SV)

Daarom noemde hij hem. Dat is de zoon van Joas.

Jerubbaäl. De naam betekent: "Baäl twiste", "Laat Baäl strijden".

33

Ri 6:33  Alle Midianieten nu, en Amalekieten, en de kinderen van het oosten, waren samenvergaderd, en zij trokken over, en legerden zich in het dal van Jizreël. (SV)

Zie vers 3.

Ri 6:3  want het geschiedde, als Israël gezaaid had, zo kwamen de Midianieten op, en de Amalekieten, en die van het oosten kwamen ook op tegen hen. (SV)

34

Ri 6:34  Toen toog de Geest des HEEREN Gideon aan, en hij blies met de bazuin, en Abiëzer werden achter hem bijeengeroepen. (CP[2])

Abiëzer. Niet één persoon, maar afstammelingen van hem, de Abiëzrieten. Joas en zijn Gideon behoorden tot hen. Abiëzer was een afstammeling van Manasse.

Geslachtslijn
Jozef
 
 
 
 
 
Manasse
 
 
 
...
 
 
 
Abiëzer
 
 
 
...
 
 
 
Joas
 
 
 
 
Gideon
 
 
 
 
 
 
 
Jether
 
 
 
 
Abimelech
 
 
 
 
Jotham
 
 
 
 
overige zonen
 

35

Ri 6:35  Ook zond hij boden in heel Manasse, en die werden ook achter hem bijeengeroepen; desgelijks zond hij boden in Aser, en in Zebulon, en in Nafthali; en zij kwamen op, hun tegemoet. (CP[2])

In heel Manasse. Gideon was van de stam Manasse.

Aser ... Zebulon ... Naftali. Drie noordelijke stammen. Aser en Zebulon waren aangrenzende stammen.

Gideon strijd Midian-Access Foundation.jpg

Bronnen

Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Richt. 6:3. Tekst hiervan is onder wijziging verwerkt.

Leidsche Vertaling (1914). Tekst van de samenvatting van Richteren 6 is onder wijziging verwerkt op 6 mei 2021.

Voetnoten

  1. De jaartallen zijn merendeels ontleend aan Bijbels ontstaansmodel; tijdbalk Masoreten (Stichting De Oude Wereld, 2009). Ze zijn onzeker.
  2. 2,0 2,1 2,2 2,3 2,4 2,5 2,6 2,7 Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.